Strijd tegen honger kan opwarming indammen

- Landbouwersvrouw in India (Foto G. Bizzarri, FAO)
De wereld heeft steeds meer voedsel nodig, maar dat moet niet ten koste gaan van het milieu. Experts pleiten voor een nieuwe groene revolutie die de stijgende productie verzoent met de strijd tegen de klimaatverandering. De eerste groene revolutie deed de honger in landen als Mexico en India teruglopen door de introductie van kunstmest, verbeterde gewassen en irrigatie. Voor de productiestijging werd wel een ecologische en sociale prijs betaald - monocultuur en de massale inzet van chemicaliën doet het natuurlijk evenwicht wankelen en op sommige plaatsen verdringt de grootschalige landbouw kleine boeren van het platteland.
Nu staat de wereldlandbouw voor een nog grotere uitdaging. De vraag naar voedsel neemt almaar toe. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) moet de wereldvoedselproductie tegen 2050 met 70 procent toenemen. Dan leven er immers waarschijnlijk 9 miljard mensen op aarde, terwijl er in veel landen ook steeds meer voedsel wordt verbruikt.
Broeikasgassen van het platteland
Tegelijk blijkt de landbouw een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde. De landbouw is volgens de FAO goed voor 14 procent van de totale uitstoot aan broeikasgassen in de wereld. Dat aandeel stijgt tot meer dan 30 procent als ook de ontbossing voor de aanleg van nieuwe akkers, weidegronden en plantages in rekening wordt gebracht.
“De nieuwe Groene Revolutie moet echt groen zijn”, zegt Marco Contiero van de Europese afdeling van Greenpeace in Brussel. “Het dominante systeem van industriële landbouw is gebaseerd op fossiele brandstoffen. We gieten stikstofhoudende kunstmest in de bodem, gebruiken bestrijdingsmiddelen die uit olie gemaakt worden en transporteren voedsel van de ene kant van de wereld naar de andere.”
“Het hele system leidt tot een massale uitstoot van broeikasgassen. We moeten op een heel andere manier voedsel gaan produceren, vervoeren en verbruiken”.
Ommezwaai is mogelijk
Sommige experts zijn ondanks alles voorzichtig optimistisch. “We kunnen 70 procent meer produceren”, zegt Jean-Luc Chotte van het Franse Institut de Recherche pour le Développement (IRD). “Maar we moeten het roer omgooien om voedsel van een hoge kwaliteit voort te brengen en het milieu te ontzien. We moeten bijvoorbeeld het gebruik van kunstmest terugdringen.”
Volgens Chotte is het mogelijk tegelijk de landbouwproductie te verhogen en het milieu erop vooruit te helpen. Daarvoor zijn technieken en maatregelen nodig die vooral afgestemd zijn op de kleinschalige landbouw, en die de zonden van de traditionele landbouw wegwerken.
De FAO schat dat de landbouw per jaar tot 6 gigaton minder CO2 kan uitstoten, vooral door technieken die boeren in ontwikkelingslanden helpen meer koolstof in de bodem vast te houden. Boeren kunnen bijvoorbeeld hun akkers minder intensief bewerken, zodat er meer koolstofhoudende oogstresten in de bodem achterblijven. Dat verbetert bovendien de bodemkwaliteit.
Lange termijn
Volgens Contiero komt het er vooral op aan op lange termijn te denken. “Nu kijken we vooral hoeveel we met een bepaalde techniek per seizoen op een hectare kunnen produceren. Maar de echte vraag is hoeveel we op die manier de komende honderd jaar kunnen produceren.”
De landbouwtechnieken van de toekomst zullen voldoende flexibel moeten zijn om in te spelen op de klimaatverandering. Volgens Teresa Cavero, het hoofd van de afdeling onderzoek van Oxfam Spanje, kan de opwarming van de aarde de opbrengsten per hectare in de hardst getroffen delen van Afrika halveren. Zuid-Azië moet tegen 2050 misschien met een achteruitgang van 30 procent rekenen.
Oplossingen zijn onder meer de graanverslindende vleesproductie beteugelen, technieken ontwikkelen die beter aangepast zijn aan tropische omstandigheden en meer inzetten op de flexibiliteit en verscheidenheid van kleinschalige productie.
IPS (PD, RP)
“The time is now”

Jeff Immelt (foto: Climate Council)
Een akkoord in Kopenhagen in december dit jaar zou wel eens miljoenen nieuwe groene jobs kunnen creëren. Het zou de weg effenen voor een enorme nieuwe golf van investeringen in nieuwe, koolstofarme markten. Daardoor zou de economische groei een nieuwe impuls krijgen. Die boodschap bracht Jeff Immelt, Voorzitter en CEO van General Electric, een van de grootste bedrijven ter wereld. Immelt bracht op 28 oktober 2009 een bezoek aan Kopenhagen. Daar gaat binnen zo’n 40 dagen de VN klimaatconferentie COP15 van start.
De Copenhagen Climate Council, die Jeff Immelt had uitgenodigd, schaarde zich volledig achter Immelt’s verklaring. Ook een groep van toonaangevende zakenmensen uit vijf continenten deed dit. Onder hen Li Xiaolin, CEO en voorzitter van China Power Development (China), en Ratan Tata, CEO van Tata Group (India).
Deze leiders uit de industriële wereld onderstreepten bovendien dat de kostprijs van een mislukking in Kopenhagen hoog zal zijn. Sterke keuzes nu zijn ook economisch slim, luidde het. Nu de energiediversiteit aanpakken en een koolstofarme strategie implementeren zal op langere termijn veel goedkoper zijn dan wanneer we er nog jaren mee zouden wachten.
Immelt verwoordde het als volgt: “In de zakenwereld moet je je altijd afvragen wanneer het juiste moment is aangebroken. Wel, volgens ons is dat nu. Bij hoge werkloosheidscijfers is dit een van de manieren om jobs te creëren. En iedereen wil nu eenmaal het voortouw nemen in groene technologie, iedere eerste minister, iedere president.”
“Er staat veel in de steigers. Er is een sterke ondernemingszin. Het engagement in bedrijven is groot. We moeten technologie hierbij niet als barrière, maar als facilitator moeten zien. De investeringen die we doen zullen er nog lang na ons zijn. Dergelijke investeringen zullen veel moeilijker te maken zijn zonder een geschikt kader. Het is nu dus aan de landen van de wereld om te beslissen of ze leiders willen zijn of volgers.”
Daar voegde hij nog aan toe: “Volgens ons moet koolstof een prijs krijgen. Eens er een prijs is, beslist de technologie. GE en andere grote bedrijven hebben de US al aangemaand om meer vaart te zetten achter oplossingen voor de klimaatverandering.”
De Deense Minister voor klimaat en energie, Connie Hedegaard, trad deze uitspraken volledig bij: “Als we deze gelegenheid missen, dan krijgen we geen tweede kans meer. Dan verliezen we het mondiaal momentum dat zich nu al verschillende jaren opbouwt. In het geval van een mislukking zal de bedrijfswereld de grootste verliezer zijn. Ik ben dan ook zeer blij met de boodschap die de bedrijfswereld vandaag uitdraagt. Kijk maar even naar de namen op dit lijstje: dit is niet zomaar een groepje van CEO’s. Deze CEO’s staan aan het hoofd van de grootste bedrijven ter wereld. Ik hoop echt dat hun stem over de ganse wereld wordt gehoord. En ik sta volledig achter hun boodschap: de wereld moet hierin doorzetten!”
Erik Rasmussen, stichter van de Copenhagen Climate Council, voegde daar volgende bedenkingen aan toe: “Ik zie deze verklaringen als een krachtige respons op de lobby tegen een nieuw klimaatverdag. Die lobby heeft tot nog toe teveel zijn slag thuisgehaald. Bedrijfsleiders moeten nu - zoals deze impressionante groep vandaag doet - luid en duidelijk uitdragen dat dat het bestrijden van de opwarming van de aarde een manier is om opnieuw groei en welvaart te creëren en dat de kostprijs van inactie te hoog is. Het is nodig dat we deze stemmen horen om het noodzakelijke politieke draagvlak te creëren.”
Meer info en de gezamenlijke verklaring van de bedrijfsleiders op http://www.copenhagenclimatecouncil.com
Pessimisme over Kopenhagen

Hans Bruyninckx (Foto: Erwin Donvil, ARGUS)
Hans Bruyninckx, specialist internationaal klimaatbeleid van het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid van de K.U.Leuven en voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu, toont zich in een vrije tribune vorige week in De Morgen pessimistisch over de VN-klimaatconferentie van Kopenhagen die begin december 2009 plaatsvindt. Bruyninckx verwijst hierbij naar het bedroevende resultaat van de opeenvolgende internationale topontmoetingen van de voorbije weken ter voorbereiding van deze conferentie. Ook in Londen werd de voorbije dagen geen noemenswaardige vooruitgang geboekt.
De sleutel tot de verdere onderhandelingen ligt volgens Bruyninckx bij de VS. “Obama wil weliswaar een andere koers varen dan zijn voorganger maar slaagt er voorlopig niet in om het eigen huis op orde te krijgen. De VS zijn het enige industrieland waarop nationaal geen enkel norm geldt voor de vermindering van de CO2-uitstoot. Meer dan een afgezwakt wetsvoorstel, dat nog lang niet goedgekeurd is door de senaat, is er niet”, aldus Bruyninckx. De positie van de VS is cruciaal want China, India, een groot aantal ontwikkelingslanden en ook landen als Australië en Japan zijn pas bereid iets te doen als ook de VS dat doet.
Omdat het overgrote deel van de toename in uitstoot van broeikasgassen de volgende decennia van ontwikkelingslanden zal komen moeten zij volgens de VS in eerste instantie bindende engagementen aangaan. Pas dan zijn de VS bereid om zelf over de brug te komen. China, India en andere ontwikkelingslanden eisen niet alleen bindende en verregaande engagementen van de VS, maar ook een Klimaatfonds dat hen moet in staat stellen te investeren in nieuwe technologieën om hun uitstoot te verminderen. Wat thans geboden wordt omschrijft Bruyninckx als “een druppel op een hete plaat”.
Lees ook het interview met Hans Bruyninckx in ARGUSmilieumagazine jg. 2 nr. 3
L.V.
Driejarige onderzoeksmissie op zee (2)

Eric Karsenti (Foto: Koen Mortelmans)
Op zijn driejarige tocht over de wereldzeeën zal het het Europese onderzoeksschip Tara vooral onderzoek doen naar plankton. “Sommige planktonsoorten zijn onzichtbaar voor het menselijk oog, maar ze vormen de basis van de oceanische ecosystemen. En de kleine organismen zijn zo talrijk dat ze door hun aantal het klimaat beïnvloeden, net zoals de zes miljard mensen dit doen,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). Ondanks hun ecologisch belang en hun diversiteit zijn heel wat planktonsoorten nog vrij onbekend. De huidige kennis betreft – dank zij satellietonderzoek – vooral soorten die vlakbij de oppervlakte van het water voorkomen. Over dieper levende organismen is de wetenschappelijke kennis in verhouding klein.
De Tara tracht de spreiding van talrijke organismen op verschillende diepten in kaart te brengen, van virussen en bacteriën tot vislarven. Het onderzoek betreft ook de verzuring van het water en de gevolgen hiervan voor de koraalriffen. De bevindingen worden niet alleen ondergebracht in databestanden en kaarten, maar ook gepubliceerd als 3D-tekeningen van de onderzochte organismen. De sondes, die de varende onderzoekers gebruiken, kunnen tot op een diepte van 3.000 m stalen nemen. Naargelang het gebruikte filtermateriaal kunnen ze organismen met een bepaalde omvang selecteren. Heel wat kleine mariene organismen nemen CO2 op en geven zuurstof af. Het Tara-onderzoek kan de kennis over eencellige organismen flink vergroten. Momenteel zijn er minder dan 100.000 soorten beschreven, maar wetenschappelijk coördinator Colomban de Vargas schat dat hun aantal 1.000 tot 100.000 keer groter kan zijn.
De tijdens de Tara-expeditie verzamelde gegevens zijn niet het exclusieve domein van een select groepje onderzoekers, maar zullen ter beschikking gesteld worden van de hele wetenschappelijke wereld. De initiatiefnemers zien niet alleen de Beaglereis van Charles Darwin als hun grote voorbeeld, maar ook de Challengerexpeditie (1872-1876) en de reizen van de Fram, het schip van de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen.
K.M.
Amerikaanse bevolking geeft minder om klimaat
WASHINGTON: Amper twee maanden voor de cruciale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen blijkt uit een enquête dat de Amerikaanse bevolking minder bezorgd is om de opwarming van de aarde dan enkele maanden geleden.
Volgens het Pew Research Centre for the People & the Press vindt nog maar 65 percent van de Amerikanen dat de klimaatverandering een “zeer ernstig” (35 procent) of “eerder ernstig” (30 procent) probleem is. Dat is een pak minder dan de 79 procent in 2006 of de 73 procent anderhalf jaar geleden nog.Uit het onderzoek blijkt ook dat minder Amerikanen geloven dat er “stevig bewijsmateriaal is dat de aarde opwarmt”. Het percentage daalde van 71 procent in april 2008 tot 57 procent. Amper 36 procent van de Amerikanen gelooft dat de klimaatverandering vooral het gevolg is van menselijke activiteit - een daling met 11 procent tegenover 2008.
Kopenhagen
Het onderzoek komt er amper zes weken voor de cruciale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen, waar de VN-lidstaten op zoek gaan naar een opvolger voor het Kyoto-protocol. De Amerikaanse president Barack Obama wil nog voor de vergadering in december nieuwe wetgeving doordrukken om de uitstoot van broeikasgassen met 80 procent te verminderen tegen 2050.
Uit het onderzoek blijkt wel dat 56 procent van de ondervraagden vinden dat de VS zich moet aansluiten bij andere landen in de strijd tegen de klimaatverandering, terwijl een minderheid van 32 procent vindt dat ze het op eigen houtje moeten doen. Volgens Michael Dimock van het Pew Research Centre for the People & the Press is de dalende interesse voor het klimaatvraagstuk te verklaren door de dominantie van andere thema’s in de media, zoals de hervorming van de gezondheidszorg en de economische malaise. “Mensen denken gewoon niet aan de klimaatverandering: ze zijn geconcentreerd op hun economische zorgen en het debat rond de gezondheidszorg”, zegt hij. Dat overkomt niet enkel de het klimaatvraagstuk, maar ook andere thema’s die mensen twee jaar geleden nog erg belangrijk vonden, zoals immigratie of abortus, aldus Dimock.
Zie ook http://pewresearch.org/pubs/1386/cap-and-trade-global-warming-opinion
JG/IPS
Verhuisfirma promoot hergebruik

Your Mover Van Der Goten (Foto www.yourmover.com)
De verhuisfirma’s Your Mover Logistics, Your Mover Vandergoten, D&C Services en Remus Verhuizingen, die tot eenzelfde familiale holding behoren en gespecialiseerd zijn in de verhuis van kantoormeubilair, gaan hun klanten sensibiliseren om dit meubilair zoveel mogelijk te hergebruiken. De holding ontwikkelde hiertoe het concept Nearly New Office Facilities (NNOF) en wil op die manier de impact op het milieu beperken.
You Mover Logistics, dat stocks van klanten opslaat en beheert, liet in mei RDC Environment haar ecologische afdruk berekenen. Uit deze studie bleek een uitstoot van 176 CO2-equivalenten. De belangrijkste boosdoeners zijn het goederentransport, het intern energieverbruik en emissies van het gebouw en materiaal. Het bedrijf doet thans al aan afvalscheiding en recyclage. De studie wees uit dat door initiatieven te nemen op vlak van hergebruik van kantoormateriaal de grootste milieuwinst kon worden geboekt.
“Dagelijks voeren wij 1 vrachtwagen meubilair naar het stort. Bedoeling van het nieuwe initiatief is klanten een aanbod te doen op vlak van herstellingen om de levensduur van hun meubilair te rekken, wat niet alleen goed is voor het milieu maar voor het drukken van kosten. Herstellingen kunnen uitgevoerd worden tijdens de opslag van het materiaal maar ook via permanente onderhoudscontracten. D&C Services dat klanten adviseert bij de inrichting van een nieuwe kantoorruimte zoekt hierbij ook steeds naar de meest milieuvriendelijke oplossing”, aldus woordvoerster Anne Lenaerts.
De groepsomzet van de vier bedrijven Your Mover Vandergoten, Your Mover Logistics, D&C Services en Remus Verhuizingen bedroeg in 2008 meer dan 10 miljoen euro. De vier bedrijven stellen samen zo’n 100 mensen te werk. Your Mover Vandergoten en Remus Verhuizingen zijn verhuisfirma’s, Your Mover Logics verleent opslagdiensten en D&C Services advies. Onder de vaste klanten bevinden zich grote bancaire instellingen, industriële bedrijven en tal van consultancy ondernemingen.
LV..
Driejarige onderzoeksmissie op zee

Tara met volle zeilen (Foto: F. Latreille)
Na een tussenstop in Barcelona is het Europese onderzoeksschip Tara vertrokken op zijn driejarige missie over de wereldzeeën. Tijdens die periode zal de veertienkoppige bemanning 150.000 kilometer afleggen en onderzoek uitvoeren naar mariene ecosystemen. De onderzoeken betreffen vooral plankton en andere micro-organismen. De Tara, die al een Arctische expeditie (2006-2008) achter de rug heeft, zal deze keer zowat zestig keer aanleggen in vijftig verschillende landen. Na het doorkruisen van de Middellandse Zee zet het schip via het Suezkanaal koers naar de Indische Oceaan om dan via Kaap de Goede Hoop de Atlantische Oceaan te bereiken. Via Antarctica en de Galapagos-Eilanden – een eerbetoon aan Darwin? – gaat het naar Australië, China en Japan. Het wordt geen reis rond de wereld, want het onderzoeksschip keert in de nazomer van 2012 naar Europa terug langs de ‘noordwestelijke’’ doorvaart, ten noorden van Alaska en Canada. Voor de wetenschappelijke ruggengraat staan meer dan vijftig laboratoria uit vijftien landen in. Een van de vastelandmedewerkers is Jeroen Raes van de Vrije Universiteit Brussel.
De Tara is een aluminium zeilschip van 120 ton met een lengte van 36 m. De Europese Unie is steunt het project in communicatie. Maar het nodige geld is toch vooral afkomstig uit de privésector, onder meer van Electricité de France en Veolia. Het schip zelf wordt ter beschikking gesteld door de Franse modeontwerpster Agnès Troublé, alias agnès b. “De expeditie kost ongeveer 3 miljoen euro per jaar,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). De kostprijs van de verdere analyse van de ingezamelde gegevens is daarbij niet inbegrepen.” Een aantal gegevens zou ook ingezameld kunnen worden door het uitrusten van vrachtschepen met allerlei apparatuur. Die aanpak biedt andere mogelijkheden dan werken met één schip, dat niet op een vaste lijn vaart. “Maar het Tara-project gaat niet alleen om het verzamelen van wetenschappelijke data,” repliceren de organisatoren. “Het is ook een sensibiliseringsproject en een platform voor diverse onderzoekprojecten op lange termijn.”
K.M.
Meer info: http://ec.europa.eu/research/transport/news/article_9686_en.html en http://oceans.taraexpeditions.org/
Milieubeweging tegen openhouden kerncentrales
De hele milieubeweging in ons land uitte de voorbije dagen scherpe kritiek op de regeringsbeslissing om de drie oudste kerncentrales (Doel 1 en 2 en Tihange 1) 10 jaar langer open te houden. Hiermee wordt de eerdere regeringsbeslissing uit 2003 teruggedraaid dat alle kerncentrales in ons land tussen 2015 en 2025 gesloten moesten worden. De sluiting van de drie vermelde centrales was voorzien in 2015.
Volgens Friends of the Earth zal die beslissing uiteindelijk meer kosten dan de inkomsten die men puur uit de belasting op de extrawinsten van Electrabel als tenminste “de zeer grote verborgen kost” aan het openhouden van de kerncentrales wordt mee in rekening gebracht. Deze verborgen kosten zijn gerelateerd aan ongelukken, subsidies voor kernenergie, het opslaan van nucleair afval en de kosten door het niet investeren in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Wat dit laatste betreft wijst men erop dat het verbeteren van elektrische efficiëntie zeven keer effectief is dan kernenergie in het verminderen van de CO2-uitstoot.
Greenpeace, dat op 9 oktober tegen deze beslissing actie voerde bij het kabinet van premier Van Rompuy, wees erop dat deze beslissing de energiebevoorrading op lange termijn in gedrang brengt omdat op die manier initiatieven voor groene energie geblokkeerd worden. De Bond Beter Leefmilieu wees er in dezelfde zin op dat de energiebevoorrading niet de werkelijke reden was voor deze regeringbeslissing. “Indien zo had de regering van de oudste kerncentrales kunnen spreiden op het ritme van investeringen in hernieuwbare energie, warmtekrachtkoppeling en gasgestookte centrales”. Ook BBL vreest voor de negatieve impact van de beslissing op investeringen inzake rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie.
L.V.
Schauvliege activeert Boscompensatiefonds
Vlaams milieu van leefmilieu Joke Schauvliege heeft dinsdag in het Vlaams parlement nieuwe initiatieven aangekondigd om nieuwe bossen aan te planten. Ze reageerde daarmee op de melding een tiental dagen terug van de Vereniging voor Bos in Vlaanderen (VBV) dat er in 2008 in Vlaanderen meer bos verloren ging dan dat er bijgekomen is. Terwijl er amper 152 ha bos bijkwam werd er vorig jaar 156 ha bos met vergunning gekapt. De realiteit is volgens de organisatie wellicht nog negatiever omdat illegale ontbossingen niet meegerekend zijn.
20007 was de deadline voor de realisatie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Van de 13.664 ha bijkomende bossen die hierin voorzien was is momenteel slechts 4.000 ha gerealiseerd (29 procent). Ook in 2008 viel er volgens de VBV weinig beterschap te noteren. De doelstelling om per jaar 769 ha netto-bosuitbreiding te realiseren werd voor de zoveelste keer op verre na niet gerealiseerd. Voor het eerst sinds lang was er in 2008 zelfs sprake van een netto-ontbossing.
Schauvliege meldde dat ze het Boscompensatiefonds wil activeren en het met name mogelijk maken dat ook lokale besturen aanspraak kunnen maken op middelen uit dat fonds om bossen aan te leggen. De Administratie Natuur en Bos gaat na hoe het private bosbeheerders beter kan begeleiden bij instandhouding van bossen. De minister plant ook stimulansen voor landbouwers of particulieren die vrijwillig tot bebossing willen overgaan en wil ook wat doen aan de vaststelling dat de bestemming van de grond vaak een obstakel is om te gaan bebossen.
L.V.
Luchtvaartindustrie wil milieuvriendelijker worden
De luchtvaartindustrie belooft haar CO2-uitstoot met de helft verminderen tegen 2050 en elk jaar 1,5 procent efficiënter om te gaan met brandstof. De milieubeweging is echter niet bepaald onder de indruk.
Volgens Giovanni Bisignani, hoofd van de International Air Transport Association (IATA), is “geen enkele andere industrie zo verenigd, ambitieus en vastberaden” in de strijd tegen de klimaatverandering. “We hebben alle spelers bijeengebracht met een duidelijke strategie en doelwitten die ambitieuzer zijn dan wat ons opgelegd zou worden”, zegt hij. De IATA-strategie is gebaseerd op vier pijlers: technologie, operaties, infrastructuur en economische maatregelen. Volgens Bisignani heeft de hele sector zich achter die strategie geschaard, van luchthavens over vliegmaatschappijen tot vliegtuigfabrikanten.
VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon is blij met de beloftes van de sector, maar riep ook meteen op tot concrete acties. Hij benadrukte dat emissiereducties in de transportsector onmisbaar zijn om een gevaarlijke klimaatverandering af te wenden. Het IPCC, het intergouvernementeel klimaatpanel van de VN, schatte in 2007 dat brandstof voor de luchtvaart voor 2 tot 3 procent van het wereldwijde verbruik van fossiele brandstoffen verantwoordelijk was. Volgens een recenter rapport van onder meer het Amerikaanse ministerie voor Transport zou het aandeel van de sector echter een vijfde hoger liggen dan die schatting. Bovendien is de luchtvaart een sector die jaarlijks sterk blijft groeien.
Milieubeweging sceptisch
De milieubeweging wordt warm noch koud van de beloften van de luchtvaartsector. “Deze belofte komt niet toevallig op minder dan twee maanden van de VN-top in Kopenhagen, waar over het vervolg van het Kyotoakkoord moet worden beslist”, zegt Joeri Thijs, transportspecialist van de milieuorganisatie Greenpeace. “Emissies van de luchtvaartindustrie vielen buiten dat Kyotoprotocol, en de sector wil duidelijk van die beschermde status blijven genieten.”
Thijs vindt dan ook dat de mooie beloftes met een korrel zout genomen moeten worden. “Denk maar aan de beloftes van de auto-industrie in de jaren 90″, zegt Thijs. “Die slaagde er toen in om bindende wetgeving meer dan tien jaar uit te stellen door een vrijwillig akkoord te tekenen met de Europese Commissie. Het resultaat: er is de voorbije vijftien jaar nauwelijks vooruitgang geboekt op het vlak van zuiniger auto’s.”
De luchtvaartsector mag dan ook geen voorkeursbehandeling krijgen, zegt Thijs. “Luchtvaartemissies moeten zonder pardon deel uitmaken van een klimaatakkoord in Kopenhagen en moeten drastisch naar beneden. Bovendien moet alle plannen voor luchtvaartexpansie van de baan, zoals het Vlaamse Start-plan om de luchthaven van Zaventem in capaciteit te verdubbelen tegen 2025.”
JG/IPS
OVAM gaat voor groene kringloopeconomie
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) lanceert vandaag 20 oktober haar nieuw strategisch plan 2010-2015. De bekendmaking van het plan gaat gepaard met een opvallende advertentiecampagne in de Vlaamse dagbladen. Met de campagne wil de OVAM alle Vlaamse burgers en bedrijven uitnodigen om er samen voor te zorgen dat we ook in de toekomst onze Europese toppositie op het vlak van afval- en bodembeheer blijven behouden. Maar het strategisch plan blikt ook verder. Zoals in het verleden pionierswerk verricht werd op het vlak van afval- en bodembeheer, zo wil de organisatie zich vandaag inspannen om duurzaam gebruik van materialen en ruimte en een groene kringloopeconomie in Vlaanderen te realiseren.
Een nieuwe visie
Vlaanderen heeft de afgelopen decennia mooie resultaten behaald op het gebied van selectieve inzameling, recyclage, bodemsanering, … Die resultaten wil de OVAM de komende jaren consolideren maar we willen ook verder denken. Grondstoffen, materialen en ruimte zijn namelijk een schaars en kostbaar goed. Ons doel is om van Vlaanderen een efficiënt draaiende kringloopeconomie te maken met een zo laag mogelijk grondstof- en materiaalgebruik.
Door kringlopen te sluiten -of cradle to cradle te produceren- kunnen we een oplossing bieden voor het afval en vermijden we bovendien het gebruik van nieuwe en kostbare grondstoffen en materialen. Verontreinigde sites saneren en herontwikkelen schept dan weer de nodige ruimte voor nieuwe (economische) activiteiten.
Naast het milieu vaart ook de economie wel bij deze nieuwe aanpak. Investeren in milieu-innovatie, eco-efficiëntie, ecodesign, brownfieldsanering, … kan onze economie nieuwe impulsen geven en van Vlaanderen een koploper maken in deze nieuwe markt.
Het plan in 10 belangrijke doelstellingen
Het strategisch plan is een mix van nieuwe uitdagingen en oude succesrecepten. Het focust op innovatie en cradle to cradle-praktijken maar evenzeer op efficiënt afval- en bodembeheer. We vatten de belangrijkst doelstellingen even samen in tien punten.
1. Nieuwe bodemverontreiniging voorkomen
Voorkomen is beter dan genezen, dat geldt ook voor bodemverontreiniging. De OVAM voorkomt ernstige schade en oplopende kosten: door bij ongevallen samen met de gemeenten kort op de bal te spelen, door verspreiding van nieuwe verontreiniging te voorkomen en strikt te handhaven.
2. Ruimte efficiënt gebruiken
De OVAM ondersteunt economische ontwikkelingen door bodems te saneren. Om te voorkomen dat de druk op de open ruimte nog groeit, moet ook voor potentieel verontreinigde gronden een snelle overdracht mogelijk zijn. In afwachting van een sanering moeten bouwprojecten kunnen doorgaan. Dat kan door de sanering zo goed mogelijk te integreren in de bouwwerken.
3. Alternatief financieren
Om vrijwillige bodemsanering te stimuleren, onderzoekt de OVAM verschillende systemen die de saneringskost dragelijk maken voor de saneringsplichtige: draagkrachtregeling, bijkomende sectorfondsen en cofinancieringssystemen.
4. Brownfields herontwikkelen
Het herontwikkelen van brownfields geeft belangrijke economische stimulansen aan de omgeving. De OVAM werkt samen met projectontwikkelaars oplossingen op maat uit voor de bodemverontreiniging. Soms zijn gronden zo zwaar verontreinigd, dat de saneringskost de ontwikkeling blokkeert. Binnen de budgettaire mogelijkheden koopt de OVAM deze terreinen aan, saneert ze in functie van hun herontwikkeling en brengt ze opnieuw op de markt.
5. Focus op kwetsbare gebieden
Voor historische verontreinigingen geeft de OVAM voorrang aan de gronden met een kwetsbaar bodemgebruik (zoals woonzones, drinkwatergebieden, scholen, ziekenhuizen, rusthuizen, …) en verontreinigingen met hoge risico’s.
6. Materiaalkringlopen sluiten
Het efficiënt sluiten en het grondig hertekenen van materiaalkringlopen zijn de twee pijlers van het duurzaam omgaan met grondstoffen. Afvalstoffen moeten, meer nog dan vandaag, als grondstof in de economische kringloop gehouden worden.
7. Eco-efficiënt produceren
Door in te zetten op eco-efficiëntie en ecodesign helpt de OVAM bedrijven om de kosten te drukken en de milieu-impact te doen dalen. Tegelijk wil ze de bedrijfsleiders en ontwerpers ervan overtuigen dat ecologisch verantwoorde product- en procesontwerpen ook economisch rendabel zijn.
8. Innoveren
De OVAM zet in op innovatie. Ze stimuleert systeeminnovatie via het Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer (Plan C). Via ketenbeheerprojecten ondersteunt de OVAM innovatieve bedrijven. Ze neemt hierbij zelf het initiatief in een aantal prioritaire sectoren en sluit aan bij initiatieven van derden.
9. Focussen op bedrijfsafval
De OVAM zorgt ervoor dat de productie van bedrijfsafval daalt en de recyclagegraad van bedrijfsafval toeneemt. Speerpunten zijn: het stimuleren van samenwerking op (nieuwe) bedrijventerreinen en het creëren van een faciliterend wettelijk kader dat het gebruik van afval als grondstof bevordert. De OVAM zet haar beleid op het gebied van huishoudelijk afval voort.
10. Milieuverantwoord consumeren
Door in te spelen op het aanbod van milieuverantwoorde producten, de milieuvoordelen te benadrukken en zelf het goede voorbeeld te geven, wil de OVAM de consument sturen in de richting van een meer milieuverantwoorde consumptie.
Meer info: www.ovam.be
Nieuwe opties voor elektrische auto

Schaalmodel van een elektrische auto op redox flow batterij (Foto: Jens Noack)
Elektrische mobiliteit wordt steeds belangrijker. De Duitse regering heeft bijvoorbeeld een ambitieus plan opgezet om tegen 2020 1 miljoen elektrische auto’s op de markt te hebben. Ook Frankrijk denkt aan ingrijpend meer elektrisch verkeer. Maar eer we zover zijn, zjin er nog belangrijke obstakels te overbruggen. Bijvoorbeeld is daar het probleem van de energieopslag. Lithium-ion batterijen kunnen hier een oplossing bieden, maar met hun urenlange laadtijd zijn ze toch ook niet ideaal voor de automobilist.
Onderzoekers van het Fraunhofer Institute for Chemical Technology (ICT) in Pfinztal nabij Karlsruhe zien nu een alternatief in zgn. redox flow batterijen. “Deze batterijen zijn gebaseerd op elektroliet vloeistoffen. Die kunnen in een paar minuten tijd in een tankstation worden opgeladen. Bij een tankbeurt wordt de ontladen vloeistof van de elektrische auto gewoon weggepompt en vervangen door opgeladen elektrolietvloeistof,” aldus ingenieur Jens Noack van ICT. “De afgepompte elektrolietvloeistof kan vervolgens worden heropgeladen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een windturbine of fotovoltaïsche zonnepanelen.”
Het principe van redox flow batterijen is niet nieuw. Het bestaat erin dat er een elektrische stroom ontstaat tussen poreuze grafietelektroden wanneer er twee elektrolietvloeistoffen die metaalionen bevatten doorheen vloeien. De elektroden moeten dan wel van elkaar gescheiden zijn door een membraan dat doorlaatbaar is voor protonen. De stroom die zo ontstaat kan gebruikt worden om apparaten mee aan te drijven.
Tot nog toe kampten redox flow batterijen met het grote nadeel dat ze veel minder energie kunnen opslaan dan lithium-ion batterijen. Daardoor bedraagt de autonomie van elektrische wagens op redox flow batterijen maar een kwart van die van wagens uitgerust met lithium-ionbatterijen. Maar daar lijkt verandering in gekomen.
“We kunnen de autonomie momenteel met een factor 4 of 5 vergroten, tot een niveau vergelijkbaar met die van lithium-ion batteriijen,” weet Jens Noack. De onderzoekers hebben reeds een prototype van een cel klaar. Het komt er nu op aan om verschillende cellen in een batterij samen te brengen en ze te optimaliseren. Voor de verdere ontwikkeling wordt samengewerkt met de Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen, Ostphalia, in Wolfenbüttel en Braunschweig.
Momenteel worden modelauto’s op een schaal 1:10 gebruikt om verschillende types van elektrische aandrijving en energie-opslag uit te testen. Het onderzoeksteam is er al in geslaagd om een traditionele redox flow batterij in een modelvoertuig in te bouwen. Het is de bedoeling dat het komende jaar ook de nieuwe batterij, met een 4 keer grotere autonomie dan de voorgaande, in een modelvoertuig wordt ingebouwd. Wordt dus zeker vervolgd…
Bron: http://www.alphagalileo.org/
Verlies biodiversiteit niet te stoppen
De internationale gemeenschap probeert het verlies van biodiversiteit af te remmen tegen 2010, het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. Maar op een internationale bijeenkomst in Zuid-Afrika zijn deskundigen het er deze week over eens dat de doelstelling niet gehaald zal worden.
Biodiversiteit gaat niet enkel over vreemde diersoorten en mooie vogels. Het gaat over de diversiteit van het leven op aarde die levensbelangrijk is omdat ze zorgt voor voedsel, schoon water en lucht en de regeling van het klimaat.
Jaarlijks gaan naar schatting 12.000 soorten verloren, en het tempo stijgt voortdurend. Vervuiling, kaalkap, overexploitatie en grote projecten hebben tot een “zesde teloorgang van soorten” geleid die vergelijkbaar is met de slachting na de inslag van een asteroïde.
Vooral de ecosystemen in zoetwater zijn in gevaar. Diersoorten in rivieren en meren verdwijnen vier tot zes keer sneller dan op andere plaatsen op de planeet. “Er is duidelijk en groeiend wetenschappelijk bewijs dat we op de drempel staan van een grote zoetwaterbiodiversiteitcrisis”, zegt Klement Tockner van het Leibniz-Instituut voor Zoetwaterecologie en Visserij in Duitsland.
Wereldwijd zijn momenteel alle vijfentwintig soorten steur en alle soorten rivierdolfijnen met uitsterven bedreigd. De soorten die standhouden in de grote rivieren zoals de Donau, de Rijn, de Hudson of de Mekong zijn uitheems. “Dat is een fundamentele verandering, en maar weinig mensen zijn zich daarvan bewust.”
Zoetwaterecosystemen beslaan maar 0,8 procent van het aardoppervlak, maar ze bevatten ongeveer 10 procent van alle diersoorten, waaronder 35 procent van de gewervelden. Het uitsterven gaat steeds sneller, waarschuwt Tockner, met name in hotspots rondom de Middellandse Zee, Centraal-Amerika, China en Zuidoost Azië.
“De laatste vrij stromende riviersystemen beschermen, moet onze absolute prioriteit zijn”, zegt hij. “Er zijn er erg weinig over.”
En op veel van de overblijvende soortenrijke rivieren worden dammen gebouwd om klimaatvriendelijke elektriciteit te leveren. Ironisch genoeg zijn intacte zoetwaterecoysystemen daarvoor nog beter geschikt: ze houden CO2 uit de atmosfeer door 7 procent van de menselijke uitstoot te absorberen en op te slaan.
Snelheid
“Wetenschappers zijn gealarmeerd door de snelheid waarmee het gaat”, zegt Hal Mooney, bioloog aan de Stanford Universiteit in Californië en voorzitter van de bijeenkomst. “Er heerst duidelijk een gevoel van hoogdringendheid, maar niet onder de beleidsmakers.” Daarom zijn op de bijeenkomst ook vertegenwoordigers uitgenodigd van 95 regeringen, om hen te doordringen van de noodzaak van de oprichting van een Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiverdsity and Ecosystem Services. Dat is geïnspireerd op de IPCC, het gelijkaardige “Intergovernmental Panel on Climate Change”. Het nieuwe orgaan moet de kloof tussen de wetenschap en het beleid overbruggen en richtlijnen bieden voor regeringen in de hele wereld.
Onbekend maakt onbemind
Veel beleidsbeslissingen, zelfs groene, worden gemaakt zonder daarbij rekening te houden met de gevolgen voor de biodiversiteit, zegt Anne Larigauderie, executive director van DIVERSITAS, de organisatie die de conferentie organiseert. Het schoolvoorbeeld zijn biobrandstoffen. Veel regeringen moedigen die aan met onder meer subsidies, zonder de gevolgen voor de biodiversiteit te onderzoeken.
In Kopenhagen worden eind dit jaar belangrijke belissingen genomen over de strijd tegen de klimaatverandering, maar de betrokken partijen weten maar weinig over biodiversiteit, zegt Larigauderie. Sommige programma’s zoals Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation (REDD), kunnen een ramp worden voor de biodiversiteit en de klimaatverandering zelfs aanzwengelen, zegt ze.
JG/IPS
Mobieltjes op zonne-energie

Mobieltje op zonne-energie (REUTERS/Thomas Mukoya)
In vele afgelegen regio’s van Afrika en Azië heeft de mobiele telefoon een flinke stimulans gegeven aan de lokale ontwikkeling. Boeren kunnen zo immers gemakkelijker marktprijzen controleren voor ze beslissen welke gewassen ze gaan zaaien. Ze kunnen van op hun akker met potentiële kopers praten en weersvoorspellingen opvragen.
Maar in de meer rurale gebieden van de ontwikkelingslanden kreeg de mobiele telefonie maar weinig vaste voet aan de grond. Gebruikers beschikken er immers niet over de nodige elektriciteit om hun mobieltje op te laden.
Door gebruik te maken van mobieltjes op zonne-energie komt daar nu langzaamaan verandering in. De producenten van deze mobieltjes zoals Nokia, Samsung and ZTE zien er in elk geval een zeer interessante groeimarkt in, een markt die wel eens veel groter zou kunnen uitvallen dan die van de milieubewuste Westerse consument. (REUTERS/Thomas Mukoya)
Hernieuwbare energie deelt in klappen crisis
Brazilië is koploper in Latijns-Amerika wat hernieuwbare energie betreft, terwijl landen als Mexico, Peru, Chili en Argentinië aarzelend de eerste stappen zetten. Maar in alle landen heeft hernieuwbare energie te kampen met de gevolgen van de crisis.
“Dit is niet het optimale moment voor alternatieve energiebronnen”, zegt de Argentijnse deskundige Daniel Bouille. Bouille nam met duizend vertegenwoordigers van overheden, internationale organisaties en universiteiten deel aan het Global Renewable Energy Forum 2009 in León, Mexico.De driedaagse vergadering werd georganiseerd door de Mexicaanse overheid en de Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de VN (Unido). Volgens het “Renewables 2007 Global Status Report” was hernieuwbare in 2006 goed voor 18 procent van de totale energieconsumptie in de wereld. Onder meer de traditionele biomassa en grote waterkrachtcentrales zijn daarbij gerekend, naast “nieuwe” bronnen zoals kleinschalige waterkrachtcentrales, wind- en zonne-energie, geothermische energie en biobrandstof.
Maar die nieuwe vormen zijn maar goed voor 2,4 procent, terwijl traditionele biomassa - verbranden van hout voor koken en verwarming - goed is voor 13 procent.
Latijns-Amerika
In 2008 werd in totaal 155 miljard dollar geïnvesteerd in hernieuwbare energie, zo blijkt uit cijfers van het Milieuprogramma van de VN (Unep). Iets meer dan twaalf miljoen in Latijns-Amerika - bijna het dubbele van in 2007.
Maar de huidige crisis heeft het wereldwijde totaal met bijna 40 procent doen dalen, zegt Unido. In Mexico alleen al zijn 25 projecten tot stilstand gekomen door een gebrek aan middelen. De interesse in investeringen is gedaald als gevolg van de recessie en de dalende olieprijzen, ondanks de dringende nood aan oplossingen voor het klimaatvraagstuk.
Brazilië en Mexico zijn de grootste bronnen van CO2-uitstoot in de regio. Mexico haalt momenteel 8 procent uit hernieuwbare energie, maar wil dat percentage optrekken tot 2012. In Argentinië is waterkracht al goed voor 41 procent van het totaal, en wind en zonne-energie moeten 8 procent opwekken tegen 2016. Chili heeft een wet die 10 procent oplegt tegen 2024, Peru wil in de volgende vijf jaar 5 procent uit schone energie halen.
“Maar er zijn geen eenvoudige recepten”, zegt de Ecuadoraan Luís Sotelo, adviseur voor het ministerie van Energie. “Elk land moet vorderingen maken die overeenstemmen met de eigen capaciteiten.”
JG/IPS
ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland