Obama legt autosector strengere normen op

obamaVS-president Barack Obama heeft op 19 mei de strengere milieunormen voor voertuigen bekendgemaakt die in de periode 2012-2016 geleidelijk worden ingevoerd. Jaarlijks moeten de autobouwers de brandstofefficiëntie van nieuwe wagens verhogen met 5 procent. Tegen 2016 moet een auto met 1 gallon benzine (ongeveer 4 liter) 35,5 mijl kunnen rijden of 6,62 liter per 100 kilometer. Voor de meest recente modellen uit 2009 is dat momenteel gemiddeld 25 mijl. Voor personenwagens is dat 27,5 mijl, voor pick-ups 23,1 mijl.

Obama wil niet alleen de milieuschade door vervuiling terugdringen, maar de VS ook minder afhankelijk maken van olie. Door de nieuwe normen zullen op jaarbasis tegen 2016 liefst 1,8 miljard vaten olie kunnen uitgespaard worden en de CO2-uitstoot met 900 miljoen ton verminderd worden. Auto’s zullen hierdoor weliswaar tot 600 dollar duurder worden, maar volgens Obama zal de consument dit bedrag probleemloos kunnen recupereren door besparing op de brandstofkosten.

Tijdens zijn kiescampagne wekte Barack Obama op vlak van milieu hoge verwachtingen met beloftes dat hij de CO2-emissie tegen 2050 zou verminderen met 80 procent in vergelijking met 1990. Hij dacht hierbij aan het opzetten van een emissiehandel zoals in de EU en een verhoging van het budget voor onderzoek en ontwikkeling van schone en energie-efficiënte technologie over een periode van 10 jaar met 150 miljard dollar, Elektriciteitsproducenten moeten tegen 2025 minstens 25 procent uit hernieuwbare energie halen en het brandstofverbruik van auto’s de komende 18 jaar met de helft verminderen.
L.V.

Windmolenparken op zee lopen vertraging op

thorntonbank1

Windmolens D1 tot D4 Thorntonbank (Foto: Wikipedia Commons)

Half mei werd de laatste van de 6 eerste windturbines die C-Power bouwde op de Thorntonbank voor de Belgische kust operationeel, een project waarmee in mei 2007 werd gestart. Tijdens de opstartfase werd al 8,5 miljoen KWu geproduceerd. De komende weken zal het productievermogen van de windturbines worden opgevoerd tot het piekvermogen van 5,25 MW per turbine. De verdere uitbouw van het windmolenpark in de Noordzee loopt echter vertraging op. Zowel voor C-Power als Belwind, het tweede bedrijf dat plannen voor een windpark koestert, blijkt de kredietcrisis nefast te zijn.

C-Power wil op termijn een park bouwen met 60 windmolens, samen goed voor een vermogen van 300 megawatt, hetgeen 600.000 gezinnen van energie zal voorzien. Een tweede reeks van 24 windmolens zal volgens de huidige planning vanaf de lente van 2010 naar de Thorntonbank gesleept worden, een jaar later dan voorzien. Goed nieuws voor C-Power is dat het Duitse concern RWE Innogy een belang verworven heeft van 27 procent. Naast het Franse Electricité de France is het de twee grote Europese elektriciteitsgroep die aandeelhouder wordt hetgeen een bijkomende troef is om voldoende financiering los te weken bij banken.

Bij Belwind, dat plannen heeft om op de Noordzee aan de Bligh-bank een windpark van meer dan 330 megawatt te bouwen, is het Nederlandse moederbedrijf Econcern in de problemen gekomen omdat het er niet in slaagde een lening van 150 miljoen euro te herfinancieren. Eerder bleek dat de realisatie van het windmolenpark vertraging had opgelopen omdat de banken strengere voorwaarden hebben gekoppeld aan het verstrekken van leningen.
L.V.

Cafeïnevrije Charrierkoffie

Coffea charrieriana (Foto: Piet Stoffelen)

Coffea charrieriana (Foto: François Anthony, IRD Montpellier)

Een nieuwe soort koffiestruik die twee jaar geleden ontdekt werd tijdens een expeditie in Kameroen en wetenschappelijk beschreven werd door een medewerker van de Nationale Plantentuin van Meise is door het International Institute for Species Exploration uit Arizona opgenomen in de lijst van tien meest belangwekkende nieuw ontdekte soorten van het afgelopen jaar.

De koffiestruik werd Charrierkoffie genoemd naar onderzoeker André Charrier van het Institut de Recherche pour le Développement uit Montpellier van waaruit de expeditie naar Kameroen ondernomen werd. Opmerkelijk is dat deze struik koffiebonen produceert die van nature geen cafeïne bevatten. Mogelijk is er voor deze plant een toekomst weggelegd als producent van natuurlijke cafeïnevrije koffie.

De nieuwe plant werd wetenschappelijk beschreven door Dr. Piet Stoffelen van de Nationale Plantentuin in Meise, een van taxonomische wereldexperts uit deze Plantentuin op gebied van de koffiefamilie. Het werk van taxonomen bestaat erin nieuw ontdekt materiaal te analyseren en te vergelijken met gekende collecties. De Plantentuin beheert een herbarium met 4 miljoen specimens en een collectieve levende planten met 18.000 soorten van over de hele wereld.

Een nieuw soort palmboom die in Madagaskar gevonden werd en de Charrierkoffie zijn de enige planten in de top-10 lijst van 2009. De andere acht zijn de spookslak, het pygmeezeepaardje, een reusachtige wandelende tak, een draadslangetje, een wormslak, de fossiele moedervis, een diepblauwe koraalvis en haarlakbacteriën. Het gaat om een fractie van de honderden nieuwe soorten die jaarlijks ontdekt worden en beschreven door onderzoekers.
L.V.

4,5 keer rond de aarde

korterittenweb25 gemeenten in Vlaanderen sloten op voorstel van Mobiel 21 een Korterittencontract af met hun burgers en organisaties om gedurende 1 maand – van 21 maart tot 21 april – minstens 20 procent van de autoverplaatsingen korter dan 5 km te vervangen door wandelen, fietsen of het gebruik van het openbaar vervoer. De 1.074 deelnemers lieten in die periode de auto staan voor een gezamenlijke afstand van 180.051 km of 4,5 keer de aardomtrek.

Met dit initiatief wil Mobiel 21 onder het motto “laat je auto wat vaker thuis voor de korte afstanden, dan win je meermaals” iets doen aan het feit dat de gemiddelde Vlaming 48 procent van de afstanden van minder dan 5 km aflegt met de wagen. Niet alleen het milieu of klimaat varen er wel bij als de afstanden duurzamer worden afgelegd. Ook op vlak van fileleed, parkeerdruk, bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en gezondheid wordt op die manier winst geboekt.

In totaal legden de deelnemers 20.912 korte ritten duurzaam af in plaats van de auto te gebruiken. Gemiddeld legden de deelnemers 167,6 km af tijdens de campagnemaand of 5,4 kilometer per dag. De deelnemers bespaarden hierbij 57.616 euro aan individuele autokosten en 82.824 euro aan maatschappelijke autokosten. Er werden 8,1 miljoen extra calorieën verbruikt wat gelijkstaat met 64.818 boterhammen met kaas. Van de deelnemende gemeenten scoorde Hasselt (55.494 km) het best, gevolgd door Sint-Truiden (20.336 km), Sint-Katelijne-Waver (17.829 km), Zoutleeuw (15.606 km) en Merksplas (13.175 km).
L.V.

KVLV hangt het uit!

waslijnKVLV heeft op 13 mei 2009 in Scherpenheuvel de Hang het uit-campagne gelanceerd ter promotie van het gebruik van de waslijn. Dit is volgens de organisatie, die ontstaan uit de Boerenbond en thans met 112.000 leden de grootste vrouwenbeweging in Vlaanderen is, goed voor de portemonnee en milieu. De campagne die kadert in het tweejarig thema “EnergieK” zal op 24 en 25 april 2010 resulteren in een happening in heel Vlaanderen.

De droogkast is volgens KVLV een enorme energieverslinder en is met name goed voor 12 procent van het elektriciteitsverbruik van een gezin. Het totale verbruik van alle droogkasten in ons land bedraagt meer dan 1.450 miljoen kWh op jaarbasis. 81 procent van wie een droogkast bezit weet niet tot welke energieklasse hun apparaat behoort. Ook de aankoop is een dure zaak. Een droogkast die 3 keer per week draait kost naar schatting 93 euro per jaar.

Het bezit van een droogkast is de laatste jaren aan een grote opmars bezig. Momenteel heeft 2 op 3 gezinnen in Vlaanderen een droogkast. Bij alleenstaanden is dat slechts 47 procent. Hoe ouder, hoe vaker men over een dergelijk apparaat beschikt. Bij 65-plussers is dat zelfs al meer dan de helft. De droogkast wordt gemiddeld 3,7 keer per week gebruikt. Bij gezinnen met kinderen stijgt het gebruik tot 4 a 5 keer per week.

In het kader van “EnergieK” trekt KVLV resoluut de kaart van energiebesparing. De vorig jaar gestarte actie met energiedeskundigen die op uitnodiging van een KVLV-afdeling in een huis een grondige doorlichting komen maken van het energieverbruik wordt verder gezet. Op basis van het rapport organiseert de afdeling in het betrokken huis vervolgens een energiehomeparty waarbij de betrokken “energiedokter” informeert over veel voorkomende energieverliessituaties en investeringen die de moeite lonen.
L.V.

GTI Londerzeel bouwt passiefschool

School De Zande, Beernem: architect BURO II (Foto: Passiefhuis-Platform vzw)

School De Zande, Beernem: architect BURO II (Foto: Passiefhuis-Platform vzw)

Het Gemeentelijk Technisch Instituut (GTI) in Londerzeel heeft zondag 17 mei 2009 in aanwezigheid van Vlaams minister Frank Vandenbroucke de plannen voorgesteld voor de bouw van een energiezuinige passiefschool. De bouwaanvraag wordt in juni 2009 ingediend. Het is één van de eerste passiefscholen in Vlaanderen en een van de eerste die gebouwd wordt met publiek-private financiering in kader van het DBFM-project.

Vandenbroucke wees er zondag op dat de Vlaamse overheid de volledige meerkost van de bouw van deze passiefscholen voor zijn rekening neemt. “Uit de 75 ingediende kandidaturen voor de bouw van passiefscholen werden, verspreid over Vlaanderen en over alle onderwijsnetten, 24 projecten geselecteerd, samen goed voor 65.000 m2 passiefbouw”, aldus de minister.

Een passiefschool is zuinig met energie dankzij goede isolatie, extreme luchtdichtheid, efficiënte ventilatie en vensters die gericht zijn op het zuiden. “Daarmee verbruiken passiefscholen vier keer minder energie dan een gebruikelijke nieuwbouw. Ze hebben bijna geen verwarming nodig”. Vandenbroucke beklemtoonde dat de school een voorbeeldfunctie moet hebben bij de realisatie van de Kyoto-doelstellingen.

Het nieuwe schoolgebouw is ook een van de eerste die gebruik maakt van het DBFM-project, de publiek-private samenwerking waarmee Vandenbroucke de achterstand op vlak van de scholenbouw wil wegwerken. “De overheid richtte hiertoe met privé-partner Fortis de vennootschap DBFM op die instaat voor het ontwerp, de bouw, de financiering en onderhoud van schoolgebouwen. 211 nieuwe scholen, samen goed voor 1 miljard euro, zal het resultaat zijn van dit partnerschap”, aldus Vandenbroucke. GTI Londerzeel is terzake een proefproject.

LV

GSM’s moeten milieuvriendelijker

mobilerec

De consumenten-organisatie Test-Aankoop eist dat fabrikanten meer recycleerbare en minder gevaarlijke producten gebruiken bij de aanmaak van hun gsm’s. De afvalberg van afgedankte gsm’s is immers gigantisch. Wereldwijd worden er ieder jaar miljarden geproduceerd. Alleen al in ons land werden er in 2008 3,9 miljoen verkocht en verandert naar schatting elke Belg om de 18 maanden van gsm. Om een gsm te maken zijn 500 tot 1.000 componenten nodig en voor de productie 15 tot 30 kilo basismaterialen.

GSM’s vallen onder de EU-richtlijn die het gebruik van een reeks gevaarlijke producten regelt in elektrische en elektronische toestellen zoals cadmium, lood, kwik en chroom. Geen enkele gsm overtreedt de richtlijn, maar TA trof in toestellen van LG en Samsung toch lood aan. Dat er alternatieven zijn voor het zeer toxische lood blijkt uit het feit dat dit in andere toestellen niet teruggevonden werd. TA vindt de richtlijn enerzijds te soepel omdat er gul ingegaan wordt op aanvragen tot afwijking en deze anderzijds niets zegt over gevaarlijke materialen zoals antimonium, arsenicum, nikkel en dergelijke dat in alle gsm’s gevonden werd.

Test-Aankoop pleit ervoor dat de wetgeving op het gebruik van metalen en andere toxische stoffen verstrengd wordt en fabricanten zoveel mogelijk recycleerbare materialen gebruiken. Om de recyclage van de gebruikte kunststoffen te vergemakkelijken moeten erkende industriële codes worden gebruikt en het gebruik van lijm beperkt. Om het aantal gsm’s te beperken wil TA toestellen waarin 2 sim-kaarten kunnen worden geplaatst. Ook de accessoires dienen gestandaardiseerd en een universele lader ingevoerd. Het stroomverbruik dient verder beperkt.

L.V.

Energie en de Aziatische opmars

tanaka-iaeVolgens Nobuo Tanaka (Japan), directeur van het Internationaal Energieagentschap, voelde Azië weinig van de eerste twee oliecrisissen. Maar die van 2008 had er wel effect (Foto: K.M.).

China, India en diverse landen in het Midden-Oosten subsidiëren momenteel de consumptie van fossiele brandstoffen. “Dat systeem, volgens ons een substantieel onderdeel van het energieprobleem, moet verdwijnen, om een zuiniger en meer efficiënte energieconsumptie te bekomen. We geloven niet dat dit de economische groei van deze landen zwaar kan afremmen. Want in Europa is de vraag al aan het dalen. En zwakkere economieën dan de Chinese of de Indische hebben de subsidies al geschrapt. We willen deze trend ook doorgezet zien in beide grote landen.” Tanaka vindt het bovendien een goede zaak de belastingen op brandstof te behouden en de buffercapaciteit te vergroten, zodat de consumerende landen minder afhankelijk zijn van de prijswijzigingen door de OPEC.

Als pluspunt ziet Tanaka de talrijke ‘groene’ initiatieven die er al opgestart zijn.” Zo heeft China zich geëngageerd om tegen 2020 15% van zijn energie te puren uit hernieuwbare bronnen. De snelle economische groei heeft er de energiebehoefte verhoogd. Maar dit zorgt er ook voor dat het land enkele tussenfasen kan overslaan en meteen de best beschikbare technieken kan inschakelen. China is momenteel wel de grootste autofabrikant ter wereld, maar diesels zie je er niet.”

Tanaka pleit ervoor om bij de bouw van nieuwe energiecentrales zo weinig mogelijk gebruik te maken van CO2-verwekkende brandstoffen of processen. “En wanneer dit toch niet anders kan om te zorgen voor CO2-opslag in de bodem. De hiervoor geschikte geologische lagen zijn niet overal beschikbaar. Daarom moeten we verder blijven zoeken naar nieuwe oplossingen. Voorlopig mogen we kerncentrales niet uitsluiten, willen we de wereldvraag naar energie kunnen blijven invullen.” Hij berekende dat om tegen 2050 de uitstoot van CO2 te halveren, de hele elektriciteitssector ‘gedecarboniseerd’ zou moeten zijn. “40% daarvan kan voortkomen uit het gebruik van hernieuwbare bronnen, de rest 50/50 door het gebruik van kernenergie en het opvangen en opslaan van CO2. Daarvoor zouden we elk jaar 32 nieuwe kernreactoren moeten bouwen.” Sommige maatregelen zullen vooral gevoelig liggen in de transportsector. “Want de opvang en opslag van CO2 kan zorgen voor een verdubbeling van de brandstofprijzen.”

K.M.

Nieuw wereldrecord waterstofwagen

Leuvense ingenieur rijdt wereldrecord wagen op waterstof

Formula Zero is een internationaal kampioenschap voor racewagens die volledig op waterstof rijden (Foto: Formula Zero)

Het Solvay-Umicore Zero Emission Racing Team van Leuvense ingenieurs is er vorige week op het circuit van Zolder in geslaagd het wereldrecord op de 1/8e mijl met vertrek vanuit stilstand te breken voor wagens aangedreven op waterstof. De nieuwe recordtijd bedraagt 10,4 seconden, wat meer dan een seconde sneller is dan de vorige tijd die sinds 2007 op naam stond van een Nederlands team. Doordat een deurwaarder op het laatste moment afbelde kan het ondanks een officiële tijdmeting niet erkend worden als wereldrecord. 

De wagen werd ontwikkeld door een groep afgestudeerde studenten van de Leuvense industriële hogeschool Groep T. Het gaat om dezelfde jongelui die eerder al tot twee keer toe met hun zonnewagen deelnamen aan de World Solar Challenge in Australië en hierbij respectievelijk 11de en 2de eindigde. Met het voertuig op waterstof nemen de studenten thans deel aan Formula Zero, een internationaal kampioenschap voor racewagens die volledig op waterstof rijden. De wagen werd tijdens de recordrit in Zolder bestuurd door Erwin Janssens.

De betrokken studenten beschouwen waterstof als de brandstof van de toekomst omdat waterstof een flexibele en milieuvriendelijke energiedrager is en de brandstofcel een hoog rendement oplevert en weinig of geen vervuiling. In een brandstofcel wordt op elektrochemische wijze waterstof en zuurstof omgezet in elektriciteit waarmee de motor wordt aangedreven. De Leuvense wagen heeft een topsnelheid van 120 km per uur, een acceleratie tot 100 km per uur in 4 seconden en een gewicht van minder dan 185 kilo.
L.V.

Asia-Europe Environment Forum

minh-geresHet onderzoek naar duurzame toepassingen moet meer worden afgestemd op Azië“, Minh Cuong Le Quan. (Foto K.M.)

Het historische Farmleigh House, nabij de Ierse hoofdstad Dublin, een vroegere woning van brouwersfamilie Guinness, was recent de discussieplaats voor het Asia-Europe Environment Forum. Vertegenwoordigers van diverse landen en organisaties uit beide continenten gingen er in discussie over duurzame oplossingen voor de toenemende energieconsumptie in Azië.

Minh Cuong Le Quan, directeur van de afdeling ‘klimaatwijziging’ van de Franse NGO GERES wees erop dat heel wat projecten voor duurzame ontwikkeling nog last hebben van kinderziekten. “De projecten zijn onevenwichtig verdeeld over verschillende landen, er zijn dikwijls te weinig partijen die er belang bij hebben en te weinig incentives om ermee uit de armoede te kunnen ontsnappen. “Het onderzoek naar duurzame toepassingen moet meer worden afgestemd op Azië. Dat betekent onder meer het ontwikkelen van betaalbare oplossingen. Het stimuleren van energiewinning uit biomassa is een goede zaak, maar de noodzaak ervan is niet overal even voelbaar. In Nepal bijvoorbeeld, waar weinig hout is, vindt iedereen het een vanzelfsprekende zaak, maar in landen met grote woudoppervlakten, zoals Cambodja, lijkt het een vergezochte investering. Want de mensen zijn er gewend brandhout te vinden in het woud. Hier zou de komst van meer efficiënte kookmaterialen al een groot verschil kunnen maken in brandstofverbruik.”

Hout en houtskool zijn momenteel de belangrijkste huishoudelijke brandstoffen in Cambodja. Ze zijn er goed voor 90% van de familiale energiebehoeften. In de hoofdstad Pnom Penh zijn deze materialen al grotendeels vervangen door ingevoerd LPG, maar in de landelijke gebieden niet. Voor de productie van een kilo houtskool is zes kilo hout nodig. Ze draagt dan ook bij tot de verdere aantasting van het regenwoud, ook al omdat de productieplaatsen te kleine zijn voor herbebossingsprojecten. En ook het transport ervan is erg milieubelastend. Het vindt vooral plaats met motorfietsen met een aanhangwagentje.”

Cambodja voert aardolie in, maar 84% van de elektriciteit wordt er opgewekt uit brandhout. “In landelijke gebieden gebruikt zowat iedereen brandhout om te koken, kerosine (gezuiverde petroleum) voor de verlichting, en herlaadbare batterijen voor andere huishoudelijke toepassingen. Het energieconsumptiepatroon is onefficiënt, onpraktisch en allesbehalve duurzaam.”
K.M.

Niet al kommer en kwel in de Sahel

Door boeren beheerde herbebossing van akkerlanden

Door boeren beheerde spontane herbebossing van akkerlanden in Niger (Foto: Chris Reij)

Wie denkt dat de toestand in de Afrikaanse Sahel hopeloos is heeft het mis. Ja, er is een alarmerende verwoestijning aan de gang die mensen op de vlucht drijft. Maar dat proces speelt zich niet overal in de Sahel af.  Er zijn wel degelijk gebieden in de Sahel waar de toestand verbetert. Bovendien is het duidelijk dat, wanneer landbouwers in de toekomst investeren, ze al snel de voordelen daarvan genieten.

Er is dus wel degelijk reden tot hoop, dat maakte Chris Reij van het Centre for International Cooperation (CIS) van de Vrije Universiteit Amsterdam tijdens een lezing op 7 mei 2009 te Antwerpen duidelijk aan de hand van tot de verbeelding sprekende voorbeelden uit Niger en Burkina Faso. Hij illustreerde tevens hoe ecosysteemdiensten een krachtig wapen zijn in de bestrijding van armoede en de gevolgen van klimaatverandering. De lezing kaderde in de reeks ‘Water in de wereld’ georganiseerd door ARGUS en het Instituut voor Milieubeheer en Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Antwerpen.

Voor een uitgebreid verslag van deze lezing zie: www.argusmilieu.be

Vlaanderen 2050: Kiezen voor transitie - (Deel 1)

Op 5 mei 2009 organiseerden ARGUS, ecoTips en Envirodesk in Brugge het colloquium ‘Vlaanderen 2050: Kiezen voor transitie’. Centraal stond de nood aan verandering, zowel wat betreft energiegebruik en materialen, om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Maar ook de nood naar een andere manier van besturen, van het maatschappelijke en institutionele kader werd in de verf gezet. Aan het colloquium werd ook een debat gekoppeld met een aantal vooraanstaande politici, waarbij de wetenschappelijke bevindingen aan hun politieke haalbaarheid werden getoetst. In dit eerste blogbericht over het colloquium ‘Vlaanderen 2050′ focussen we op wat Minister Hilde Crevits als inleiding vertelde…

 Innovatie als wapen

Vlaams milieuminister Hilde Crevits tekende voor de inleiding van het colloquium. Ze onderstreepte dat de uitdagingen van vandaag enorm zijn: slinkende fossiele-energievoorraden met stijgende prijzen tot gevolg, klimaatverandering, een alsmaar toenemende bevolking, een steeds acuter gebrek aan water op vele plaatsen, … Elk van deze factoren op zich kunnen de samenleving ontwrichten. Maar we kunnen ons hiertegen wel wapenen, aldus de minister, op mondiaal niveau, maar ook op niveau Vlaanderen. Innovatie is daarbij een sleutelwoord. Daarom pleitte ze als eerste stap voor de oprichting van één Vlaamse onderzoeksagenda, onder impuls van de Vlaamse regering en in samenspraak met alle betrokken actoren. Belangrijk uitgangspunt daarbij, stipte Crevits aan, is dat innovatie resultaatsgedreven moet zijn. Innovatie moet leiden tot producten die op grote schaal eco-efficiënter worden geproduceerd en die tegelijk haalbaar en betaalbaar zijn voor de consument hier en in het buitenland. Ze verwees daarbij met name naar de consumenten in de snel groeiende economieën zoals India en China.

MILENIOs en andere maatregelen

Om bedrijven meer tot innovatie te stimuleren vindt Crevits dat de Vlaamse overheid Milieu- en Energie-Innovatie Overeenkomsten of MILENIO’s zou kunnen afsluiten met bepaalde sectoren of groepen bedrijven. Daarbij biedt de overheid een portfolio aan van financiële en andere stimulansen. De bedrijven, op hun beurt, verbinden zich dan tot inspanningen en bepaalde innovatieve doelen op het vlak van milieu en energie.

Bedrijven moeten van start tot finish worden ondersteund in hun productontwikkeling, hier en in het buitenland. Maar dat betekent niet dat het budget voor onderzoek en ontwikkeling zonder meer kan worden omhooggetrokken, vindt de minister. Minstens even belangrijk is het parallel ontwikkelen van aangepaste innovatie-instrumenten en -structuren, er staat immers te veel op het spel. De geschiedenis toont aan dat innovatie vaak grote sprongen vooruit maakt in tijden van rampspoed, wanneer de druk op de samenleving maximaal is. We bevinden ons gelukkig nog niet in zo’n erbarmelijke omstandigheden, maar toch is innovatie cruciaal om ravages wereldwijd te vermijden.

Een taak voor iedereen

Iedereen zal hier de handen uit de mouwen moeten steken. Zo moet de overheid kunnen rekenen op de actieve medewerking van de onderzoekswereld en de bedrijven. De slimme energienetwerken van morgen, nodig om de klimaat- en energiedoelstellingen van 2020 en 2050 te halen, illustreren treffend de nood aan een hechte samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en consument. Enerzijds moeten we werk maken van slimme meters. De bestaande pilootprojecten in dit verband bewijzen niet alleen hun meerwaarde in het verbeteren van de efficiëntie, maar ook op sociaal, economisch en ecologisch vlak. Daarbij horen ook slimme netten die een betere bevoorradingszekerheid en -efficiëntie garanderen.

De overheden moeten in de huidige ongunstige economische context niet alleen participeren in banken en bedrijven, aldus Crevits, maar ze moeten ook investeren in renovatie en innovatie, resp. ‘renovesteren’ en ‘innovesteren’. Renovesteren houdt verband met woningen, maar ook met voertuigen en toestellen. Innovesteringen moeten ertoe leiden dat het residentiële en professionele energiegebruik wordt teruggedrongen en dat oude energiebronnen door nieuwe, hernieuwbare energiebronnen worden vervangen. Beide vormen van investeringen moeten zich richten op zowel de vraagbeheersing, als op het sturen van het aanbod. De energiebehoefte kan door gedragverandering alleen niet worden teruggedrongen. Het inzetten en uitbouwen van voldoende alternatieven moet onze afhankelijkheid van brandstoffen en stroom verminderen. Niet alleen het elektriciteitssysteem, maar de ganse energieorganisatie van Vlaanderen over België tot Europa moet smart worden. Dat vraagt grote inspanningen inzake productie en import, maar ook wat betreft distributie, transmissie, transit en transport van energie. Innovatie speelt ook daar een cruciale rol. Kortom, er is nood aan smart innovation, smart metering en smart grids, maar vooral, besloot de minister, is er heel veel nood aan smart people. Ze juichte het initiatief van ARGUS, ecoTips en Envirodesk dan ook toe.

Recyclage verzoend met design

domoMet de reeks Minimum70 lanceert Domo (Zele) een nieuw gamma tapijttegels, waarvan minstens 70% van het garen uit gerecycleerde materialen bestaat. “We willen hiermee aantonen dat ecologie en design perfect samengaan,” zegt Stefaan Roose (Domo). ” De minimum70 tapijttegel is beschikbaar in acht verschillende, op de natuur geïnspireerde kleurenschema’s.” Een tapijttegel bestaat uit garen, tuftdoek en een tapijtrug. Minimum70 is momenteel de enige tapijttegel in Europa waarin Econyl70van Aquafil is verwerkt, momenteel het tapijtgaren met het hoogste percentage aan gerecycleerde materialen. “Hij bestaat uit polyamide, dat gerecycleerd is uit nylonafval van de productieprocessen van Aquafil en Dom. Bij het hersmelten van dit afval voegen we maximaal 30% zuivere polyamide toe. Het resultaat is een mix van zuivere en gerecycleerde granulaten. Die worden gepolimeriseerd, gesponnen en in de massa geverfd. De polyamidegarens zorgen voor een uiterst slijtvast en onderhoudsvriendelijk tegeltapijt, ideaal voor kantoorruimtes met intensief loopverkeer.”

Om het ecologische aspect nog te verbeteren gebruikt Domo voor deze reeks Colback SMR als tuftdoek. “Dit bestaat integraal uit gerecycleerd polyester. Het basismateriaal zijn de polyestervlokken die ontstaan na het verwerken van PET-flessen. De dimensionele stabiliteit ervan, die zorgt voor het behoud van de vlakheid en de naadaansluiting van de tegels, is gelijkwaardig aan die van tegels uit primair materiaal. Voor de tapijtrug gebruiken we het eigen tapijttegelafval dat ontstaat bij het snijden van de tegels. We versnipperen deze resten en voegen ze bij de andere componenten voor de tapijtrug van de Minimum70. Hierdoor heeft deze backing een gehalte van 10% aan - na fabricage - gerecycleerde materialen. Dit is niet uniek voor de Minium70. Domo verwerkt al enkele jaren 10% stans- en garenresten in zijn tapijtrug.

K.M.

420 bedrijven doen mee met Ik Kyoto

ikkyotoDit jaar nemen 420 bedrijven deel aan de campagne ‘ik kyoto’, waarmee de Bond Beter Leefmilieu in de periode van 4 tot 29 mei pendelaars wil stimuleren duurzaam naar het werk te pendelen, met andere woorden te stappen, fietsen, sporen, bussen of carpoolen en zeker niet alleen met het wagen naar het werk te rijden. Dagelijks pendelen in ons land 2,5 miljoen werknemers tussen hun woning en hun werkplaats en 70 procent doet dat alleen in zijn of haar wagen. Vorig jaar namen er 348 bedrijven deel. Alle werknemers samen legden toen in de vermelde periode 4,4 miljoen kilometer duurzaam af. De uitgespaarde autokilometers waren toen goed voor een besparing van 902.904 kg CO2.

De campagne werd op maandag 4 mei gelanceerd bij het leasingbedrijf Athlon Car Lease in Zaventem. Die dag kwamen 120 van de 180 werknemers van dit bedrijf alvast duurzaam naar het werk, waarvan het merendeel al carpoolend. Het bedrijf beloonde deze werknemers met een ontbijt. Athlon Car Lease werd nog om een andere reden in de picture geplaatst. Op vraag van één van hun klanten (Accenture) ontwikkelde het bedrijf en de NMBS in 2008 een flexibele formule om de trein en een leasewagen te combineren. Sinds 1 juni vorig jaar sloot het bedrijf al 950 contracten af, goed voor 50.000 treinritten of 1 miljoen km die anders met de wagen zou worden afgelegd.

Bij de lancering van de campagne wees BBL er op dat er niet alleen bij werknemers een mentaliteitswijziging nodig is. Ook op niveau van de werkgever kan er heel wat gebeuren om duurzame mobiliteit te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door een fietsvergoeding, de locatie van nieuwe kantoren doordacht te kiezen, met satellietkantoren te werken, thuiswerk te stimuleren of een multimodaal mobiliteitspakket aan te bieden. Werknemers wordt hierbij de mogelijkheid geboden om naast hun bedrijfswagen gebruik te maken van een bedrijfsfiets, het openbaar vervoer of thuiswerk, zodat ze het juiste vervoermiddel kunnen gebruiken op het juiste moment voor de juiste behoefte.
LV

K.U.Leuven reikt 2000ste gratis bedrijfsfiets uit

veloPrecies één jaar na de start van het project reikt de K.U.Leuven de 2000ste gratis bedrijfsfiets uit aan een personeelslid dat zich engageert om zijn of haar pendel- en dienstverplaatsingen voortaan zoveel mogelijk per fiets te doen. De betrokkene dient in ruil ook zijn parkeerkaart voor de auto in te leveren, maar mag de fiets ook gebruiken voor zijn privé-verplaatsingen en mee naar huis nemen.

Met dit 2WD-project (Woon, Werk, Dienst), dat gesubsidieerd wordt door het Pendelfonds van de Vlaamse overheid, wil de K.U.Leuven het aantal verplaatsingen met de auto zoveel mogelijk terugdringen. De fietsen krijgen jaarlijks bij de VZW Velo, een sociaal en ecologisch fietsproject in Leuven, een gratis onderhoudsbeurt, waarbij eventuele defecten en versleten onderdelen vervangen worden. De universiteit bouwde een bestelwagen om tot mobiele werkplaats zodat de herstellingen dichter bij de werkplek kunnen uitgevoerd worden.

De K.U.Leuven doet nog meer inspanningen om duurzame mobiliteit te stimuleren. Zo kunnen studenten bij Velo een fiets huren en wordt hen in samenwerking met de stad Leuven een gratis buspas aangeboden. Sinds de federale overheid in 2005 20 procent van de kost voor haar rekening neemt biedt de K.U.Leuven aan haar personeel ook een gratis woonwerk-treinabonnement aan op voorwaarde dat met zijn parkeerkaart inlevert. De helft van het KUL-personeel woont binnen een straal van 7 km rond zijn werkplek.
L.V.

Volgende pagina →