Opwarming bedreigt trekvogels
Trekvogels die in Noord-Europa broeden en in Afrika overwinteren zullen als gevolg van de opwarming van de aarde tot 400 km verder moeten vliegen daar de broedgebieden naar het noorden zullen opschuiven, terwijl de overwinteringsgebieden op dezelfde plaats blijven. Voor soorten zoals de grasmus is dit levensbedreigend. Dat stelt Stephen Willis van de universiteit van Durham in het vakblad Journal of Biogeography.
Zo’n 500 miljoen trekvogels, waarvan sommige niet meer dan 9 gram wegen, leggen jaarlijks duizenden kilometers af tussen Afrika en Europa. Negen van de zeventien onderzochte vogelsoorten zullen tegen 2071-2100 het verschil merken. Sommige vogelsoorten zoals de zwartkop zijn al bezig zich aan te passen. Ze gaan niet meer op reis en blijven de hele winter in Engeland hangen, maar dit is volgens de onderzoekers echter een uitzondering.
Dit is niet het eerste onderzoek dat aan de alarmbel trekt. Wetenschappers uit Cambridge en Durham schreven vorig jaar in de Klimaatatlas van BirdLife Internationaal dat een opwarming met 3 procent het leefgebied voor een gemiddelde Europese vogelsoort ongeveer 550 km naar het noordoosten zal verplaatsen en ongeveer 20 procent kleiner zal maken. Voor Europese soorten met een beperkt aanpassingsvermogen is de kans op uitsterven hierdoor groot omdat ze zullen terechtkomen in een totaal verschillende regio.
De Vlaamse natuurbeschermingsorganisatie Natuurpunt wees er toen op dat de gevolgen van de opwarming in Vlaanderen nu al merkbaar zijn bij een groot aantal vogelsoorten. De graspieper bijvoorbeeld gaat nu al sterk in aantal achteruit. 20 tot 30 procent van de in België voorkomende broedvogels zullen hun leefgebied elders moeten zoeken. Voor de Graspieper, kievit en blauwborst zal er op het einde van deze eeuw geen geschikt broedgebied meer zijn in Vlaanderen. Anderzijds duiken nu al typisch zuiderse vogels op in onze contreien zoals de bijeneter.
L.V.
Bolivia als voorbeeld?
Het aantal conflicten rond grondstoffen in Latijns Amerika stijgt enorm, het aantal schendingen van mensenrechten neemt evenredig toe. Meestal zijn buitenlandse bedrijven en hun aanspraak op grond en water de oorzaak. Is het dan allemaal kommer en kwel? CATAPA vzw, USOS, Toma La Palabra en Amnesty Jongeren vinden alvast van niet. Zo toont Bolivia, met zijn grote dynamiek van georganiseerde gemeenschappen aan dat het anders kan. Zowat de ganse wereld nam de Boliviaanse president Evo Morales met een korreltje zout, toen hij zijn plannen uiteenzette om de gas- en petroleumsector te ‘nationaliseren’. Maar ondertussen heeft, ondanks de strenge (fiscale) voorwaarden, toch nog geen enkele oliemaatschappij Bolivia verlaten. Is dit ‘recept van nationalisering’ dan effectief? Is het een wapen tegen vormen van neokoloniale uitbuiting? Is het een manier om conflicten en mensenrechtenschendingen te vermijden?
Om deze en andere vragen kritisch te beantwoorden organiseren CATAPA vzw, USOS, Toma La Palabra en Amnesty Jongeren op woensdag 6 mei vanaf 19 uur een panelgesprek met drie Bolivia-specialisten. Het debat wordt ingeleid door Eddy Boutmans, ex-staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking.
Deze debatavond vindt plaats in het kader van de zgn. awarenessweek die de Universitaire Stichting voor Ontwikkelingssamenwerking (USOS) aan de Universiteit Antwerpen organiseert. Het gaat hierbij om laagdrempelige, maar tegelijkertijd inhoudelijke activiteiten voor de studenten en personeelsleden van de UA. Er is plaats voor debat, film, muziek en zelfs voor een workshop ‘ecologisch koken’.
Meer info op www.ua.ac.be/awarenessweek
Aparte ophaling van luiers heeft geen zin
OVAM raadt gemeenten, die luiers selectief huis aan huis ophalen aan, dit op termijn stop te zetten. Uit een studie die de Vlaamse openbare afvalstoffenmaatschappij liet uitvoeren door een team van de vakgroep landbouweconomie van de Gentse universiteit blijkt dat de kostprijs zowel als de milieu-impact hiervan negatief uitvalt. Enkel het inzamelen van luiers in containerparken levert milieuwinst op als het gecombineerd wordt met materiaalrecyclage. Het probleem is dat daar momenteel geen geschikte verwerkingsinfrastructuur voor bestaat.
Wegwerpluiers maken ongeveer 8 a 9 procent uit van ons huishoudelijk afval. Een baby gebruikt gemiddeld 5.000 luiers tijdens zijn eerste drie jaren wat neerkomt op 500 kilo luierafval per jaar. Omdat luiers dus aanleiding geven tot een immense afvalberg worden deze al jaren door heel wat gemeenten selectief ingezameld. Momenteel gebeurt dat in Vlaanderen door een 40-tal gemeenten. worden de selectief ingezamelde luiers momenteel naar verbrandingsinstallaties gevoerd.
Huis-aan-huisinzameling komt volgens de Gentse onderzoekers 6 tot 25 procent duurder uit dan de klassieke ophaling waarbij luiers bij het restafval gevoegd worden. De milieuvoordelen zijn in dat geval voor alle verwerkingsmethoden nihil. De inzameling van luiers op het containers zorgt voor een meerkost van 6 procent, maar hierbij is er wel milieuwinst mogelijk als de luiers via materiaalrecyclage worden verwerkt.
Van echte recyclage is sinds oktober 2007 geen sprake meer nadat Knowaste uit Arnhem de deuren sloot. Knowaste was de enige fabriek ter wereld die gebruikte babyluiers en incontinentiemateriaal verwerkte tot nieuwe papierproducten, naast plastic korrels en slib. Het bedrijf gaf er de brui aan omdat bleek dat de recyclage van luiers duurder uitviel dan andere verwerkingsmethodes. Een andere technologie die in enkele installaties in Nederland wordt toegepast is tunnelcompostering.
LV
Al 2140 radioactieve bliksemafleiders weg
Sinds het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) enkele jaren terug met een inzamelcampagne begon voor de verwijdering van bliksemafleiders met een radioactieve bron werden er 2.140 weggenomen. Het FANC heeft nog weet van ongeveer 330 toestellen die nog moeten verwijderd worden. Dat blijkt uit het antwoord van minister van binnenlandse zaken Guido De Padt op een schriftelijke vraag van Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang).
Sinds de start van de campagne inventariseerde het FANC 3.570 mogelijke locaties waar een dergelijke bliksemafleider opgesteld stond. Op 70 van deze locaties dient nog een controle te worden uitgevoerd. In 1.040 gevallen werd bij de inspectie geen radioactieve bliksemafleider aangetroffen en in 2.140 gevallen werd het toestel al verwijderd. Deze worden ingezameld door het NIRAS dat er ook al voor de FANC-campagne er een 1000-tal inzamelde, een aantal dat overeenkomt met het aantal locaties waar FANC geen radioactief toestel meer aantrof.
LV
BBL reikt 51 Groene Sleutels uit
De Bond Beter Leefmilieu en Toerisme Vlaanderen hebben zopas aan 51 toeristische accommodaties een “Groene Sleutel” uitgereikt. Het gaat om een internationaal keurmerk dat in 1994 opgestart werd in Denemarken en campings, jeugdlogies, attracties, hotels en gastenkamers wil belonen voor inspanningen die ze leveren voor het milieu. Die moeten daarvoor aan bepaalde milieucriteria voldoen. De eerste labels werden in ons land in 2007 uitgereikt. Dit jaar kwamen voor het eerst ook hotels, vakantiecentra en gastenkamers in aanmerking.
Om in aanmerking te komen moet het logies het water- en energieverbruik registreren en voldoen aan alle wettelijke voorwaarden. Daarnaast moet er een milieuactieplan opgesteld worden en waar mogelijk water- en energiebesparende maatregelen genomen worden. De uitbater stimuleert de gasten ook om hun verblijf zo milieuvriendelijk mogelijk te houden. Het logies introduceert ook maatregelen om afval te voorkomen, kiest bij aankoop duurzame goederen met ecologisch label en houdt op regelmatige basis een tevredenheidsonderzoek bij de klanten.
In totaal kregen dit jaar 5 hotels, 7 gastenkamers, 21 jeugdverblijven, 2 vakantieparken, 15 campings en één vakantiecentrum een Groene Sleutel. De vijf hotels die het label in ontvangst mochten nemen zijn Radisson SAS (Hasselt), Parkhotel (De Panne), Prinsenhof (De Panne), NH Gent en Radisson SAS Park Lane Hotel in Antwerpen. Wie zich kandidaat stelt om het label te halen kan rekenen op begeleiding door Toerisme Vlaanderen. Dit jaar waren er 121 kandidaten tegenover 14 in 2007 en 73 in 2008.
LV
Ere-doctoraten Universiteit Hasselt
De Universiteit van Hasselt reikt op 28 mei eredoctoraten uit aan 4 wetenschappers omwille van hun verdiensten op vlak van “technologie voor een duurzame economie”. Meest bekende figuur is poolreiziger Alain Hubert, medeoprichter van de International Polar Foundation en bezielende kracht achter de bouw van het nieuwe Belgische Zuidpoolstation “Prinses Elisabeth”. Ook de Amerikaanse milieu-economist Robert Mendelsohn, Michaël Grätzel, grondlegger van hybride zonnecellen, en Susan Trumbore, een van de meest eminente experten op gebied van mondiale milieuveranderingen, verdienen alle aandacht.
Alain Hubert wordt gelauwerd voor de realisatie van het Zuidpoolstation waarvoor hij jarenlang lobbyde. Het is een passiefgebouw dat enkel gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen via windturbines en zonnepanelen en derhalve CO2-neutraal is. “Dit is het levende bewijs dat door een creatieve en innovatieve toepassing van de huidige wetenschappelijke kennis zeer zinvolle oplossingen kunnen gecreëerd worden voor de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen”, aldus de Universiteit Hasselt. Hubert is vooral bekend voor zijn pooltochten samen met Dixie Dansercoer waarmee hij ook steeds trachtte te sensibiliseren rond de opwarming van de aarde.
Milieu-economist Mendelsohn werkte een model uit voor de meting van de schade voor luchtvervuilende emissies. Meer recent probeert hij ook de impact van de klimaatverandering in kaart te brengen. Michaël Grätzel verrichte al in het begin van de jaren’80 baanbrekend onderzoek voor de ontwikkeling van hybride zonnecellen, die een alternatief kunnen vormen voor de silicium zonnecellen. Ze kunnen goedkoper aangemaakt worden aangezien het zeer dunne zonnecellen zijn. Trumbore is professor biogeochemie aan de Universiteit van Californië. Haar onderzoek richt zich onder meer op de studie van atmosferische gassen en vooral op het wereldwijd effect van menselijke activiteit op de atmosfeer.
L.V.
Toekomst voor de bruine vuurvlinder?
(Foto: Wikipedia Commons)
De gemeenten Begijnendijk en Heist-op-den-Berg, de regionale landschappen Noord-Hageland en Rivierenland, Natuurpunt, het Agentschap voor Natuur en Bos en de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant gaan samenwerken in een natuurbeschermingsproject om de bruine vuurvlinder die in Vlaanderen nog alleen in deze gemeenten voorkomt meer kansen op overleven te bieden.
Van de bruine vuurvlinder werd tot voor kort verondersteld dat hij niet meer in Vlaanderen voorkwam, tot de soort in 2004 terug opgemerkt werd in Betekom (Begijnendijk). Een studie door Natuurpunt wees uit dat kleine aantallen van deze vlinder nog voorkwam op een vijftigtal graslanden in de streek rond Begijnendijk. Dat de vlinder hier nog kon overleven is wellicht het gevolg van het relatief lage stikstofgebruik in deze regio, de aanwezigheid van kleinschalige graslanden en verlaten landbouwgronden die niet intensief beheerd worden.
Particuliere eigenaars van graslanden kunnen rekenen op financiële ondersteuning van het Agentschap Natuur en Bos wanneer ze in het kader van een beheersovereenkomst bereid zijn de richtlijnen te volgen inzake maaien en geen meststoffen en bestrijdingsmiddelen te gebruiken tenzij mits goedkeuring. Ook voor terreinbeheerders van natuurgebieden is er gericht beheersadvies. Om het publiek te informeren wordt een infoavond georganiseerd, een praktijkdag maaibeheer ingericht en een handleiding en andere informatie verspreid. De maatregelen komen vanzelfsprekend ook ten goede aan andere dieren en planten.
L.V.
Pendelfonds steunt 12 nieuwe projecten
Het Pendelfonds van de Vlaamse overheid, dat opgericht is om projecten van bedrijven op vlak van duurzaam woon-werkverkeer financieel te steunen, trekt 4,2 miljoen euro uit voor 12 nieuwe projecten. Met de nieuwe projecten erbij staat de teller momenteel op 48. Het Pendelfonds draagt de helft van het totale kostenplaatje bij, de rest komt van de bedrijven zelf. De 12 projecten vertegenwoordigen in totaal zo’n 10 miljoen euro. De ondersteuning loopt gedurende vier jaar.
Onder de nieuwe projecten vermelden we het project I-Bike I-Move waarbij de stad Hasselt samen met 7 bedrijven en het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) onder meer het gebruik van de fiets naar bedrijventerreinen willen gaan stimuleren. Er zijn diverse fietsmaatregelen voorzien zoals fietsenstallingen, onderhoud, douches en uitrusting evenals sensibiliseringsacties. Daarnaast worden ook maatregelen genomen met betrekking tot het openbaar vervoer en carpool. Het project ambieert een voortrekkersrol te spelen voor de hele regio.
L.V.
Snelheidsduivels en smogalarm
Sinds maart 2007 werd in ons land vijf keer een smogalarm afgekondigd waarbij de snelheid op bepaalde stukken van de snelwegen beperkt wordt tot 90 km per uur. In totaal werden in deze periodes 379.837 voertuigen gecontroleerd, waarvan er 22.987 (6,1 procent) een PV kregen wegens te snel rijden. Dat blijkt uit het antwoord van minister van binnenlandse zaken Guido De Padt op een schriftelijke vraag van Jef Van den Bergh (CD&V).
In de eerste periode (3 dagen in maart 2007) reden 4.611 van de 52.239 gecontroleerde voertuigen (8,8 procent) te snel. Tijdens het smogalarm van december 2007 (twee dagen) was dit het geval met 2.347 van de 42.249 voertuigen (5,6 procent) en in februari 2008 (2 dagen) met 1.803 van de 34.900 voertuigen (7,7 procent). In december 2008 en januari 2009 (4 dagen) hielden 8.916 van de 115.138 gecontroleerde voertuigen (3,9 procent) zich niet aan de snelheidsbeperking en de laatste periode januari 2009 (3 dagen) was dat het geval met 5.310 van de 135.311 voertuigen (3,9 procent).
L.V.
Vervuilende stoffen nefast voor ontwikkeling kinderen
Er bestaat een verband tussen de aanwezigheid van bepaalde vervuilende stoffen in het navelstrengbloed en de verstandelijke en gedragsmatige ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt uit onderzoek door het Expertisecentrum Neurotoxicologie en Neuropsychologie van het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en het Steunpunt Milieu en Gezondheid dat tussen 202 en 207 200 kinderen onderzocht tot op de leeftijd van 3. Kort na de geboorte werden in het navelstrengbloed de aanwezigheid van vervuilde stoffen nagegaan zoals lood, chloorhoudende PCB’s en bestrijdingsmiddelen zoals DDE (afkomstig van DDT) en HCB (in het verleden gebruikt als pesticide).
Kinderen met een hogere blootstelling aan lood scoren lager op een IQ-test. Ze zijn actiever dan gemiddeld en hebben meer aandachts- en sociaal-emotionele problemen. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt 10 microgram per dl als veilige norm, maar al bij beduidend lagere loodwaarden werden negatieve effecten aangetroffen. Kinderen met hogere PCB-waarden beginnen op latere leeftijd te stappen, hebben een vertraagde taalontwikkeling en uiten minder snel emoties. Jongens zijn passiever en scoren lager op een IQ-test. Kinderen met meer bestrijdingsmiddelen kennen een vertraagde taalontwikkeling, zetten op latere leeftijd de eerste stapjes, uiten minder emoties en gedragen zich passiever.
De blootstelling aan lood is de laatste jaren verminderd door het gebruik van loodvrije benzine. Ook de inwendige blootstelling aan PCB’s, waarvan het gebruik sedert lang verboden is, is duidelijk gedaald. Het gebruik van het pesticide DDT, dat aanleiding geeft tot het afbraakproduct DDE, is reeds sinds 1974 verboden. De gemeten stoffen blijft echter lang aanwezig in het milieu en ook in de mens.
L.V.

ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland