Nederland zet in op elektrische auto’s
Zowel Nederland als de stad Amsterdam willen door een resem maatregelen de aankoop van elektrische auto’s stimuleren om zo de CO2-uitstoot van het huidige wagenpark drastisch te verminderen. De ambities zijn groot. In een plan dat de Stichting Natuur en Milieu en de drie technische universiteiten voor heel Nederland hebben opgesteld en dat aan premier Balkenende overhandigd werd rijden er tegen 2020 in Nederland 1 miljoen elektrische wagens. Ook Amsterdam heeft plannen en wil tegen 2040 dat alle motorvoertuigen – zowel auto’s als scooters – op elektriciteit rijden.
De Stichting Natuur en Milieu pleit er in het plan voor het rijden met elektrische auto’s aantrekkelijk te maken via belastingmaatregelen. Experimenten moeten uitwijzen waar oplaadpunten voor deze auto’s het best komen en welke accu’s meest geschikt zijn. De overheid moet tevens een Formule E-team voor elektrisch rijden in het leven roepen bestaande uit wetenschappers, bedrijfsleiders, politici en milieuorganisaties. Er wordt hierbij gedacht aan elektrische auto’s die rijden op windenergie, die de CO2-uitstoot met 90 procent verminderen.
Amsterdam gaat op korte termijn een aantal concrete maatregelen nemen om het elektrisch vervoer te promoten. Tegen 2012 worden 200 oplaadpunten geïnstalleerd. Bezitters van elektrische voertuigen krijgen speciale parkeerplaatsen en lage parkeertarieven. De gemeente wil ook een subsidiereglement uitwerken om de aankoop van elektrische auto’s voor bedrijven en particulieren minder duur te maken. De gemeente gaat zelf het goede voorbeeld geven door elektrische auto’s te kopen.
Zie ook het Achtergronddocument van het Plan Elektrisch Rijden
L.V.
Tapijtresten als industriële brandstof
Vasttapijtfabrikant Domo (Zele) en de Vanheede Environment Group (Geluwe) hebben samen het Care-project gelanceerd. Ze verwerken polyamide tapijttegels na hun levenscyclus tot secundaire brandstof voor industriële ovens, een Europese primeur. Concreet betekent dit dat Domo in bedrijven en kantoren komt controleren of de oude tapijttegels in aanmerking komen voor verwerking. Ze mogen geen pvc bevatten. Aannemers breken de geselecteerde tapijttegels uit en scheiden ze van de andere afbraakmaterialen. Vanheede staat in voor de ophaling en verdere verwerking ervan. Vanheede vermengt het polyamide tapijtafval met hoogcalorisch afval zoals technische rubbers, cellulosefabrikaten, niet recycleerbare kunststoffen en synthetische vezels. Deze vermenging is noodzakelijk om te komen tot het eindresultaat: pellets. Deze pellets vinden dan weer hun weg naar industriële ovens, die dan minder fossiele brandstoffen nodig hebben.
Het Care-project vermindert het gebruik van fossiele brandstoffen verbruikt en valoriseert het tapijtafval. Beide partnerbedrijven werken al lang samen. Vanheede is gespecialiseerd in het inzamelen en verwerken van recycleerbaar en niet-recycleerbaar afval. “De markt vraagt steeds meer expliciet naar dergelijke milieuvriendelijke heroriëntaties,” zegt Rik Vera (Domo) “Jaarlijks wordt in Europa 25 miljoen m² tapijttegelresten verbrand of gestort. Bij renovatie of ontmanteling van bestaande kantoorgebouwen stijgt de afvalstroom. Elke weggegooide m² aan oude tapijttegels bevat gemiddeld 4,5 kg afval. Vandaag is 100 % recyclage niet mogelijk omdat de samenstelling van een polyamide tapijttegel complex is, doordat de onderdelen met elkaar verlijmd zijn.”
KM
Lichten uit voor Earth Hour
Vanavond, 28 maart 2009, om 20u30 lokale tijd zullen 2.848 steden en gemeenten in 83 landen op de 7 continenten een uur lang alle lichten doven voor Earth Hour van WWF. Daarmee zullen miljoenen mensen over heel de wereld hun symbolische stem uitbrengen voor actie tegen de klimaatverandering. Ook België zal met 193 steden en gemeenten en 329 bedrijven massaal deelnemen aan Earth Hour.
66 hoofdsteden en 9 van de 10 grootste steden op Aarde hebben hun deelname bevestigd. New York, Londen, Peking, Parijs, Moskou, Singapore, Berlijn, Rome, Athene, Caïro, Washington DC, Rio de Janeiro, Dubai, Mexico City, Sydney, Mumbai, Kopenhagen, Hong Kong, Kaapstad, … zijn maar enkele van de deelnemers. Daarnaast zullen ook 829 bekende gebouwen en monumenten alle lichten doven, met de Eiffeltoren, het Vogelneststadion, Christus de Verlosser, de Big Ben, de Akropolis, de Tafelberg, het Sydney Opera House, … als bekendste voorbeelden. Door deel te nemen aan Earth Hour laat de wereld zien dat iedereen wil dat er actie ondernomen wordt tegen de klimaatverandering.
Wereldwijd draagvlak voor nieuw klimaatakkoord
Op dit moment heeft Earth Hour 1,1 miljoen vrienden op sociale netwerksites. Elke 0,8 seconden wordt een video van Earth Hour online bekeken. De term “Earth Hour” is in de laatste 24 uur bijna 1 miljoen keer online verschenen. Daarmee wordt Earth Hour de grootste actie tegen klimaatverandering ooit. Eind dit jaar komen tal van staats- en regeringsleiders samen in Kopenhagen om te onderhandelen over een nieuw klimaatakkoord, over de opvolger van het Kyoto-protocol. Met het wereldwijde draagvlak voor actie dat WWF via Earth Hour heeft gecreëerd, hebben de politici geen excuses meer om de strijd niet aan te gaan.
Ook in België
Ook in België zullen heel wat bekende monumenten de lichten doven voor Earth Hour: het Atomium en de Grote Markt in Brussel, het Belfort en de St-Baafs-kathedraal in Gent, de Kathedraal van Antwerpen, de Leeuw van Waterloo, de Citadel van Namen, … Elk van de in totaal 193 deelnemende steden en gemeenten in België zullen de bekendste gebouwen en monumenten in hun gebied doven en op die manier hun inwoners sensibiliseren. Ook 8 van de 10 provincies, de drie gewesten en de federale overheid nemen deel. Een van de meest opmerkelijke initiatieven is het doven van de verlichting op de autosnelwegen in Vlaanderen en Wallonië.
Massale steun uit bedrijfswereld
Ook vanuit de bedrijfswereld is de respons massaal. In België zullen 329 bedrijven en verenigingen - waaronder KBC en ARGUS - alle lichten doven en hun personeel, klanten of leden aansporen om deel te nemen. Met de dagbladpers heeft WWF-België een samenwerking met Scripta en ViaFred. Zij zullen op 28 maart 2009 top topicals-advertenties aanbieden die inspelen op Earth Hour, en dat in al hun titels. Daarnaast zijn er ook samenwerkingen met De Standaard, hln.be, en Metro en Netlog. Ook onder meer Ikea, Coca-Cola, Kinepolis, de grafische sector Febelgra, en de Brusselse hotelfederatie, zullen hun steun verlenen.
Europese Unie neemt eveneens deel
De Europese Unie zal met zijn gebouwen in Brussel eveneens deelnemen aan Earth Hour. Alle Europese instellingen zullen van 20u30 tot 21u30 de lichten doven. In totaal gaat het om 65 gebouwen van de Europese Commissie, het Europees Parlement, het Sociaal en Economisch Comité, en het Comité van de regio’s. Uiteraard zal de Europese Unie alle lichten doven zonder daarbij de veiligheid in het gedrang te brengen.
Meer info: www.earthhour.be
Eerst efficiënter, pas dan hernieuwbaar
“De allereerste prioriteit is zuiniger om te springen met energie, pas dan is investeren in hernieuwbare energie aan de orde. Om ontwikkelingen in een duurzamere richting te sturen is een ambitieus beleid nodig, dat productie- en consumptiepatronen bijstuurt via marktconforme mechanismen. Vooral het prijselement is daarbij doorslaggevend.” Dat was de belangrijkste conclusie van het druk bijgewoonde debat ‘Hoe groen is groene energie’ dat ARGUS en IAAS Gent op 25 maart in Gent organiseerde.
Prof. Johan Albrecht verbonden aan het Centrum voor Milieu-economie en Milieumanagement en senior fellow van het Itinera Institute maakte ter inleiding van deze debatavond vanuit een economische invalshoek een kritische beschouwing van het energievraagstuk en de rol die de verschillende hernieuwbare energiebronnen daarin (kunnen) spelen. Hij ging daarbij o.a. uit van scenario’s uitgewerkt door het Internationaal Energieagentschap (IEA). Hij onderstreepte dat het economisch veel zinvoller is om verspilling tegen te gaan vooraleer veel geld te investeren in nieuwe, dure energietechnologieën. “Ons energiesysteem is momenteel voor meer dan 90% gebaseerd op fossiele energiebronnen en het ziet er niet naar uit dat daar heel snel grote verandering in zal komen. Het is dan ook evident dat de eerste stap is om dit systeem zo efficiënt mogelijk te maken. Zulke energie-efficiëntieprojecten betalen zichzelf terug en maken de noodzakelijke energietransitie betaalbaar,” aldus Albrecht. “Dat neemt niet weg dat er nu al zeer goede voorbeelden van economisch rendabele hernieuwbareënergieprojecten bestaan,” voegde hij hieraan toe. Het IEA stelt daarbij vooral energie uit biomassa en wind als kostenefficiënte investeringsopties voorop. “Maar,” waarschuwde Albrecht, “dit alles vraagt een zeer ambitieus en consequent beleid.”
Marc Van Den Bossche van het VOKA volgde in deze analyse: “We moeten erover waken dat we door in te zetten op nieuwe energietechnologie de energieprijs niet te sterk doen oplopen. Best is dat niet het energiegebruik, maar wel de energieverspilling wordt bestraft.” Hij pleitte daarbij voor een internationale, liefst mondiale benadering waarbij de lat overal even hoog ligt om verstoring van het concurrentievermogen te vermijden.
Bram Claeys van de Bond Beter Leefmilieu was het volledig eens met de nood aan meer energie-efficiëntie en het tegengaan van energieverspilling. Hij pleitte echter voor een bredere benadering dan het zuiver economische verhaal. “De monetaire kosten en baten zijn maar een deel van het plaatje,” aldus Claeys, “Bij die baten horen ook positieve effecten zoals werkgelegenheid, minder milieubelasting, minder druk op de biodiversiteit, meer innovatie, meer welzijn… Wordt dit alles mee in de rekening genomen, dan valt de kost van het investeren in duurzame, hernieuwbare energiebronnen, veel positiever uit dan de klassieke economische prognoses doen vermoeden. Bovendien zitten in de klassieke energiemix nogal wat elementen die niet stroken met duurzame ontwikkeling, bv. kernenergie.” Hij verwees verder ook naar het bekende Sternrapport, dat aantoont dat de kost van ‘gewoon verder doen zoals we gewoon zijn’, veel duurder zal uitdraaien dan de problemen aanpakken. Hij pleitte daarom voor een ambitieus investeringsbeleid in hernieuwbare energietechnologie.
Wim Buelens van het Vlaams Energie Agentschap benadrukte dat er al veel beleidsmaatregelen worden getroffen om de energie-efficiëntie te vergroten. Die leveren resultaat, maar het moet nog beter. “Een mix van energiebronnen zal essentieel zijn, dus ook van hernieuwbare energiebronnen.” Het ontwikkelen van technologie vraagt nu eenmaal tijd en geld. Maar ook nog om andere dan milieuredenen vindt Buelens het nodig om te diversifiëren in onze energievoorziening. “Bijvoorbeeld om onze energiezekerheid te garanderen, om werkgelegenheid te verankeren, om de nog resterende fossiele brandstofvoorraden te sparen voor andere dan energietoepassingen, om lokale emissies te vermijden enz.”
Belangrijkste sturende mechanisme dat kan worden ingezet is de prijs, waren alle panelleden het eens, liefst op een mondiale schaal, om concurrentieproblemen te vermijden, en conform met marktprincipe. “Het is nu meer dan ooit het goede moment om met een wereldwijde CO2-taks uit te pakken. De weerstand tegenover zo’n taks is vandaag minimaal, wegens de relatief geringe kostprijs ervan in de huidige financiële context. Bovendien zou het een manier zijn om opnieuw wat geld in de staatskassen te krijgen,” aldus Albrecht. “Daarbij zou dan in verhouding een groter deel van de opbrengst naarr de ontwikkelingslanden kunnen gaan om hen bij te staan in de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam energiesysteem.”
Een ander sturend mechanisme dat momenteel in verschillende landen en regio’s wordt ontwikkeld, en waar een zekere internationale afstemming zich opdringt is de wereldwijde handel in CO2-uitstootrechten. Het panel was het hierover echter eens dat deze piste een stuk ingewikkelder te implementeren is dan een wereldwijde CO2-taks.
Een uitgebreid verslag van dit debat wordt later gepubliceerd op www.argusmilieu.be
28 maart: Earth Hour!
Nu zaterdag 28 maart organiseert WWF wereldwijd Earth Hour. Door symbolisch een uurtje het licht te doven, van 20u30 tot 21u30, zullen miljoenen mensen over heel de wereld tonen dat elk van hen wil dat er actie ondernomen wordt tegen de klimaatverandering. Op dit moment nemen in België al meer dan 185 gemeenten en meer dan 150 bedrijven deel. Wereldwijd zitten we aan meer dan 2.400 steden, bijna 19.000 bedrijven en bijna 900.000 geregistreerde deelnemers. Daarmee wordt Earth Hour de grootste actie tegen de klimaatverandering ooit.
268 bodems in tankstations gesaneerd
Tot nog toe (stand van zaken op 20/2/2009) werden in Vlaanderen al 268 vervuilde sites van tankstations gesaneerd met een financiële tussenkomst van BOFAS, het bodemsaneringsfonds voor tankstations, dat opgericht werd door de petroleumfederatie en de overheid om eigenaars en uitbaters van tankstation te helpen met bodemsanering. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams Milieuminister Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Carl Decaluwe (CD&V).
In totaal werden vanuit Vlaanderen al 2.974 aanvragen voor een tussenkomst bij een bodemsanering ingediend bij BOFAS, waarvan er al 2.322 ontvankelijk werden verklaard. Er werd hierbij al 215,3 miljoen euro financiële steun toegekend. In eerste instantie kwamen enkel tankstations in aanmerking die na 1 januari 1993 dichtgingen. Nadien werd dat uitgebreid tot tankstations die ook vroeger sloten op die nog niet in exploitatie zijn.
Het huidige samenwerkingsakkoord met BOFAS loopt af in 2014. Tegen dan zouden alle terreinen gesaneerd moeten zijn, maar gezien het aantal aanvragen tot tussenkomst bij de tweede saneringsronde veel hoger uitviel dan verwacht zal deze periode volgens Crevits mogelijk uitgebreid worden tot 2019. Het is praktisch onmogelijk om in te schatten hoeveel tankstations er de voorbije decennia in Vlaanderen gestaan hebben.
LV
Groenere consumptie
Vlaams Milieuminister Hilde Crevits heeft drie proefprojecten gelanceerd om de Vlaming ertoe aan te zetten meer milieubewuste producten aan te kopen en te gebruiken. Uit cijfers van het Vlaamse ministerie van leefmilieu blijkt dat 79 procent van de consumenten wel milieubewust wil kopen, maar dat slechts 20 procent het ook doet. Crevits lanceerde daarom een oproep aan bedrijven, milieu- en consumentenorganisaties om het minieme marktaandeel van producten met een Europees Ecolabel van milieuvriendelijkheid (slechts 0,7 procent in 2007) te verhogen en koos daaruit drie projecten.
In het kader van het eerste project promoten een aantal winkelketens energiezuinige droogkasten die werken met een warmtepomp. De winkels hebben het aanbod aan deze droogkasten verruimd, het personeel opgeleid om de klanten beter te informeren en een informatiefolder uitgegeven waarin de prijs-, milieu- en energiewinsten staan opgesomd. Colruyt-, Delhaize-, Carrefour- en Hubowinkels en in doe-het-zelfzaken van hun kant gaan de energiezuinige spaarlamp promoten. Het assortiment aan deze lampen werd uitgebreid en de gewone gloeilamp naar een minder opvallende plaats verhuisd. WWF schreef een infofolder over de spaarlamp. In de winkels van Colruyt, Delhaize en Carrefour tot slot wordt het aanbod detergenten met een ecolabel evenals sterk geconcentreerde detergenten verruimd en meer in de picture geplaatst. De gekko ‘Nelli’ is de mascotte die de consument in de winkelrekken de weg wijst naar de betrokken producten.
Voor meer inlichtingen: http://www.nelli.be
L.V.
Trein milieuvriendelijker
(Foto: Europese Commissie)
De stelling dat de trein veel milieuvriendelijker is dan de auto is tijdens een mobiliteitsforum in Brussel met cijfers geïllustreerd door Infrabel-topman Luc Lallemand. De trein stoot volgens hem tijdens een rit van Luik naar Namen 1,8 kg CO2 uit per persoon, de auto 7,7. In het spitsuur verbruikt een IC-trein per reiziger slechts een tiende in vergelijking met een auto. Een kwart van de CO2-uitstoot is afkomstig van het verkeer. Daarvan neemt het wegverkeer 72 procent voor zijn rekening en de treinen slechts 1,6 procent. De 206,6 miljoen reizigers die jaarlijks de trein nemen zorgen voor een vermindering van 154,7 miljoen autoverplaatsingen.
De trein is niet alleen milieuvriendelijker, maar ook efficiënter, minder kostelijk voor de samenleving en veiliger dan de auto. Terwijl de gemiddelde burger dagelijks tijd verliest in de files, behaalt de trein een stiptheidsgraad van meer dan 90 procent. De trein kan per uur en per lijn 50.000 mensen vervoeren, terwijl er dat voor een snelweg met rijstroken slechts 9.240 zijn. Meer dan 80 procent van de externe kosten door ongevallen en schade aan het milieu zijn te wijten aan wegverkeer, minder dan 2 procent aan het treinverkeer. Het is in Europa tot slot 20 tot 25 keer veiliger om met de trein te reizen dan over de weg. Op de Belgische wegen vielen vorig 922 doden, op het spoorwegdomein slechts 31.
LV
Laatste grote RWZI
(v.l.n.r. Burgemeester Bruno Eulaerts, Minister Hilde Crevits en gedelegeerd bestuurder Aquafin Luc Bossyns, copyright Aquafin NV)
Vlaams Milieuminister Hilde Crevits heeft woensdag in Vossem (Tervuren) de laatste grote rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) opgestart die Vlaanderen nodig had om te voldoen aan de EU Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Deze verplicht afvalwatersanering voor alle agglomeraties groter dan 10.000 inwoners. Vlaanderen moest hieraan al in 1998 voldoen, maar omdat niet gebeurde kwam er in 2004 een veroordeling door het Hof van Justitie.
Het RWZI zal op termijn het afvalwater zuiveren van 17.000 inwoners uit Tervuren, Duisburg en Vossem. Momenteel is dat al het geval voor 14.500 mensen. In april zal ook het afvalwater uit Duisburg in het RZWI terechtkomen waarmee de installatie haar maximale capaciteit zal bereiken. Aquafin ging al in 1992 van start met de voorbereiding van het project maar omwonenden slaagden er via gerechtelijke procedures keer op keer in om toegekende vergunningen te doen vernietigen.
Crevits kondigde aan in 2009 25 miljoen euro meer subsidies te zullen toekennen voor de aanleg van gemeentelijke rioleringen, hetgeen het totaal op 120 miljoen euro brengt. Voor de aanleg en optimalisatie van gewestelijke infrastructuur krijgt Aquafin jaarlijks 150 miljoen euro. In december stemde de Vlaamse regering in om Aquafin 100 miljoen euro extra te geven voor de overname van projecten van gemeenten. “Nooit eerder was het bedrag voor waterzuivering zo hoog”, aldus Crevits. De Kaderrichtlijn Water legt Vlaanderen tegen 2015 normen op voor de waterkwaliteit van alle waterlopen.
Luc Bossyns, gedelegeerd bestuurder van Aquafin, meldde dat zijn organisatie zich wat de gewestelijke infrastructuur betreft momenteel concentreert op de zogenaamde ERSA-P bis-projecten, de installaties voor agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 inwoners. “In totaal gaat het over een 15-tal RWZI’s waarvan er al twee klaar zijn, namelijk Merchtem en Oosterzele. Acht andere zijn momenteel in uitvoering, RWZI Roosbeek zit in de gunningsfase en de overige vijf zitten nog in de voorontwerp- en of ontwerpfase”, aldus Bossyns.
De RWZI in Vossem, die 16 februari operationeel is, betekent ook dat Leuven gevrijwaard wordt van een zware vervuilingslast. Het water liep tot dusver ongezuiverd de Voer in die stroomafwaarts door Leuven stroomt. Ook in Bertem worden rioleringswerken uitgevoerd waardoor over enkele jaren het afvalwater van nog eens 6.000 inwoners niet langer in de Voer zal stromen maar aangesloten kan worden op de zuiveringsinstallatie van Leuven. Al deze maatregelen maken het mogelijk dat de Voer over enkele jaren in de Kapucijnenvoer in Leuven in een open bedding zal kunnen aangelegd worden.
LV
Comfort fietspaden in Vlaanderen laat te wensen over
Het fietscomfort op Vlaamse fietspaden laat te wensen over. Dat blijkt uit een onderzoek van meer dan 1.400 km fietspaden in 31 gemeenten en steden dat de Fietsersbond uitvoerde met behulp van een aan de KUL ontwikkelde meetfiets. Het trillingscomfort haalt net geen 5/10, de breedte van het fietspad 5,2/10 en de afstand ten opzichte van de rijbaan 6,5/10. Naast aanleg van nieuwe fietspaden is er volgens de bond dus ook nood aan verbetering van oude.
Er bestaat een groot verschil tussen de onderzochte gemeenten en steden. De globale scores op de drie onderzochte criteria variëren van 1,5/10 tot 8/10. Koksijde, Waregem, Overijse en Ninove scoren globaal genomen het best, Lebbeke, Huldenberg, Wemmel en Hove het slechtst. Gewestelijke fietspaden scoren gemiddeld op trillingscomfort en buffer iets hoger dan de gemeentelijke fietspaden.
Zijn de slechte scores voor de breedte van het fietspad en de buffer voor een deel te wijten aan onze Vlaamse ruimtelijke ordening, dan bestaan er volgens de Fietsersbond voor de slechte trillingscomfortscores geen verzachtende omstandigheden. Bij 13 van de 31 gemeenten haalt meer dan 50 procent van de totale fietsinfrastructuur voor dit criterium nog geen 5/10. In sommige gemeenten loopt dit op tot 80 of 90 procent.
26 procent van de onderzocht fietspaden werd aangelegd of heraangelegd in de loop van de laatste 6-8 jaar. Ook hier zijn de verschillen tussen de gemeenten zeer groot. Ook voor de nieuwe fietspaden worden grote verschillen op vlak van kwaliteit genoteerd. De globale score voor trillingscomfort bedraagt slechts 6,6 op 10, wat voor recente fietspaden volgens de Fietsersbond onaanvaardbaar laag is. Asfalt (8,2/10) scoort als oppervlaktelaag het best op vlak van comfort, cementbeton (6,5/10) veel minder, klinkers en tegels slechts 5,3 en 5,6/10.
De Fietsersbond vroeg dinsdag bij de voorstelling van de studie extra-middelen voor verbetering van oude fietsinfrastructuur. Er dient tevens een vlakheidsnorm voor fietspaden te worden ingevoerd, die een vlakheid garandeert gelijk aan deze voor primaire wegen. In 85 tot 90 procent van de gevallen is de trillingscomfortscore van het fietspad lager dan die van de parallelle rijweg. Er moeten ook normen worden ingevoerd voor de overgang tussen fietspad en rijbaan. De subsidiëring van fietspaden dient gelinkt aan de toepassing van deze richtlijnen. Daarnaast moet werk gemaakt worden van een globaal meetsysteem.
L.V.
Slechte luchtkwaliteit in scholen
De luchtkwaliteit in heel wat scholen is slecht. In slecht geventileerde klaslokalen loopt het CO2-gehalte snel op wat tot een slechte luchtkwaliteit kan leiden en aanleiding geeft tot concentratiestoornissen, ziekteverzuim en agressie.
Internationaal onderzoek bevestigt dat het ziekteverzuim bij slechte luchtkwaliteit met 2,5 procent stijgt. Een CO2-niveau van 1.000 ppm, maar de Gentse onderzoekers ontdekten dat het ppm-niveau in sommige klaslokalen op het einde van de schooldag opgelopen was tot 5.000 ppm CO2. De resultaten werden recent bekendgemaakt door Agoria, de federatie van de technologische industrie, naar aanleiding van Batibouw.
Volgens Agoria dient de oorzaak gezocht te worden in een slechte ventilatie. “Heel wat scholen beschikken niet over een fatsoenlijk ventilatiesysteem. Even het raam open zetten om frisse lucht binnen te laten is niet genoeg”, aldus Dominique Du Tré, directeur bouwproductie van Agoria. Een ventilatiesysteem dient ook onderhouden te worden. Er is volgens Du Tré ook sprake van een gebrekkige controle op de ventilatiesystemen. Deze dienen een CE-markering te bezitten wat erop duidt dat ze beantwoorden aan de Europese eisen op vlak van veiligheid en gezondheid. “De overheid moet een controle verplichten want slechte ventilatie is oorzaak van heel wat gezondheidsproblemen”, aldus Du Tré.
LV
Leuvens VAC ecologisch viersterren kantoorgebouw
Vlaams Minister-President Kris Peeters
Diverse Vlaamse ministers onder leiding van Vlaams Minister-President Kris Peeters hebben vrijdag aan het Leuvens station de eerste steen gelegd van het Vlaams Administratief Centrum dat onderdak zal bieden aan 26 diensten uit Vlaams-Brabant van de Vlaamse overheid. Op basis van criteria uit het Vlaamse kwaliteitshandboek voor kantoorgebouwen haalt het project de maximumscore van 4 sterren op vlak van duurzaamheid.
Na Hasselt en Antwerpen is Leuven het derde Vlaamse Administratieve Centrum (VAC). Het langwerpige gebouw langs de sporen omvat 22.600 m2 kantooroppervlakte en biedt plaats aan 800 ambtenaren. Het werd ontworpen door de architecten Jaspers, Eyers en Partners en zal eind 2010 in gebruik kunnen genomen. Aan het uiteinde langs de Vuurkruisenlaan wordt een 17 verdiepingen tellende toren gebouwd voor administratieve diensten..
De kostprijs van het project schommelt om en bij de 50 miljoen euro. Het werd gerealiseerd door de NV Diestsepoort.. In deze NV hebben ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) enerzijds en de NV Landsbeeck en de Kempische Vastgoedholding anderzijds elk 50 procent. Na afloop van de werken wordt de PMV volledig eigenaar van het gebouw en zal deze het pand voor een periode van 27 jaar verhuren aan de Vlaamse overheid.
Kris Peeters, als minister onder meer bevoegd voor leefmilieu, wees er vrijdag op dat het hier gaat om een voorbeeldgebouw op vlak van energieverbruik en isolatie. “Revolutionair is bijvoorbeeld het systeem van energierecuperatie door middel van een boorgaten-energie-opslagsysteem waardoor de warmte in de zomer in de grond wordt opgeslagen om die dan in de winter beschikbaar te stellen voor de verwarming”.
Het project is volgens Peeters “een belangrijke stap in onze visie rond duurzame gebouwen die wij tegen 2020 voor ogen hebben”. “Het is onze ambitie om tegen 2020 alle nieuwbouw en renovatiewerken duurzaam te laten gebeuren. De maatstaf duurzaam bouwen en wonen zal in eerste instantie vrijwillig zijn, maar op langere termijn is het de bedoeling een aantal wettelijke verplichtingen op te leggen”, aldus Peeters.
L.V.
Vrouwen meer tegen kernenergie
40 procent van de mannelijke Vlaams-Brabanders is voorstander van kernenergie en 24 procent is tegen. Bij de vrouwen is slechts 14 procent voor en 34 procent tegen. Er zijn dus minder vrouwen voor kernenergie en meer tegen. Merkelijk meer vrouwen zijn dan mannen (52 versus 36 procent) hebben echter geen mening over kernenergie. Dat blijkt uit een onderzoek door de onderzoekscel duurzame ontwikkeling van de Katholieke Hogeschool Leuven (departement Economisch Hoger Onderwijs) waaraan 1100 personen meewerkten.
De onderzoekers vonden geen verband tussen het opleidingsniveau en standpunt over kernenergie. Wie zichzelf als “groen” bestempelt is vanzelfsprekend meer gekant tegen kernenergie (41 procent is tegen). Toch is ook in deze groep 25 procent voor en heeft 34 procent geen mening. Er is ook geen duidelijk verband tussen het standpunt over kernenergie en het concrete ecologische gedrag van de Vlaams-Brabander (cfr. hebben van spaarlampen, wassen op lage temperatuur…)
De personen werden ook bevraagd over de grootschalige campagne “U bent voor kernenergie want…” via televisie, print en internet waarmee het Nucleair Forum een tijd terug het debat rond kernenergie terug wou aanwakkeren. 52 procent van de ondervraagden merkten de campagne op. Van degenen die geen mening hebben over kernenergie (44 procent) van het totaal deed 40 procent dat. Nochtans was deze groep de belangrijkste doelgroep van de campagne.
LV
Natureplus-label voor Wienerberger
Tijdens de jaarlijkse bouwbeurs Batibouw is voor de eerste keer in België een Natureplus-label voor gezonde en ecologische bouwmaterialen uitgereikt. De laureaat is baksteenfabrikant Wienerberger, meteen de eerste industriële fabrikant in de Benelux die voldoet aan de strenge criteria en controles van het internationale label. “Nu steeds vaker iedereen in de bouwsector zich met ‘duurzaamheid en ecologie’ wil profileren, zijn strak gecontroleerde labels met goede criteria voor de consument de enige zekerheid om te weten of het over meer dan alleen maar marketing gaat,” zegt directeur Peter Thoelen van het Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch bouwen en wonen (VIBE). Hij is ook opgetogen dat Wienerberger er meteen voor koos om te voldoen aan de eisen van het strengste label.
Het label is toegekend aan het productgamma Porotherm en Desimpel Snelbouw uit de fabrieken in Beerse (Steenbakkersdam), Rumst, Steendorp en Zonnebeke. In de keramische sector onderscheidde dit toplabel tot dan toe alleen een Oostenrijkse dakpannenfabrikant en twee Duitse vestigingen van Wienerberger. Voor het eerst staan een aantal Belgische baksteenfabrieken nu aan de Europese top wat betreft milieuscore van het productieproces.
In het verleden haalde in België Acoustix Pan Terre, een akoestische isolatieplaat, gemaakt uit gerecycleerd papier en vlasscheven, het label al. Maar dit is een product van een kleinschalig bedrijf uit de sociale- economiesector in Herstal.
Natureplus telt twee soorten labels. Het eerste type wil een groot deel van de traditionele markt ‘optrekken’. Het Europees Milieulabel is daar een voorbeeld van: dat richt zich tot de minst milieuschadelijke 30 % van de producten op de markt. Daarnaast zijn er labels die alleen de topproducten op vlak van milieu en gezondheid labelen. Een bekend voorbeeld daarvan is Biogarantie in de voeding of FSC voor verantwoorde bosbouw.
Voor de bouwmaterialen is er ‘Natureplus’. VIBE vertegenwoordigt dit label in België. Dit label test niet alleen milieucriteria, maar vooral ook gezondheidscriteria: een hele reeks bedenkelijke stoffen zijn verboden. Dit wordt op detailniveau getest door de strengste en meest gerenommeerde labo’s in Duitsland en Oostenrijk.
Wienerberger en VIBE willen in de nabije toekomst verder samenwerken, onder meer aan de detaillering en opbouw van een zeer goed geïsoleerde constructie waarin bio-ecologische isolatiematerialen gecombineerd worden met een constructie uit Wienerberger-kleiproducten.
KM
Snelwegen verduisterd tijdens Earth Hour
Alle autosnelwegen in ons land zullen tijdens Earth Hour op 28 maart de lichten doven. Naast het Vlaamse, Waalse en Brusselse Gewest hebben ook al 68 steden en gemeenten en 30 bedrijven aan het WWF, initiatiefnemer van Earth Hour, gemeld dat ze initiatieven zullen nemen. Wereldwijd hebben tot dusver reeds het recordaantal van 681 grote steden in 76 landen hun deelname bevestigd. Hierdoor zullen miljoenen mensen over de hele wereld aan het initiatief deelnemen. Met Earth Hour wil WWF aantonen dat door samen te werken de klimaatverandering wel degelijk kan aangepakt worden.
In Vlaanderen zullen de lichten van de snelwegen die avond niet aangestoken worden. In het Waalse Gewest worden deze al om 20h30 gedoofd in plaats van om 0h30 zoals op andere dagen. Om veiligheidsredenen branden enkel de lichten aan op- en afritten, de ringwegen en de knooppunten in België. In het Brussels Gewest zullen diverse gebouwen de lichten doven zoals de VRT-toren, de basiliek van Koekelberg, de Sint-Mariakerk in Schaarbeek, de bruggen over het kanaal, het Communicatiecentrum Noord, het Atomium, het stadhuis, de Grote Markt, de Madou-toren… Ook het Waals Gewest dooft de verlichting van tal van bouwwerken en openbare gebouwen. De 68 participerende steden en gemeenten en 30 bedrijven zullen eveneens de lichten van gebouwen doven en hun inwoners of personeel aansporen om deel te nemen aan deze symbolische actie tegen klimaatverandering.
Wereldwijd zullen die avond de lichten gedoofd zijn van bekende gebouwen als de Eiffeltoren in Parijs, het standbeeld van Christus de Verlossen in Rio, het Opera House in Sydney, de Tafelberg in Kaapstad etc… “Wanneer de wereldleiders in december 2009 samenkomen in Kopenhagen om te onderhandelen over een nieuw klimaatverdrag, dan moeten ze de ogen van de hele wereld op hun rug voelen. Earth Hour is een inspirerende manier voor het grote publiek om de wereldleiders te laten weten dat de burgers zelf tot actie willen overgaan en vooral actie verwachten van politici”, aldus Damien Vincent, directeur van WWF-België.
L.V.
ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland