Graan uit eigen streek?

BakkerEC.jpg(Foto: Europese Commissie)

De VZW Voedselteams heeft woensdag op de wekelijkse markt in Kessel-lo het feit aangeklaagd dat de teelt van biologische bakgranen uit de Vlaamse landbouw verdwenen is en het Vlaamse bio-brood voor het overgrote deel uit Nederland afkomstig. Terwijl de interesse voor het voedsel van het seizoen en uit eigen streek een bredere ingang vindt in allerlei huishoudens krijgt de herkomst van brood, één van basisproducten, nauwelijks aandacht. Het is volgens Voedselteams hoog tijd voor een nieuwe generatie Vlaamse biologische bakkers en graantelers om de roep vanuit de bio-beweging naar grondgebonden landbouw en streekgebonden consumptie ook waar te maken voor brood.

Volgens Geert Iserbyt (Landwijzer) is een zeer groot deel van het biologisch brood dat in Vlaanderen verkocht wordt momenteel afkomstig van 2 industriële Nederlandse biologische bakkerijen die een belangrijk deel van de Vlaamse bio-bakkerijen en Vlaamse markt voor bio-brood ingepalmd hebben. Het gaat om Bakkerij Ad Van der Westen uit Waspik in de buurt van Breda en Bakkerij Verbeek uit Brummen in buurt van Arnhem. Over de herkomst van hun graan wordt niets gerept. Ze exporteren hun bio-brood naar de helft van Europa. In de Vlaamse biologische land- en tuinbouw is de teelt van granen voor menselijke consumptie bijna geheel verdwenen.

De oplossing voor de herneming van deze productie voor Vlaanderen is volgens Voedselteams samenwerking tussen alle betrokken partijen. Iserbyt geeft het voorbeeld van samenwerking in Zeeuws Vlaanderen tussen akkerbouwers met een maalderij en lokale bakkers die de geteelde baktarwe rechtstreeks tot bij de consument brengen. In Wallonië werken sinds meerdere jaren een aantal biologische akkerbouwers uit de Condroz samen in de coöperatie Agribio dat een systeem van stockeren, malen en verdelen heeft opgezet. Diverse ambachtelijke Waalse bio-bakkers maken er gebruik van.
LV

Stockholm en Hamburg het groenst

stockholm_1.jpg
(STOCKHOLM - Gamla Stan (Oude Stad), Stortorget (Marktplein, Europese Commissie)

De Europese Commissie heeft Stockholm en Hamburg uitgeroepen als eerste laureaten van de nieuwe Europese Groene Hoofdstad-prijs. Stockholm mag de titel dragen in 2010, Hamburg in 2011. Met deze onderscheiding wil de Commissie Europese steden aansporen om de kwaliteit van het stadsleven te verbeteren door systematisch rekening te houden met het milieu. 35 steden schreven zich in voor deze prijzen. Naast Hamburg en Stockholm behoorden Amsterdam, Bristol, Kopenhagen, Freiburg im Breisgau, Munster en Oslo tot de laatste 8 finalisten.

Stockholm (800.000 inwoners) heeft zichzelf de ambitieuze doelstelling opgelegd om tegen 2050 vrij te zijn van fossiele brandstoffen. Sinds 1990 verminderde de stad de CO2-uitstoot reeds met 25 procent en 95 procent woont nu reeds op minder dan 300 meter van een groen gebied. Ook het afvalverwerkingsysteem wordt geprezen. Hamburg (1,8 miljoen inwoners) wil de CO2-uitstoot tegen 2020 verminderen met 40 procent en tegen 2050 met 80 procent. Elke inwoner heeft minder dan 300 meter toegang tot het openbaar vervoer. Groene ruimten zijn eveneens op korte afstand bereikbaar.

In eigen land heeft Batibouw haar prijs van “Meest energiebewuste stad” toegekend aan Leuven. Leuven wil door het aanmoedigen en ondersteunen van acties van inwoners en door zelf het goede voorbeeld te geven langzaam “verduurzamen”. Zo worden in de loop van het jaar zonnepanelen geplaatst op daken van een aantal stadsgebouwen. De stad organiseert voorts ook een samenaankoop voor zonnepanelen, zonneboilers en isolatiemateriaal om de prijzen te drukken. Sinds kort biedt de stad ook een gratis duurzaam bouwadvies aan.
LV

Aarde warmt sneller op

chrisfield_bw.jpgTussen 2000 en 2007 is de CO2-uitstoot op aarde jaarlijks met 3,5 procent gestegen. Dat beweert Christopher Field, directeur van het Department of Global Ecology van de Stanford University. Dat stijgingspercentage is hoger dan in het laatste rapport van het Intergouvernementele Panel over Klimaatverandering (IPCC) werd voorspeld. Field was als vice-voorzitter van een van de IPCC-werkgroepen een van de medewerkers aan dit rapport.

“We kijken nu echt aan tegen een toekomstige klimaatverandering die verder gaat dan al wat we tot nog toe als ernstige mogelijkheid hebben beschouwd. Als we niets doen voorspellen onze klimaatmodellen een wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging die we tot nu toe niet voor mogelijk hielden”, aldus Field vorige week tijdens een congres in Chicago. Vanaf 3 tot 4 graden staat het menselijke leven op aarde sterk onder druk. Field zelf deed geen uitspraken over de temperatuurstijging die hij verwacht.

De stijgende CO2 in de atmosfeer heeft veel te maken met de elektriciteitscentrales in India en China die op basis van steenkool functioneren. Daarnaast laat ook het ontdooien van de permafrost in Siberië zich voelen. Hierdoor komen grote hoeveelheden CO2 en methaangas vrij. De opwarming leidt nog tot andere nefaste evoluties. Zo komen bijvoorbeeld door de stormen boven de oceanen dieper gelegen waterlagen aan de oppervlakte die minder CO2 uit de atmosfeer opnemen.
L.V.

Groene groei is enige uitweg

GoreMoonUNPhotoEvan-Schneider_1.jpgAl Gore en Ban Ki-moon
(Foto UN, Evan Schneider)

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en de groene goeroe Al Gore pleiten er in een open tribune voor dat de economische stimuli waarin thans overal ter wereld geïnvesteerd wordt om uit de actuele crisis te geraken tevens zouden worden gebruikt om een nieuwe groene wereldeconomie op de rails te zetten en niet ter ondersteuning van “op koolstof gebaseerde infrastructuur en subsidies voor fossiele brandstoffen”. 34 landen kondigden in totaal al voor 1.750 miljard euro herstelmaatregelen aan. Beiden pleiten voor weldoordachte maatregelen op weg naar “een nieuwe koolstofarme weg naar groene groei”.

Ban Ki-moon en Al Gore dringen er bij alle regeringen op aan om groene stimuli in te voeren op vlak van energiebesparing, hernieuwbare grondstoffen, openbaar vervoer, nieuwe intelligente elektriciteitsnetten en herbebossing en de inspanningen op elkaar af te stemmen. De sector van de hernieuwbare energie stelt momenteel wereldwijd al 2,3 miljoen mensen te werk stelt, wat meer is dan het aantal rechtstreekse banen in de olie- en gassector. In het kader van het noodzakelijke armoedebestrijdingsbeleid dient geïnvesteerd in een beter grondgebruik, waterbescherming en droogtebestendige gewassen om boeren in ontwikkelingslanden te helpen zich aan te passen aan het veranderende klimaat.

Beiden roepen tot slot op in december in Kopenhagen “een robuust klimaatakkoord” te sluiten. “Met een nieuw klimaatkader zullen bedrijven en overheden eindelijk beschikken over het koolstofprijssignaal waar bedrijven zolang om hebben gesmeekt: een signaal dat een golf van innovatie en investeringen in schone energie kan opwekken”. Het moet de basis leggen voor een echt duurzaam economisch herstel waar wij én de kinderen van onze kinderen de vruchten van zullen plukken.
L.V.

Tegendraadse elektriciteit?

eandis_1.jpgDe bestaande distributienetten zijn ontworpen om de elektriciteit in één richting te transporteren, vanuit de centrale via het transportnet en het distributienet tot bij de eindafnemer. De toename van de decentrale productie, bijvoorbeeld door eindgebruikers die ook zelf elektriciteit produceren en deze op het distributienet injecteren, maakt een bidirectioneel netwerk noodzakelijk.

Eandis, de beheerder van het grootste deel van het distributienetwerk in Vlaanderen, wil daaraan meewerken. Het verwacht een explosieve groei van de decentrale productie, tot 5.000 MW in 2030. Einde 2008 was al 559 MW aan lokale productie in dienst, besteld of geofferteerd. Dit overstijgt het gemiddelde jaarverbruik van 600.000 gezinnen.

Eandis wil in concentratiegebieden via groepsaanpak (met provincie- en gemeentebesturen, tuinbouwveilingen en landbouworganisaties) op een relatief korte termijn de technische obstakels wegwerken. Het ontwikkelt een duurzame strategie om het maximale groeiscenario inzake decentrale productie te plannen, te budgetteren en te realiseren.

Dit zal naar schatting tot 2020 een bijkomende investeringsinspanning van 240 miljoen euro vergen, waarvan het grootste deel in de periode 2008-2015. Dat is 40 miljoen euro per jaar, bijna 7% van het jaarlijkse investeringsbudget van Eandis.

Hoe meer en hoe dichter elektriciteit wordt geproduceerd nabij de plaatsen waar ze wordt verbruikt, hoe kleiner de transportverliezen zullen worden, hoe kleiner de ecologische voetafdruk … en hoe goedkoper de stroom.
K.M.

Nieuwe bedreiging voor paardenkastanje

scheldewandeling3.jpg(Zieke paardenkastanje, Scheldewandeling Antwerpen, Foto: Stad Antwerpen)

Half februari is de Antwerpse groendienst gestart met kap- en plantwerken op Linkeroever: Het Antwerpse groenpatrimonium krijgt noodgedwongen een ander karakter. Koning Boudewijn zal er niet vele van merken, want de zieke treurwilg nabij zijn monument wordt vervangen door een nieuw exemplaar. Ook voor Paul Van Ostayen verandert er weinig: de dode bolesdoorn in de straat met zijn naam wordt vervangen door een nieuwe bolesdoorn. Evenmin nieuwe tijdingen voor Abraham Verhoeven: in de plaats van de afgebroken sierappel in zijn laan komt er een nieuwe sierappel.

Maar elders wordt een zieke paardenkastanje vervangen door een amberboom en een dode meidoorn door een zuilvormige eik. “We hebben voor andere boomsoorten gekozen omdat de paardenkastanje is aangetast door de bloedingziekte, een vrij recente ziekte,” aldus stadsmedewerker Roger Mast. “Naar de oorzaken ervan wordt nog onderzoek gedaan. Een bestrijdingsmethode bestaat nog niet. Daarom worden zieke paardenkastanjes die in groep staan niet en alleenstaande exemplaren door een andere boomsoort vervangen. De meidoorns zijn aangetast door de pereprachtkever en de pereringworm. Hun larven leven tussen schors en hout in het cambium en vreten er kronkelige gangen in uit. Dit verzwakt de boom en uiteindelijk sterft hij af. Er is geen accurate bestrijdingmethode. We kozen hier voor een andere soort omdat jonge meidoorns onmiddellijk aangetast worden. Zij hebben minder weerstand dan volgroeide exemplaren en sterven na twee à drie jaar.”

Sinds enkele jaren geleden wordt de paardenkastanje al zwaar geteisterd door de kastanjemineermot. De nieuwe kastanjeziekte kenmerkt zich door roestbruine vlekken, die zich snel over de hele stam verspreiden. Uit de vlekken sijpelt een vloeistof; de boom bloedt als het ware. Het vocht is eerst helder maar verkleurt snel naar donkerbruin en wordt stroperig. Daarna gaat de bast onder de vlekken rotten. Meestal stopt het bloeden na de zomer. De vlekken drogen dan uit tot ruwe, zwarte korsten. De bast rondom de korsten sterft af; de boom vertoont bastscheuren en in de kruin treedt sterfte op.

Advies
Op basis van diverse ervaringen heeft de werkgroep Aesculaap een advies samengesteld. Best is om zieke en gezonde paardenkastanjes zoveel mogelijk met rust laten en zeker geen werkzaamheden uit te voeren aan aangetaste kastanjes. Dit zou de verspreiding van de plaag in de hand kunnen werken. Als bomen toch gesnoeid moeten worden, ontsmet dan het gereedschap na elke boom. Dit kan met 9 delen spiritus en 1 deel groene zeep. Dode of ernstig zieke kastanjebomen die een gevaar opleveren voor de omgeving, moeten worden verwijderd. Dit kan door het materiaal te verbranden of te verwijderen. Particulieren moeten hiervoor hun gemeentebestuur raadplegen. Nieuwe aanplant kan heel snel ziek worden. Daarom is het raadzaam om voorlopig geen paardenkastanjes aan te planten. Verplanten van paardenkastanjes - ziek of gezond - wordt ontraden. Het ziet er dan ook naar uit dat aanwezigheid van de ‘wilde’ kastanje sterk zal afnemen. Enkele decennia geleden verdween op een soortgelijke manier de iep.

Meidoorns

De pereprachtkever (aprils sinuatus) is bekend uit de fruitteelt, waar hij soms flinke schade aanrichtte in perenboomgaarden. De zowat 1 cm lange, langwerpige, helder groene kever wordt uiterst zelden waargenomen. Zijn glans leverde hem de bijnaam ‘juweelkever’ op. Meestal is de aantasting alleen te merken aan de kenmerkende uitvlieggaten in de stam. Die lijken op een gekantelde D met de vlakke zijde onderaan. De kever vliegt in juni/juli uit en legt eieren in bastspleten. De jonge larve vreet zich later naar binnen en leeft daarna twee jaar onder de bast van de boom. De zigzaggende vreetgangen worden met het ouder worden van de larve breder. Na het tweede jaar verpopt de larve zich en in juni start de cyclus weer. Zo ontstaat onder de bast een soort ring. Afhankelijk van de ernst van de aantasting uit dit zich in afgestorven takken verspreid over de kroon tot sterfte van de gehele kroon.

De onbereikbaarheid van de larven maat deze plaag moeilijk te bestrijden. Vitale bomen in staat zijn de aantasting te overgroeien, maar aan stress onderhevige bomen lopen risico’s. Gelukkig zijn niet alle meidoorncultivars even gevoelig voor aantasting door de pereprachtkever.
K.M.

OSB als alternatief voor triplex

OSB.jpgRecent onderzoek van de milieu-organisatie Greenpeace toont aan dat er in Groot-Brittannië nog teveel triplex uit illegale ontbossingen wordt gebruikt. Greenpeace probeert nu de bouwindustrie, architecten en overheden te stimuleren om duurzame houtproducten zoals OSB (Oriented Strand Board) te promoten. Dit is zowel wat betreft technische eigenschappen als prijs voor veel toepassingen een prima alternatief voor (illegaal) triplex (plywood). Het publiceerde hiervoor een rapport met richtlijnen voor bedrijven die het gebruik van illegaal hout willen vermijden en zo het voortbestaan van de regenwouden niet verder in gevaar willen brengen. Toch gebruiken de meeste Belgische bouwbedrijven hout uit China . Dit hout is meestal ontgonnen in de regenwouden van Nieuw-Guinea, Indonesië of Brazilië. Zelfs de overheid zou nog illegaal hout gebruiken.

Norbord, één van de grootste producenten van houten plaatmateriaal, heeft zich al achter dit rapport geschaard. Sales manager Koen Van Wezemael: “We streven ernaar uitsluitend hout dat afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen te gebruiken voor de productie van onze MDF- en OSB-platen. Steeds meer herkomstbossen van onze grondstoffen in Europa zijn in staat FSC-gecertificeerd hout te leveren). Bij Norbord is FSC al de standaard. Zo hopen we bij te dragen aan het behoud van de regenwouden.”
Een probleem is dat de eigenschappen en voordelen van OSB nog altijd weinig bekend zijn in de bouwsector. En die sector is in Groot-Brittannië veruit de grootste afnemer van woudproducten.
KM

Kempens Landschap koopt domein Philips

fietsers.jpgDe vzw Kempens Landschap is van plan het domein Philips in Grobbendonk aan te kopen. Na het domein de Merode is dit domein van 45 ha haar grootste aankoop tot nog toe. Het Philipsdomein bevindt zich tussen de E313 (Antwerpen-Hasselt) en de Liersesteenweg (Herentals-Nijlen). Kempens Landschap betaalt hiervoor 970.000 euro. Omdat openstelling voor het publiek één van de hoofddoelstellingen van Kempens Landschap is, neemt met deze aankoop ook de oppervlakte openbaar bos in de regio aanzienlijk toe.

Het gebied staat in Grobbendonk bekend als de Bouwelse Heide. Volgens het gewestplan  is grotendeels bosgebied, met een klein stuk recreatiegebied. Het omvat hoofdzakelijk dennen- en loofbos, met bijhorende dreven en een natuurlijke waterpartij in het recreatiegebied. In het provinciaal ruimtelijk structuurplan staat het ingetekend als een deel van de groene verbinding tussen natuurgebieden in Vorselaar en Nijlen. Het is ook een belangrijke biotoop van de bosuil en maakt deel uit van een duinengordel, een uitloper van de Kempische Heuvelrug.

Toen de wet op de landloperij werd afgeschaft, wilde de federale overheid de voormalige Rijksweldadigheidskolonies in Wortel en Merksplas (1.000 ha uiterst gevarieerd cultuurlandschap) afstoten. Dit vormde de aanleiding tot het initiatief, vanwege de provincie Antwerpen en diverse gemeentebesturen, om het Kempens Landschap op te richten (1997). Als voorbeeld zagen ze de British National Trust en de Nederlandse landschapsstichtingen. Het doel: het verwerven, beschermen, beheren en toegankelijk maken van natuur- en cultuurpatrimonium in de provincie Antwerpen.

Momenteel beheert de vzw 33 grote en kleine domeinen, vooral in het arrondissement Turnhout, samen goed voor 560 ha. Kempens Landschap streeft ernaar om zoveel mogelijk waardevol Kempens landschap voor het nageslacht te bewaren en om de verdere versnippering ervan te voorkomen. Verbrokkeling zou niet alleen de leefgebieden van dieren en planten negatief beïnvloeden, maar ook het het recreatief aanbod voor wandelaars, fietsers en ruiters sterk aantasten.
KM

FSC-jenever smaakt naar duurzaam bosbeheer

FSCJenever.jpgHet Dennenknopje is het eerste streekproduct van Bosland. Deze jenever wordt gemaakt van dennenappels afkomstig uit de FSC-gecertificeerde bossen van Bosland. Distilleerder Leukenheide (°1833) is de oudste ambachtelijke stokerij van Vlaanderen. Deze jenever is meteen ook het eerste streekproduct van Vlaanderen gemaakt met ingrediënten uit duurzaam beheerde FSC-gecertificeerde bossen. De FSC-gelabelde jenever is bovendien een wereldprimeur, ook al bestaan er al andere ‘niet-houtachtige bosproducten’ met FSC-label.

Het Dennenknopje wordt gestookt op basis van dennenappels van de grove den, een veel voorkomende boomsoort in de uitgestrekte bossen van Bosland. In 2007 behaalden deze bossen het FSC-certificaat, een internationale erkenning voor hun visie op verantwoord bosbeheer.

Bosland zal je op de meeste land- en wegenkaarten tevergeefs zoeken. Het is een samenwerkingsverband tussen het Agentschap Natuur en Bos, de gemeenten Hechtel-Eksel en Overpelt en de stad Lommel. Bij de oprichting, najaar  2006, heette dit project nog ‘Interlokale Vereniging Bossen van de Lage Kempen’, maar al gauw ruimde deze onmogelijke naam plaats voor het vlottere Bosland. In het voorjaar van 2007 behaalde het gebied als eerste in Vlaanderen het FSC-groepscertificaat (Forest Stewardship Council) voor verantwoord bosbeheer. Bosland koestert de ambitie het grootste (4.500 ha) en meest kindvriendelijke bos van Vlaanderen worden.

Het FSC-label zie je vooral op hout- en papierproducten vervaardigd uit hout afkomstig uit FSC-gecertificeerde bossen. Maar bossen bieden vaak nog tal van andere ‘duurzame’ niet-houtachtige producten en diensten. Andere voorbeelden van niet-houtachtige bosproducten met FSC-label zijn bijvoorbeeld Brazilnoten of etherische oliën uit tropische wouden, kurk uit het Middellandse Zeegebied of  latex (natuurlijk rubber).
KM

Amerikaanse bomen sterven

sugar_pine.jpg(Foto: US Geological Survey)

De voorbije decennia zijn in de oude bossen van de Verenigde Staten in verhouding meer bomen afgestorven dan in een verder verleden het geval was. Wetenschappers vermoeden dat dit te maken heeft met de opwarming van de aarde.

Phillip van Mantgem en zijn collega’s van het Geological Survey Western Ecological Research Center stelden vast dat de boomsterfte in onverstoorde oude bossen sinds 1955 meer dan verdubbeld is. “Boomsterftecijfers cumuleren zoals interesten op een spaarrekening,” waarschuwt hij. “Een verdubbeling van de sterftegraad kan de gemiddelde ouderdom van de bomen in een bos halveren. Dit betekent ook dat de gemiddelde omvang van de bomen verkleint.” De hogere bomensterfte heeft eveneens gevolgen voor de hoeveelheid CO2  die een bos kan opnemen.

Van 1970 tot 2006 steeg de gemiddelde temperatuur in het westen van de VS met 0,3 tot 0,4 graden per tien jaar. De stijging was zelfs hogerin hogergelegen gebieden, waar zich de meeste bossen bevinden. De hogere temperatuur zorgde volgens de onderzoekers indirect voor de grotere boomsterfte. Ze zorgde voor meer droogtes en insectenplagen, die afzonderlijk of samen beduidende stressfactoren vormen voor een bos.

Meer info: US Geological Survey
K.M.

“Hiermee vergeleken is de financiële crisis een peulenschil”

wetland.jpg“De huidige economische crisis is een peulenschil in vergelijking met het verlies aan natuurlijk kapitaal dat door de teloorgang van ecosystemen is teweeggebracht,” dat zei Dr. Rudolf De Groot tijdens een lezing over het Millennium Ecosystem Assessment te Brussel op 10 februari 2009. De Wageningse expert ecosysteemdiensten gaf in het KBC-auditorium de eerste lezing van de reeks ‘Water in de wereld’, georganiseerd door ARGUS en de Universiteit Antwerpen. De Groot ging tijdens zijn uiteenzetting dieper in op de ‘diensten’ die zoetwaterecosystemen leveren.

Het integrale verslag van deze lezing vind je op www.argusmilieu.be

Evolutiekas viert Darwin

darwin.jpgCharles Darwin Foto: J. Cameron, 1869, Wikipedia

Naar aanleiding van het feit dat Charles Darwin op 12 februari 200 jaar geleden geboren werd organiseert de Nationale Plantentuin van Meise een aantal activiteiten over de ontwerper van de evolutietheorie die hij overigens ook toepaste op planten. Terwijl wetenschappers voordien planten beschouwden als een groen statisch decor toonde Darwin aan dat deze net als dieren aan de universele wetten van selectie en overleven onderworpen zijn.

Darwin was een van de eerste onderzoekers die het “gedrag” van planten onderzocht. Hij was met name geboeid door de talrijke aanpassingen die planten ontwikkeld hebben om te overleven en de manier waarop planten op hun omgeving kunnen reageren. Hij schreef zes boeken louter en alleen over planten (orchideeën, vleesetende planten, bloemvormen, plantensexualiteit, klimmende en bewegende planten). Ook in andere boeken namen planten een prominente plaats in.

Ter gelegenheid van deze verjaardag werkte de Plantentuin de Evolutiekas uit. Deze kas vertelt het verhaal van eerste planten, eerste bossen en het ontstaan van de eerste bloem ongeveer 130 miljoen jaar geleden. Je komt er te weten hoe het plantenrijk er op 450 miljoen jaar in slaagde om de hele planeet met een groene mantel te bekleden en hoe de 250.000 plantensoorten die we vandaag kennen ontstonden.

Zondag 15 februari en de zondagen van mei – de Darwinmaand - geven gidsen gratis rondleidingen in de Evolutiekas. Op 1 mei gaat in de Plantentuin het Darwinparcours van start (tot 31/12) dat laat zien hoe Darwin met planten werkte en onze kijk erop veranderde, wat zijn favoriete planten waren etcera. Men kan er ook een aantal van zijn experimenten nadoen. Voor scholen zijn er ateliers voorzien.
L.V.

Sociale woonwijk koopt windmolen

windmolenEU.jpgIn Bilzen hebben 49 gezinnen uit de sociale woonwijk Paardskerkhofstraat besloten samen een windmolen te kopen waarmee ze in de toekomst hun energiefactuur aanzienlijk zullen kunnen verminderen. De aankoop van de 72 meter hoge windmolen zou 600.000 euro kosten met inbegrip van de grondprijs. Via sponsoring en subsidies (o.m. via EU) rekenen de initiatiefnemers op 250.000 euro. De resterende 350.000 euro zal bij een bank worden geleend met een afbetalingstermijn van 30 jaar. Er wordt gerekend op een stroomproductie die na levering aan een energiemaatschappij 70.000 euro per jaar aan inkomsten zal genereren. Na afbetaling aan de bank en aftrek van de onderhoudskosten blijft er hiervan jaarlijks zo’n 45.000 euro over of een kleine 1.000 euro per gezin. Hiermee zullen de meeste gezinnen de elektriciteitsrekening en de helft van hun gasrekening kunnen betalen.

“Rijkere mensen kunnen zonnecellen op hun huis plaatsen, maar voor een sociale woonwijk is dat niet evident. Waarom doet we niet iets samen, dacht ik. Want de kansarmoede is groot in deze week”, aldus initiatiefnemer Herman Stulens in Het Belang van Limburg (5 februari 2009). Voor de realisatie van het project zal een coöperatieve worden opgericht waarin ook een energiedeskundige zit. Waar het project zal gerealiseerd worden is nog niet uitgemaakt. Momenteel komen enkele terreinen in aanmerking. Het gaat ondermeer om het industrieterrein Rooierveld en een weiland in Munsterbilzen. Het is niet de bedoeling de windmolen in de onmiddellijke omgeving van de sociale woonwijk te plaatsen. De bevoegde diensten, die voor een vergunning moeten zorgen, lijken het project goed gezind. De realisatie van het project zal wellicht een tweetal jaren aanslepen.
LV

Respijt voor fabrikanten van windturbines

Windturbines.jpgIn het Zeeuws-Vlaamse Schoondijke (gemeente Sluis) draaien sinds november 2007 elf kleine, op de commerciële markt beschikbare  windturbines van diverse types. Het gaat om een testproject, waarbij voor de eerste keer diverse turbines van diverse types en fabrikanten in gelijkaardige omstandigheden werken. Het is de bedoeling te weten te komen welke turbine(s) het meest geschikt zijn voor kleinschalige energieopwekking, door gezinnen en kleine ondernemingen.

De eerste resultaten, over de periode april-september, zijn bekendgemaakt. Hieruit zijn alvast enkele praktische besluiten getrokken. Door diverse bijstellingen aan de turbines door de leveranciers zijn de eerdere testresultaten niet met elkaar vergelijkbaar. Bovendien was het windaanbod lager dan verwacht. Daarom en om over gegevens voor alle seizoenen te beschikken wachten de initiatiefnemers met het trekken van definitieve conclusies tot ze over een vol jaar meetgegevens beschikken.” Dat zal dus pas in april 2009 het geval zijn.

Aanvankelijk was wel afgesproken dat de leveranciers na de start van de test geen wijzigingen meer zouden aanbrengen. “Inderdaad,” geeft gemeentelijk milieumedewerker Albert Ingels toe. “Maar de uitgevoerde bijstellingen hadden niet te maken met de turbines zelf, wel met hun convertoren. Die moeten de opgewekte elektriciteit omzetten in wisselstroom op netspanning. Het gaat niet om één of enkele turbines met convertorproblemen. De ideale convertor voor een kleine windturbine bestaat nog niet, zoveel is duidelijk. De universiteiten van Gent en Groningen werken aan een oplossing voor dit probleem. Na 31 maart 2008 zijn er geen convertoren meer bijgesteld. De meetresultaten sindsdien zijn objectief vergelijkbaar.”

Voor twee van de elf turbines viel de proef alvast negatief uit. De Windwalker raakte zo dikwijls onklaar dat de fabrikant ervan nog tijdens de proefperiode zijn toestel uit het project terugtrok en de productie ervan stopzet. Ook de fabrikant van de Turby wacht niet op het eindresultaat om in actie te komen. Zijn toestel scoorde wat betreft geluid beduidend slechter dan de andere types. De test gaat wel verder met het  opgestelde model, maar intussen werkt de fabrikant hard aan een oplossing voor het geluidsprobleem. “Hieruit blijkt het nut van ons proefproject,” merkt Albert Ingels op.
KM

Meer dan 54.000 gebouwen krijgen IBA

IBA.jpgWaterzuiveringsinstallatie voor particulier gebruik, foto: Segorex)

Eind 2008 was al voor 297 van de 308 Vlaamse gemeenten het zoneringsplan goedgekeurd dat de zones vaststelt waar het afvalwater van woningen zal gezuiverd worden met een individuele zuiveringsinstallatie (IBA). In totaal gaat het om 54.291 gebouwen. Exacte cijfers over hoeveel IBA’s er tot dusver al geplaatst werden zijn er niet. Dat blijkt uit het antwoord van Milieuminister Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Carl Decaluwe (CD&V).

“Op niveau van Vlaanderen zijn de helft van deze 54.291 gebouwen woningen. In 25 procent van de gevallen gaat het om hoeves, 17 procent zijn vakantiewoningen en 8 procent betreft andere gebouwen”, aldus Crevits. Voor de 11 resterende gemeenten is de procedure voor goedkeuring van het zoneringsplan nog lopende en is de definitieve vaststelling voorzien voor het eerste kwartaal van 2009.

Tot 1 januari 2008 konden particulieren subsidies bekomen van het Vlaamse Gewest mits het ondertekenen door de gemeenten van de overeenkomst “milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling”. Ook het de Vlaamse Landmaatschappij verleent in een aantal specifieke gevallen subsidie. Via deze twee pistes werden in de periode 2003-2008 4.988 IBA-subsidie-aanvragen ingediend. Sinds 15 juni 2008 is een nieuwe regeling van kracht. In het kader daarvan werd tot nog toe slechts één subsidieaanvraag ingediend voor 25 IBA’s. Er werden volgens Crevits ook niet gesubsidieerde IBA’s geplaatst.
L.V.

Volgende pagina →