Ondergrondse CO2-opslag kan

CarbonSequestration.jpg(Figuur: Wikipedia)

Uit onderzoek blijkt dat ook België over een theoretisch geografisch potentieel beschikt voor ondergrondse opslag van CO2. Er bestaat evenwel nog grote onzekerheid over hetgeen werkelijk beschikbaar is. Omwille van de extreem dure kostprijs is het echter aangewezen dat ons land eerst investeert in andere vormen van emissiereductie. Dat stelt minister van klimaat Paul Magnette in antwoord op een schriftelijke vraag van Jean-Luc Crucke (MR).

Aanleiding voor de vraag is de start in juni van een pilootproject in Duitsland waar men in een diepe, geologische site 60.000 ton CO2 wil opslaan die opgevangen wordt uit een steenkoolcentrale. Twee jaar lang zullen waarnemingen worden gedaan om het gedrag van de geïnjecteerde CO2, de eventuele reacties met de geologische ondergrond en de opslagcapaciteit te bestuderen en technologieën voor het monitoren van de site te testen.

Magnette herinnert eraan dat CCS (ondergrondse opslag van CO2) volgens het VN-klimaatpanel IPCC een van de veelbelovende technologieën is om de emissie van het broeikasgas CO2 te verminderen. “Het dient beschouwd als een overgangstechnologie die aangewend zal worden in de tussenfase tijdens de periode dat fossiele brandstoffen nog steeds op significante wijze zullen bijdragen tot de energiebevoorrading wereldwijd vooraleer men overschakelt naar een economie die nog in beperkte mate gebaseerd is op koolstof”.
Uit een multidisciplinair onderzoek, dat gefinancierd werd door de regering, blijkt dat België over theoretisch geologisch potentieel beschikt voor opslag van 1 miljard ton CO2 of het equivalent van 7 a 10 jaar uitstoot van broeikasgassen in ons land. Het is echter nog te vroeg om conclusies te trekken over het werkelijke potentieel van deze technologie in ons land. “Er zijn al pilootprojecten opgezet zowel in Vlaanderen en in Wallonië. Deze verkeren echter nog in een voorbereidende fase”, aldus Magnette.

De minister wijst er ook op dat CCS momenteel extreem duur is. Zo wordt de kostprijs van het Duitse project geraamd op 35 miljoen euro. “In ons land zijn er momenteel andere, veel goedkopere opties zoals de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de verbetering van de energie-efficiëntie, die een belangrijk en nog grotendeels onbenut potentieel hebben op vlak van emissiereductie. Vanuit het oogpunt van de economische doeltreffendheid dient eerst in die domeinen middelen te worden geïnvesteerd”, aldus Magnette.
L.V.

Al 1.900 bliksemafleiders verwijderd

Bliksemafleider.jpg(Foto: FANC)
Sinds het Federaal Agentschap voor de Nucleaire Controle in het najaar van 2002 een campagne startte voor de verwijdering van bliksemafleiders met radioactieve bronnen zijn er al 1.907 (eind 2007) verwijderd. Het aantal daalt wel sinds 2005 (559 verwijderde bliksemafleiders), 2006 (529) en 2007 (361). Dat antwoordt minister van binnenlandse zaken Patrick Dewael op een schriftelijke vraag van Hagen Goyvaerts (Vlaams Belang).

Tot in het midden van de jaren ’80 waren er in de handel bliksemafleiders verkrijgbaar die voorzien waren van één of meer radioactieve stralingsbronnen zoals radium-226, americum-241 of krypton-85. Van de 1.907 verwijderde toestellen hadden er 325 Kr-85 als radioactieve bron, 951 Am-241 en 683 Ra-226. Doordat deze toestellen vaak in een slechte toestand verkeren is de verspreiding van radioactieve deeltjes in de omgeving niet uitgesloten.

Geschat wordt dat er over gans België enkele duizenden van die toestellen werden geplaatst. Sinds eind 1985 is de plaatsing van nieuwe toestellen verboden en het verwijderen van de bestaande toestellen verplicht, tenzij de eigenaar destijds een vergunning bekwam van de deputatie. De betrokkene moet in dat geval wel een attest kunnen voorleggen van een erkende controle-instelling waaruit blijkt dat het toestel zich in een goede staat bevindt. Afbraak kan enkel door een gespecialiseerd bedrijf.

LV

Klimaat verandert sneller dan gedacht

WWFrapport.jpgHet klimaat verandert volgens het WWF sneller dan wetenschappers tot nog toe voorspeld hadden. In het rapport “Climate change: faster, stronger, sooner” stelt het WWF onder meer dat de Noordpool dertig jaar vroeger dan voorspeld ijsvrij zal zijn. Het zomerijs zou met name al volledig kunnen verdwijnen tussen 2013 en 2040, iets wat in meer dan een miljoen jaar nooit gebeurd is. Het zeeniveau zal tegen het einde van de eeuw meer dan 1,2 meter hoger liggen of ruim twee keer meer dan de 0,59 meter die het IPCC als maximumstijging voorspelde..

Enorme gebieden aan de kust lopen daardoor meer risico’s op overstromingen. Het gebied rond de Middellandse Zee zal meer en meer te kampen krijgen met langdurige droogte. De gletsjers in de Zwitserse Alpen zullen blijven slinken, wat ervoor zal zorgen dat waterkrachtcentrales minder stroom zullen kunnen opwekken. De temperatuurstijgingen zorgen er nu al voor dat de tarwe-, maïs- en gerstopbrengst slinkt. De opwarming van de ecosystemen in de Noordzee en Baltische zee zorgt ervoor dat lokale soorten zeedieren en –planten zich niet meer kunnen aanpassen.

De gevolgen zullen zich volgens het WWF ook in België laten voelen. Het aantal en de intensiteit van de stormen over de Britse eilanden en Noordzee zal verhogen wat zal leiden tot hogere windsnelheden en grotere schade in West- en Centraal Europa. Verder zal de concentratie aan ozon in de zomer vooral in België, Engeland, Duitsland en Frankrijk verhogen. In het grootste deel van Europa zou het ook meer gaan regenen waardoor de kans op overstromingen stijgt.

WWF roept de Europese Unie op om haar uitstoot tegen 2020 met minstens 30 procent te laten dalen in vergelijking met 1990. De EU moet daarnaast substantiële steun en financiering geven aan ontwikkelingslanden zodat ook zij de klimaatverandering kunnen aanpakken en zich kunnen aanpassen aan de onvermijdelijke gevolgen.

LV

Overstroming of niet?

DijleZenne.jpg (Foto: Vlaamse Overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Waterbouwkundig Laboratorium, Hydrologisch Informatiecentrum - HIC)

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft maandag 20/10 in Leuven de kersverse gedetailleerde overstromingsvoorspeller voor het Dijle- en Zennebekken voorgesteld. Vlaams Milieuminister Hilde Crevits maakte bekend dat de VMM tegen 2010 een dergelijk systeem wil ontwikkelen voor alle grote onbevaarbare waterlopen. Dat is vijf jaar vroeger dan de Europese overstromingsrichtlijn vooropstelt.

Vorig jaar nam de VMM al haar vereenvoudigde overstromingsvoorspeller voor gans Vlaanderen in gebruik. Via overstromingsvoorspeller.be kan iedereen sindsdien de voorspelde waterstanden langs onbevaarbare waterlopen raadplegen. In perioden van wateroverlast wordt die info aangevuld met interpretaties van hydrologen en met terreinwaarnemingen. Op één jaar tijd werd de site al meer dan 1 miljoen keer bezocht. Bij dreigende overstromingen zijn er pieken tot 50.000 bezoekers per dag.

Gedetailleerde overspellers waren er al voor het Demer- en Denderbekken. Vanaf heden bestaat het systeem ook voor het Dijle- en Zennebekken en kan voorspeld worden of er bijvoorbeeld bebouwde zones bedreigd zijn door wateroverlast of niet. De Vlaamse overheid investeerde 1 miljoen euro in dit project dat tevens het sluitstuk vormt voor de bescherming van Leuven. Eerder werden stroomopwaarts de Dijle al natuurlijke overstromingsgebieden in ere hersteld en in Egenhoven een gecontroleerd waterbekken aangelegd.

Crevits kondigde voorts nog aan dat de VMM voor alle waterlopen waarvan ze de wettelijke beheerder is tegen 2015 – dit is de door de Europese overstromingsrichtlijn gestelde einddatum - klaar zijn zal zijn met de overstromingsrisicobeheerplannen. “Zo’n plan bevat onder andere risicokaarten die een beeld geven van de kansen op overstroming als de potentieel negatieve gevolgen hiervan. Tevens worden hierbij scenario’s en alternatieven onderzocht om de bescherming tegen overstromingen te optimaliseren”, aldus de minister.

Tegelijk met de lancering van de nieuwe overstromingsvoorspeller werd in Leuven het “centraal besturingsgebouw” ingehuldigd dat het personeel betrokken bij dit initiatief huisvest en tevens dienst zal doen als crisiscentrum in geval van hoogwaterstanden. Het werd niet toevallig opgetrokken vlak naast de Leuvense brandweerkazerne. Dat doet immers dienst als provinciaal crisiscentrum. Op die manier wordt de informatie-uitwisseling tussen beide diensten geoptimaliseerd.
L.V.

Plan C voor duurzaam materialenbeheer

MaterialenbeheerTransitie.jpgHet Vlaams Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer heeft woensdag in Mechelen haar Plan C gelanceerd voor een duurzaam materialenbeheer. Dit netwerk is het resultaat van overleg dat sinds medio 2006 op initiatief van OVAM en onder voorzitterschap van Karel Van Acker (Materials Research Centre, KUL) opgestart werd tussen vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, universiteiten, maatschappelijke organisaties en overheden.

“We willen komen tot een grensverleggende samenwerking tussen alle actoren in de samenleving om materialen op een meer duurzame manier te produceren en te consumeren”, aldus OVAM-woordvoerder Jan Verheyen. Dit is nodig om de druk die het materialengebruik op het milieu uitoefent te verlagen, een aantal grondstoffen schaarser en duurder worden en het afvalstoffenbeleid zijn limieten bereikt heeft. Ondanks het feit dat Vlaanderen koploper is op vlak van recyclage daalt de afvalberg niet.

Plan C wil een kringloopeconomie realiseren die erin slaagt de kringlopen van materialen hoogwaardig te sluiten. Hiervoor is het nodig nieuwe kwaliteitsmaterialen en -producten te ontwikkelen die hoog scoren op vlak van hergebruik en bedrijven ertoe aan te zetten deze te produceren. Hierbij is het ook nodig dat consumenten er bewust voor kiezen, de overheid een regulerend kader uitwerkt en naar een correcte prijsvorming wordt gestreefd. Producten moeten ook meer diensten worden. “Door bijvoorbeeld huishoudtoestellen via een leasecontract ter beschikking te stellen vermijd je dat iedereen ze koopt”, aldus Verheyen.
L.V.

Ecocampus

Ecocampus.jpgVlaams minister van milieu Hilde Crevits heeft maandag 13 oktober 2008 in Leuven in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de vijf associaties van het hoger onderwijs het startschot gegeven voor Ecocampus, een project waarmee ze de milieuzorg in het hoger onderwijs een nieuwe stimulans wil geven. De komende 3 jaar trekt ze hiervoor 1,8 miljoen euro uit. Dit geld wordt onder meer besteed aan de aanwerving van 7 Ecocampusbegeleiders en een –coördinator.

Crevits wees erop dat VUB-hoogleraar Luc Hens in de jaren’ 90 reeds een milieuzorgsysteem ontwierp voor scholen uit het Vlaams secundair systeem. Later werd een dergelijk project uitgewerkt voor milieuzorg in lagere scholen (cfr. de MOS-scholen). “We willen nu een soortgelijke campagne lanceren voor het hoger onderwijs. Er is een handleiding uitgeschreven die het voorbije academiejaar uitgetest werd in vijf hogescholen”, aldus Crevits. Deze handleiding reikt onder meer een aantal “best beschikbare technologieën” aan om aan milieuzorg te doen.

In de overeenkomst die Crevits met de vijf associaties sloot engageren deze laatste zich tot een inspanningsverbintenis om initiatieven te nemen om de milieuzorg op de campus te verbeteren, dit thema meer aan bod te laten komen in de curricula en tot slot milieubesparende initiatieven te nemen naar studenten toe. De Ecocampusbegeleiders moeten voor de nodige impulsen zorgen. Gehoopt wordt dat studenten hierdoor die goede milieupraktijken ook later in zijn persoonlijk en professioneel leven zal toepassen.

Crevits wees er maandag op dat het initiatief geenszins betuttelend bedoeld is. “Er is in Vlaanderen in het hoger onderwijs veel kennis over milieu-items aanwezig en er gebeurt ook al heel wat op vlak van milieuzorg. Met dit initiatief willen we onder meer aan uitwisseling van informatie gaan doen”, aldus Crevits. Overleg hierover gebeurt in de eerste plaats binnen de associatie, maar een stuurgroep op Vlaams niveau zal ook voor een ideeënuitwisseling in een breder kader zorgen.
L.V.

SERV meest borstvoeding-vriendelijke werkgever 2008

borstvoeding.jpgFoto: De bakermat

Het Leuvense kraamzorgcentrum Bakermat en Kind en Gezin hebben dinsdag de SERV (Sociaal Economische Raad van Vlaanderen) in Brussel uitgeroepen tot de meest borstvoedingsvriendelijke werkgever 2008. De SERV haalde het voor de VZW Emmaus Campus uit Zoersel, Taurus Europe uit Oostende, IBM België en Euromex uit Edegem, de vier andere genomineerden voor de prijs.

De SERV haalde het omdat de organisatie “tot het uiterste gaat” om de randvoorwaarden zo optimaal mogelijk te maken opdat jonge moeders kunnen blijven borstvoeding geven. Zo kunnen de vrouwen zonder veel plichtplegingen of controles de nodige tijd nemen om borstmelk af te kolven. Deze pauzes, die in het personeelsreglement opgenomen zijn, worden aanzien als gewone werktijd. Het duidelijk borstvoedingsbeleid en de spontane steun van leidinggevenden en collega’s zorgen hier voor een positief borstvoedingsklimaat.

Uit een bevraging die De Bakermat in 2006 uitvoerde bij 1.886 moeders bleek dat werkhervatting het moment bij uitstek is waarop Vlaamse vrouwen stoppen met borstvoeding. 64 procent gaat er mee van start, maar na 3 maand – het gangbare moment van werkhervatting – is dat nog slechts 39 procent, na 6 maand 15 procent en na 1 jaar 4 procent. Deze percentages zijn veel lager dan in tal van andere Europese landen waar het aandeel voedende moeders op 6 maanden tussen 40 en 80 procent schommelt.

Uit het onderzoek bleek voorts dat meer dan de helft van de vrouwen die nog voeden bij werkhervatting belemmeringen ervaart op de werkvloer. Een groot deel van de ondervraagden was niet vleiend voor het bedrijf waar ze werkten. Zo moesten sommigen afkolven in het bezemhok of op het toilet. Anderen misten hierdoor carrièresprongen of werden slachtoffer van sexistische grapjes van collega’s… Eerder dan een zwartboek opteerden De Bakermat en Kind en Gezin via de vermelde prijs voor een zoektocht naar goede praktijkvoorbeelden.

De werkgever is wettelijk verplicht enkele maatregelen te nemen tot de baby 7 maanden oud is zoals een afkolfruimte met privacy en koelkast en 2 borstvoedingspauzes van 30 minuten per dag. Beide organisaties willen dat werkgevers meer doen. Zo moeten zowel het ouderschapsverlof als borstvoedingspauzes flexibel worden toegepast. Het nemen van deze pauzes moeten ook langer kunnen dan 7 maanden en betaald worden door de werkgever in plaats van het ziekenfonds. Het afkolflokaal moet zeer aangenaam worden ingericht. Als ouderschapsverlof onmogelijk is moet men de baby mee naar het werk kunnen brengen en bij gebrek aan kolfruimte moest 3 maanden extra borstvoedingsverlof betaald worden. Dat een goede aanpak resultaten ressorteert bewijst de praktijk bij de SERV waar werkende mama’s tot 8 a 9 maanden borstvoeding geven.
L.V.

Luchtvervuiling slecht voor de foetus

exhaust.jpg 

Luchtvervuiling heeft een nefaste invloed op de ademhaling bij foetussen. Dit gaat gepaard met een toenemend risico op ontstekingen van de luchtwegen bij deze foetussen en op termijn tot een stijging van het aantal ademhalingsziektes bij volwassenen. Ook de levensverwachting daalt hierdoor. Dat blijkt uit het een onderzoek dat uitgevoerd werd door onderzoekers aan de universiteit van Bern. Het werd eind vorige week voorgesteld op het jaarlijkse congres van de Europese vereniging voor Pneumologie.

In het kader van dit onderzoek werden de gevolgen van luchtvervuiling nagegaan bij 241 foetussen. Er werd rekening gehouden met drie indicatoren voor luchtvervuiling, met name de aanwezigheid van ozon, stikstof en zwevende partikels (fijn stof) in de lucht. Uit het onderzoek blijkt dat de frequentie van het ademhalen stijgt naarmate het niveau van de luchtvervuilling toeneemt. Sommigen moesten met name tot 48 keer per minuut ademhalen in tegenstelling tot 42 keer voor degene die minder blootgesteld werden aan luchtvervuiling. Ook het volume aan ingeademde lucht lag hoger.
L.V.

Eerste Belgische CO2-negatieve wijk

jatropha.jpg
Jatropha (Foto: Kennislink.nl)

Projectontwikkelaar Ertzberg bouwt in de periode 2009-2020 in de wijk Tweewaters aan de Vaartkom in Leuven op gronden die grotendeels werden aangekocht van InBev een nieuwe 11 ha grote stadswijk met 1.200 woningen. Het is niet alleen het grootste geplande stadsontwikkelingsproject in ons land, het zal ook de eerste CO2-negatieve wijk zijn. De plannen werden vanmiddag voorgesteld.

De stadswijk zal CO2-negatief zijn, omdat de hoeveelheid groene stroom die hier opgewekt zal worden een grotere vermindering inhoudt van het aantal ton CO2 dan dat de wijk zelf ooit zou produceren. Met behulp van een warmtekrachtkoppelingcentrale die werkt op basis van jatropha-biodiesel – jatropha is een giftige plant die op arme gronden groeit en dus geen concurrentie vormt voor voedselteelten – en 10.000 m2 fotovoltaïsche panelen zal op jaarbasis de CO2-productie met 9.240 ton verminderd kunnen worden. Dit is 2.320 ton meer dan de totale hoeveelheid CO2 die in de wijk via klassieke energieproductie zou uitgestoten worden.

Duurzaamheid staat centraal in het nieuwe project. Zo wordt een 3,5 ha groot ecologisch park aangelegd. De wijk wordt ook volledig autovrij en de woningen ondergronds ontsloten. Duurzame handelaars – met bijvoorbeeld producten uit de nabije omgeving – krijgen korting op de huur. De woningen zullen door goede isolatie 82 procent minder energie gebruiken dan de wettelijke E-100 norm. De opgewekte groene stroom zal in totaal 28 procent van de bevolking in de Leuvense binnenstad kunnen bevoorraden. Ook opmerkelijk is dat alle woningen zullen worden aangesloten op een intranet dat gezinnen informeert en interactieve mogelijkheden biedt zoals het maken van een afspraak bij de arts.

Medewerkers van het Wereldnatuurfonds kwamen in een eerste doorlichting tot de conclusie dat het hier om een uitzonderlijk ambitieus project gaat. Het WWF schrijft momenteel samen met Ertzberg een actieplan om de tien WWF-principes op vlak van duurzaamheid hier volledig toe te passen. Ertzberg hoopt dat het WWF het project zal erkennen als een “One Planet Living”-project zodat het wereldwijd als voorbeeld zou gelden. Het project werd door de Vlaamse overheid en de stad Leuven ingediend voor steun in het kader van het Europees Concerto programma voor de meest innovatieve duurzame projecten.

Bij het ontwerp van de nieuwe wijk werden toparchitecten betrokken zoals Stéphane Beel en Xaveer De Geyter. Het 50 meter hoge silogebouw aan de Vaartkom krijgt een woonfunctie. Bovenop wordt een horizontaal nieuwbouwvolume geplaatst dat in de richting van de Vaartkom 18 meter uitsteekt. In de bovenste lagen komt een belevenishotel met 120 kamers. Burgemeester Louis Tobback noemde dit project eerder al “het atomium van Leuven”. De beschermde Molens van Orshoven langs dit gebouw worden gerenoveerd en zullen hun culturele functie behouden. Aan de buitenzijde wordt een amfitheater gebouwd.

Eind 2009 gaan de bouwwerken van start met de bouw tussen de Molens van Orshoven en het hoofdkantoor van InBev van de Balk van Beel, een 180 meter lang gebouw met verschillende bouwlagen. In 2011 zullen daar de eerste mensen kunnen intrekken. De realisatie van het ganse project zal volgens de huidige planning tot 2020 aanslepen en honderden miljoenen euro kosten. Ertzberg, een financiële holding met vastgoedontwikkeling als voornaamste activiteit, hoopt omwille van de duurzaamheid van het project op Europese subsidies maar kan de financiering ook zelf volledig aan.
LV

Aanpak cadmiumbesmetting Noorderkempen

Bloedstaal.jpg
Blootstellingsonderzoek Noorderkempen (BONK) 2007-2008
(Foto: Medische Milieukundigen Vlaanderen)

Milieu- en gezondheidsadministraties bereiden momenteel nieuwe preventieve acties voor  om de negatieve gevolgen op de volksgezondheid van de historische vervuiling met zware metalen in de Noorderkempen als gevolg van de activiteiten van de non-ferro-industrie tegen te gaan. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams Milieuminister Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Kathleen Helsen (CD&V).

Het Actieplan Cadmium, dat toenmalig Milieuminister Kris Peeters in 2006 lanceerde, telde 42 acties waarvan er eind 2007 20 volledig uitgevoerd waren. Crevits verwacht dat dat met de meeste tegen eind 2008 het geval zal zijn. Het plan voorzag een nieuw gezondheidsonderzoek van de bevolking, verwijdering van zinkassen, afgraven van vervuilde tuinen, bijkomende controles van de nog actieve bedrijven, sensibiliseringsacties en dergelijke.

Ondanks het feit dat uit het in juni gepubliceerde Blootstellingsonderzoek Noorderkempen (BONK) wijst op een sterke daling van de lichaamsbelasting aan zware metalen, zijn er volgens Cevits bijkomende preventieve milieu- en gezondheidsacties nodig. Op basis van het voorbereidend werk dat milieu- en gezondheidsadministraties thans verrichten zullen deze herfst samen met lokale actoren zoals milieu-adviesraden, huisartsen en bedrijven nieuwe acties op vlak van milieu en gezondheid uitgewerkt worden.

“Het is van groot belang dat preventiemaatregelen die in de betrokken regio reeds geruime tijd worden gestimuleerd verder worden gezet, worden uitgebreid en door de bevolking daadwerkelijk worden nageleefd”, aldus Crevits. In het kader van het BONK-onderzoek werden bijvoorbeeld in S-zones rond fabrieken lagere urinaire cadmiumconcentraties gemeten dan in verder gelegen R-zones. “De voorbije 20 jaar werd vooral in S-zones intensieve sensibiliseringscampagnes gevoerd met betrekking tot het gebruik van putwater, groenten telen, kuisen in huis… Deze tips zijn in deze zones ook veel beter gekend”, aldus Crevits.

In 2006 toonde de onderzoeksgroep rond professor Jan Staessen (KUL) aan dat inwoners van Lommel, Balen, Overpelt en Neerpelt door het contact met cadmium 4 keer zoveel kans liepen op longkanker. Uit een mortaliteitsstudie die eind juli door Staessen en co werd gepubliceerd bleek dat het risico op overlijden bij inwoners van de Noorderkempen, die rond voormalige en nog actieve non-ferrofabrieken wonen, 20 procent hoger lag. Voor de kankersterften lag dit zelfs 40 procent hoger.

LV

Vleesconsumptie en broeikaseffect

AantalDieren.jpg
(Figuur: EVA)

Met een ludieke actie met ijsberen en pinguïns heeft de VZW EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) naar aanleiding van het feit dat het vandaag Wereldvegetarismedag is woensdagmiddag in het Leuvense studentenrestaurant Alma II het feit aangeklaagd dat vleesconsumptie momenteel verantwoordelijk is voor 18 procent van de broeikasgassen die wereldwijd worden uitgestoten en daarvoor sterk bijdraagt tot de opwarming van de aarde.

Uit een rapport van de VN-landbouworganisatie FAO blijkt volgens EVA dat de totale aan veeteelt gerelateerde uitstoot geraamd mag worden op 7,1 miljard ton CO2-equivalenten per jaar. Ontbossing voor de aanleg van landbouwgronden is goed voor 2,4 miljard ton, de CH4 (methaan) die vrijkomt bij het spijsverteringsproces van de herkauwers 2 miljard ton en het N20-productie (lachgas) door de mestproductie 2,2 miljard ton. De veeteelt heeft een aandeel van 9 procent in de productie van het CO2-broeikasgas, 37 procent in CH4 en 64 procent in N20.

In vergelijking met plantaardige producten is er minstens 10 procent meer energie nodig voor dierlijke voedselbronnen. Er is veel minder land en water nodig. Volgens het FAO zou thans 75 procent van de in gebruik zijnde landbouwgrond gebruikt worden voor de productie van vlees. Veeteelt legt beslag op ongeveer 1/10 van het globale waterverbruik. De vleesindustrie heeft wereldwijd ook een nefaste invloed op de voedselvoorziening. In grote delen van Brazilië bijvoorbeeld legt de landbouw zich volledig toe op de productie van soja voor het Westerse vee.

Teneinde de negatieve impact van de vleesindustrie te beperken op de opwarming van de aarde roept EVA op minder vlees te eten. De organisatie wijst daarbij op recente uitspraken van Rajendra Pachauri, hoofd van het VN-klimaatpanel IPCC, die er recent aan de universiteit van Gent voor pleitte dat iedereen minstens één dag per week geen vlees meer zou eten. EVA lanceerde daarom vandaag haar nieuwe Verleidelijke Veggie Gids, een gratis brochure met tips voor iedereen die lekker en gezond wil eten met minder vlees.
L.V.