Wisenten voor konijnen
De wisent (foto: Wikipedia)
Het ziet er naar uit dat de grote grazers als Galloways, Schotse Hooglanders, allerlei soorten schapen, Heck-runderen, Konikpaarden, edelherten en ander fraais definitief zijn aanvaard in het natuurbeheer bij de Nederlanders. Na een ’strijd’ van 25 jaar zijn er nu zelfs wisenten, de Europese bizonsoort, losgelaten in de duinen van Overveen. Tegelijk is eveneens aanvaard dat dode dieren ter plekke blijven liggen onder het motto: ‘dood brengt leven’. Eerst was er nogal wat verzet tegen dit laatste aspect omdat een deel van de publiek opinie het niet etisch vond om bij wijze van spreken tussen de kadavers te moeten laveren. Blijkbaar is die kaap nu genomen en gaat Staatsbosbeheer, vergelijkbaar met ons Agentschap voor Natuur en Bos, verder met het gevoerde beheer in de Oosgtvaardersplassen. Dank zij dat beleid heeft de Europese zeearend nu al twee jaar na elkaar gebroed omdat er het hele jaar rond voedsel aanwezig is. Deze enorme roofvogel is immers vooral een aaseter.
De vraag om al of niet grote grazers in te schakelen voor bos- en graslandbeheer is niet eenvoudig te beantwoorden. Zo verdwijnen vogelsoorten omdat koeien de nesten plattrappen. Maar blijkbaar wordt het steeds moeilijker om gebieden open te houden, want een van de voornaamste diersoorten die daar tot voor enkele jaren in slaagde was … het konijn. Maar de jongste jaren zijn de aantallen van deze knaagdieren zodanig gedaald, door verschillende virusziekten, dat ze hun graasfunctie niet meer adequaat kunnen uitvoeren waardoor vele plekken in onder meer de duinen en andere zanderige gebieden dichtgroeien. Op heel wat plaatsen kunnen de grote grazers die taak overnemen. Het blijkt zowat de enige manier om waardevolle graslanden niet te laten verbossen. Wisenten voor konijnen dus; wie had dat ooit gedacht? En wat gaat er in Vlaanderen gebeuren, want ook hier daalt de konijnenstand drastisch.
H.D.
Onbekende Noordzee veel bekender
België speelt een belangrijke rol in het internationaal marien onderzoek, zoveel is duidelijk. Ter illustratie daarvan: de Universiteit Gent hield onlangs een opendeurdag over haar ‘afdeling’ marien onderzoek, waarvan je alle sporen nog terugvindt op http://www.ugentaanzee.ugent.be/ Daarop staan zowat alle disciplines geïllustreerd waarmee meer dan tweehonderd wetenschappers dagelijks bezig zijn. Dan gaat het over commerciële aspecten als kweek van pekelkreeftjes als basisingrediënt voor de aquacultuur, als de emissies van CO2 en SO2 door onze schepen, het risico op scheepsongevallen in het Belgisch deel van de Noordzee, evaluatie van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden voor onze kust, onderzoek naar inplantingsplaatsen voor bijvoorbeeld windmolenparken, bodemkaarten, een inventaris van alle scheepswrakken (ongelooflijk hoeveel er van die roestbakken op de bodem liggen, maar intussen zijn vele geëvolueerd tot hotspots van biodiversiteit door de microhabitat die daar is ontstaan), marien onderzoek in het zuiden, nieuwe studierichtingen, enzovoort.
Het staat allemaal te onzer beschikking, zelfs in downloadbare versie. Wat wil een mens nog meer? Het is werkelijk een onbekende wereld, zeker voor niet-kustbewoners, die je op een gouden schaaltje wordt gepresenteerd. Enkele muisklikken en je wordt een ander mens.
H.D.
Wilkins gaat teloor
(Foto NSIDC)
De Wilkins Ice Shelf, een circa 13.000 km2 grote ijsvlakte, dreigt af te breken van het Antarctische schiereiland. De Wilkins Ice Shelf situeert zich op zo’n 1.000 kilometer van het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika en in het zuidwestelijke deel van Antarctica. Slechts een smalle ijsstrook van 6 kilometer verbindt deze ijsplaat nog met Antarctica. Dat heeft het Amerikaanse National Snow and Ice Data Center van de universiteit van Colorado vastgesteld. Al op 28 februari brak een gigantische ijsmassa van 41 kilometer lang en 2,5 kilometer breed, in totaal goed voor een oppervlakte van 405 m2, van de Wilkins Ice Shelf af.
NSIDC-onderzoekers zoals Ted Scambos schrijven dit toe aan de opwarming van de aarde, die veel sneller haar effect laat voelen dan in de jaren ‘90 voorspeld was. “Het Wilkins-ijs is op deze plaats al minstens enkele honderden jaren aanwezig, maar warme lucht en blootstelling aan oceaanwinden liggen aan de basis van afbrokkeling van het ijs”, aldus Ted Scambos. Deze plaats heeft de afgelopen vijftig jaar overigens de hoogste temperatuurstijging laten noteren op aarde met een toename van 0,5 graden celsius per decennium. Volgens Scambos zal de afbrokkeling van de Wilkins Ice Shelf niet leiden tot een stijging van de zeespiegel. Omdat het smeltseizoen op Antarctica op zijn einde loopt geloven de wetenschappers niet dat Wilkins de komende maanden verder zal afbrokkelen.
LV
Ook douane milieuvriendelijk

(foto: www.astrid.be)
Dat de opwarming van de aarde velen inspireert om milieuvriendelijker te gaan handelen bewijst de Belgische douane. Op initiatief van de dienst Douane en Accijnzen is op Europees initiatief een overleggroep opgericht om te bekijken op welke manier in beslag genomen producten opnieuw gebruikt kunnen worden en niet vernietigd zoals thans het geval. Binnen de EU worden in de strijd tegen de namaak jaarlijks meer dan 100 miljoen producten in beslag genomen. Het gaat om textiel, parfum, elektrische apparaten, geneesmiddelen, dvd’s, tabakproducten… Tot vandaag worden deze artikelen meestal door verbranding vernietigd.
De overleggroep, die onder leiding staat van de Europese Commissie, is al een eerste keer samengekomen in Brussel met vertegenwoordigers van de Luxemburgse, Duitse, Oostenrijkse, Poolse en Belgische douanediensten. Een eerste initiatief betrof de recyclage van enkele miljoenen schoenen. Deze werden met name gebruikt voor de vloerbekleding van sporthallen en de ondergrond van atletiekpistes. Andere mogelijke milieuvriendelijke oplossingen voor in beslag genomen goederen waaraan gedacht wordt zijn het gebruik van namaakparfum als brandstof, textiel als poetsdoeken voor garages, sterk alcoholhoudende dranken als basis voor antivriesmiddel voor auto’s…
L.V.
Slechtvalk in het middelpunt van de belangstelling

Slechtvalk (Foto: Guy Robbrecht, FIR op de website van het KBIN)
Het gaat wel erg hard voor deze uitzonderlijke vogelsoort die aan een heuse comeback bezig is nadat ze een dertigtal jaar geleden verdween uit het Belgisch luchtruim. Via een gerichte nestbakkencampagne broeden inmiddels een vijftigtal koppels op onder meer koeltorens van elektriciteitscentrales of op zendmasten.
Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) nodigt ‘iedereen’ uit op dinsdag 1 april om 10.30 uur (ze laten uitdrukkelijk weten dat het GEEN aprilgrap is) aan de voet van de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel (Wildewoudstraat) om met eigen ogen te zien hoe de dieren bezig zijn aan de broedzorg. Er liggen nu al voor het vijfde jaar op rij eieren in het nest, dit jaar zijn het er vier, zowat het hoogst mogelijke.
Van de snelste vogel ter wereld zijn nog twee andere koppels aanwezig in het Brussels Gewest, maar dit koppel pikt al een tijdje de meeste aandacht in. Je krijgt ter plaatse tekst en uitleg van de specialisten, en je kunt door telescopen kijken om de dieren nog beter te zien. Breng voor alle zekerheid je eigen verrekijker mee, want er wordt tamelijk wat volk verwacht. De weersvoorspellingen zien er nu al goed uit zodat je de vogels in optimale omstandigheden zult kunnen zien.
Allen daarheen!
H.D.
Natuur andermaal bedreigd!

De porfiermijn van Lessen (Foto: Cosyns)
Minder goed nieuws is er voor de verlaten porfiermijn van Lessen (Lessines – Henegouwen, vlakbij Geraardsbergen). Dat is nu nog een waar natuurparadijs, maar daar komt binnenkort verandering in als het van het Waals gewest en een privé-investeerder afhangt. Ze hebben er daar niet beter op gevonden dan dat er een overdekte skipiste zal worden gebouwd, een mega-complex dat de huidige natuurwaarden volledig om zeep helpt.
Onder andere de slechtvalk broedt hier en er komen verschillende soorten orchideeën en andere bijzondere plantensoorten voor. Het is bovendien een belangrijke verblijfplaats voor overwinterende en broedende vogelsoorten, terwijl de watersamenstelling in de oude schacht heel bijzonder is. De regionale natuurbeschermers zijn woedend, vooral omdat de site tot hiertoe alle natuurkansen kreeg zich verder te ontwikkelen. Tot heden is de omgeving nog rustig en idyllisch, maar met de komst van het nieuwe initiatief zal dat uiteraard drastisch veranderen. Er is inmiddels een petitie opgestart die al is ondertekend door zo’n tienduizend mensen. Op de website http://www.carrieresdelessines.be/ is informatie beschikbaar en kun je je ongenoegen laten weten aan de Waalse minister van ruimtelijke ordening, André Antoine.
Maak gerust van de gelegenheid gebruik om dit mooie natuurgebied een bezoekje te brengen. Het is nog steeds vrij toegankelijk, vooralsnog…
H.D.
Integraal waterbeleid in Vlaanderen: stand still

De Demer in Hasselt (Foto: Wikipedia)
Vele plannen zijn intussen de revue gepasseerd, inspraakrondes gehouden, gewikt en gewogen: alleen, de goedkeuring is er nog niet en het geld schijnt niet gebudgetteerd. Dat is geen goede zaak, want er is nog heel veel werk te doen, en er zijn geen middelen voorzien om de ploeg in de grond te zetten.
Nochtans zijn de doelstellingen niet min: meer ruimte voor water om verdroging en overstromingen te voorkomen, om klimaatbuffers aan te leggen, en om waterlopen een nieuwe, meer natuurlijke toekomst te geven. Het gaat onder meer om de Demer in Diest, die na vele decennia opnieuw zou worden opengelegd.
Ook heeft de Bond Beter Leefmilieu en Heemkunde Vlaanderen voor 20 andere waterlopen de toekomstscenario’s nagegaan, onder meer gebaseerd op geschiedkundig onderzoek. De vrees van beide organisaties is dat er eerst weer een of andere ramp moet gebeuren vooraleer men tot de actie op het terrein zal overgaan, met alle menselijke en andere ellende van dien. Eerst moeten nog de bekkenbeheerplannen worden goedgekeurd en dat laat op zich wachten. Pas daarna kunnen concrete projecten worden aangepakt, maar daarvoor is geld nodig. Het project in Diest om de Demer weer open te maken kost 8,5 miljoen euro, maar die som is alsnog niet voor handen.
Surf naar http://www.mijnwaterweg.be om alles te vernemen over dit schrijnend probleem dat zich in het rijke Vlaanderen voordoet. Ondanks de overschotten op de begroting is het blijkbaar niet mogelijk middelen te voorzien om deze dringende problematiek aan te pakken. De visie rond het integraal waterbeleid is nochtans opgenomen in de regeringsverklaring…
H.D.
Het ijs smelt!

Qori Kalis Glacier in 1978 en in 2004 (Lonnie G. Thompson, Byrd Polar Research Center, the Ohio State University/courtesy NSIDC)
Zowel het permanent ijs op de Noordpool als het ijs van gletsjers smelt aan een stijgend tempo weg. De rampen dat dit zal meebrengen zijn niet te overzien. Het smelten van gletsjers in de Himalaya bijvoorbeeld dreigt in heel Zuid-Oost-Azië een watercrisis uit te lokken daar ze de voornaamste bron van water zijn voor zeven grote rivieren in Azië. Door het smelten van het permanent ijs op de Noordpool wordt er minder zonlicht teruggekaatst en neemt het zeewater meer warmte op waardoor de opwarming van de aarde wereldwijd nog versneld wordt.
NASA-functionarissen van het National Snow and Ice Data Center hebben er recent op basis van satellietmetingen voor gewaarschuwd dat de hoeveelheid permanent ijs dramatisch afneemt. Het betreft ijs dat blijft als het ijs dat in de winter aangemaakt werd tijdens de zomer afsmelt. Door de ongewoon koude winter was de ijsmassa in maart weliswaar 3,9 procent groter dan de voorbije drie jaar, maar het betreft ijs dat veel kwetsbaarder en dunner is en in de zomer sneller terug wegsmelt. Het permanente ijs bedekte dit jaar slechts 30 procent van de oppervlakte van de Arctische oceaan, terwijl dat 20 jaar terug 50 tot 60 procent was. Voor het oudste ijs, dat minstens 6 jaar bestaat, is dat respectievelijk 6 en 20 procent. Amerikaanse en Canadese wetenschappers stelden midden vorig jaar dat er vanaf 2040 wellicht geen permanent ijs meer zal zijn op de Noordpool.
Onderzoekers van het United Nations Environment Programme (UNEP) waarschuwden recent op hun beurt voor het versneld smelten van gletsjers. In de periode 1980-99 nam de ijsdikte van gletsjers gemiddeld af met 30 centimeter per jaar, maar in 2006 was dat 1,5 meter. Toe- of afname van gletsjers wordt gemeten in meter “water equivalent”. Eén meter water equivalent komt overeen met 1,1 meter ijsdikte. De gemiddelde vermindering in 2006 bedroeg 1,4 meter, tegenover slechts een halve meter in 2005. De grootste verliezen situeren zich in de Alpen en Pyreneeën.
L.V.
Spin is Antwerpse soort van het jaar

Grote Steatoda (foto Ed Nieuwenhuys)
Na het jaar van de mus heeft Antwerpen deze keer de spin uitgeroepen tot soort van het jaar. Dat zal gepaard gaan met diverse manifestaties, zoals spinnenwandelingen en -lezingen. Een en ander wordt gecentraliseerd vanuit het Ecohuis in de deelgemeente Borgerhout. Daar loopt van 13 mei tot 30 november ook een spinnententoonstelling. Deze tentoonstelling is gratis toegankelijk.
De Antwerpse spin bij uitstek is de Grote Steatoda (foto). In Antwerpen speelt ze een belangrijke rol in de bestrijding van kakkerlakken. Onlangs raakte bekend dat Brussel kampt met een kakkerlakkenplaag. Deze insecten zijn moeilijk te verdelgen, omdat ze telkens opnieuw weerstand ontwikkelen tegen bestrijdingsmiddelen. Antwerpen is ook niet vrij van deze potentiële ziekte-overbrengers, maar heeft er voorlopig beduidend minder last van. De onderzoekers van het ASOP (Antwerps Spinnenonderzoeksproject) stellen dat de Grote Steatoda daar mogelijk mee te maken heeft. Deze spin is een migrant. Ze werd lang geleden – waarschijnlijk via de haven – in Antwerpen ingevoerd uit zuiderse gebieden en vestigde zich massaal in de Scheldestad. In Brussel is deze soort nog niet gevonden.
De Grote Steatoda is voor de mens totaal ongevaarlijk, maar haar gif is sterker dan dit van de meeste inheemse spinnen. Daardoor is ze waarschijnlijk één van de enige spinnen die hier voorkomt die taaie, jonge kakkerlakken de baas kan. Deze spin inzetten om bestaande kakkerlakkenplagen aan te pakken is geen optie, maar ze spin helpt wel om populatie-explosies bij kakkerlakken in te dijken.
K.M.
Oldtimer-rally compenseert CO2-uitstoot
Op paasmaandag 24 maart vertrekt aan het kasteel van het Waalse Hélécine, de Ovat Drivers Challenge, de 8e editie van een oldtimerrally die de circa 100 bestuurders van wagens die gebouwd werden tussen 1950 en 1980 een 300 kilometer lange tocht voorschotelt naar het hart van de ardennen en terug. De Oldtimer & Veteran Autoclub Tienen die het initiatief organiseert wil dit jaar de CO2-uitstoot compenseren via een financiële steun aan project in India dat zorgt voor hernieuwbare energie. Volgens ondervoorzitter Jeroen Thys haalde zijn organisatie het idee bij de Klausenrennen Memorial, een klassiekerrally die verreden wordt in de Zwitserse Alpen.
Alle bestuurders zullen hiertoe een bijdrage betalen van ongeveer 2 euro. “Het bedrag van 2 euro per klassieker volstaat om de uitstoot gedurende de meer dan 300 kilometer tellende rally te compenseren”, aldus Antoine Geerinckx van CO2logic die de organisatoren adviseerde. CO2logic maakt mensen en bedrijven bewust van hun eigen aandeel in de uitstoot en geeft hen de mogelijkheid er iets aan te doen. “Compensatie is natuurlijk niet genoeg. Daarom gaan we samen bekijken hoe we de CO2-uitstoot van deze klassieke wagens kunnen reduceren door middel van handige tips voor bestuurders”, aldus Geerinckx. De Belgische Federatie voor Oude Voertuigen (BFOV) bekijkt hoe ze het initiatief kan uitbreiden op nationale schaal.
L.V.
Firmafietsen voor Colruyt-personeel

Directeur-generaal Luc Rogge van Colruyt heeft vorige week de 1000ste firmafiets overhandigd aan een werknemer (werkzaam in de winkel in Ninove). Sinds mei vorig jaar krijgen medewerkers van Colruyt van de directie een kwaliteitsfiets cadeau als ze zich engageren minstens vier dagen per week met de fiets naar het werk te komen. Ondertussen werden al 1.064 aanvragen ingediend voor een dergelijke fiets. Volgens Colruyt komt 63 procent van de aanvragen van mensen die voorheen niet met de fiets naar het werk kwamen. Het project kreeg de naam “Bike to work” mee.
Al voordien kregen mensen die met de fiets naar het werk kwamen een fietsvergoeding. Voor wie in Halle werkt en met de trein pendelt zijn fietsen voorzien om van het station naar de werkplek te komen. Het percentage medewerkers dat op minder dan 10 km van het werk woont en met de fiets naar het werk komt is met deze initiatieven gestegen van 8 naar 14. De deelnemers aan het project fietsen daarmee samen 1,65 miljoen km per jaar en besparen doordat ze niet met de auto rijden hiermee 248 ton CO2.
Daarmee is het verhaal nog niet af. Colruyt biedt aan zijn werknemers ook de mogelijkheid om tegen voordelige voorwaarden een scooter te kopen. 240 mensen gingen daarop in. Tot slot helpt een interne carpooldatabank medewerkers in hun zoektocht om samen naar het werk te rijden. Aan al deze initiatieve participeren in totaal 2.189 medewerkers ofwel 1 op 9 van het totale werknemersbestand bij Colruyt in ons land. Het ganse project vermindert het totaal aantal autokilometer met 8,88 miljoen per jaar en de CO2-uitstoot met 1.242 ton per jaar.
L.V.
A world without water

De 8 jarige Vanessa en haar ouders moeten elke dag bijna 2 kilometer afdalen van de rotsen van El Alto, Bolivië, om water te gaan halen in een onbetrouwbare bron. Toch wonen ze slechts een paar honderd meter af van het belangrijkste waterzuiveringsstation van hun stad. Achter de prikkeldraadafsluiting zien ze miljoenen liters water stromen waar zij geen aanspraak op kunnen maken. Vanessa en haar ouders zijn de slachtoffers van de toenemende ‘commodificatie’ van water: water is steeds minder een gemeenschappelijk goed, en steeds meer koopwaar dat enkel beschikbaar is voor wie er baar geld voor kan betalen.
In 2000 hebben de leden van de Verenigde Naties zich ertoe verbonden om het aantal mensen zonder toegang tot water tegen 2015 te halveren. Maar het ziet er sterk naar uit dat binnen enkele decennia meer dan de helft van de werelbevolking zich zal moeten proberen redden zonder toegang tot zuiver water of sanitaire voorzieningen.
De pakkende documentaire ‘A world without water’, op 11 maart vertoond in het ARGUSfilmforum, brengt aan de hand van de aangrijpende verhalen van families uit Bolivië, Detroit, Dar es Salaam en Rajestan, het gevecht om water, deze waardevolle natuurlijke rijkdom, in beeld. Als achtergrond voor deze verhalen onderzoekt de documentaire de conflicten over de toekomst van water. De film toont hier duidelijk dat ook wij, in onze relatief waterrijke regio, het overleven van onze planeet mee in handen hebben.
Zuinig met spoelwater

(Foto: Koen Mortelmans)
Dit jaar waren er drie genomineerden voor de Environment Award. Dat is een bekroning die ter gelegenheid van Batibouw wordt uitgereikt aan één van de standhouders. Ecobouw (Aarschot) is een naam die zich al eerder in de kijker werkte op het vlak van duurzaamheid. Het werd hier genomineerd voor zijn Bellite bouwsysteem. Mevogra (Kalmthout) recupereert materialen uit oude treinen en verwerkt ze in nieuwe meubelen. Ook dit was volgens de jury een nominatie waard. Winnaar werd Sanitary Industrial Products (SIP) uit Brussel, dat hier uitpakte met een waterbesparend toilet.
Dit was niet de enige sanitaire nieuwigheid. Het Waalse Eureka-Concept toonde hier een urinoir dat nauwelijks water gebruikt. Uitvinder Luc Michel: “Urine zelf is eigenlijk vrij inert. Pas wanneer het in contact komt met water en met de in water aanwezige mineralen regeert het en vormt het afzettingen. In plaats van een massa spoelwater werkt dit urinoir met een elektrisch aangedreven zuiger die de geurtjes en bacteriën uit de plasbak wegzuigt en ze tot achter de sifon voert. De installatie zou voor minder dan € 5 per jaar elektrische stroom verbruiken, maar wel de kosten voor een massa parfums en/of ventilatiesystemen overbodig maken. Michel mikt met deze uitvinding in de eerste plaats op de horeca.
Het principe is afkomstig van een eerdere uitvinding, de geurloze WC. Daarvan zijn er sinds 2002 al 2.500 geplaatst, voor 80% in privé-woningen. In dit toilet worden de geuren via de rand van de pot weggezogen, tot achter de sifon. Het bespaart niet op spoelwater en verbruikt in tegenstelling tot een klassiek toilet wel elektriciteit. De belangrijkste besparing lig ook hier in de niet-aankoop van parfums en de overbodigheid van een ventilatiesysteem. De ventilatie gebeurt hier in de WC-pot zelf. Bij een klassieke WC met raam- of plafondventilatie ademt de gebruiker, al dan niet verdoezeld door parfums, de toiletgeuren toch in.
K.M.
Energy Award voor Young Budget Homes
(foto: YBH)
Een beetje in de schaduw van sommige andere evenementen zijn op Batibouw de Environment Award en de Energy Saving Award uitgereikt. Voor de Energy Saving Award waren Junkers (Aartselaar, combinatie van condensatieketels met zonne-energie en intelligente regeling), Megaman (Genk, dimbare spaarlampen in de vorm van gloeilampen) en Young Budget Homes (YBH, De Pinte) genomineerd. Het was Young Budget Homes die de prijs wegkaapte. Deze bouwonderneming biedt passiefhuizen aan. Op zichzelf is dit natuurlijk niet zo uniek. Maar de hooguit twintig passiefhuizen die België tot voor kort telde waren allemaal projecten waarvan de opdrachtgever doorgaans niet alleen zelf geëngageerd was in de milieusector, maar ook technisch nauw betrokken was bij de bouwwerken van het huis. Daarom was het niet mogelijk de echte meerkost in te schatten, want de eigen inbreng kan moeilijk in financiële termen worden uitgedrukt. Young Budget Homes pakt nu uit met een sleutelklare passiefwoning, zodat ook wie zelf buiten de sector staat zich er een kan aanschaffen.
Besparingen
YBH stelt geen gewoon passiefhuis voor, maar ‘PassivePlus’. Deze nulenergiewoning combineert de eigenschappen van het passiefhuis met de productie van elektriciteit uit fotovoltaïsche cellen. Zaakvoerder Wolfgang Verraes: “De investering weegt zwaarder, maar ze brengt een veelvoud op. Het lastenboek van een nulenergiehuis omvat standaard spaarlampen en milieuvriendelijke huishoudtoestellen. Zulke toestellen zijn iets duurder, maar verbruiken nauwelijks 5% van wat we gewoon zijn.”
Hout
YBH koos voor houtbouw. Zo vermijdt het één van de grote mogelijke nadelen van passiefwoningen: door de dikte van de muren houd je bij dezelfde buitenomtrek veel minder binnenruimte over. Een massiefhouten gebouw met crepi afwerking heeft een wanddikte van slechts 37 centimeter, slechts één of twee centimeter meer dan een wand met klassieke spouwmuur. Wil je voor het uitzicht absoluut een siergevel in baksteen, dan zit je wel met het nadeel van de wanddikte. YBH laat haar massief houten geraamtes produceren door een gespecialiseerd bedrijf in Duitsland. “We hebben een poging gedaan om met Belgische leveranciers te werken, maar voorlopig kunnen ze onvoldoende inspelen op de speciale vereisten voor passiefwoningen. Duitsland heeft al veel meer ervaring op dit vlak. Ik denk onder meer aan raamschrijnwerk met het glas er al in. Luchtdicht en zonder koudebruggen, welteverstaan.”
K.M.
1 miljoen extra voor Minawerkers

(Minister Hilde Crevits, foto: Paul De Cloedt)
Vlaams Milieuminister Hilde Crevits trekt in het kader van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 ter ondersteuning van het milieubeleid van gemeenten en provincies 1 miljoen euro extra uit voor aanwerving van milieu- en natuurwerkers (Mina-werkers). Dat heeft Crevits vrijdag aangekondigd in Kraainem bij de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst in Vlaams-Brabant.
Met dit 1 miljoen euro extra wordt het contingent Mina-werkers uitgebreid met 78 voltijdse arbeidsplaatsen, wat het totale aantal op 260 brengt. De Vlaamse subsidiëring van de Mina-werkers dateert al van uit de jaren ‘90 ten tijde van de milieuconvenanten. Het is volgens Crevits nog steeds een succesformule. “Uit de aanvragen blijkt elk jaar dat het beschikbare contingent zonder probleem volledig kan ingevuld geraken”.
De gecoördineerde aanpak rond de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen die in Vlaams-Brabant ontwikkeld werd kan voor Crevits model staan voor heel Vlaanderen. Bij de samenwerking in Vlaams-Brabant zijn naast het Vlaamse Gewest en de provincie ook 46 gemeenten betrokken evenals twee bovengemeentelijke organisaties, met name Econet Vlaams-Brabant en IGO Leuven.
In Vlaams-Brabant subsidiëren de federale en Vlaamse overheid gedeeltelijk de loonkost, de provincie coördineert en financiert de omkadering van de ploegen, de gemeenten geven opdrachten en betalen de restkosten van de lonen, Econet en IGO tot slot zorgen voor de technische en sociale begeleiding van de ploegen. Verdeeld over 12 Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen geeft dit werk aan een honderdtal natuurarbeiders en een 20-tal omkaderende personeelsleden.
L.V.




ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland