Spinnen worden aaibaarder

(Gewone Huisspin, foto: R. Louvigny)
Een paar dagen geleden rolde een interessante publicatie (ISBN: 978-90-223-2274-1) van de persen die ervoor moet zorgen dat spinnen in Vlaanderen uit de onbekendheid komen. Met ‘Spinnensafari’ hopen auteur Koen Van Keer en Uitgeverij Manteau deze ‘moeilijke’ groep ongewervelden meer aaibaarheid te geven. En, het mag gezegd, ze hebben dat voortreffelijk gedaan. Met eenvoudige bewoordingen en interessante weetjes worden deze interessante dieren een stuk concreter, temeer omdat voor elke soort een afbeelding is voorzien. Uiteraard betreft het slechts een selectie van de vele honderden soorten die bij ons voorkomen. Er is een hoofdstuk over spinnen in en om het huis, de tuin, het bos, de heide, de duinen en het water.
Het zou een illusie zijn te denken dat je met dit boek alle soorten op naam kunt brengen. Daarvoor is de determinatie te gespecialiseerd. En dat staat ook met zoveel woorden eerlijk vermeld. Wel kun je je nu iets voorstellen bij de diversiteit van de spinnenfauna, hun manier van leven, hun zeden en gewoonten. Dat is misschien een eerste stap om eventueel later wat dieper in te gaan op alles wat met spinnen te maken heeft. De groep van arachnologen is ook in Vlaanderen immers erg klein. Als je je geroepen voelt om (een deel van) je leven aan deze technologische wonderen te wijden zullen ze je graag zien komen bij Arabel, de Spinnenvereniging van België. Maar je hoeft je zeker niet verplicht te voelen; de initiatiefnemers zijn al heel blij als de spinnen wat meer aandacht zouden krijgen en als vele mensen hun spinnenangst zouden kwijtraken. Mogen ze daarin slagen. Voor diegenen die toch willen doorgaan: je kunt je aanmelden op http://www.arabel.ugent.be.
De auteur van dit boek is de secretaris van deze vereniging.
H.D.
Radiohead in de bres voor strenge klimaatwet
(Foto: Bart De Belder, Indymedia)
Friends of the Earth heeft woensdag in Brussel The Big Ask-campagne gelanceerd voor een strenge klimaatwet in België en Europa. Deze klimaatwet moeten jaarlijks en per land op middellange en lange termijn bindende ambitieuze doelstellingen vastleggen over de terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen. De campagne kreeg woensdag de steun van diverse muzikanten zoals Thom Yorke (frontman van Radiohead), Tom Kestens (Lalalover), Stef Kamil Carlens (Zita Swoon), Senso (Joshua), Gert Bettens, Nathalie Meskens, Joke De Bruyn en Jef Neve.
De campagne vraagt dat politici daadwerkelijk actie ondernemen tegen klimaatverandering. “Door jaarlijkse reducties vast te leggen over alle sectoren van de economie worden de ambitieuze doelstellingen opgebroken in hapklare blokken en verzekerd dat de verantwoordelijkheid niet simpelweg bij een volgende legislatuur kan gelegd worden”, aldus Friends of the Earth. In het kader van de campagne wordt iedereen uitgenodigd om postkaarten te sturen naar de voorzitters van de democratische partijen om hun steun te vragen. De campagne was eerder succesvol in het VK.
“We zullen nooit wakker worden uit de nachtmerrie van klimaatverandering tenzij onze nationale overheden en de Europese Unie actie ondernemen. Zij zijn degenen die de wetten zullen schrijven die wij als burgers en bedrijven moeten volgen. Zij zijn de enigen die de structuren kunnen oprichten die ons zullen helpen om klimaatverandering succesvol het hoofd te bieden. Door jaarlijkse reducties kunnen we ons steentje bijdragen om klimaatverandering te voorkomen en hopelijk een voorbeeld zijn voor de wereld”, aldus Thom Yorke van Radiohead woensdag. Hij overhandigde een symbool van de Big Ask aan EU-milieucommissaris Stavros Dimas.
Zie ook: http://www.thebigask.be/ en The big ask-video op Youtube
LV
Spitsbergen wordt genenbank

(Dak van de kluis: Mari Tefre, Global Crop Diversity Trust)
Vandaag opent op Spitsbergen, een Noors eiland op zo’n 1.000 kilometer van De Noordpool, op initiatief van vele instellingen en instituten wereldwijd de “Svalbard Global Seed Vault“. Het gaat om een opslagplaats van zaden van meer dan 200.000 verschillende landbouwgewassen uit Afrika, het Midden-Oosten, Azië en Zuid-Amerika. Bedoeling is te voorkomen dat deze planten uitsterven door het veranderende klimaat of natuurrampen. De genenbank moet de biodiversiteit in de landbouw helpen beschermen.
De zaden worden in Spitsbergen bewaard in een gigantische diepvriezer, uitgegraven in de permafrost, een permanent bevroren grondlaag. Volgens Bart Panis van het Leuvense Laboratorium voor Tropische Plantenteelt is voor Spitsbergen onder meer gekozen wegens de koude. “Omdat je in de permafrost niet meer zo hard hoeft te vriezen om tot de vereiste temperatuur van 20 graden onder nul te komen. Ook is het een heel stabiel gebied, niet alleen politiek en economisch, maar ook natuurkundig. Er is geen kans op tropische stormen, overstromingen en aardbevingen, dingen die in de landen van oorsprong van deze gewassen veel voorkomen. Zo plunderden vijf jaar geleden rebellen een genenbank in Iran en verwoestte twee jaar geleden een tyfoon een rijstcollectie op de Filippijnen”, aldus Panis.
De opslagplaats is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen de Noorse regering, de Global Crop Diversity Trust en de Consultative Group on International Agricultal Research (CGIAR). Het Laboratorium voor Tropische Plantenteelt van de K.U.Leuven behoort tot de koepel van Biodiversity International, het CGIAR-centrum dat werkt rond biodiversiteit. Het Labo onderhoudt in opdracht van Biodiversity International in Leuven een grote collectie bananen uit de hele wereld en stelt deze ter beschikking van de internationale gemeenschap.
L.V.
Moet kernenergie blijven?

Op de European Business Summit, in het kader van een debat over het behoud van kernenergie, verduidelijkte Roland Schenkel (directeur-generaal van het Joint Research Centre van de EU) de aanpak van de EU op het vlak van atoomenergie.
“Europa gebruikt meer nucleaire energie dan de andere continenten. We streven naar een evenwichtige energiemix, zodat we niet van een beperkt aantal bronnen afhankelijk worden. Ideeën worden uitgewisseld in een open forum, waarin niet alleen overheid en industrie vertegenwoordigd zijn, maar ook andere stakeholders, zoals niet-gouvernementele organisaties (NGO’s).” Het onderzoekt spitst zich niet alleen toe op het veilig verlengen van de levensduur van de bestaande kerncentrales, maar tevens op het zoeken naar nieuwe toepassingen. “Nu blijft het bij elektriciteitproductie, maar in de toekomst kunnen kerncentrales misschien instaan voor de productie van waterstof.”
Ook voormalige energieminister en vice-premier Jean-Pol Poncelet, tegenwoordig adviseur bij de groep Areva, pleit voor meer onderzoek. “Om de nieuwe generatie kerncentrales op punt te zetten. Europa is wel wereldleider inzake atoomenergie, maar de internationale concurrentie groeit. Zo wil China tegen 2030 twintig tot dertig nieuwe kerncentrales bouwen. We zijn op weg naar een consolidatie op wereldvlak.”
Gerd Leipold, ‘executive director’ van Greenpeace, voelt zich ook niet op zijn gemak bij de proliferatie van nucleaire technologie naar steeds meer landen. “De meeste landen die wel zeggen dat ze alleen geïnteresseerd zijn in atoomenergie voor vreedzaam gebruik zijn ook op zoek naar atoomwapens. Bovendien neemt met de verspreiding van de technologie ook het risico toe dat ze in verkeerde handen terechtkomt. Ik heb indertijd de ex-Sovjet-Unie bezocht en zag er hoe de installaties onbewaakt en onbeheerd achterbleven en wegroestten, omdat de bewakers en het onderhoudspersoneel niet meer betaald werden. China is nu wel een stabiel land, maar wie zegt ons dat dit over vijftig jaar nog het geval is? Het land verkeerde gedurende driekwart van zijn lange geschiedenis in staat van burgeroorlog. Anderzijds doet China momenteel meer inspanningen voor de opbouw van een hernieuwbare capaciteit dan voor de bouw van nieuwe kerncentrales.”
KM
Greening the Economy

De Europese klimaatdoelstelling omzetten in realiteit, dat is de komende jaren de grootste uitdaging voor de bedrijfswereld. De uitgave 2008 van de European Business Summit, een organisatie gedragen door het VBO, kreeg dan ook de titel ‘Greening the Economy’ mee. Volgens de initiatiefnemers spelen de Belgische ondernemingen nu al een leidinggevende rol op het vlak van energie-efficiëntie.
Om verder na te ga hoe ondernemen kan samengaan met klimaatzorg liet het VBO zakenschool Insead een studie uitvoeren. Insead-decaan Frank Brown verraste niet echt met de uitspraak dat om de energieprestaties te verbeteren bedrijven, overheid en onderwijs moeten samenwerken.
Het rapport vergelijkt Europa met andere continenten. Het houdt daarbij rekening met de CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking, de eco-innovatieve prestaties en de investeringen in schone energietechnieken. Het blijkt dat de EU zijn score op het vlak van emissies, terwijl die van China verzwakt. De zware industrie is er dominant en de afhankelijkheid van steenkool groot. Japan, China, India en Australië doen het beter dan Europa en veel beter dan Noord-Amerika wat betreft energieverbruik. Japan behaalt de hoogste innovatiescore, op de voet gevolgd door Noord-Amerika. Europa volgt wat verderop terwijl India en China achterna hinken.
Europa doet het dan weer erg goed inzake eco-innovatie, vooral wat betreft voertuigmotoren, de behandeling van vast afval en hernieuwbare energiebronnen. VBO-CEO Rudi Thomaes: “Het komt erop aan deze voordelen om te zetten in commercieel succes, vooral door meer investeringen en een aangezwengelde marktdynamiek.”
De European Business Summit vindt traditioneel plaats in het elegante kader van Tour & Taxis in Brussel. Daar loopt dit jaar tegelijk ook de grote Stars Wars-tentoonstelling. In deze als science (sic)-fiction bestempelde filmreeks is het ecologische aspect te zoeken zoals een grassprietje in een speldenberg. Blijven we bij scores, dan zit Europa met het iets oudere Keromar ook in deze sector beter!
KM
Opwarming vergroot overstromingsrisico

New Orleans na de doortocht van Katrina
De klimaatsverandering stelt ons volgens de Britse professor David Balmforth voor enorme uitdagingen op vlak van overstromingen. Klimaatmodellen voorspellen immers dat er tegen 2080 in het noordwesten van Europa 40 procent meer neerslag zal vallen. Ook de hevigheid van lokale regenbuien wordt intenser. Voor Vlaanderen betekent dit een verdubbeling van het risico op overstromingen. De extra hoeveelheid regenwater zorgt er ook voor dat nieuwe gebieden te maken zullen krijgen met overstromingen. Zo zullen ook stedelijke gebieden getroffen worden die momenteel totaal niet voorbereid zijn op overstromingen. Balmforth is een internationaal bekend expert op vlak van waterbeleid.
Dit verhoogd risico op wateroverlast vergt een totaal nieuwe aanpak. Het beleid moet niet langer alleen gericht zijn op het voorkomen van overstromingen, maar ook deze problemen ook managen en er met andere woorden mee leren leven. Alles toespitsen op het water weghouden is niet langer een optie. Balmforth verwijst naar de overstromingsramp in New Orleans waar het beleid er alles aan gedaan had om het water buiten de stad te houden. Eenmaal het water binnen was er geen plan om er mee om te gaan en het opnieuw weg te krijgen. Dat in Groot-Brittanië vorig jaar bijna 50.000 woningen onder water liepen was niet het gevolg van het doorbreken van dijken, maar van de felle neerslag binnen de dijkengordel.
Balmforth pleit onder meer voor het aanpassen van de bovengrondse stedelijke infrastructuur. Om de straten te gebruiken als overstromingskanalen pleit hij ervoor om deze te laten afhellen naar de kant. Parkeer- en sporterreinen dienen te worden gebruikt om overtollig water tijdelijk op te slaan. Woningen moeten op een hoger niveau gebouwd worden dan de straten en de gelijkvloerse verdieping eerder als opslagruimte dan als woning te worden gebruikt. Rioleringen nog groter maken is duur en ontwrichtend en heeft weinig nut. Bij zwaar stormweer baant nu al 80 procent van het water zich bovengronds een weg. Elektriciteits- en waterzuiveringsinstallaties moeten extra beschermd worden.
LV
Masdar moet eerste CO2-neutrale stad worden

Masdar (“Bron”) in de Verenigde Arabische Emiraten moet de eerste CO2-vrije, auto- en afvalloze stad ter wereld worden. Fotovoltaïsche cellen zullen er voor de nodige elektriciteit zorgen en ook de koeling zal er gebeuren op basis van zonne-energie. De stedelijke plantsoenen en de landbouwgewassen buiten de stad zullen geïrigeerd worden met ‘grijs’ water en met afvalwater dat behandeld werd in de stedelijke zuiveringsinstallatie.
De stad krijgt een oppervlakte van ongeveer 6 km² en is op termijn bestemd voor 40.000 tot 50.000 bewoners en ongeveer 1.500 ondernemingen. Die ondernemingen moeten actief zijn op het vlak van hernieuwbare of duurzame energie. De bouwwerken gaan in 2008 van start. Tegen 2015 moet de nieuwe stad, die langs vier kanten wordt omwald, een realiteit zijn.
Al het afval moet er gerecycleerd worden en in de plaatselijke winkels zullen alleen duurzaam gewonnen en/of fair trade producten te koop zijn. Het waterverbruik per persoon mag er hooguit de helft van het nationaal gemiddelde bedragen. Masdar krijgt een bescheiden spoorwegverbinding met Abu Dhabi. Nergens zal je meer dan 200 meter moeten wandelen naar een stopplaats van het openbaar vervoer, dat verzorgd zal worden door een soort gondels.
Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat men poogt een modelstad te ontwerpen. In de praktijk bleken die soms niet helemaal haalbaar, soms niet helemaal leefbaar. Al die initiatieven zijn kinderen van hun tijd, zoals het EUR van Mussolini of het Brasilia van Oscar Niemeyer, een wereld van beton, zonder een streepje stedelijk groen. Nu is ‘groen’ helemaal in.
De sjeiks van de Emiraten hebben met lord Norman Foster wel een redelijk bekende naam aangetrokken om het project uit te tekenen. Bij de voorstelling was ook de Britse prins Andrew aanwezig. Dergelijke mensen zijn erg behoedzaam en passen ervoor op hun naam geassocieerd te zien met onrealistische projecten. Masdar mag dan wel een duurzaam project zijn, maar elders in de Emiraten worden overwegend prestigieuze klassieke gebouwen opgetrokken. Een belangrijk export- of doorvoerproduct vanuit België naar de Emiraten bestaat uit volumineuze, energieslorpende koelinstallaties.
K.M.
Batibouw in het teken van duurzaamheid
Van 28 februari 2008 vindt in de Brusselse Heizelpaleizen de 49ste editie van Batibouw plaats, de grootste en belangrijkste bouwbeurs van België. De eerste twee dagen zijn voorbehouden aan professionele bezoekers. Vanaf 1 maart is ook het grote publiek er welkom, van 10 tot 18.30 uur (op vrijdag 7 maart tot 21 uur).
Dit jaar staat Batibouw helemaal in het teken van duurzaamheid, vooral op het vlak van energiebesparing. De standhouders stellen niet alleen een aantal nieuwe producten voor, er vinden ook diverse gespreksfora, infomomenten en persconferenties rond dit thema plaats. Bovendien hebben, naast de fabrikanten, ook diverse overheden en organisaties er een infostand.
Organisator Geert Maes: “We gaan mee met onze tijd. Evenementen en thema’s hangen samen met wat er vandaag bij de (ver)bouwer leeft. De baksteen wordt groener en dat zullen we geweten hebben. Met ‘duurzaam bouwen’ hebben we het dan ook niet over een ‘nieuwe trend’, maar wel over een manier van denken en handelen. Vandaag is het de particulier zelf die op zoek gaat naar duurzame oplossingen. Het betreft hier niet alleen de gebruikte producten, maar ook de manier waarop mensen vandaag naar hun woning kijken. Bij de (ver)bouw van een woning wordt meer en meer op termijn gedacht. Het project beperkt zich niet tot de huidige situatie. Zo kan een gezin er tien jaar later helemaal anders uitzien. Noden veranderen dan ook. Kinderen worden geboren, groeien op, worden volwassen om het ouderlijke nest uiteindelijk te verlaten… Van een thuis wordt vandaag verwacht dat deze meegroeit met het hele gezin.”
De exposanten met in hun aanbod milieuvriendelijke en/of energiebesparende productiemethodes of producten zijn opgenomen in het Environment Parcours en komen in aanmerking om de Environment en/of de Energy Saving Award te winnen. Deze stands zijn herkenbaar gelabeld en opgenomen in een speciale folder. Want de stands staan thematisch opgesteld: in het ene paleis vind je badkamers, in het andere verwarming, in nog ene ander doe-het-zelfproducten… De exposanten die deel uitmaken van het Environment Parcours bevinden zich verspreid over de diverse paleizen.
KM
Testveld voor huishoudelijke windturbines in Sluis

(Foto: Manon Koster)
In Schoondijke (gemeente Sluis) draaien sinds einde 2007 elf kleine windturbines van diverse types. Het leveren van hernieuwbare energie is niet hun hoofddoel: het project is vooral een vergelijkende test tussen het aanbod van diverse fabrikanten.
Het is de één van de eerste keren dat op dezelfde tijdstippen en site verschillende soorten windturbines onder dezelfde omstandigheden getest worden. De windturbines van verschillende leveranciers worden onderling vergeleken op aspecten zoals energieopbrengst, geluidshinder, exploitatiekosten, weersbestendigheid, trillingen en omgevingsinvloeden. De initiatiefnemers willen te weten komen welke turbine(s) het meest geschikt zijn voor kleinschalige energieopwekking.
Sluis had een twintigtal voorstellen ontvangen, maar de andere modellen zijn tijdens de selectieronde door de mand gevallen. Zo moesten de turbines voldoen aan een aantal minimale veiligheidseisen. Verder zijn er alleen commercieel leverbare toestellen aanvaard, geen aangekondigde modellen of prototypes. Anders zou de test geen praktisch nut hebben voor wie zich een windturbine wil aanschaffen. De turbines staan allemaal vrij, in lijn, op onderlinge afstanden van vijftien meter. De tests zullen minstens twee jaar duren.
De fabrikanten publiceren zelf wel testgegevens over hun producten, maar deze tests gebeurden niet in identieke omstandigheden, zodat de resultaten ervan niet vergelijkbaar zijn. Met die van Sluis zal dit wel mogelijk zijn. Mogelijk leidt dit tot een soort certificering. Er wordt nog bekeken of de prestaties van de palen en de verankeringskabels worden meegenomen in de testresultaten.
De turbineleveranciers kunnen steeds de productieprestaties van hun eigen toestellen raadplegen, maar de eerste gezamenlijke resultaten worden pas na drie maanden gepubliceerd. Het vermogen wordt afzonderlijk gemeten bij diverse windsnelheden. Want het is mogelijk dat sommige toestellen beter functioneren bij hoge, andere bij lage windsnelheden. Ook mogelijke defecten, al dan niet onder invloed van het weer, worden geregistreerd. Verder worden onder meer het vermogen en – met telkens slechts één turbine aan het werk – de geluidshinder opgemeten.
Bezoekers zijn welkom in Techno Park Zeeland, Buys Ballotstraat, Schoondijke (Sluis).
K.M.
Slechte binnenlucht scholen
De Nederlandse regering trekt 1,3 miljoen euro om het “binnenmilieu” in basisscholen te verbeteren. De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) gaat de komende vijf jaar in alle basisscholen metingen uitvoeren en advies op maat verstrekken. Alle scholen krijgen ook een voorlichtingspakket en een CO2-meter. Ze krijgen ook een eenmalige premie voor zaken zoals kleine bouwkundige ingrepen, de aanschaf van buitenzonwering en dergelijke. Met scholen en gemeenten zal een convenant worden afgesloten.
Leefmilieuminister Jacqueline Cramer die het nieuwe beleidsplan op 15 februari bekendmaakte verwees hierbij naar recente onderzoeken waaruit blijkt dat leerlingen beter presteren in een goed geventileerd lokaal. Ook hun gezondheid kan eronder lijden als de luchtkwaliteit in het stookseizoen ondermaats is en de temperatuur in de zomer te hoog. Ook teveel geluid kan hen en leerkrachten parten spelen. De Nederlandse regering wil dat over 15 jaar tijd moeten in alle scholen de luchtverversing, temperatuur en achtergrondgeluid in orde zijn. Bij het nemen van de maatregelen wordt eveneens energiebesparing nagestreefd.
Uit onderzoek door Test-Aankoop bleek vorig jaar dat in het merendeel van de Belgische scholen het CO2-gehalte in de lucht veel te hoog is. Het onderzoek werd uitgevoerd in telkens drie lokalen van 20 scholen. “In 47 van de 60 lokalen werden waarden opgemeten die wijzen op luchtvervuiling en onvoldoende ventilatie. Kinderen worden er moe van en hun aandacht en concentratievermogen vermindert er sterk door”. De lucht in de lokalen is ook vervuild door vluchtige organische componenten zoals benzeen en tolueen. In 18 lokalen kwam het kankerverwekkende benzeen in te hoge mate voor. Ook de concentratie schimmelsporen en luchtvochtigheid was vaak te hoog.
L.V.
Smogalarm

(Foto: Yves Adams)
Sinds maandagmorgen is voor de tweede keer op twee maanden tijd een smogalarm afgeblazen over ons land en geldt op een aantal snelwegen in Vlaanderen een snelheidsbeperking tot 90 km per uur. in Wallonië wordt deze maximumsnelheid enkel aanbevolen. De actuele weersomstandigheden - lage windsnelheden en krachtige temperatuursinversie zorgen voor een slechte verdunning en opstapeling van de luchtverontreiniging. In tien van de 29 meetpunten in Vlaanderen werden ’s morgens fijnstofwaarden (PM10) gemeten tussen 50 en 70 microgram per m³. In 12 gevallen werd de alarmdrempel van 70 microgram overschreden. In de loop van de dag werden wat het hele land betreft de hoogste concentraties gemeten in Luik, Charleroi en Roeselare. In de Maasvallei werden zelfs pieken tot 500 microgram per m³ vastgesteld.
Ook voor stikstofdioxide (NO2) werden hoge waarden gemeten. De Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) mat waarden tot 339 microgram per m³ wat de afgelopen 15 jaar niet meer voorkwam in ons land. De Europese alarmdrempel bedraagt 400 microgram.
Op jaarbasis mag de maximale dagconcentratie van 50 microgram fijn stof (PM10) per m³ maximum 35 keer overschreden worden. De gemiddelde jaarwaarde is vastgelegd op 40 microgram per m³. Tegen 2012 moeten die normen gehaald worden. Voor PM2,5 wordt vanaf 2015 de jaarnorm van 25 microgram per m³ verplicht.
Uit het recente jaarrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij bleek dat de toestand in Vlaanderen vorig jaar verslechterde wat het fijn stof betreft. Fijn stof bestaat uit in de lucht zwevende deeltjes die diep kunnen doordringen in de longen en bloedbaan. Omdat ze allerlei vervuilende stoffen zoals zware metalen, dioxines en pcb’s meedragen zijn ze schadelijk voor de gezondheid. UG-specialist kankerpreventie Nic Van Larebeke stelde op 5 november in het Nieuwsblad dat 2,5 tot 12,5 procent van de niet-rokende Vlamingen sterft aan de gevolgen van milieuvervuiling. Het aantal dodelijke longkankers door fijn stof schat hij op liefst 10.000 per milijoen inwoner. “Voor hart- en vaatziekten is dat allicht van dezelfde orde”. Vooral dieselmotoren, de industrie en verwarmingstoestellen zijn verantwoordelijk voor de uitstoot.
L.V.
Grote bedrijven tegen klimaatopwarming
Sony-topman Howard Stringer (L) drukt de hand van James Leape (R), hoofd van WWF-internationaal tijdens de ‘Climate Savers Summit’.
Twaalf grote bedrijven hebben in Tokio een engagementsverklaring ondertekend om de strijd aan te gaan tegen klimaatopwarming. Het gaat om Sony (elektronica), Sagawa Express (transport), Hewlett-Packard (informatica), Nike (sportartikelen), The Collins Companies (hout), Xanterra Parks & Resorts (vrije tijd), Allianz (bank en verzekeringen), Catalyst (papier), Nokia (mobiele telefonie), Novo Nordisk (farmacie), Tetra Pak (verpakkingen) en Spitsbergen Travel (reizen).
De ondertekende bedrijven willen hun inspanningen voor de beperking van broeikasgassen voortzetten, de transparantie op dat vlak verhogen en ook hun klanten aansporen tot ecologisch bedrag. Ze zullen ook andere bedrijven aansporen de verklaring te ondertekenen. “Er bestaat geen twijfel over dat de klimaatopwarming een van de belangrijkste problemen van onze tijd is”, aldus Howard Stringer, CEO van Sony, samen met natuurbeschermingsorganisatie WWF de gastheer van de vergadering.
De twaalf bedrijven hadden tijdens de bijeenkomst in Tokio ook scherpe kritiek op de regeringen die volgens hen “te weinig efficiënt werk verrichten” als het gaat om de strijd tegen de klimaatopwarming. “De regeringen zijn veel meer geïnteresseerd in de crisissen van vandaag dan in die van morgen. We moeten daarom nu ingrijpen”, aldus Howard Stringer tijdens de bijeenkomst die plaatsvond onder de ambitieuze titel “Top van de redders van het klimaat 2008″
De declaratie van de top is te downloaden op:
http://www.sony.net/SonyInfo/News/Press/200802/08-0215E/CSTD.pdf
LV.
MeMo-gids 5 is er!

In relatief beperkte kring is dit ‘profiel van mens- en milieugerichte bedrijven’ een begrip, en dat is niet onterecht. De vorige Groene Gids 4 dateert inmiddels al van 2001, een actualisatie was dus dringend aan de orde.
Je vindt alle gegevens van duurzame aannemers, en architecten, over boerenmarkten, verantwoorde landschapszorg en degelijke schrijnwerkers, tot onschadelijke verfsoorten en wasmiddelen, ‘en nog veel meer’. Er zijn vandaag zoveel bedrijven en bedrijfjes actief die het goed menen met deze wereld dat een oplijsting met alle contactgegevens geen overbodige luxe is voor wie op zoek is naar een duurzaam alternatief voor zovele zaken die we (dagelijks) nodig hebben. Uiteraard krijgt de sociale economie veel aandacht. Traditiegetrouw zijn de bedrijven en organisaties niet alfabetisch geklasseerd, maar per postnummer. Zo kun je makkelijk nagaan of er in de omgeving van je gemeente iets bestaat waar je naar op zoek bent, zoals biobakkerijen of invoegbedrijven (om iets te noemen).
Je kunt de gids bestellen via info@memovzw.be of per telefoon: 03/28112.97 of 0497/38.43.84. Hij kost 19 € per stuk, verzendingskosten inbegrepen. Voor die prijs krijg je er een ‘Vrije software CD’ bij, die ‘45 open source programma’s voor Windows’ bevat. Het gaat onder meer om grafische programma’s (Blender, KompoZer), multimedia (MediaCoder, VLC), hulpprogramma’s Abakt, WinSCP, internetprogramma’s (aMSN, Mozilla Firefox, Pidgin), kantoorprogramma’s (Mozilla Sunbird, Notepad2, OpenOffice.org, PDFcreator), en zoveel meer.
Voorwaar de moeite van een aanschaf waard, want enig in zijn genre en spotgoedkoop!
H.D.
Bedrijven voor biodiversiteit
In de Verenigde Staten worden heel wat initiatieven genomen om natuur en biodiversiteit te beschermen. Blijkbaar is er heel wat privé-initiatief van burgers en bedrijven die zich inzetten om de natuur een stevige hand te helpen. Vorige week kreeg ik een jaarkalender van 2008 in handen die een en ander illustreert.
Het is een uitgave van de Wildlife Habitat Council die laat zien welke belangrijke natuurwaarden zich bevinden op door aangesloten leden ingerichte bedrijfsgronden. Het gaat alles samen om ongeveer 1 miljoen hectare, verspreid over 48 staten. Enkele van de deelnemende bedrijven zijn BP Chemicals, DuPont Company, Annheuser-Busch, ExxonMobil, enzovoort. Ze krijgen hulp van ngo’s als het WWF, the National Wildlife Federation en The American Farmland Trust.
De kalender (die je kunt bestellen via de vermelde website, aan een 20-tal $/stuk) toont een vogel-, zoogdier-, reptielen- of plantensoort per week die de paradepaardjes van dienst zijn. En, het mag gezegd, dat zijn niet van de minste. Het gaat om lokale buitenlandse soorten die zo goed als volslagen onbekend zijn in Europa. Maar het is wel interessant om zien hoe bedrijven en natuurverenigingen constructief kunnen samenwerken tot eer en glorie van de biodiversiteit. Of dat verder inhoudt dat de betreffende bedrijven op alle vlakken duurzaam werken is uiteraard een andere zaak. Maar je kunt zeker niet ontkennen dat er de voorbije jaren op dat vlak hele grote stappen voorwaarts zijn gezet. Steeds meer ondernemingen sluiten zich aan bij de duurzame criteria die wereldwijd aanvaard worden.
Er is dus nog hoop voor deze wereld, zijn biodiversiteit en zijn economie.
H.D.
Vervuilende wagens meer belasten

Foto: Vervuilend verkeer wordt dit najaar fors duurder in Londen
Het onderzoeksbureau Transport & Mobility Leuven pleit ervoor om dieselauto’s zwaarder te belasten omdat deze opvallend meer vervuilen dan benzinewagens. Het bureau pleit ervoor om op korte termijn de accijnzen op dieselbrandstof hetzij de voertuigbelasting op het bezit van een dieselauto te verhogen. Momenteel betalen dieselwagens minder belasting terwijl ze meer vervuilen. Accijnzen op motorbrandstoffen zijn weliswaar een federale bevoegdheid, maar Vlaanderen zou kunnen ijveren voor een betere federale accijnsstructuur.
Het is een internationale tendens om auto’s te weren of zwaarder te belasten naargelang hun vervuilingsgraad. In Duitse steden Keulen, Hannover en Berlijn is het sinds nieuwjaar verboden om met benzinewagens van voor 1992 en dieselwagens van voor 1997 nog het stadscentrum binnen te rijden. Enkel auto’s met een sticker mogen nog binnen. Afhankelijk van de vervuilingsgraad van het voertuig kan men een rode Euro2-, gele Euro3- of groene Euro4-vignet bekomen tegen een prijs die varieert tussen 5 en 12 euro. De vermelde oude wagens kunnen echter geen sticker bekomen omdat ze te vervuilend zijn. Vanaf 2010 zullen ook auto’s met een rood vignet het stadscentrum niet meer inmogen. De boete op een overtreding bedraagt 40 euro.
Ook Milaan heeft een soortgelijke maatregel ingevoerd. Het stadscentrum wil binnenrijden kan nog enkel mits bezit van een “antismogticket”. Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de wagen betaalt de bestuurder 2 tot 10 euro per dag. De minst vervuilende klasse auto’s is vrijgesteld van de heffingen. In tal van andere steden zoals Valetta, Stockholm, Londen, Durham, Rome, Oslo, Bergen en Singapore bestonden reeds tolheffingen om de aanwezigheid van wagens te beperken. Het stadsbestuur van Londen heeft begin deze week aangekondigd dat het dagelijkse tolgeld van 8 pond om met de wagen rond te rijden in de hoofdstad vanaf oktober opgetrokken wordt tot 25 pond voor de meest vervuilende voertuigen.
L.V.

ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland