EU lanceert klimaatplan (2): milieuorganisaties ontgoocheld

 energy_package_2008_en.jpg

Diverse milieuorganisaties hebben de afgelopen dagen ontgoocheld gereageerd op het masterplan voor klimaat en energie dat de Europese Commissie op 23 januari bekendmaakte. Grote doelstellingen voor 2020 zijn het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent in vergelijking met 1990. Indien het wereldwijd in het zog van de VN-klimaatconferentie van Bali tot een akkoord komt wordt die doelstelling opgetrokken tot 30 procent.

Voor het WWF is de doelstelling van 20 procent niet ambitieus genoeg en moet de Commissie mikken op een reductie van 30 procent wat in het verlengde ligt van wat beslist was op de Europese raad van maart 2007. “Een reductie van 30 procent is namelijk nodig om onder de gevaarlijke temperatuursstijging van 2 graden Celsius te blijven. Het is ook niet conform het recente akkoord van de VN-klimaattop in Bali. Daar werd afgesproken dat de ontwikkelde landen hun uitstoot met 25 tot 40 procent moesten doen dalen tegen 2020″, aldus WWF.

Ook Friends of the Earth Europe vinden de doelstelling te zwak om een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Men vindt dat de EU terugkomt op zijn standpunten die het eerder innam in Bali en roept op de doelstellingen te verstrengen. De milieuorganisatie is ook niet te spreken over het feit dat de EU het gebruik van biobrandstoffen wil stimuleren. In de transportsector moet volgens de EU met name tegen 2020 10 procent van de brandstof biobrandstof zijn. Alleen ethanol en biodiesel, waarvan de CO2-uitstoot 30 procent lager is dan die van fossiele brandstoffen ligt, zijn toegelaten. Volgens Friends of the Earth is dit “een ramp voor het milieu” en zal het de landbouwprijzen fors verhogen.

Ook de Bond voor Beter Leefmilieu is ontgoocheld dat de 30 procent doelstelling niet vooruitgeschoven is. “Ze laat de EU onvoldoende bijdragen tot de inspanningen die nodig zijn om de opwarming van het klimaat onder de 2°C te houden. Ook de verdeling van de inspanningen laat steken vallen. Ze straft met name de landen die tot nu toe veel inspanningen deden. Een goeie zaak voor België dat beloont wordt voor zijn getreuzel”. De BBL is ook niet te spreken over de Belgische houding die “ronduit beschamend” genoemd wordt. “De Belgische regering heeft de afgelopen dagen geen enkele moeite gespaard om onder de EU-verplichtingen onderuit te komen”.

L.V.

Geavanceerde waterwerken in Nederland

urinoir.jpg

Het meest geavanceerde urinoir ter wereld staat in Eindhoven (NL). De computergestuurde Saniwall wordt volautomatisch gereinigd en komt alleen tevoorschijn wanneer de behoefte eraan zich voordoet. Hij is kort voor Kerstmis geplaatst nabij het prostitutiegebied Baekelandplein. Daar zorgt urinestank al jaren voor veel ergernis bij bezoekers en omwonenden. Mannelijke bezoekers vonden er tot in het recente verleden geen geschikte plek om van hun hoge nood af te komen. Daarom zochten ze dikwijls een donker hoekje op, met enorme stankoverlast als gevolg. Het speciale urinoir moet daarin verbetering brengen. In de periodes dat het nodig is worden beide deuren van de installatie automatisch geopend. In geopende stand vormen de deuren de schaamschotten waartussen de gebruiker zijn behoefte kan doen. Na ieder gebruik reinigt het urinoir zich automatisch. Buiten de openingstijden van het prostitutieplein sluit de Saniwall zich vanzelf en dooft de verlichting. Het urinoir onttrekt zich zo subtiel aan de omgeving en vormt geen opvallend obstakel meer. Afhankelijk van de gekozen instelling is het voor de gebruikers mogelijk om buiten de vaste openingstijden het urinoir te openen, maar dan wel tegen betaling via de GSM. Via sensoren wordt het urinoir op afstand gevolgd en bediend. Bij storing waarschuwt het zelfdiagnosesysteem een beheerder. Het zelfreinigingsprogramma werkt eveneens op basis van de sensoren. Hierbij wordt de Saniwall gespoeld met een geurafbrekend reinigingsmiddel.
Vier weken na de plaatsing was het urinoir al enkele duizenden keren bezocht. Volgens omwonenden werkt het zelfreinigende systeem goed en blijft het urinoir schoon en fris ruiken. Eindhoven overweegt dan ook om het aantal plaatsingen uit te breiden. Wildplassen vormt niet alleen in Eindhoven maar ook in de rest van Nederland een groot maatschappelijk probleem, vooral tijdens uitgaansavonden.
http://www.saniwall.nl/
KM

EU lanceert klimaatplan (1)

energy_package_2008.jpg

(Van links naar rechts: Neelie Kroes, Stavros Dimas, José Manuel Barroso en Andris Piebalgs, Foto: Europese Commissie)

De Europese Commissie heeft op 23 januari haar masterplan voor klimaat en energie gelanceerd. Grote doelstellingen voor 2020 zijn het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent in vergelijking met 1990. Indien het wereldwijd in het zog van de VN-klimaatconferentie van Bali tot een akkoord komt wordt die doelstelling opgetrokken tot 30 procent. Tegen 2020 moet 20 procent van het energieverbruik uit hernieuwbare energie komen zoals zon, wind, water en biomassa. Het globale energieverbruik in de EU moet met 20 procent dalen. In tegenstelling tot dit laatste punt poneerde de Europese Commissie voor de andere twee doelstellingen duidelijke actieplannen .

Wat het terugdringen van de CO2-uitstoot betreft dient de grote industrie deze in de periode 2005-2020 met 21 procent te verminderen. Er komt voor hen een nieuw Emission Trading System (ETS) per ton CO2 dat uitgestoten wordt. De rechten zullen worden geveild en de opbrengst (30 tot 40 miljard per jaar) wordt aan de lidstaten gestort om te investeren in hernieuwbare energie. De sectoren, die buiten deze emissiehandel vallen zoals landbouw, transport, diensten en gebouwen, moeten hun uitstoot verminderen met 10 procent. Hier gelden nationale doelstellingen op basis van het nationaal inkomen. Voor ons land geldt een daling met 15 procent.

Voor het promoten van de hernieuwbare energie komen er bindende doelstellingen per lidstaat. Het globale EU-doel is 20 procent van het energieverbruik. België moet 13 procent halen, terwijl het in 2005 nog maar op een schamele 2,2 procent zat. In de transportsector moet tegen 2020 10 procent van de brandstof biobrandstof zijn. Alleen ethanol en biodiesel, waarvan de CO2-uitstoot 30 procent lager is dan die van fossiele brandstoffen ligt, is toegelaten. Het is evenwel verboden na januari 2008 ecologisch waardevolle gronden te rooien met het oog op teelt voor biobrandstoffen.
L.V.

Mobiele telefoon stoort nachtrust

MobieleTelefoon.jpg 

Uit een studie aan de Karolinska Institute en Uppsala University in Zweden en het Wayne State University in het Amerikaanse Michigan blijkt dat de straling van mobiele telefoons de nachtrust kan verstoren. Wetenschappers stelden de helft van een groep bestaande uit 35 mannen en 36 vrouwen tussen 18 en 45 jaar oud bloot aan een straling die vergelijkbaar is met de elektromagnetische golven die mobiele telefoons uitzenden, terwijl een tweede groep geen enkele straling ontving. De eerste groep deed er langer over om in een diepe slaap te komen. De slaapfase was bovendien korter.

Professor Bengt Arnetz van de universiteit van Uppsala, die de studie leidde, publiceerde in oktober vorig jaar ook al de resultaten van een ander onderzoek waaruit bleek dat drie uur blootstelling aan GSM-straling tot een uur voor het slapen gaan de slaap eveneens kan verstoren. In de conclusie van dit studie raadde hij aan niet langdurig te bellen vooraleer men gaat slapen. Volgens Arnetz beïnvloedt deze straling “onderdelen van de slaap die belangrijk worden geacht voor het herstel van de dagelijkse slijtage” hetgeen derhalve tot stress kan leiden.

De eerste studie suggereert dus dat het niet goed is om zijn mobiele telefoon ’s nachts naast zich op het nachtkastje te plaatsen. Het negatieve effect van elektromagnetische straling op de slaap wordt mogelijk veroorzaakt door een stressreactie van de hersenen waardoor mensen langer scherper en alerter blijven en de mogelijkheden om te ontspannen en de slaap te vatten afnemen. De straling zou met name het alertheidsniveau in de hersenen te hoog houden. De ‘bestraalde groep” kloeg ook meer over hoofdpijn en depressiviteit.
LV

Biodiversiteit hapt naar adem

rodelijst.jpg

Naar jaarlijkse gewoonte publiceert de World Conservation Union de Rode Lijst van alle organismen ter wereld die het om een of andere reden moeilijk hebben en dus in gevaar zijn. Voor 2007 ziet het plaatje er niet zo goed uit, en dat kan uiteraard niet verbazen.
Het is een gelegenheid om eens na te gaan hoe onze wereldbiodiversiteit het tegenwoordig stelt.

Globaal zijn volgende categorieën bedreigd: zowat alle grote apensoorten (behalve de mens), koralen, gieren, dolfijnen en walvissen. Een opsplitsing in grote groepen levert volgend weinig vleiend plaatje: een op vier zoogdieren is met uitsterven bedreigd, een vogel op acht, een derde van alle amfibieën en zeven op tien plantensoorten.
Van de 41.415 soorten die op de Lijst staan er 16.306 op het punt om de komende tien jaar uit te sterven, dat zijn er 188 meer dan in 2006. Op dit ogenblik zijn er 850 soorten ‘gedocumenteerd’ uitgestorven in het wild. In werkelijkheid ligt het aantal ongetwijfeld een stuk hoger, maar daar heeft men onvoldoende gegevens over om ze op te nemen in de lijst.

Voor België staan er een veertigtal soorten vermeld maar de lijs tis niet altijd even recent geactualiseerd. De meeste soorten situeren zich in de groep van de ongewervelden. De parelmossel is er eentje van, evenals de mercuurwaterjuffer. Bij de vogels heeft onder meer de kwartelkoning goed prijs, bij de zoogdieren is de otter de pineut. De beek- en rivierprik zijn dan weer vissoorten die bij ons in slechte papieren zitten. Een algemene aanbeveling om het tij te keren is zorgen voor meer natuurgebieden en een goed beheer ervan.

H.D.

Klimaatatlas is uniek werkdocument

waterrietzanger_A.Kozulin.jpg

De in gans Europa bedreigde waterrietzanger
(foto: Alexander Kozulin, Birdlilfe International)

Vorige week kon je op ARGUS blogt! lezen dat de Klimaatatlas van Europese broedvogels is verschenen. Per land gaat die atlas na hoe de soorten zullen evolueren in de komende decennia, met een horizon tot het jaar 2100. Globaal komt het er op neer dat vooral weide-, kust-, moeras- en zoetwatervogels het meest de negatieve invloed van de klimaatopwarming ondervinden. Kievit, graspieper, watersnip, kemphaan, scholekster, strandplevier en bergeend zouden eind deze eeuw volledig uit West-Europa kunnen verdwijnen.
Omdat men verwacht dat de zuidelijke soorten nog meer onze richting uitkomen vliegt het hier tegen dan misschien vol bijeneters, roodkopklauwieren, slangenarenden en baardgrasmussen.

Algemeen genomen gaan de soorten van de koude streken en die van het Iberisch schiereiland het meest onder druk komen omdat de temperatuursveranderingen daar het grootst zullen zijn en dus de grootste impact hebben.
Volgens onderzoekers is het vooral de snelheid waarmee de opwarming gebeurt die de dieren parten speelt. Vermindering van de CO2-uitstoot, en daarmee de beperking van de temperatuurstijging, is zowat de enige remedie die concreet soelaas kan brengen. Ook hier pleiten de onderzoekers voor meer, grotere en betere natuurgebieden. Die beschouwen ze als vluchtheuvels waar vele soorten terecht kunnen en enigszins ontsnappen aan de enorme druk die op hen rust in de rest van het landschap. Het spreekt voor zich dat niet alleen vogels onze aandacht verdienen. Alle soorten zijn belangrijk omdat ze allemaal deel uitmaken van ecosystemen die zich de voorbije duizenden jaren hebben ontwikkeld.
Op de webstek van Birdlife International vind je veel relevante informatie.
H.D.

Slimme bakjes voor Mols zwerfvuil

mol_diftar.jpg

Voortaan weet de gemeente Mol precies hoeveel zwerfafval er belandt in haar 217 vuilnisbakjes op openbaar domein. In het kader van ene pilootproject werden alle bakjes uitgerust met een computerchip.
Een tiental jaren geleden was Mol de eerste gemeente in Vlaanderen die voor de huisvuilophaling het DIFTAR-systeem op basis van afvalweging invoerde. Het nieuwe project is gebaseerd op een samenwerking met Fost Plus, de OVAM en afvalophaler Plastic Omnium. Het gaat om meer dan te weten hoeveel afval de inwoners en toeristen produceren. Met de geregistreerde gegevens wordt voor elk bakje de optimale ledigingfrequentie berekend en kan het aantal bakjes per locatie worden afgestemd op de reële behoeften. Mol, één van de meest uitgestrekte gemeenten van Vlaanderen, kan zo ook analyseren op welke locaties er bijkomende bakjes nodig zijn of waar er teveel staan. Daar kan heel wat onderling verschil opzitten, want Mol telt zowel winkelstraten als landelijke zones. “Jaarlijks zamelen we via de bakjes ongeveer 89 ton zwerfafval in,” vertelt milieuambtenaar Leo Lodewyckx. “Naast de afvalbakjes zijn er nog blikvangers en hondenpoepbakjes. Het gemeentebestuur streeft ernaar om elk bakje wekelijks twee tot drie keer leeg te maken. Een uitpuilend zwerfvuilbakje is geen fraai zicht en trekt sluikstorters aan.”

Alle bakjes werden gefotografeerd, kregen een nummer en werden opgenomen in een computerdatabank. In een eerste fase kregen ze een voorlopige chip. Telkens een bakje wordt leeggemaakt, wordt de chip uitgelezen en geven de werklieden in een draagbare computer de inhoud van het bakje in. Tegelijkertijd controleren ze de staat van de omgeving. Het registratiesysteem maakt het ook mogelijk de melding ‘overvol’ in te geven. Wanneer er extra afval zou achtergelaten zijn naast volle vuilnisbakjes, wordt dit mee opgenomen in de gegevensbank.

In een tweede fase krijgen de bakjes een definitieve identificatiechip. De nieuwe gemeentelijke vuilniswagen, die zal beschikken over een geautomatiseerd weeg- en registratiesysteem, weegt dan haarfijn hoeveel zwerfvuil in elk bakje zat. Deze gegevens worden vervolgens elektronisch verwerkt. Bovendien hangt op elk zwerfvuilbakje een sticker met een telefoonnummer. De Mollenaars kunnen dit nummer bellen wanneer ze merken dat het bakje vol zit.
KM

Opwarming bedreigt vogelsoorten

graspieper.jpg

Graspieper (Foto: Malene Thyssen, Wikipedia)

Op dinsdag 15 januari 2008 heeft BirdLife Internationaal in diverse Europese landen de klimaatatlas gepresenteerd, een werkstuk van wetenschappers uit Cambridge en Durham over de invloed van de klimaatopwarming voor de vogels in Europa. De onderzoekers beschrijven uitgaande van een opwarming met 3 procent ten opzichte van het pre-industriële tijdperk het potentiële verspreidingsgebied van vogelsoorten tegen het einde van deze eeuw op basis van het klimaat dat ze nodig hebben. De conclusie is hard. Indien er geen vooruitgang wordt geboekt zal het leefgebied voor een gemiddelde Europese vogelsoort zich tegen dan ongeveer 550 km naar het noordoosten moeten verplaatsen en ongeveer 20 procent kleiner worden.

Voor een aantal Europese soorten met een beperkt aanpassingsvermogen is de kans op uitsterven hierdoor groot omdat ze zullen terechtkomen in een totaal verschillend verspreidingsgebied. Vogelsoorten van het noordpool- en subarctische gebied en het Spaanse schiereiland staan het meeste onder druk. Volgens Natuurpunt zijn de gevolgen van de opwarming in Vlaanderen nu al merkbaar bij een groot aantal vogelsoorten. De graspieper bijvoorbeeld gaat nu al sterk in aantal achteruit. 20 tot 30 procent van de in België voorkomende broedvogels zullen hun leefgebied elders moeten zoeken. Graspieper, kievit en blauwborst zijn bijvoorbeeld soorten waarvoor op het einde van deze eeuw in Vlaanderen geen geschikt broedgebied meer zal zijn. Anderzijds duiken nu al typisch zuiderse vogels op in onze contreien zoals de bijeneter.
L.V.

IJs smelt aan versneld tempo

elephant-foot-glacier_1.jpg

(Foto: Elephant Foot glacier aan de Oostkust van Groenland, Philippe Huybrechts)

Zowel het ijs langs de kusten van de zuidpool als van de Groenlandse ijskap smelt aan een versneld tempo. Uit een studie van het Jet Propulsion Laboratory van de NASA, die zopas gepubliceerd werd in het vakblad Nature Geoscience, blijkt dat in 2006 op Antarctica 192 miljard m3 ijs smolt, wat 75 procent meer is dan tien jaar terug. Hierdoor steeg het zeeniveau wereldwijd met 0,5 extra mm. De afsmelting doet zich vooral voor in de dalen van de gletsjers in het westen van het continent en op het Antarctische schiereiland. Voor hun onderzoek gebruikten de wetenschappers informatie van satellieten die 80 procent van de kusten van Antarctica bestrijken.

Op Groenland stelde een internationaal team van klimatologen en glaciologen voor de eerste keer vast dat ook die ijsmassa afsmelt. “Het probleem is dat we nog maar een paar graden verwijderd zitten van het kantelpunt waarop de ijskap zich niet meer in stand kan houden en afsmelt”, aldus Philippe Huybrechts, professor klimatologie aan de VUB, in De Morgen. Vorige week bleek uit een studie van de University of Colorado dat het oude dikkere Noordpoolzeeijs plaatsmaakt voor jonger dunner zeeijs dat gemakkelijker smelt. “De gevolgen van de opwarming van de aarde worden nu ondubbelzinnig aangetoond”, aldus Huybrechts.
LV

Zonnedak voor Genks stadhuis

StadhuisGenk.jpg

Met zijn recent aangebrachte 2.000 m² fotovoltaïsche zonnepanelen is de stad Genk de trotse eigenaar van het openbaar gebouw met (voorlopig) de grootste oppervlakte aan zonnepanelen in België. De 1.260 panelen zullen jaarlijks ongeveer 206.000 kWh elektriciteit produceren (239 kWp). Dit zorgt voor een besparing van 60 ton CO2, het equivalent van het absorberend vermogen van zes hectare bos.

Genk voert al jarenlang een sensibiliseringsbeleid voor duurzaam energieverbruik. Met deze zonnecellen wil het stadsbestuur zelf het goede voorbeeld geven. Een infopaneel in de inkomhal van het stadhuis informeert de bezoekers en gebruikers van het gebouw over de actuele productie van zonne-energie.

De keuze voor de locatie lag voor de hand, vanwege de grote beschikbare dakoppervlakte, de ideale oriëntatie en het ontbreken van beschaduwing door andere gebouwen of bomen in de onmiddellijke omgeving. Bovendien is het stadhuis een gekend gebouw, er passeren dagelijks heel wat mensen. Zo wordt de voorbeeldfunctie optimaal uitgespeeld. Bovendien wordt heel het Genkse stadscentrum momenteel in een nieuw kleedje gestoken. De opgewekte groene energie wordt integraal gebruikt in het stadhuis zelf.

De voorbije twee jaar hebben de aankondiging, de installatie en de ingebruikname van nieuwe zonne-installaties grote pieken gekend. Diverse projecten werden aangekondigd als de grootste op één of ander vlak. De privésector blijft niet achter. Een ander recent project met zonnedak (400 m²) is het nieuwe brouwgebouw van Moortgat-Duvel in Puurs. Omdat hier geleide bezoeken worden georganiseerd is het eveneens een voorbeeldproject.
KM

Wind is soortenverspreider

roeipootkreeftje.jpg 

(Foto: Federaal Wetenschapsbeleid, http://www.belspo.be)

Als je een nieuwe poel of vijver graaft geraakt deze binnen de kortste keren bevolkt door allerlei soorten organismen, van ongewervelden over amfibieën tot vissen. In vele gevallen komen de nieuwelingen mee met de poten van vogels, of geraken ze op eigen kracht ter plaatse. De meeste waterkevers en -wantsen kunnen al vliegend nieuwe putten koloniseren. De vraag was hoe bijvoorbeeld kleine schaaldieren als watervlooien en roeipootkreeftjes er in slagen zich te vestigen in ‘nieuw’ water. Tot hiertoe dacht men dat dat ook gebeurde via de fameuze vogelpoten. Blijkt nu dat er toch iets anders aan de hand is.

Deze laatste soorten slagen er in een soort ‘rusteitje’ of ingekapseld vruchtje te maken dat moeilijke tijden (van bijvoorbeeld droogte) kan overleven. In dat stadium zijn ze perfect transporteerbaar door de wind en kunnen ze zich over grote afstand verplaatsen. Dat heeft het Labo voor Aquatische Ecologie en Evolutionaire Biologie (KUL) ontdekt. De ontdekking leidt ertoe dat de wetenschappers nu van plan zijn gsm-operatoren te vragen of ze hun infrastructuur mogen gebruiken om heel fijnmazige vangnetten te plaatsen die deze eitjes uit de lucht kunnen halen. Dan zal men definitief weten hoe de vork aan de steel zit. Dan kan men ook schattingen maken over aantallen, belangrijkheid, soortenpalet die zich via deze weg verplaatsen doorheen het landschap.
H.D.

Natuurpunt en Electrabel voor biodiversiteit

logo_countdown_2010.jpg 

Op vrijdag 11 januari jl. sloten Natuurpunt en Electrabel een contract van 1 miljoen euro om de komende drie jaar projecten uit te werken die de biodiversiteit in Vlaanderen moeten ten goede komen. Op die manier willen ze de Europese campagne ‘Countdown 2010′ een steuntje in de rug geven. Countdown 2010 wil dat tegen 2010 de achteruitgang van de biodiversiteit in alle lidstaten gestopt is. Dat is uiteraard een onmogelijke opdracht, maar het laat toe de inspanningen om (bedreigde) soorten te ondersteunen te verhogen.
Samen met de Waalse vrienden van Natagora wil Natuurpunt met dit initiatief (Natuur in de buurt) iedereen betrekken bij de problematiek. Op 2 en 3 augustus komt er een Landelijke Vlindertelling die twee doelen heeft: inventariseren en mensen overtuigen hun tuin zo vlindervriendelijk mogelijk in te richten.

Een ander project betreft een landelijke camapagne om eigenaars van tuinvijvers bij te staan om van hun waterbiotoop een heuse amfibieënpoel te maken. En er komt een verhoogde inzet op lokale acties die onder meer vleermuizen, uilen en orchideeën moeten ten goede komen. Op die manier wil Electrabel zich blijven profileren als natuurvriend. Naar eigen zeggen steunen ze al jaren projecten die de natuur ten goede komen. Zowel de firma als de vereniging beklemtonen dat ze niet met mekaar getrouwd zijn en dat ze elk apart andere standpunten mogen hebben over onder meer kernenergie.
H.D.

België primus in recyclage staalverpakking

staalrecyclage.jpg 

De recyclage van staalverpakkingen in Europa zit in de lift. In 2006 werd niet minder dan 66% ervan gerecycleerd. Dat was goed voor een volume van 2,5 miljoen ton en een groei met 6% ten opzichte van 2005. Deze goede resultaten voorkomen de uitstoot van 4,7 miljoen ton CO2 in de atmosfeer. Dit is vergelijkbaar met het van de weg halen van twee miljoen wagens.

De positieve trend zet zich overal in Europa door, ook in de nieuwe lidstaten. Daar zijn verschillende redenen voor: zo kunnen staalverpakkingen gemakkelijk ingezameld, gesorteerd en gerecycleerd worden. Daarnaast bestaat er een toenemende vraag naar staalschroot, voor de productie van nieuwe staalproducten. Staal wordt als verpakkingsmateriaal vooral gebruikt voor voeding (54%), drank (12%) en spuitbussen (8%).

De cijfers zijn afkomstig van APEAL (Association of European Producers of Steel for Packaging). België scoort met een recyclagepercentage van 93% het hoogst, voor Duitsland met 89% en Nederland met 83%. Griekenland is met een schamele 10% de hekkensluiter. Ook in Zwitserland en Oostenrijk ligt het recyclagepercentage boven de 80%. Letland, Polen en Tsjechië verbeterden hun prestaties van 2005 met 34 tot 50%, al blijft Polen tot de zwakkere broertjes behoren. Spanje en Portugal kenden eveneens een sterke verbetering en staan nu met 69% een eindje verder dan economisch verder ontwikkelde landen als Frankrijk, Luxemburg en Italië.

K.M.

Steeds meer auto’s

File.jpg

Alle sensibilisering rond de klimaatopwarming ten spijt neemt het aantal personenwagens en motorrijwielen in ons land toe. In 2007 bezaten de Belgen 5,04 miljoen personenwagens, een toename sinds vorig jaar met 1,5 procent en sinds 1997 met 14,3 procent. Het aantal motorfietsen die 40 km/uur of sneller rijden nam toe tot 374.743, een stijging met 4,2 procent sinds vorig jaar en met liefst 66,3 procent sinds 1997. Vorig jaar waren er 477 personenwagens (+0,8 procent) en 35,4 motorrijwielen (+3,4 procent) per 1000 Belgen. De Vlaming bezit meer personenwagens (490,5 op 1000 inwoners) dan de inwoner van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (483) en het Waals Gewest (449,1). Onderverdeeld per provincie staat Vlaams-Braant (572,4) bovenaan en Henegouwen (436) onderaan.

Het is vanuit milieuoogpunt bepaald zorgwekkend dat het aantal personenwagens dat op diesel rijd alsmaar toeneemt. Diesel stoot weliswaar minder CO2 uit, maar is voor een groot deel verantwoordelijk voor het vele fijn stof in de lucht. In 2007 waren er 2,7 miljoen dieselwagens, een toename met 6,2 procent in vergelijking met vorig jaar en een stijging van liefst 77,2 procent in vergelijking met 10 jaar terug. In vergelijking met 1987 (696.791) is het aantal dieselwagens bijna verviervoudigd. In 1977 reden er nog maar 114.622 dieselwagens rond. Het aantal wagens dat op benzine reed daarentegen daalde tot 2,2 miljoen (-3,5 procent in vergelijking met vorig jaar en 20,1 procent in vergelijking met 1997). Het aantal wagens dat op gas rijdt boerde vorig jaar overigens achteruit van 56.189 tot 51.026.

LV

Bodemwarmte voor Eandis

eandis_melle.jpg
Eandis Melle (Foto: Eandis)

Voor ondergrondse energieopslag zijn er in België twee systemen beschikbaar: KWO (koude-warmteopslag) en BEO (boorgat-energieopslag). KWO leent zich vooral voor zandbodems, zoals in de Kempen. BEO geniet de voorkeur in kleibodems. Het rendement van dit gesloten hydraulisch systeem is afhankelijk van het type van ondergrond, de grootte en het temperatuurniveau van de opslag. Wanneer een BEO-veld gekoppeld wordt aan een warmtepomp, die tijdens het stookseizoen warmte onttrekt aan de bodem, zal de ondergrond geleidelijk afkoelen, met een minimum temperatuur op het einde van het stookseizoen.

Een BEO-systeem bestaat uit een aantal onderling gekoppelde warmtewisselaars die verticaal in de bodem worden aangebracht. In de winter ontrekken ze warmte aan de bodem. Op onderlinge afstanden van ongeveer vier meter zijn er bij Eandis 90 verticale boringen uitgevoerd, elk tot op een diepte van 125 meter. Dat is goed voor een totale buislengte van zowat 45.000 m, want de buizen worden als dubbele U-lussen ingebracht. Het opslaggebied heeft een bovenoppervlakte van 1.150 m². Door de buizen stroomt een mengsel van water en glycol, met een maximumtemperatuur tussen 14 en 18 graden en een minimumtemperatuur tussen 0 en 5 °C.

Per eenheid elektrische energie die nodig is om de warmtepomp aan te drijven worden er vijf eenheden warmte geproduceerd. Dit rendement ligt aanzienlijk hoger dan dat van een klassieke verwarmingsketel. Bovendien wordt er, door het onttrekken van de warmte uit de bodem, ondergronds koude opgebouwd. Die koude kan in de zomer, zonder tussenkomst van een klassieke koelmachine, direct aan het gebouw geleverd worden. Op dat ogenblik draait alleen de circulatiepomp. De warmtepomp verbruikt dan geen energie.

Het eerste BEO-project van grote omvang kwam in 2007 tot stand. Het gaat om het nieuwe hoofdkwartier van Eandis in Melle. Dat kreeg de naam de Waterkant mee en huisvest ongeveer 600 van de 3.500 Eandismedewerkers. Eandis werd in 2006 opgericht, in het kader van de liberalisering van de elektriciteits- en gassector. Het voert de exploitatietaken van het gas- en elektriciteitsnet dat door de acht gemengde Vlaamse intercommunales wordt beheerd. Het werkingsgebied omvat een groot deel van Vlaanderen. Alleen in Limburg is Eandis helemaal niet aanwezig.

De volgende belangrijke BEO-projecten worden het Sint-Rembertziekenhuis en het kantoor van de intercommunale WVEG in Torhout en het bejaardentehuis De Notelaer in Beveren-Waas. In Vlaanderen is het vooral VITO dat op dit vlak al heel wat kennis opbouwde.
KM

Volgende pagina →