Beheersovereenkomsten akkervogels

natuur_kievit

Al meer dan 90 landbouwers in Vlaanderen hebben vrijwillig een of andere beheerovereenkomst akkervogelbeheer afgesloten. Dat heeft Vlaams Milieuminister Joke Schauvliege op woensdag 4 november 2009 in Hoegaarden bekendgemaakt. De eerste overeenkomsten gaan in op 1 januari 2010. De minister ontving er het boek Akkervogels waarin tientallen akkervogels uit onze contreien worden beschreven evenals initiatieven tot bescherming van deze vogels.In de gebieden waarvoor een overeenkomst werd afgesloten worden circa 50 ha gemengde grasstroken ingericht die zorgen voor voldoende nestgelegenheid, dekking en voedsel voor de jongen. Bovendien zullen circa 20 ha graanstroken in de winter blijven staan zodat de vogels voldoende voedsel hebben. Deze overeenkomsten bieden voorts ook beschutting aan klein wild, dragen bij tot agro-biodiversiteit en fungeren als verbindingstroken.

Voor de bescherming van akkervogels werden in Vlaanderen 86.000 ha afgebakend waar landbouwers specifieke beheerovereenkomsten kunnen sluiten met de Vlaamse Landmaatschappij. Tot nog toe werden enkel overeenkomsten gesloten voor kerngebieden waar deze vogels nog in min of meerdere mate voorkomen. Daarnaast zijn ook zoekzones afgebakend die mogelijkheden bieden om weer vogelpopulaties te laten ontwikkelen. Vanaf 1 januari 2011 kunnen ook voor deze gebieden overeenkomsten worden gesloten.
L.V.

Driejarige onderzoeksmissie op zee (2)

karsenti

Eric Karsenti (Foto: Koen Mortelmans)

Op zijn driejarige tocht over de wereldzeeën zal het het Europese onderzoeksschip Tara vooral onderzoek doen naar plankton. “Sommige planktonsoorten zijn onzichtbaar voor het menselijk oog, maar ze vormen de basis van de oceanische ecosystemen. En de kleine organismen zijn zo talrijk dat ze door hun aantal het klimaat beïnvloeden, net zoals de zes miljard mensen dit doen,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). Ondanks hun ecologisch belang en hun diversiteit zijn heel wat planktonsoorten nog vrij onbekend. De huidige kennis betreft – dank zij satellietonderzoek – vooral soorten die vlakbij de oppervlakte van het water voorkomen. Over dieper levende organismen is de wetenschappelijke kennis in verhouding klein.

De Tara tracht de spreiding van talrijke organismen op verschillende diepten in kaart te brengen, van virussen en bacteriën tot vislarven. Het onderzoek betreft ook de verzuring van het water en de gevolgen hiervan voor de koraalriffen. De bevindingen worden niet alleen ondergebracht in databestanden en kaarten, maar ook gepubliceerd als 3D-tekeningen van de onderzochte organismen. De sondes, die de varende onderzoekers gebruiken, kunnen tot op een diepte van 3.000 m stalen nemen. Naargelang het gebruikte filtermateriaal kunnen ze organismen met een bepaalde omvang selecteren. Heel wat kleine mariene organismen nemen CO2 op en geven zuurstof af. Het Tara-onderzoek kan de kennis over eencellige organismen flink vergroten. Momenteel zijn er minder dan 100.000 soorten beschreven, maar wetenschappelijk coördinator Colomban de Vargas schat dat hun aantal 1.000 tot 100.000 keer groter kan zijn.

De tijdens de Tara-expeditie verzamelde gegevens zijn niet het exclusieve domein van een select groepje onderzoekers, maar zullen ter beschikking gesteld worden van de hele wetenschappelijke wereld. De initiatiefnemers zien niet alleen de Beaglereis van Charles Darwin als hun grote voorbeeld, maar ook de Challengerexpeditie (1872-1876) en de reizen van de Fram, het schip van de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen.
K.M.

Driejarige onderzoeksmissie op zee

Tara met volle zeilen (Foto: F. Latreille)

Tara met volle zeilen (Foto: F. Latreille)

Na een tussenstop in Barcelona is het Europese onderzoeksschip Tara vertrokken op zijn driejarige missie over de wereldzeeën. Tijdens die periode zal de veertienkoppige bemanning 150.000 kilometer afleggen en onderzoek uitvoeren naar mariene ecosystemen. De onderzoeken betreffen vooral plankton en andere micro-organismen. De Tara, die al een Arctische expeditie (2006-2008) achter de rug heeft, zal deze keer zowat zestig keer aanleggen in vijftig verschillende landen. Na het doorkruisen van de Middellandse Zee zet het schip via het Suezkanaal koers naar de Indische Oceaan om dan via Kaap de Goede Hoop de Atlantische Oceaan te bereiken. Via Antarctica en de Galapagos-Eilanden – een eerbetoon aan Darwin? – gaat het naar Australië, China en Japan. Het wordt geen reis rond de wereld, want het onderzoeksschip keert in de nazomer van 2012 naar Europa terug langs de ‘noordwestelijke’’ doorvaart, ten noorden van Alaska en Canada. Voor de wetenschappelijke ruggengraat staan meer dan vijftig laboratoria uit vijftien landen in. Een van de vastelandmedewerkers is Jeroen Raes van de Vrije Universiteit Brussel.

De Tara is een aluminium zeilschip van 120 ton met een lengte van 36 m. De Europese Unie is steunt het project in communicatie. Maar het nodige geld is toch vooral afkomstig uit de privésector, onder meer van Electricité de France en Veolia. Het schip zelf wordt ter beschikking gesteld door de Franse modeontwerpster Agnès Troublé, alias agnès b. “De expeditie kost ongeveer 3 miljoen euro per jaar,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). De kostprijs van de verdere analyse van de ingezamelde gegevens is daarbij niet inbegrepen.” Een aantal gegevens zou ook ingezameld kunnen worden door het uitrusten van vrachtschepen met allerlei apparatuur. Die aanpak biedt andere mogelijkheden dan werken met één schip, dat niet op een vaste lijn vaart. “Maar het Tara-project gaat niet alleen om het verzamelen van wetenschappelijke data,” repliceren de organisatoren. “Het is ook een sensibiliseringsproject en een platform voor diverse onderzoekprojecten op lange termijn.”
K.M.

Meer info: http://ec.europa.eu/research/transport/news/article_9686_en.html en http://oceans.taraexpeditions.org/

Schauvliege activeert Boscompensatiefonds

bosVlaams milieu van leefmilieu Joke Schauvliege heeft dinsdag in het Vlaams parlement nieuwe initiatieven aangekondigd om nieuwe bossen aan te planten. Ze reageerde daarmee op de melding een tiental dagen terug van de Vereniging voor Bos in Vlaanderen (VBV) dat er in 2008 in Vlaanderen meer bos verloren ging dan dat er bijgekomen is. Terwijl er amper 152 ha bos bijkwam werd er vorig jaar 156 ha bos met vergunning gekapt. De realiteit is volgens de organisatie wellicht nog negatiever omdat illegale ontbossingen niet meegerekend zijn.

20007 was de deadline voor de realisatie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Van de 13.664 ha bijkomende bossen die hierin voorzien was is momenteel slechts 4.000 ha gerealiseerd (29 procent). Ook in 2008 viel er volgens de VBV weinig beterschap te noteren. De doelstelling om per jaar 769 ha netto-bosuitbreiding te realiseren werd voor de zoveelste keer op verre na niet gerealiseerd. Voor het eerst sinds lang was er in 2008 zelfs sprake van een netto-ontbossing.

Schauvliege meldde dat ze het Boscompensatiefonds wil activeren en het met name mogelijk maken dat ook lokale besturen aanspraak kunnen maken op middelen uit dat fonds om bossen aan te leggen. De Administratie Natuur en Bos gaat na hoe het private bosbeheerders beter kan begeleiden bij instandhouding van bossen. De minister plant ook stimulansen voor landbouwers of particulieren die vrijwillig tot bebossing willen overgaan en wil ook wat doen aan de vaststelling dat de bestemming van de grond vaak een obstakel is om te gaan bebossen.
L.V.

Overshoot

 

overshootdayDe “Overshoot Day” – de dag dat de mens alles opgebruikt heeft wat de aarde ons op één jaar tijd kan bieden - is dit jaar gevallen op vrijdag 25 september. Dat deze dag dit jaar twee dagen later viel dan vorig jaar is het gevolg van een raming van de consequenties van de economische recessie. De voorbije jaren viel de Overshoot Day telkens vier tot zes dagen vroeger dan het jaar voordien. Dat blijkt uit berekeningen door het WWF op basis van cijfers van het Global Footprint Network (GFN), een onderzoeksorganisatie die meet hoeveel natuur we hebben en hoeveel we daarvan gebruiken.

 

Net zoals iemand die meer geld uitgeeft dan hij verdient en aan zijn spaarcenten moet zitten, overstijgt onze vraag het aanbod van de natuur op aarde steeds meer. “De gevolgen daarvan – de klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit, het verdwijnen van bossen, het leegvissen van oceanen en dergelijke – zijn duidelijk. De natuur heeft niet veel krediet meer over”, aldus GFN-voorzitter Matthis Wackernagel. Het grootste gevolg van onze “overuitgave” is de klimaatverandering door de gestegen CO2-uitstoot. De toename van de oppervlakte om alle CO2 op te nemen is sinds 1961 met liefst 1000 procent gestegen.

 

“Zelfs als we rekening houden met de potentiële gevolgen van een slechte economische situatie blijven we nog steeds met een enorm tekort op onze begroting zitten. De uitdaging is om voldoende welzijn voor iedereen te verzekeren op een duurzame manier, binnen de beperkingen van onze planeet. Hoe kunnen we dus een gezonde economische en voldoende welzijn creëren voor iedereen zonder de natuur uit te putten of CO2 op te stapelen in de atmosfeer. We moeten dus niet alleen naar de economische groei en BNP kijken maar ook naar sociale en milieu-indicatoren”, aldus Geoffroy Deschutter (WWF-België).
L.V.

Golfclub Overijse moet terrein herstellen

Het Brusselse Hof van beroep heeft beslist dat de Overijse Golf Club haar golfterrein aan de Gemslaan in Jezus-Eik moet sluiten en in zijn oorspronkelijke staat herstellen. De rechter legde bij niet-naleving van dit bevel een dwangsom op van 5.000 euro per dag met een maximum van 500.000 euro en stelde een deskundige aan die advies moet verlenen over dit herstel. Dat meldt het actiecomité Golf Overijse D’eruit (GOD).

Het golfterrein werd in 1988 zonder bouwvergunning aangelegd in een landbouw- en bosgebied dat grenst aan het Zoniënwoud. Daar het een kwetsbaar natuurgebied betreft zijn deze inbreuken evenwel nog steeds niet verjaard. De rechtszaak was een vijftal jaren terug aangespannen door de Vlaamse overheid, de gemeente Overijse en de Vlaamse Jongeren Overijse.

De rechter in eerste aanleg oordeelde in 2006 weliswaar dat de golfclub bij de aanleg in 1988 overtredingen had begaan tegen de wet op de stedenbouw voor het uitvoeren van reliëfwijzigingen, bouwen van afdaken, verhardingen en dergelijke, maar verzuimde het herstel op te leggen omdat de overheid volgens de rechter te lang gedraald had met het inspannen van een rechtszaak. Hiertegen was beroep aangetekend.

Burgemeester Dirk Brankaer (OV2002) van Overijse reageert verheugd op het vonnis. “Het gerecht heeft gezegevierd. Men kan niet ongebreideld de ene bouwovertreding na de andere begaan en niettegenstaande dat men daarop gewezen wordt gewoon blijven voortdoen. Ze hebben bovendien geen enkele poging ondernomen om zich in regel stellen, maar daarentegen blijven nieuwe overtredingen maken. Voor de rechtszekerheid is dit vonnis een heel goede zaak”, aldus Brankaer.

Volgens de burgemeester is met dit vonnis echter de juridische slag wellicht nog niet gestreden. Hij verwacht met name dat de golfclub cassatie zal aantekenen tegen deze beslissing. De zaak sleept ondertussen al 21 jaar aan. Ondanks het feit dat het illegale golfterrein al in 1988 aangelegd werd duurde het tot 2004 voor hiertegen rechtsprocedures werden opgestart. Brankaer wijt dit onder meer aan het feit toenmalig golfclubvoorzitter Eric Schamp van 1994 tot 2000 burgemeester was van Overijse.
LV

KLIMOS pleit voor grootschalige bosaanplanting in Afrika

Door boeren beheerde herbebossing van akkerlanden (Foto: Chris Reij)

Door boeren beheerde herbebossing van akkerlanden (Foto: Chris Reij)

KLIMOS, het pas opgerichte platform Klimaat- en Ontwikkelingssamenwerking waaraan een tiental onderzoeksgroepen van de K.U.Leuven, VUB, UGent en Katholieke Hogeschool Sint-Lieven participeren, pleit ervoor op grote schaal bomen aan te planten in Afrikaanse landbouwgebieden. Landen die op dat vlak initiatieven nemen moeten hiervoor worden vergoed, zo luidt het.

KLIMOS onderzoekt hoe milieubehoud en voedselvoorziening in Afrika met elkaar te verzoenen zijn en wil onder meer een stevige kennisbasis uitbouwen over de gevolgen van de klimaatverandering voor het zuiden. Verwacht wordt dat de impact van de klimaatverandering er groter zal zijn dan elders, onder meer omdat de arme zuiderse landen minder financiële middelen hebben.

Volgens KLIMOS hangt de voedselvoorziening in deze landen nauw samen met bosbehoud, bosherstel, brandhoutvoorziening, biodiversiteit en energievoorziening. Initiatieven op het vlak van bosaanplanting en bosbehoud zullen zowel de duurzame voedselproductie ten goede komen, als schadelijke koolstofemissies neutraliseren. Uit onderzoek blijkt dat één miljard ha landbouwland tot 50 miljoen ton koolstof kan opslaan.

L.V.

Catastrofe dreigt voor koraalriffen

blue_linckia_starfish(Foto: Richard Ling, Wikimedia Commons)
De combinatie van verzuring en opwarming van het oceaanwater dreigt de koraalriffen nog voor het einde van deze eeuw fataal te worden. Dat was een van alarmerende boodschappen waarmee toonaangevende wetenschappers begin juli 2009 aan de alarmbel trokken. Tijdens een workshop, georganiseerd door de Zoological Society of London, het International Programme on the State of the Ocean (IPSO) en de Royal Society, bogen de wetenschappers zich onder meer over de vraag welke CO2 concentratie in de atmosfeer fataal is voor de koraalriffen.

Met de huidige verwachte toenames van de emissies schat men dat we nog vóór 2050 bij 450 ppm CO2 zullen uitkomen. Vanaf dan dreigen de koraalriffen in enkele tientallen jaren tijd volledig uit te sterven. De verzuring van de oceanen, als gevolg van de opwarming, zou dan de resterende koraalriffen de das omdoen vanaf 2050. De wetenschappers spreken van een ware catastrofe die niet beperkt zal blijven tot de riffen, maar die in een echte dominocascade ook andere zee-ecosystemen zwaar zal treffen. Met alle gevolgen van dien voor het leven op aarde.

Sir David Attenborough, co-voorzitter van de wetenschappelijke bijeenkomst, verwoordde het als volgt: “We moeten alles doen wat nodig is om de sleutelcomponenten van het leven op onze planeet te beschermen. Want de gevolgen van de beslissingen die we nu nemen zullen, wat de mensheid betreft, waarschijnlijk voor eens en altijd zijn.”

Het is wetenschappelijk aangetoond dat we al lang voorbij het punt zijn, waarbij het mariene milieu een duurzame toekomst garandeert voor de riffen. “De keuken staat in brand en het vuur slaat nu uit naar de rest van het huis. Als we snel en kordaat handelen kunnen we de brand misschien nog blussen en de schade beperken. Maar als dat niet lukt, dan is het huis onherroepelijk verloren. Dat is de toestand waarin de koralen zich vandaag bevinden,” zo schetste Dr Alex Rogers van ZSL en IPSO de dramatische situatie.

De wetenschappelijke bijeenkomst werd georganiseerd om de kantelmomenten te identificeren voor koraalriffen en om de belangrijke aandachtspunten met betrekking tot hun bescherming aan het licht te brengen. De belangrijkste bevindingen werden samengevat in een wetenschappelijk statement dat zal worden meegenomen in de verdere klimaatbesprekingen. Rond het statement wordt ook een campagne opgezet.

Het is hoog tijd dat de oceanen meer aandacht krijgen in de klimaatonderhandelingen. In de gesprekken over emissiereducties zijn ze tot nog toe nogal stiefmoederlijk behandeld. Maar nu duidelijk is dat er zoveel op het spel staat, moet daar verandering in komen. Het ziet er immers steeds meer naar uit dat, wat klimaatveranderingen betreft, de oceanen de zwakke plek van onze planeet zijn.

Link naar het statement en de campagne: Coral Meeting Statement on the Science and Management of Coral Reef Ecosystems in a Changing Climate

Opgepast voor de (zee)hond

phocavitulinaGewone zeehond, Phoca vitulina (Foto: Wikipedia)

Bijna een jaar lang komen een tiental zeehonden op een strandhoofd in Koksijde geregeld uitrusten. De aanwezigheid van deze dieren is een pluim voor de verschillende diensten actief in het natuurherstel van ons stukje Noordzee. Het is de enige plaats aan onze kust waar zich regelmatig wilde zeehonden bevinden. Dat maakt deze zeezoogdieren meteen tot een lokale attractie.

Die populariteit is minder goed nieuws, want door de grote publieke aandacht worden de rustende dieren heel frequent verstoord. Dit zou ze zuur kunnen opbreken, want zeehonden hebben vrijwel dagelijks een rustplaats op het droge nodig. Het gevaar bestaat dan ook dat de dieren dit gebied opnieuw de rug zullen toekeren. Daarom lanceren het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, samen met onder meer SeaLife Blankenberge, de gemeente Koksijde en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) een publieke oproep om de rustende dieren zo min mogelijk te verstoren. Wie dat wil, mag nog steeds gaan kijken uiteraard, maar hou zeker voldoende afstand. En hou je hond aan de leiband. Alleen zo kunnen we deze prachtige dieren aan onze kust houden.

Voor meer info en nieuws over de Noordzee: http://www.mumm.ac.be/

Niet al kommer en kwel in de Sahel

Door boeren beheerde herbebossing van akkerlanden

Door boeren beheerde spontane herbebossing van akkerlanden in Niger (Foto: Chris Reij)

Wie denkt dat de toestand in de Afrikaanse Sahel hopeloos is heeft het mis. Ja, er is een alarmerende verwoestijning aan de gang die mensen op de vlucht drijft. Maar dat proces speelt zich niet overal in de Sahel af.  Er zijn wel degelijk gebieden in de Sahel waar de toestand verbetert. Bovendien is het duidelijk dat, wanneer landbouwers in de toekomst investeren, ze al snel de voordelen daarvan genieten.

Er is dus wel degelijk reden tot hoop, dat maakte Chris Reij van het Centre for International Cooperation (CIS) van de Vrije Universiteit Amsterdam tijdens een lezing op 7 mei 2009 te Antwerpen duidelijk aan de hand van tot de verbeelding sprekende voorbeelden uit Niger en Burkina Faso. Hij illustreerde tevens hoe ecosysteemdiensten een krachtig wapen zijn in de bestrijding van armoede en de gevolgen van klimaatverandering. De lezing kaderde in de reeks ‘Water in de wereld’ georganiseerd door ARGUS en het Instituut voor Milieubeheer en Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Antwerpen.

Voor een uitgebreid verslag van deze lezing zie: www.argusmilieu.be

Opwarming bedreigt trekvogels

Europese Bijeneter (Merops apiaster) - Wikipedia commons

Europese Bijeneter (Merops apiaster) - Wikipedia commons

Trekvogels die in Noord-Europa broeden en in Afrika overwinteren zullen als gevolg van de opwarming van de aarde tot 400 km verder moeten vliegen daar de broedgebieden naar het noorden zullen opschuiven, terwijl de overwinteringsgebieden op dezelfde plaats blijven. Voor soorten zoals de grasmus is dit levensbedreigend. Dat stelt Stephen Willis van de universiteit van Durham in het vakblad Journal of Biogeography.

Zo’n 500 miljoen trekvogels, waarvan sommige niet meer dan 9 gram wegen, leggen jaarlijks duizenden kilometers af tussen Afrika en Europa. Negen van de zeventien onderzochte vogelsoorten zullen tegen 2071-2100 het verschil merken. Sommige vogelsoorten zoals de zwartkop zijn al bezig zich aan te passen. Ze gaan niet meer op reis en blijven de hele winter in Engeland hangen, maar dit is volgens de onderzoekers echter een uitzondering.

Dit is niet het eerste onderzoek dat aan de alarmbel trekt. Wetenschappers uit Cambridge en Durham schreven vorig jaar in de Klimaatatlas van BirdLife Internationaal dat een opwarming met 3 procent het leefgebied voor een gemiddelde Europese vogelsoort ongeveer 550 km naar het noordoosten zal verplaatsen en ongeveer 20 procent kleiner zal maken. Voor Europese soorten met een beperkt aanpassingsvermogen is de kans op uitsterven hierdoor groot omdat ze zullen terechtkomen in een totaal verschillende regio.

De Vlaamse natuurbeschermingsorganisatie Natuurpunt wees er toen op dat de gevolgen van de opwarming in Vlaanderen nu al merkbaar zijn bij een groot aantal vogelsoorten. De graspieper bijvoorbeeld gaat nu al sterk in aantal achteruit. 20 tot 30 procent van de in België voorkomende broedvogels zullen hun leefgebied elders moeten zoeken. Voor de Graspieper, kievit en blauwborst zal er op het einde van deze eeuw geen geschikt broedgebied meer zijn in Vlaanderen. Anderzijds duiken nu al typisch zuiderse vogels op in onze contreien zoals de bijeneter.
L.V.

Toekomst voor de bruine vuurvlinder?

LycaenaTityrus_wikipedia.jpg (Foto: Wikipedia Commons)

De gemeenten Begijnendijk en Heist-op-den-Berg, de regionale landschappen Noord-Hageland en Rivierenland, Natuurpunt, het Agentschap voor Natuur en Bos en de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant gaan samenwerken in een natuurbeschermingsproject om de bruine vuurvlinder die in Vlaanderen nog alleen in deze gemeenten voorkomt meer kansen op overleven te bieden.

Van de bruine vuurvlinder werd tot voor kort verondersteld dat hij niet meer in Vlaanderen voorkwam, tot de soort in 2004 terug opgemerkt werd in Betekom (Begijnendijk). Een studie door Natuurpunt wees uit dat kleine aantallen van deze vlinder nog voorkwam op een vijftigtal graslanden in de streek rond Begijnendijk. Dat de vlinder hier nog kon overleven is wellicht het gevolg van het relatief lage stikstofgebruik in deze regio, de aanwezigheid van kleinschalige graslanden en verlaten landbouwgronden die niet intensief beheerd worden.

Particuliere eigenaars van graslanden kunnen rekenen op financiële ondersteuning van het Agentschap Natuur en Bos wanneer ze in het kader van een beheersovereenkomst bereid zijn de richtlijnen te volgen inzake maaien en geen meststoffen en bestrijdingsmiddelen te gebruiken tenzij mits goedkeuring. Ook voor terreinbeheerders van natuurgebieden is er gericht beheersadvies. Om het publiek te informeren wordt een infoavond georganiseerd, een praktijkdag maaibeheer ingericht en een handleiding en andere informatie verspreid. De maatregelen komen vanzelfsprekend ook ten goede aan andere dieren en planten.
L.V.

Nieuwe bedreiging voor paardenkastanje

scheldewandeling3.jpg(Zieke paardenkastanje, Scheldewandeling Antwerpen, Foto: Stad Antwerpen)

Half februari is de Antwerpse groendienst gestart met kap- en plantwerken op Linkeroever: Het Antwerpse groenpatrimonium krijgt noodgedwongen een ander karakter. Koning Boudewijn zal er niet vele van merken, want de zieke treurwilg nabij zijn monument wordt vervangen door een nieuw exemplaar. Ook voor Paul Van Ostayen verandert er weinig: de dode bolesdoorn in de straat met zijn naam wordt vervangen door een nieuwe bolesdoorn. Evenmin nieuwe tijdingen voor Abraham Verhoeven: in de plaats van de afgebroken sierappel in zijn laan komt er een nieuwe sierappel.

Maar elders wordt een zieke paardenkastanje vervangen door een amberboom en een dode meidoorn door een zuilvormige eik. “We hebben voor andere boomsoorten gekozen omdat de paardenkastanje is aangetast door de bloedingziekte, een vrij recente ziekte,” aldus stadsmedewerker Roger Mast. “Naar de oorzaken ervan wordt nog onderzoek gedaan. Een bestrijdingsmethode bestaat nog niet. Daarom worden zieke paardenkastanjes die in groep staan niet en alleenstaande exemplaren door een andere boomsoort vervangen. De meidoorns zijn aangetast door de pereprachtkever en de pereringworm. Hun larven leven tussen schors en hout in het cambium en vreten er kronkelige gangen in uit. Dit verzwakt de boom en uiteindelijk sterft hij af. Er is geen accurate bestrijdingmethode. We kozen hier voor een andere soort omdat jonge meidoorns onmiddellijk aangetast worden. Zij hebben minder weerstand dan volgroeide exemplaren en sterven na twee à drie jaar.”

Sinds enkele jaren geleden wordt de paardenkastanje al zwaar geteisterd door de kastanjemineermot. De nieuwe kastanjeziekte kenmerkt zich door roestbruine vlekken, die zich snel over de hele stam verspreiden. Uit de vlekken sijpelt een vloeistof; de boom bloedt als het ware. Het vocht is eerst helder maar verkleurt snel naar donkerbruin en wordt stroperig. Daarna gaat de bast onder de vlekken rotten. Meestal stopt het bloeden na de zomer. De vlekken drogen dan uit tot ruwe, zwarte korsten. De bast rondom de korsten sterft af; de boom vertoont bastscheuren en in de kruin treedt sterfte op.

Advies
Op basis van diverse ervaringen heeft de werkgroep Aesculaap een advies samengesteld. Best is om zieke en gezonde paardenkastanjes zoveel mogelijk met rust laten en zeker geen werkzaamheden uit te voeren aan aangetaste kastanjes. Dit zou de verspreiding van de plaag in de hand kunnen werken. Als bomen toch gesnoeid moeten worden, ontsmet dan het gereedschap na elke boom. Dit kan met 9 delen spiritus en 1 deel groene zeep. Dode of ernstig zieke kastanjebomen die een gevaar opleveren voor de omgeving, moeten worden verwijderd. Dit kan door het materiaal te verbranden of te verwijderen. Particulieren moeten hiervoor hun gemeentebestuur raadplegen. Nieuwe aanplant kan heel snel ziek worden. Daarom is het raadzaam om voorlopig geen paardenkastanjes aan te planten. Verplanten van paardenkastanjes - ziek of gezond - wordt ontraden. Het ziet er dan ook naar uit dat aanwezigheid van de ‘wilde’ kastanje sterk zal afnemen. Enkele decennia geleden verdween op een soortgelijke manier de iep.

Meidoorns

De pereprachtkever (aprils sinuatus) is bekend uit de fruitteelt, waar hij soms flinke schade aanrichtte in perenboomgaarden. De zowat 1 cm lange, langwerpige, helder groene kever wordt uiterst zelden waargenomen. Zijn glans leverde hem de bijnaam ‘juweelkever’ op. Meestal is de aantasting alleen te merken aan de kenmerkende uitvlieggaten in de stam. Die lijken op een gekantelde D met de vlakke zijde onderaan. De kever vliegt in juni/juli uit en legt eieren in bastspleten. De jonge larve vreet zich later naar binnen en leeft daarna twee jaar onder de bast van de boom. De zigzaggende vreetgangen worden met het ouder worden van de larve breder. Na het tweede jaar verpopt de larve zich en in juni start de cyclus weer. Zo ontstaat onder de bast een soort ring. Afhankelijk van de ernst van de aantasting uit dit zich in afgestorven takken verspreid over de kroon tot sterfte van de gehele kroon.

De onbereikbaarheid van de larven maat deze plaag moeilijk te bestrijden. Vitale bomen in staat zijn de aantasting te overgroeien, maar aan stress onderhevige bomen lopen risico’s. Gelukkig zijn niet alle meidoorncultivars even gevoelig voor aantasting door de pereprachtkever.
K.M.

OSB als alternatief voor triplex

OSB.jpgRecent onderzoek van de milieu-organisatie Greenpeace toont aan dat er in Groot-Brittannië nog teveel triplex uit illegale ontbossingen wordt gebruikt. Greenpeace probeert nu de bouwindustrie, architecten en overheden te stimuleren om duurzame houtproducten zoals OSB (Oriented Strand Board) te promoten. Dit is zowel wat betreft technische eigenschappen als prijs voor veel toepassingen een prima alternatief voor (illegaal) triplex (plywood). Het publiceerde hiervoor een rapport met richtlijnen voor bedrijven die het gebruik van illegaal hout willen vermijden en zo het voortbestaan van de regenwouden niet verder in gevaar willen brengen. Toch gebruiken de meeste Belgische bouwbedrijven hout uit China . Dit hout is meestal ontgonnen in de regenwouden van Nieuw-Guinea, Indonesië of Brazilië. Zelfs de overheid zou nog illegaal hout gebruiken.

Norbord, één van de grootste producenten van houten plaatmateriaal, heeft zich al achter dit rapport geschaard. Sales manager Koen Van Wezemael: “We streven ernaar uitsluitend hout dat afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen te gebruiken voor de productie van onze MDF- en OSB-platen. Steeds meer herkomstbossen van onze grondstoffen in Europa zijn in staat FSC-gecertificeerd hout te leveren). Bij Norbord is FSC al de standaard. Zo hopen we bij te dragen aan het behoud van de regenwouden.”
Een probleem is dat de eigenschappen en voordelen van OSB nog altijd weinig bekend zijn in de bouwsector. En die sector is in Groot-Brittannië veruit de grootste afnemer van woudproducten.
KM

Kempens Landschap koopt domein Philips

fietsers.jpgDe vzw Kempens Landschap is van plan het domein Philips in Grobbendonk aan te kopen. Na het domein de Merode is dit domein van 45 ha haar grootste aankoop tot nog toe. Het Philipsdomein bevindt zich tussen de E313 (Antwerpen-Hasselt) en de Liersesteenweg (Herentals-Nijlen). Kempens Landschap betaalt hiervoor 970.000 euro. Omdat openstelling voor het publiek één van de hoofddoelstellingen van Kempens Landschap is, neemt met deze aankoop ook de oppervlakte openbaar bos in de regio aanzienlijk toe.

Het gebied staat in Grobbendonk bekend als de Bouwelse Heide. Volgens het gewestplan  is grotendeels bosgebied, met een klein stuk recreatiegebied. Het omvat hoofdzakelijk dennen- en loofbos, met bijhorende dreven en een natuurlijke waterpartij in het recreatiegebied. In het provinciaal ruimtelijk structuurplan staat het ingetekend als een deel van de groene verbinding tussen natuurgebieden in Vorselaar en Nijlen. Het is ook een belangrijke biotoop van de bosuil en maakt deel uit van een duinengordel, een uitloper van de Kempische Heuvelrug.

Toen de wet op de landloperij werd afgeschaft, wilde de federale overheid de voormalige Rijksweldadigheidskolonies in Wortel en Merksplas (1.000 ha uiterst gevarieerd cultuurlandschap) afstoten. Dit vormde de aanleiding tot het initiatief, vanwege de provincie Antwerpen en diverse gemeentebesturen, om het Kempens Landschap op te richten (1997). Als voorbeeld zagen ze de British National Trust en de Nederlandse landschapsstichtingen. Het doel: het verwerven, beschermen, beheren en toegankelijk maken van natuur- en cultuurpatrimonium in de provincie Antwerpen.

Momenteel beheert de vzw 33 grote en kleine domeinen, vooral in het arrondissement Turnhout, samen goed voor 560 ha. Kempens Landschap streeft ernaar om zoveel mogelijk waardevol Kempens landschap voor het nageslacht te bewaren en om de verdere versnippering ervan te voorkomen. Verbrokkeling zou niet alleen de leefgebieden van dieren en planten negatief beïnvloeden, maar ook het het recreatief aanbod voor wandelaars, fietsers en ruiters sterk aantasten.
KM

Volgende pagina →