Test-Aankoop waarschuwt voor asbest

Asbestvezels onder de elektronenmicroscoop (Foto: Wikimedia Commons)
Test-Aankoop waarschuwt in haar tijdschrift Test-Gezondheid voor de aanwezigheid van asbest in woningen. Vorig jaar stuurden 392 TA-leden via de verbruikerorganisatie stalen op naar labo’s om deze te laten testen. De stalen waren vooral afkomstig van daken, plafonds, vloerbedekkingen en de isolatie van buizen. Uit onderzoek bleek dat bijna de helft (198) van deze stalen asbest bevatte.
Uit statistieken blijkt ook dat steeds meer mensen in ons land sterven als gevolg van inademing van abestvezels. Meestal wordt de patiënt pas ziek 10 tot 40 jaar na het contact met asbest en overlijdt vervolgens binnen de 14 tot 24 maanden. Het aantal sterfgevallen door de asbestkanker mesothelioom steeg van 9 in 1984 tot 112 in 2008. Ook het aantal gevallen van longkanker te wijten aan asbest steeg in deze periode van 2 tot 47. Het aantal doden als gevolg van asbestose daarentegen lijkt sinds 1981 te zijn gestabiliseerd (22 doden in 2008).
Asbest werd lange tijd beschouwd als een mirakelproduct omdat het zo goed is tegen brand, geluid, kou en vocht, maar het mag al geruime tijd in ons land niet meer gebruikt worden. Huishoudelijke voorwerpen van na 1985 en cementproducten van na 1998 zouden in principe geen asbest meer mogen bevatten. In geval van twijfel raadt Test-Aankoop evenwel aan een specialist te raadplegen. Asbest wordt in woningen aangetroffen in bijvoorbeeld de leien op het dak, bloembakken, isolatiemateriaal, oude tegels, vensterbanken…
LV
EU-register over vervuiling

E-PRTR pagina voor België
Burgers kunnen voortaan op de website http://prtr.ec.europa.eu/ terugvinden welke vervuilende stoffende worden uitgestoten door de industriële installaties in hun buurt. Dit onlineregister is een initiatief van de Europese Commissie en het Europees Milieu Agentschap en bevat informatie over meer dan 24.000 installaties uit 65 sectoren en 91 schadelijke stoffen.
De gegevens die momenteel prijken op deze site dateren uit 2007. Ze zullen elk jaar in de maand april geactualiseerd worden. Aan bod komen zowel de hoeveelheid als het type afvalstoffen evenals de hoeveelheid gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval dat geproduceerd wordt op deze sites. Het gaat zowel om lucht-, water- en bodemvervuiling.
“De publicatie van het register geeft burgers een directe toegang tot informatie over de industriële uitstoot in Europa. Het zal hen bovendien helpen om actief deel te nemen aan besluitvorming rond het milieu”, aldus Europees commissaris voor Milieu Stavros Dimas in een persbericht bij de lancering van de site op 9 november.
L.V.
Overshoot
De “Overshoot Day” – de dag dat de mens alles opgebruikt heeft wat de aarde ons op één jaar tijd kan bieden - is dit jaar gevallen op vrijdag 25 september. Dat deze dag dit jaar twee dagen later viel dan vorig jaar is het gevolg van een raming van de consequenties van de economische recessie. De voorbije jaren viel de Overshoot Day telkens vier tot zes dagen vroeger dan het jaar voordien. Dat blijkt uit berekeningen door het WWF op basis van cijfers van het Global Footprint Network (GFN), een onderzoeksorganisatie die meet hoeveel natuur we hebben en hoeveel we daarvan gebruiken.
Net zoals iemand die meer geld uitgeeft dan hij verdient en aan zijn spaarcenten moet zitten, overstijgt onze vraag het aanbod van de natuur op aarde steeds meer. “De gevolgen daarvan – de klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit, het verdwijnen van bossen, het leegvissen van oceanen en dergelijke – zijn duidelijk. De natuur heeft niet veel krediet meer over”, aldus GFN-voorzitter Matthis Wackernagel. Het grootste gevolg van onze “overuitgave” is de klimaatverandering door de gestegen CO2-uitstoot. De toename van de oppervlakte om alle CO2 op te nemen is sinds 1961 met liefst 1000 procent gestegen.
“Zelfs als we rekening houden met de potentiële gevolgen van een slechte economische situatie blijven we nog steeds met een enorm tekort op onze begroting zitten. De uitdaging is om voldoende welzijn voor iedereen te verzekeren op een duurzame manier, binnen de beperkingen van onze planeet. Hoe kunnen we dus een gezonde economische en voldoende welzijn creëren voor iedereen zonder de natuur uit te putten of CO2 op te stapelen in de atmosfeer. We moeten dus niet alleen naar de economische groei en BNP kijken maar ook naar sociale en milieu-indicatoren”, aldus Geoffroy Deschutter (WWF-België).
L.V.
Biljartkrijt zeldzame oorzaak loodvergiftiging

Biljartkrijt - Wikipedia Commons
“Het antigifcentrum erkent dat biljartkrijt een zeldzame oorzaak is van blootstelling aan lood. Onder de loodintoxicaties waarvan het de oorzaak identificeerde bevond zich evenwel geen dergelijk geval. Het centrum ontvangt wel oproepen voor het inslikken van biljartkrijt, de laatste keer in 2006″. Dat antwoordt minister van volksgezondheid Laurette Onkelinx op een schriftelijke vraag van Marie-Martine Schyns (CDH).
Volgens het juni-nummer van Bodytalk hebben diverse medische tijdschriften de voorbije jaren gevallen gemeld van ernstige loodvergiftiging bij kinderen door biljartkrijt. 3 van de 33 krijtsoorten bevatten tot 7 milligram lood wat “indrukwekkend veel” is daar de aanvaardbare maximale opname van lood per dag 0,0035 milligram per kg lichaamsgewicht bedraagt. Op de krijtverpakking staat nochtans niets te lezen staat over het risico op loodvergiftiging. Ook het Londense antigifcentrum maakte in 2000 melding van een geval van blootstelling.
L.V.
Zorgen om medicijnenresten in het water

Waterzuiveringsinstallatie (Foto: Aquafin)
Twee drinkwaterbedrijven en drie waterschappen die actief zijn in de Nederlandse provincie Utrecht gaan het komende half jaar een onderzoek instellen naar de aanwezigheid van medicijnen in het afval- en oppervlaktewater in deze regio. Aanleiding is het feit dat er in het Utrechtse afvalwater steeds meer medicijnresten worden aangetroffen. Rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn bovendien niet uitgerust om stoffen uit medicijnen uit het afvalwater te filteren. Dergelijke technieken zijn ook erg duur. In het drinkwater zouden wegens de zeer strenge eisen geen medicijnresten voorkomen.
Het onderzoek moet in kaart brengen waar en hoe de medicijnresten in het water worden achtergelaten. De resultaten hiervan moeten een aanpak van het probleem bij de bron mogelijk maken. Ook moet blijken welk effect deze medicijnresten hebben op het milieu. In totaal gebruiken Nederlanders ongeveer 12.000 verschillende medicijnen, waarin 850 verschillende actieve stoffen zitten. Resten daarvan belanden onder meer via de urine in het rioolwater. Het is de eerste keer dat het probleem in Nederland op grote schaal in kaart wordt gebracht. De resultaten worden verwacht in het voorjaar van 2010.
L.V.
Meer groen in de straat?
Stedenbouwkundigen en stadsplanners kunnen maar beter rekening houden met hoe en waar ze bomen planten, als ze de luchtkwaliteit in de stad willen helpen vebeteren. Het stadsmilieu blijkt er namelijk mee gebaat als in het midden van de straat, maar niet al te dicht bij elkaar bomen staan. Dat blijkt uit een studie, onlangs gepubliceerd in het International Journal of Environment and Waste Management. Onderzoekers uit Zwitserland en Duitsland onderzochten welk effect bomen hebben op de ventilatie en vervuilingsgraad langsheen straten met aan weerskanten dicht op elkaar gepakte hoogbouw. Dergelijke straatpatronen noemt men ook wel stadscanyons.
Met behulp van windtunnelonderzoek gingen de vorsers na hoe de lucht doorheen zulke stadscanyons stroomt en hoe deze luchtstroming wordt beïnvloed als er in het midden van de straat een rij bomen staat. Daarbij bestudeerden ze of er een verschil was wanneer deze bomen dicht bij elkaar, dan wel wat verder uiteen staan. Ook wilden ze weten hoe de luchtstroming in de stadscanyons wordt beïnvloed bij stilstaand, stapvoets en bewegend verkeer.
De onderzoeksresultaten suggereren dat in straten met in het midden een dichte strook bomen - wat in tal van grote Europese steden de gangbare praktijk is - de uitlaatgassen gemakkelijker blijven hangen, dan wanneer er geen bomen zouden zijn. Een dicht bladerdek zou de opwaartse stroom van polluenten tegenhouden en tegelijk ook de kleine luchtwervelingen dempen, die de luchtvervuiling van de straat wegnemen.
Dit wil echter niet zeggen dat alle bomen dan maar zo snel mogelijk gerooid moeten worden, integendeel. Het blijkt namelijk dat wanneer bomen wat verder uit elkaar staan, op een afstand van minstens hun kruin, ze net zorgen voor meer luchtwervelingen. Zo helpen de bomen de uitlaatgassen veel sneller afvoeren, dan wanneer er geen bomen zouden zijn. En dit vooral bij stapvoets of stilstaand verkeer.
Meer groen in de straat is dus prima, maar het moet wel doordacht gebeuren!
Meer info: http://www.codasc.de
Bibliografische gegevens: “Effects of trees on the dilution of vehicle exhaust emissions in urban street canyons” in Int. J. Environment and Waste Management, 2009, 4, 225-242.
Wouden reinigen atmosfeer
Een onderzoeksteam van de K.U.Leuven onder leiding van Prof. emeritus Jozef Peeters van het departement chemie heeft het chemisch mechanisme opgehelderd achter de bijdrage van tropische wouden in het zelfreinigend vermogen van de atmosfeer. De onderzoeksresultaten werden recent gepubliceerd in de vaktijdschriften PhysChemChemPhys en Chemical Science.
Het geldt al lang als volkswijsheid dat planten en bomen de lucht zuiveren. Maar de wetenschap sprak dit tot voor kort tegen. Planten en bomen stoten immers isopreen uit en dit breekt hydroxylradicalen in de atmosfeer af. Die hydroxylradicalen zijn zeer reactieve, natuurlijk voorkomende stoffen die de atmosfeer reinigen. Dus hoe meer planten, hoe meer isopreen en dus hoe minder hydroxylradicalen, dito minder zuivering. Tenminste, dat was voor Peeters en zijn team ontdekten dat de volkswijsheid het toch bij het rechte einde heeft. Ze stelden namelijk vast dat de oxidatie van het uitgestoten isopreen zorgt voor recyclage van hydroxylradicalen.
Uit recente metingen van verschillende teams blijkt inderdaad dat bosrijke steden waar de isopreenuitstoot hoog is tevens bijzonder rijk zijn aan hydroxylradicalen. Dat is bijvoorbeeld het geval met het Amazonewoud. Verder onderzoek is evenwel nog nodig. Exacte kennis van deze chemische mechanismen is volgens Peeters immers de voorwaarde “om op termijn efficiënte maatregelen te kunnen treffen voor het behoud van het zelfreinigend vermogen van onze kwetsbare atmosfeer”.
LV
Vlaams gezin wil betalen voor schoon milieu
(Foto: Paul Hermans, Wikipedia) De Vlaamse Instelling voor Technologische Onderzoek (VITO) werkte mee aan een Europese studie over de maatschappelijke en economische baten van een verbeterde kwaliteit van onze waterlopen (Aquamoney). Hiervoor ontwikkelde VITO een methode om in te schatten hoe de welvaart van mensen stijgt bij een verbetering van de kwaliteit van onze waterlopen. 700 Vlaamse gezinnen namen deel aan een keuze-experiment via het internet.
In de studie werd de Dender als voorbeeld genomen. De deelnemers kregen 6 keuzes voorgelegd, waarbij ze telkens moesten aangeven welke situatie hun voorkeur had en of hun gezin bereid was de bijbehorende stijging van de watertaksen te betalen om de gekozen situatie te bereiken.
Uit de antwoorden blijkt dat meer dan 90% van de bevraagden geld over heeft voor schone waterlopen. Als de resultaten van het onderzoek juist zijn, zo rekent VITO voor, dan zou een gemiddeld Vlaams gezin jaarlijks zo’n 50 tot 200 euro veil hebben voor een goede ecologische toestand van de waterlopen. Dit wil zeggen: een zeer goede chemische waterkwaliteit, maar ook groene oevers en een verscheidenheid aan waterplanten en -dieren. Het bedrag dat mensen willen betalen hangt sterk af van het gezinsinkomen, het feit of ze lid zijn van een milieuvereniging, of ze recreëren op of langs de rivier en de woonafstand tot de rivier.
Opmerkelijk is dat mensen vooral veel willen betalen voor een toename van verschillende plant- en diersoorten (de biodiversiteit) en in mindere mate voor groenere oevers en de waterkwaliteit zelf (minder geurhinder, minder schuim), hoewel de parameters in realiteit wel wat samenhangen. Dit resultaat ondersteunt de Europese regelgeving (Kaderrichtlijn Water) die zegt dat enkel focussen op chemische waterkwaliteit niet voldoende is.
Achtergrond: Kaderrichtlijn Water
De studie werd uitgevoerd in het licht van de Europese Kaderrichtlijn Water die beoogt dat tegen 2015 alle waterlopen in de EU een goede ecologische status hebben. Dit wil zeggen dat ze niet alleen een goede chemische waterkwaliteit moeten hebben, maar ook een goede biologische kwaliteit (planten en dieren) en een goede waterhuishouding (vermijden van droogte en overstroming). Om dit te realiseren moeten de lidstaten maatregelenpakketten samenstellen.
Verschillende partijen zullen inspanningen moeten leveren voor het uitvoeren van deze maatregelen. De Kaderrichtlijn Water stelt dat dit op een kostenefficiënte manier gebeurt en dat de inspanningen wel moeten opwegen tegen de opbrengsten. Omdat heel veel van de diensten die door waterlopen worden geleverd zoals een aangename omgeving, vasthouden van water enz. niet op een markt te koop zijn, is het niet eenvoudig in geld uit te drukken wat een verbetering van de kwaliteit van onze waterlopen de maatschappij oplevert.
Milieu-economen hebben verschillende methoden om de waarde van deze diensten in te schatten, waaronder keuze-experimenten. Hierbij moeten mensen een reeks van keuzes maken tussen verschillende situaties met betrekking tot milieukwaliteit waartegenover telkens ook andere geldbedragen staan. Zo simuleer je een kader vergelijkbaar met het kiezen tussen twee soorten brood bij de bakker. Op basis van de keuzes van mensen kan je dan hun voorkeuren afleiden met betrekking tot milieukwaliteit. De resultaten en de geleerde lessen uit de VITO-studie over de Dender en de tien gevalstudies in andere Europese landen zullen de beleidsmakers helpen op een wetenschappelijk onderbouwde wijze keuzes te maken bij het integraal waterbeleid.
Deze studie kadert in ruimer onderzoek binnen VITO naar de kosten en baten van een verbetering van de leefomgeving van de Vlaming.
Kleurstoffen tatoeages risicovol
De Leuvense toxicoloog Jan Tytgat (Foto: K.U.Leuven) waarschuwt er in het tijdschrift Bodytalk voor dat de kleurstoffen die gebruikt worden bij tatoeages allerlei gevaarlijke aandoeningen kunnen veroorzaken. Het KB uit 2005 dat tatoeages en piercings reglementeert bevat een lijst met verboden kleurstoffen. Beter ware het volgens Tytgat een lijst te voorzien van veilig bevonden kleurstoffen die toegelaten zijn. Onze kennis is hiertoe thans echter te beperkt.
Omdat bij een permanente tatoeage de kleurstof met naalden diep in de huid wordt ingebracht komt deze stof deels in de bloedbaan terecht. Dat gebeurt rechtstreeks op het moment van de injectie, maar ook achteraf door migratie vanuit de huid. “Tijdens het natuurlijk ontgiftings- en verwijderingsproces door lever en nieren ontstaan giftige afbraakproducten. Die reageren met eiwitten in de blaaswand en kunnen op lange termijn blaaspoliepen en zelfs blaastumoren veroorzaken”, aldus Tytgat.
Uit een EU-rapport bleek enkele jaren terug dat er veel kankerverwekkende stoffen gebruikt werden. Industriële pigmenten zoals autoverf of schrijf- of printinkt bleken de meeste gebruikte tatoeagekleurstoffen. Dit onderzoek leidde in 2003 tot een resolutie van de Raad van Europa met een lijst van verboden kleurstoffen voor tatoeages. Die werd in 2008 uitgebreid en ook voorzien van maximum toegelaten concentraties van onzuiverheden zoals zware metalen.
Tytgat waarschuwt in het artikel ook voor bruinrode hennatatoeages die al na enkele weken verdwijnen en steeds populairder worden. Niet de henna, maar de ingrediënten die men toevoegt om de natuurlijke bruinrode kleur van henna op de huid donkerder tot zelfs zwart te maken - de zogenaamde ‘black henna’ - zijn risicovol. “Vaak verkiest de tatoeëerder de goedkopere, chemische stof PPD die het kleurproces versnelt. Deze veroorzaakt echter een krachtige allergische eczeemreactie in 3 tot 15 procent van de gevallen”.
L.V.
Nieuwe editie MIRA-T 2008 Indicatorrapport
Het nieuwe MIRA van de Vlaamse Milieumaatschappij is er. In dit milieurapport wordt verslag uitgebracht van de toestand van het milieu. Daarbij wordt ook nagegaan in hoeverre we op onze vooropgestelde koers zitten. De indicatoren in het nieuwe MIRA-T 2008 Indicatorrapport zijn daarom minstens getoetst aan de doelstellingen van het milieubeleidsplan voor Vlaanderen, MINA-plan 3+ (2008-2010).
Uit het rapport blijkt dat de milieudruk in Vlaanderen sinds 2000 grotendeels is losgekoppeld van de economische groei. Economische groei is in Vlaanderen dus niet langer synoniem voor meer vervuiling. De uitstoot van verzurende stoffen en van stoffen die aanleiding geven tot ozonsmog is gedaald.
Sinds 2004 vertoont ook de uitstoot van broeikasgassen een voorzichtige daling. In 2007 dook Vlaanderen zelfs onder de Kyoto-doelstelling voor 2008-2012. Maar dat is geen reden om op de lauweren te gaan rusten. De daling in de uitstoot van broeikasgassen is immers voor een deel te danken aan de zachtere klimatologische omstandigheden. Een meer efficiënt energiegebruik blijft prioritair om ook bij minder zachte winters onder de Kyoto-doelstelling te blijven. De energiesector en industrie blijven verantwoordelijk voor de helft van de broeikasgasuitstoot maar (goederen)transport is wel de enige sector waarin de emissies blijven toenemen. De elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen (groene stroom) is in 2007 verder gestegen tot een aandeel van 2,7% in het bruto elektriciteitsgebruik. Tegen 2010 moet dit oplopen naar 6%. Ook het bruto binnenlands energiegebruik steeg minder snel dan het bruto binnenlands product (BBP). Het verhogen van de eco-efficiëntie van de Vlaamse economie is een van de doelstellingen van het Vlaamse Regeerakkoord en de Beleidsnota Leefmilieu 2004-2009.Opvallend in dit MIRA is verder dat één op 10 Vlamingen ernstig of extreem gehinderd blijkt te zijn door lawaai. De geluidsdrukniveaus in Vlaanderen blijven stijgen. Lawaai staat dan ook op de tweede plaats voor het verlies aan gezonde levensjaren ten gevolge van milieufactoren. Blootstelling aan PM10 en PM2,5 staat op de eerste plaats, ook al is de emissie van fijn stof gedaald. Gemiddeld verliest een Vlaming iets meer dan een gezond levensjaar door levenslange blootstelling aan milieuverstoring.
Meer informatie op www.milieurapport.be
Meer babysterfte door fijn stof
(Foto: Prof. Benoit Nemery - KUL)Vervuilingspieken van fijn stof gaan gepaard met een beduidend hogere sterfte bij zuigelingen. De meest significant toename doet zich voor bij zuigelingen van 1 week tot 1 maand oud. Bij een stijging van de PM10-concentratie tot 10 microgram per m³ stijgt het sterfterisico voor deze zuigelingen met 5 procent. Als er meer dan 50 mg in de lucht zit - deze grens mag volgens de EU slechts 35 keer per jaar overschreden worden - stijgt het sterfterisico zelfs met 11 procent. Ook bij jongere en oudere baby’s tot 1 jaar oud zijn er overschrijdingen maar niet uitgesproken.
Dat blijkt uit een studie door Prof. Benoit Nemery van de onderzoekseenheid Longtoxicologie van de K.U.Leuven en zijn collega’s van het onderzoeksteam Parhealth. Zij bekeken de sterftecijfers van baby’s van jonger dan 1 jaar voor de periode 1998 tot 2007. Eerder concludeerden deze onderzoekers al dat er in de periode 1997-2004 jaarlijks 630 Vlamingen vroegtijdig sterven. Uit Europese studies blijkt dat de aanwezigheid van fijn stof in de lucht de Vlaming tot 3 gezonde levensjaren kostte in 2000. “We vinden het normaal dat eieren in de supermarkt niet vervuild zijn met dioxines, voor de luchtkwaliteit zitten we blijkbaar nog niet zover,” aldus Nemery in De Morgen.
Fijn stof is een verzamelnaam voor bijzonder kleine stofdeeltjes - hoe kleiner, hoe gevaarlijker - die zware metalen, roet, dioxines, asbest of dergelijke bevatten. Ze werken in op luchtwegen en liggen aan de basis van hart- en vaatziekten. Fijn stof vormt van de courant voorkomende luchtvervuilende stoffen de grootste bedreiging voor onze gezondheid. n Vlaanderen werd dit jaar al in 11 meetposten meer overschrijdingen dat Europese norm toelaat. Verkeer is goed voor één derde van de emissie van fijn stof. Afhankelijk van plaats en weersomstandigheden is echter slechts 5 tot 30 procent van de fijn stof concentratie in Vlaanderen afkomstig uit Vlaanderen zelf.
L.V.
GTI Londerzeel bouwt passiefschool

School De Zande, Beernem: architect BURO II (Foto: Passiefhuis-Platform vzw)
Het Gemeentelijk Technisch Instituut (GTI) in Londerzeel heeft zondag 17 mei 2009 in aanwezigheid van Vlaams minister Frank Vandenbroucke de plannen voorgesteld voor de bouw van een energiezuinige passiefschool. De bouwaanvraag wordt in juni 2009 ingediend. Het is één van de eerste passiefscholen in Vlaanderen en een van de eerste die gebouwd wordt met publiek-private financiering in kader van het DBFM-project.
Vandenbroucke wees er zondag op dat de Vlaamse overheid de volledige meerkost van de bouw van deze passiefscholen voor zijn rekening neemt. “Uit de 75 ingediende kandidaturen voor de bouw van passiefscholen werden, verspreid over Vlaanderen en over alle onderwijsnetten, 24 projecten geselecteerd, samen goed voor 65.000 m2 passiefbouw”, aldus de minister.
Een passiefschool is zuinig met energie dankzij goede isolatie, extreme luchtdichtheid, efficiënte ventilatie en vensters die gericht zijn op het zuiden. “Daarmee verbruiken passiefscholen vier keer minder energie dan een gebruikelijke nieuwbouw. Ze hebben bijna geen verwarming nodig”. Vandenbroucke beklemtoonde dat de school een voorbeeldfunctie moet hebben bij de realisatie van de Kyoto-doelstellingen.
Het nieuwe schoolgebouw is ook een van de eerste die gebruik maakt van het DBFM-project, de publiek-private samenwerking waarmee Vandenbroucke de achterstand op vlak van de scholenbouw wil wegwerken. “De overheid richtte hiertoe met privé-partner Fortis de vennootschap DBFM op die instaat voor het ontwerp, de bouw, de financiering en onderhoud van schoolgebouwen. 211 nieuwe scholen, samen goed voor 1 miljard euro, zal het resultaat zijn van dit partnerschap”, aldus Vandenbroucke. GTI Londerzeel is terzake een proefproject.
LV
Snelheidsduivels en smogalarm
Sinds maart 2007 werd in ons land vijf keer een smogalarm afgekondigd waarbij de snelheid op bepaalde stukken van de snelwegen beperkt wordt tot 90 km per uur. In totaal werden in deze periodes 379.837 voertuigen gecontroleerd, waarvan er 22.987 (6,1 procent) een PV kregen wegens te snel rijden. Dat blijkt uit het antwoord van minister van binnenlandse zaken Guido De Padt op een schriftelijke vraag van Jef Van den Bergh (CD&V).
In de eerste periode (3 dagen in maart 2007) reden 4.611 van de 52.239 gecontroleerde voertuigen (8,8 procent) te snel. Tijdens het smogalarm van december 2007 (twee dagen) was dit het geval met 2.347 van de 42.249 voertuigen (5,6 procent) en in februari 2008 (2 dagen) met 1.803 van de 34.900 voertuigen (7,7 procent). In december 2008 en januari 2009 (4 dagen) hielden 8.916 van de 115.138 gecontroleerde voertuigen (3,9 procent) zich niet aan de snelheidsbeperking en de laatste periode januari 2009 (3 dagen) was dat het geval met 5.310 van de 135.311 voertuigen (3,9 procent).
L.V.
Vervuilende stoffen nefast voor ontwikkeling kinderen
Er bestaat een verband tussen de aanwezigheid van bepaalde vervuilende stoffen in het navelstrengbloed en de verstandelijke en gedragsmatige ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt uit onderzoek door het Expertisecentrum Neurotoxicologie en Neuropsychologie van het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en het Steunpunt Milieu en Gezondheid dat tussen 202 en 207 200 kinderen onderzocht tot op de leeftijd van 3. Kort na de geboorte werden in het navelstrengbloed de aanwezigheid van vervuilde stoffen nagegaan zoals lood, chloorhoudende PCB’s en bestrijdingsmiddelen zoals DDE (afkomstig van DDT) en HCB (in het verleden gebruikt als pesticide).
Kinderen met een hogere blootstelling aan lood scoren lager op een IQ-test. Ze zijn actiever dan gemiddeld en hebben meer aandachts- en sociaal-emotionele problemen. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt 10 microgram per dl als veilige norm, maar al bij beduidend lagere loodwaarden werden negatieve effecten aangetroffen. Kinderen met hogere PCB-waarden beginnen op latere leeftijd te stappen, hebben een vertraagde taalontwikkeling en uiten minder snel emoties. Jongens zijn passiever en scoren lager op een IQ-test. Kinderen met meer bestrijdingsmiddelen kennen een vertraagde taalontwikkeling, zetten op latere leeftijd de eerste stapjes, uiten minder emoties en gedragen zich passiever.
De blootstelling aan lood is de laatste jaren verminderd door het gebruik van loodvrije benzine. Ook de inwendige blootstelling aan PCB’s, waarvan het gebruik sedert lang verboden is, is duidelijk gedaald. Het gebruik van het pesticide DDT, dat aanleiding geeft tot het afbraakproduct DDE, is reeds sinds 1974 verboden. De gemeten stoffen blijft echter lang aanwezig in het milieu en ook in de mens.
L.V.
268 bodems in tankstations gesaneerd
Tot nog toe (stand van zaken op 20/2/2009) werden in Vlaanderen al 268 vervuilde sites van tankstations gesaneerd met een financiële tussenkomst van BOFAS, het bodemsaneringsfonds voor tankstations, dat opgericht werd door de petroleumfederatie en de overheid om eigenaars en uitbaters van tankstation te helpen met bodemsanering. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams Milieuminister Hilde Crevits op een schriftelijke vraag van Carl Decaluwe (CD&V).
In totaal werden vanuit Vlaanderen al 2.974 aanvragen voor een tussenkomst bij een bodemsanering ingediend bij BOFAS, waarvan er al 2.322 ontvankelijk werden verklaard. Er werd hierbij al 215,3 miljoen euro financiële steun toegekend. In eerste instantie kwamen enkel tankstations in aanmerking die na 1 januari 1993 dichtgingen. Nadien werd dat uitgebreid tot tankstations die ook vroeger sloten op die nog niet in exploitatie zijn.
Het huidige samenwerkingsakkoord met BOFAS loopt af in 2014. Tegen dan zouden alle terreinen gesaneerd moeten zijn, maar gezien het aantal aanvragen tot tussenkomst bij de tweede saneringsronde veel hoger uitviel dan verwacht zal deze periode volgens Crevits mogelijk uitgebreid worden tot 2019. Het is praktisch onmogelijk om in te schatten hoeveel tankstations er de voorbije decennia in Vlaanderen gestaan hebben.
LV

ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland