Driejarige onderzoeksmissie op zee (2)

karsenti

Eric Karsenti (Foto: Koen Mortelmans)

Op zijn driejarige tocht over de wereldzeeën zal het het Europese onderzoeksschip Tara vooral onderzoek doen naar plankton. “Sommige planktonsoorten zijn onzichtbaar voor het menselijk oog, maar ze vormen de basis van de oceanische ecosystemen. En de kleine organismen zijn zo talrijk dat ze door hun aantal het klimaat beïnvloeden, net zoals de zes miljard mensen dit doen,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). Ondanks hun ecologisch belang en hun diversiteit zijn heel wat planktonsoorten nog vrij onbekend. De huidige kennis betreft – dank zij satellietonderzoek – vooral soorten die vlakbij de oppervlakte van het water voorkomen. Over dieper levende organismen is de wetenschappelijke kennis in verhouding klein.

De Tara tracht de spreiding van talrijke organismen op verschillende diepten in kaart te brengen, van virussen en bacteriën tot vislarven. Het onderzoek betreft ook de verzuring van het water en de gevolgen hiervan voor de koraalriffen. De bevindingen worden niet alleen ondergebracht in databestanden en kaarten, maar ook gepubliceerd als 3D-tekeningen van de onderzochte organismen. De sondes, die de varende onderzoekers gebruiken, kunnen tot op een diepte van 3.000 m stalen nemen. Naargelang het gebruikte filtermateriaal kunnen ze organismen met een bepaalde omvang selecteren. Heel wat kleine mariene organismen nemen CO2 op en geven zuurstof af. Het Tara-onderzoek kan de kennis over eencellige organismen flink vergroten. Momenteel zijn er minder dan 100.000 soorten beschreven, maar wetenschappelijk coördinator Colomban de Vargas schat dat hun aantal 1.000 tot 100.000 keer groter kan zijn.

De tijdens de Tara-expeditie verzamelde gegevens zijn niet het exclusieve domein van een select groepje onderzoekers, maar zullen ter beschikking gesteld worden van de hele wetenschappelijke wereld. De initiatiefnemers zien niet alleen de Beaglereis van Charles Darwin als hun grote voorbeeld, maar ook de Challengerexpeditie (1872-1876) en de reizen van de Fram, het schip van de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen.
K.M.

Driejarige onderzoeksmissie op zee

Tara met volle zeilen (Foto: F. Latreille)

Tara met volle zeilen (Foto: F. Latreille)

Na een tussenstop in Barcelona is het Europese onderzoeksschip Tara vertrokken op zijn driejarige missie over de wereldzeeën. Tijdens die periode zal de veertienkoppige bemanning 150.000 kilometer afleggen en onderzoek uitvoeren naar mariene ecosystemen. De onderzoeken betreffen vooral plankton en andere micro-organismen. De Tara, die al een Arctische expeditie (2006-2008) achter de rug heeft, zal deze keer zowat zestig keer aanleggen in vijftig verschillende landen. Na het doorkruisen van de Middellandse Zee zet het schip via het Suezkanaal koers naar de Indische Oceaan om dan via Kaap de Goede Hoop de Atlantische Oceaan te bereiken. Via Antarctica en de Galapagos-Eilanden – een eerbetoon aan Darwin? – gaat het naar Australië, China en Japan. Het wordt geen reis rond de wereld, want het onderzoeksschip keert in de nazomer van 2012 naar Europa terug langs de ‘noordwestelijke’’ doorvaart, ten noorden van Alaska en Canada. Voor de wetenschappelijke ruggengraat staan meer dan vijftig laboratoria uit vijftien landen in. Een van de vastelandmedewerkers is Jeroen Raes van de Vrije Universiteit Brussel.

De Tara is een aluminium zeilschip van 120 ton met een lengte van 36 m. De Europese Unie is steunt het project in communicatie. Maar het nodige geld is toch vooral afkomstig uit de privésector, onder meer van Electricité de France en Veolia. Het schip zelf wordt ter beschikking gesteld door de Franse modeontwerpster Agnès Troublé, alias agnès b. “De expeditie kost ongeveer 3 miljoen euro per jaar,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). De kostprijs van de verdere analyse van de ingezamelde gegevens is daarbij niet inbegrepen.” Een aantal gegevens zou ook ingezameld kunnen worden door het uitrusten van vrachtschepen met allerlei apparatuur. Die aanpak biedt andere mogelijkheden dan werken met één schip, dat niet op een vaste lijn vaart. “Maar het Tara-project gaat niet alleen om het verzamelen van wetenschappelijke data,” repliceren de organisatoren. “Het is ook een sensibiliseringsproject en een platform voor diverse onderzoekprojecten op lange termijn.”
K.M.

Meer info: http://ec.europa.eu/research/transport/news/article_9686_en.html en http://oceans.taraexpeditions.org/

Verlies biodiversiteit niet te stoppen

logo_countdown_2010De internationale gemeenschap probeert het verlies van biodiversiteit af te remmen tegen 2010, het Internationale Jaar van de Biodiversiteit. Maar op een internationale bijeenkomst in Zuid-Afrika zijn deskundigen het er deze week over eens dat de doelstelling niet gehaald zal worden.
Biodiversiteit gaat niet enkel over vreemde diersoorten en mooie vogels. Het gaat over de diversiteit van het leven op aarde die levensbelangrijk is omdat ze zorgt voor voedsel, schoon water en lucht en de regeling van het klimaat.
Jaarlijks gaan naar schatting 12.000 soorten verloren, en het tempo stijgt voortdurend. Vervuiling, kaalkap, overexploitatie en grote projecten hebben tot een “zesde teloorgang van soorten” geleid die vergelijkbaar is met de slachting na de inslag van een asteroïde.

Vooral de ecosystemen in zoetwater zijn in gevaar. Diersoorten in rivieren en meren verdwijnen vier tot zes keer sneller dan op andere plaatsen op de planeet. “Er is duidelijk en groeiend wetenschappelijk bewijs dat we op de drempel staan van een grote zoetwaterbiodiversiteitcrisis”, zegt Klement Tockner van het Leibniz-Instituut voor Zoetwaterecologie en Visserij in Duitsland.

Wereldwijd zijn momenteel alle vijfentwintig soorten steur en alle soorten rivierdolfijnen met uitsterven bedreigd. De soorten die standhouden in de grote rivieren zoals de Donau, de Rijn, de Hudson of de Mekong zijn uitheems. “Dat is een fundamentele verandering, en maar weinig mensen zijn zich daarvan bewust.”
Zoetwaterecosystemen beslaan maar 0,8 procent van het aardoppervlak, maar ze bevatten ongeveer 10 procent van alle diersoorten, waaronder 35 procent van de gewervelden. Het uitsterven gaat steeds sneller, waarschuwt Tockner, met name in hotspots rondom de Middellandse Zee, Centraal-Amerika, China en Zuidoost Azië.
“De laatste vrij stromende riviersystemen beschermen, moet onze absolute prioriteit zijn”, zegt hij. “Er zijn er erg weinig over.”

En op veel van de overblijvende soortenrijke rivieren worden dammen gebouwd om klimaatvriendelijke elektriciteit te leveren. Ironisch genoeg zijn intacte zoetwaterecoysystemen daarvoor nog beter geschikt: ze houden CO2 uit de atmosfeer door 7 procent van de menselijke uitstoot te absorberen en op te slaan.

Snelheid
“Wetenschappers zijn gealarmeerd door de snelheid waarmee het gaat”, zegt Hal Mooney, bioloog aan de Stanford Universiteit in Californië en voorzitter van de bijeenkomst. “Er heerst duidelijk een gevoel van hoogdringendheid, maar niet onder de beleidsmakers.” Daarom zijn op de bijeenkomst ook vertegenwoordigers uitgenodigd van 95 regeringen, om hen te doordringen van de noodzaak van de oprichting van een Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiverdsity and Ecosystem Services. Dat is geïnspireerd op de IPCC, het gelijkaardige “Intergovernmental Panel on Climate Change”. Het nieuwe orgaan moet de kloof tussen de wetenschap en het beleid overbruggen en richtlijnen bieden voor regeringen in de hele wereld.

Onbekend maakt onbemind
Veel beleidsbeslissingen, zelfs groene, worden gemaakt zonder daarbij rekening te houden met de gevolgen voor de biodiversiteit, zegt Anne Larigauderie, executive director van DIVERSITAS, de organisatie die de conferentie organiseert. Het schoolvoorbeeld zijn biobrandstoffen. Veel regeringen moedigen die aan met onder meer subsidies, zonder de gevolgen voor de biodiversiteit te onderzoeken.
In Kopenhagen worden eind dit jaar belangrijke belissingen genomen over de strijd tegen de klimaatverandering, maar de betrokken partijen weten maar weinig over biodiversiteit, zegt Larigauderie. Sommige programma’s zoals Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation (REDD), kunnen een ramp worden voor de biodiversiteit en de klimaatverandering zelfs aanzwengelen, zegt ze.
JG/IPS

Klimaatverandering bedreigt biodiversiteit Mekong-regio

Thomas Ziegler / WWF Greater Mekong © WWF-Canon/Martin Harvey Red-shanked douc langur

Thomas Ziegler / WWF Greater Mekong © WWF-Canon/Martin Harvey Red-shanked douc langur

De rijke en unieke diversiteit van de Mekong-regio wordt bedreigd door de klimaatverandering. Dat zegt het Wereldnatuurfonds (WWF) in een recent voorgesteld rapport.

In het Mekong-gebied, waartoe Cambodja, China, Birma, Thailand, Vietnam en Laos behoren, zijn in het afgelopen jaar 163 nieuwe soorten ontdekt. Tot die ontdekkingen horen een vogeletende kikker, een gekko met ‘luipaardprint’ en nieuwe soorten bananen, meldt het WWF-rapport ‘Close Encounters’.
“Veel van de nieuwontdekte soorten leefden onder onze neus en waren al bekend bij de plaatselijke bevolking” zegt Stuart Chapman, directeur van het WWF-programma voor de Mekong. “Sommige gebieden waar soorten zijn gedocumenteerd, zijn afgelegen en moeilijk bereikbaar. Dat komt door politieke instabiliteit of omdat er veel mijnen liggen. Deze gebieden worden nu toegankelijker”, zegt Chapman.
De zes landen in de regio zijn met elkaar verbonden door de 4.880-kilometer lange rivier Mekong, die loopt van het Tibetaans Plateau in China, door Birma, Laos, Thailand, Cambodja en Vietnam naar de Zuid-Chinese Zee.
Ontwrichting
“Alleen de rivier Amazone in Latijns-Amerika kent een hogere biodiversiteit als het gaat om de hoeveelheid vis”, zegt Chapman. De rijke biodiversiteit van de Mekong maakt de rivier ook kwetsbaar voor klimaatverandering.
“Sommige soorten die net ontdekt zijn, lopen risico”, zegt Geoff Blate, coördinator klimaatverandering bij het WWF in de Mekong-regio. De luipaardgekko komt bijvoorbeeld alleen voor op laaggelegen eilanden die kunnen overstromen als de zeespiegel blijft stijgen.
Het START-centrum in Bangkok, dat sinds 1997 de impact van de klimaatverandering op de regio meet, stelt dat in de komende tien jaar de jaarlijkse warme periodes langer zullen duren en de koude korter in de benedenloop van de Mekong. De neerslag zal naar verwachting toenemen met 10 tot 30 procent.
Hoewel het moeilijk is de effecten van die veranderingen goed in te schatten, spreken sommige rapporten van ontwrichting van de overstromingcyclus die zorgt voor voedselzekerheid in de Mekongdelta in Vietnam en Tonle Sap in Cambodja.
In december 2008 publiceerde het WWF ‘First Contact’, een rapport met informatie over meer dan duizend soorten die in de Mekong-regio ontdekt werden tussen 1997 en 2007. Soortgelijke studies in de oostelijke Himalaya en Borneo leverden maar 300 nieuwe soorten op, voor de regio’s samen, zegt Chapman.
JS (IPS)

Groene energie kan zeeleven schaden

De eerst ingebruikgenomen turbines van de Thorntonbank (Foto: C-Power)

De eerst ingebruikgenomen turbines van de Thorntonbank (Foto: C-Power)

Britse onderzoekers doen een dringende oproep om de impact van groene energie op het leven in zee te bestuderen. Alternatieve energiebronnen zoals offshore windmolenparken kunnen voordelen bieden maar ook nadelen, waarschuwen ze.
Bij de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen wordt de laatste jaren steeds vaker naar de zee gekeken. Daar kan energie opgewekt worden uit de wind en uit de golven, via respectievelijk windmolens en golfenergie-convectoren.
De kans is groot dat die bronnen een belangrijk deel van onze energie gaan leveren, aangezien ze geen broeikasgassen uitstoten en de klimaatwijziging kunnen tegengaan. Maar over de rechtstreekse impact van die installaties op het leven in zee weten we te weinig, waarschuwen onderzoekers van de Universiteiten van Exeter en Plymouth in het wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Applied Ecology.
De energie-installaties kunnen ook negatieve gevolgen hebben, zeggen ze. In een studie wijzen ze er onder meer op dat zeedieren hun habitat kunnen kwijtraken, tegen de installaties op kunnen botsen en hinder kunnen ondervinden van lawaai en elektromagnetische velden.

Van levensbelang
“Hernieuwbare mariene energie is zeer opwindend en het is van levensbelang dat we onderzoeken in hoeverre ze een schone en duurzame energiebron kan zijn”, zegt Brendan Godley van de Universiteit van Exeter. “Maar tot dusver is de impact van hernieuwbare mariene energie op het zeeleven slechts in zeer beperkte mate onderzocht. Onze studie toont de dringende noodzaak aan van meer onderzoek naar de impact van hernieuwbare mariene energie op het zeeleven.”
Voor dat onderzoek moeten biologen, ingenieurs en beleidsmakers samenwerken, zegt de studie. Het onderzoek moet duidelijk maken op welke plaatsen dergelijke installaties verantwoord zijn en op welke niet.

Voor de kust van Oostende, op de Thorntonbank, ging dit jaar het eerste Belgische offshore windmolenpark van start. Daar draaien nu zes windmolens, maar het worden er meer dan vijftig. Ter hoogte van Zeebrugge, 45 kilometer buiten de kust, komt een nog groter windmolenpark.

RP (IPS)

Plantentuin wekt uitgestorven Belgische plant weer tot leven

Ardeense dravik (foto:Nationale Plantentuin)

Ardeense dravik (foto:Nationale Plantentuin)

De Nationale Plantentuin van Meise heeft de grassoort Ardense dravik, die in 1935 voor het laatst in het wild waargenomen werd en enkel in ons land voorkwam, opnieuw tot leven gewekt. Dankzij zaden uit haar zadenbank werden de voorbije 4 seizoenen honderdduizenden nieuwe zaden gekweekt van deze waterplant. De biofaculteit van Gembloers onderzoekt de mogelijkheden tot herintroductie. Dit is zinvol nu waterlopen stilaan weer properder worden.

Door het ratificeren van de Conventie van Rio inzake biodiversiteit engageerde ons land zich om 60 procent van de bedreigde, liefst inheemse plantensoorten te bewaren in toegankelijke collecties zoals zaadbanken en om 10 procent daarvan op te nemen in herstel- en herintroductieprogramma’s. Van de 1.450 wilde inheemse soorten in de Belgische natuur staat 45 procent op de Rode Lijst. 14 procent is verdwenen of wordt met verdwijning bedreigd, 12 procent is bedreigd, kwetsbaar of gaat achteruit en 18 procent is zeldzaam geworden.

ENSCONET (European Native Seed Conservation Network) organiseert van 15 tot 17 september in de Nationale Plantentuin van Meise een bijeenkomst waarop 40 internationale experts die verbonden zijn aan Europese zadenbanken bijeenkomen om expertises uit te wisselen over technieken om zaden zo optimaal mogelijk te bewaren en te laten ontkiemen. De wetenschappers van Meise zullen tijdens deze bijeenkomst hun bevindingen over de kiemingsproeven van de Afrikaanse Rubiaceae (planten van de koffiefamilie) bekendmaken.

L.V.

Oude graansoort, nieuwe teelt

eenkoornveld

Eenkoornveld - Foto: Koen Mortelmans

Ecotoerisme - Alpes de Haute Provence (2)

Biologische landbouw gaat dikwijls hand in hand met de terugkeer naar traditionele teelten. Dat is ook het geval voor Les Truques in Forcalquier, waar de vroegere landmeter Pierre Baurain en zijn echtgenote Véronique, een voormalige turnlerares een nieuw leven begonnen. Op het 20 hectare grote domein verbouwen ze de klassieke Mediterrane trilogie: granen, olijven en wijndruiven. De opvallendste keuze is die van het graan: de petit épeautre, letterlijk vertaald kleine spelt. De officiële Nederlandse term is eenkoorn.

Eenkoorn (Triticum monococcum), lid van de tarwefamilie,  is een van de vroegst gecultiveerde graansoorten maar wordt tegenwoordig nog zelden geteeld. De soort, die verwant is met spelt, werd al 7600 voor Christus in Mesopotamië verbouwd. Resten van eenkoorn zijn bij de gletsjermummie Ötzi gevonden. Eenkoorn stelt geen hoge eisen aan de grond en is resistent tegen veel schimmelziekten. Maar uit bioprincipes verbouwen de Baurains slechts om de drie jaar eenkoorn op hetzelfde perceel. “Toen we hier begonnen lagen de terreinen er al vijftien jaar onontgonnen bij. We kozen meteen voor de biologische aanpak, met diversificatie in de teelten.” Eenkoorn wordt vooral verwerkt in patisserie, maar laat zich net als rijst goed verwerken in allerlei soepen, puddingen, papjes en andere gerechten. “Na de Romeinse tijd verloor het sterk aan populariteit, omdat de graantjes moeilijker te pellen zijn dan die van andere soorten en de oogsten - met cycli van elf maanden - minder intensief zijn.”

De aanpak van Les Truques sluit helemaal aan bij de slow food-beweging, die in Zuid-Frankrijk erg populair is. Naar schatting verbouwen in de Alpes du Haute Provence tegenwoordig ongeveer twintig landbouwers eenkoorn. Hun velden liggen verspreid over wel 235 gemeenten.

Met steun van de Europese en de plaatselijke overheden hebben een aantal duurzaam en traditioneel werkende landbouwers een gezamenlijk toeristisch programma uitgewerkt, de Itineraires Paysans. Momenteel kan je in dit kader twaalf bedrijfjes bezoeken, met veel aandacht voor de ruime omgeving. Ze produceren niet alleen granen of olijven, maar onder meer ook honing, fruit, lavendel en de regionale specialiteit, de in kastanjebladeren verpakte geitenkaas Banon.

KM

Vissen kleiner door opwarming

visserijDe verschillende vissoorten in Europese wateren hebben de afgelopen 20 tot 30 jaar gemiddeld de helft van hun volume verloren. De totale massa van de vissen daalde met 60 procent. Dat blijkt uit onderzoek door het Duitse Leibniz-Instituut voor Zeewetenschappen (IFM-Geomar) en Cemagref, het Franse Instituut voor duurzaam beheer van water en bodem naar de vispopulaties in de Europese rivieren, de Noordzee en Baltische zee.

In “Proceedings of the National Academy of Sciences” in de VS dat de onderzoeksresultaten publiceerde erkennen de onderzoekers dat ook de overbevissing een rol speelde in deze evolutie, maar schrijven deze toch in de eerste plaats toe aan de opwarming van de aarde en de stijgende temperatuur van het zeewater. De vissen worden hierdoor immers alsmaar vroeger - en met een geringere lichaamsgrootte - rijp om zich voort te planten.

De gevolgen voor het functioneren van het hele ecosysteem en voedselketen zijn enorm. “De lichaamsgrootte van de organismen bepaalt immers wat ze kunnen eten en door wie ze worden opgegeten”, aldus Ulrich Sommer van TFM-Geomar. Martin Daufresne van Cemagref wijst erop dat kleinere vissen minder eitjes leggen en ook een gemakkelijker prooi zijn voor hun natuurlijke vijanden. Een sterke verschuiving naar kleinere soorten kan ertoe leiden dat er meer zoöplankton gegeten wordt wat op zijn beurt massale algenbloei kan veroorzaken. Bovendien slinkt de economische waarde van de visvangst wanneer vissen kleiner worden.
L.V.

Internationaal noodplan gevraagd

mantella_madagascariensis__Foto:De als ‘kwetsbaar’ bestempelde Madagaskische Mantella (Mantella Madagascariensis)

Jean-Christophe ViéUit een rapport van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) blijkt dat minstens 16.928 diersoorten wereldwijd met uitsterven bedreigd zijn. De Unie spreekt van een grote onderschatting van het werkelijke aantal dat bedreigd is omdat slechts 2,7 procent van de 1,8 miljoen bekende diersoorten onderzocht werden. Het ging om de 44.838 diersoorten die op de lijst staan van soorten die gevaar lopen.

Niet alleen de opwarming van de aarde vormt een bedreiging voor de dieren. De schade, die rechtstreeks door de mens wordt aangericht zoals vervuiling, boskap en overbevissing heeft in vele gevallen nog veel desastreuzere gevolgen. Naast een derde van de haai- en rogsoorten in de oceanen, loopt ook een derde van de amfibieën, een vierde van de zoogdieren en een achtste van de vogels risico op uitsterven.

Volgens de IUCN moet er dringend werk gemaakt worden van een internationaal noodplan. De Unie wil dat er naar het voorbeeld van de reddingsplannen voor de economische crisis iets gelijkaardig wordt uitgewerkt. “Enkel op die manier kan het aantal bedreigde diersoorten worden teruggedrongen”, aldus Jean-Christophe Vié, een van de auteurs van deze studie die om de vier jaar wordt uitgevoerd.

L.V.

KLIMOS pleit voor grootschalige bosaanplanting in Afrika

Door boeren beheerde herbebossing van akkerlanden (Foto: Chris Reij)

Door boeren beheerde herbebossing van akkerlanden (Foto: Chris Reij)

KLIMOS, het pas opgerichte platform Klimaat- en Ontwikkelingssamenwerking waaraan een tiental onderzoeksgroepen van de K.U.Leuven, VUB, UGent en Katholieke Hogeschool Sint-Lieven participeren, pleit ervoor op grote schaal bomen aan te planten in Afrikaanse landbouwgebieden. Landen die op dat vlak initiatieven nemen moeten hiervoor worden vergoed, zo luidt het.

KLIMOS onderzoekt hoe milieubehoud en voedselvoorziening in Afrika met elkaar te verzoenen zijn en wil onder meer een stevige kennisbasis uitbouwen over de gevolgen van de klimaatverandering voor het zuiden. Verwacht wordt dat de impact van de klimaatverandering er groter zal zijn dan elders, onder meer omdat de arme zuiderse landen minder financiële middelen hebben.

Volgens KLIMOS hangt de voedselvoorziening in deze landen nauw samen met bosbehoud, bosherstel, brandhoutvoorziening, biodiversiteit en energievoorziening. Initiatieven op het vlak van bosaanplanting en bosbehoud zullen zowel de duurzame voedselproductie ten goede komen, als schadelijke koolstofemissies neutraliseren. Uit onderzoek blijkt dat één miljard ha landbouwland tot 50 miljoen ton koolstof kan opslaan.

L.V.

Doelstelling biodiversiteit 2010 niet te halen

biodiveu2De Europese Commissie publiceerde op 14 juli 2009 een verslag over de situatie (de zgn. “staat van instandhouding) van 1182 dier‑ en plantensoorten en 216 habitattypes beschermd door EU-wetgeving. Het gaat om de meest omvattende studie van de biodiversiteit in de EU ooit ondernomen.

Uit het verslag blijkt dat we de teloorgang van de biodiversiteit nog lang geen halt hebben toegeroepen, in tegendeel. Het staat dus vast dat de Europese doelstelling om het biodiversiteitsverlies in Europa tegen 2010 een halt toe te roepen, niet zullen halen.

Ronduit slecht gaat het met de grasland‑, wetland‑ en kusthabitattypes. De graslanden hebben zwaar te leiden onder het verdwijnen van traditionele landbouwpraktijken, intensivering in de landbouw, plattelandsvlucht en onaangepast beheer. Wetlands moeten nog al te vaak plaats ruimen voor andere dan natuurdoeleinden en hebben specifiek te lijden van de klimaatopwarming. De kusthabitats krijgen het dan weer zwaar te verduren door de druk van het toerisme.

Toch is niet alles kommer en kwel. Sommige grote, charismatische diersoorten zoals de wolf, de Euraziatische lynx, de bever en de otter lijken aan een voorzichtige herovering van delen van hun oorspronkelijke verspreidingsgebied te zijn begonnen. Ook wat betreft monitoring en rapportering werpen de eerder gedane investeringen in tal van lidstaten hun vruchten af. Dat neemt echter niet weg dat er nog flink wat hiaten in de kennis zijn. Voor ongeveer 13% van de habitattypes en 27% van de soorten kent men de staat van instandhouding niet. Vooral in Zuid-Europa blijkt dit een probleem. Landen als Cyprus, Griekenland, Spanje en Portugal bestempelen de staat van instandhouding voor meer dan de helft van de soorten op hun grondgebied als onbekend. Vooral inzake het mariene milieu vallen er nog veel leemten in de kennis op.

Ook al is er nog een lange weg af te leggen, EU-commissaris voor Milieu Stavros blijft erop hameren dat de terugloop van de biodiversiteit in Europa tot staan zal worden gebracht: “Het verslag dat vandaag wordt gepubliceerd, toont aan dat het te vroeg is om onszelf een schouderklopje te geven. Kwetsbare habitats en soorten opnieuw goede instandhoudingsvooruitzichten bieden, zal nog veel tijd en grote inspanningen vergen,” aldus Dimas.

Voor de bescherming van de natuur in Europa beschikt de EU alvast over twee cruciale rechtsinstrumenten: de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn verplicht de lidstaten een reeks specifieke habitattypes en soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden in de gebieden die daartoe met instemming van de Commissie zijn aangewezen. Samen met de Vogelrichtlijngebieden maken deze Habitatrichtlijngebieden deel uit van Natura 2000, het omvangrijkste ecologische netwerk ter wereld. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn bijna 22000 beschermde gebieden aangewezen, die samen circa 13,3 % van het EU-grondgebied bestrijken. In zijn geheel omvat het Natura 2000-netwerk meer dan 25000 gebieden (Vogelrichtlijn‑ en Habitatrichtlijngebieden samen) en beslaat het ongeveer 17% van het grondgebied van de EU.

Voor Stavros Dimas zijn de EU-natuurbehoudswetgeving en het Natura 2000-netwerk dan ook de kernelementen die ons in staat moeten stellen onze biodiversiteitsdoelstellingen voor de EU te realiseren. “Nu de terrestrische component van Natura 2000 zo goed als compleet is, vallen de komende 10 tot 20 jaar grote verbeteringen te verwachten,” aldus de EU-commissaris voor Milieu.

Meer info:
http://ec.europa.eu/environment/nature/knowledge/rep_habitats/index_en.htm
http://biodiversity.eionet.europa.eu/article17

Catastrofe dreigt voor koraalriffen

blue_linckia_starfish(Foto: Richard Ling, Wikimedia Commons)
De combinatie van verzuring en opwarming van het oceaanwater dreigt de koraalriffen nog voor het einde van deze eeuw fataal te worden. Dat was een van alarmerende boodschappen waarmee toonaangevende wetenschappers begin juli 2009 aan de alarmbel trokken. Tijdens een workshop, georganiseerd door de Zoological Society of London, het International Programme on the State of the Ocean (IPSO) en de Royal Society, bogen de wetenschappers zich onder meer over de vraag welke CO2 concentratie in de atmosfeer fataal is voor de koraalriffen.

Met de huidige verwachte toenames van de emissies schat men dat we nog vóór 2050 bij 450 ppm CO2 zullen uitkomen. Vanaf dan dreigen de koraalriffen in enkele tientallen jaren tijd volledig uit te sterven. De verzuring van de oceanen, als gevolg van de opwarming, zou dan de resterende koraalriffen de das omdoen vanaf 2050. De wetenschappers spreken van een ware catastrofe die niet beperkt zal blijven tot de riffen, maar die in een echte dominocascade ook andere zee-ecosystemen zwaar zal treffen. Met alle gevolgen van dien voor het leven op aarde.

Sir David Attenborough, co-voorzitter van de wetenschappelijke bijeenkomst, verwoordde het als volgt: “We moeten alles doen wat nodig is om de sleutelcomponenten van het leven op onze planeet te beschermen. Want de gevolgen van de beslissingen die we nu nemen zullen, wat de mensheid betreft, waarschijnlijk voor eens en altijd zijn.”

Het is wetenschappelijk aangetoond dat we al lang voorbij het punt zijn, waarbij het mariene milieu een duurzame toekomst garandeert voor de riffen. “De keuken staat in brand en het vuur slaat nu uit naar de rest van het huis. Als we snel en kordaat handelen kunnen we de brand misschien nog blussen en de schade beperken. Maar als dat niet lukt, dan is het huis onherroepelijk verloren. Dat is de toestand waarin de koralen zich vandaag bevinden,” zo schetste Dr Alex Rogers van ZSL en IPSO de dramatische situatie.

De wetenschappelijke bijeenkomst werd georganiseerd om de kantelmomenten te identificeren voor koraalriffen en om de belangrijke aandachtspunten met betrekking tot hun bescherming aan het licht te brengen. De belangrijkste bevindingen werden samengevat in een wetenschappelijk statement dat zal worden meegenomen in de verdere klimaatbesprekingen. Rond het statement wordt ook een campagne opgezet.

Het is hoog tijd dat de oceanen meer aandacht krijgen in de klimaatonderhandelingen. In de gesprekken over emissiereducties zijn ze tot nog toe nogal stiefmoederlijk behandeld. Maar nu duidelijk is dat er zoveel op het spel staat, moet daar verandering in komen. Het ziet er immers steeds meer naar uit dat, wat klimaatveranderingen betreft, de oceanen de zwakke plek van onze planeet zijn.

Link naar het statement en de campagne: Coral Meeting Statement on the Science and Management of Coral Reef Ecosystems in a Changing Climate

Mekongdolfijnen sterven uit

mekongdolfijnDolfijn in de Mekong (foto: WWF)

Natuurorganisatie WWF waarschuwt ervoor dat de Irrawaddydolfijnen, een van de zeldzaamste dolfijnsoorten, met uitsterven bedreigd zijn. Deze dolfijnsoort leeft in een 190 kilometer lange strook van de Mekongrivier tussen Cambodja een Laos. Oorzaak van het uitsterven is de zware vervuiling van de rivier. De WWF eist dat er dringend een grensoverschrijdend programma wordt uitgewerkt om de laatste dolfijnen te redden.

In de rivier leven naar schatting nog slechts 64 tot 76 van deze dolfijnen. De afgelopen 6 jaar stierven er 88 van deze dieren. In twee gevallen op drie ging het om babydolfijntjes die minder dan twee weken oud waren. Bij onderzoek van de kadavers werd een bacteriële ziekte vastgesteld. Deze ziekte zou evenwel niet dodelijk geweest zijn als het immuunsysteem van de dieren niet aangetast was door milieuvergiftiging.

In de kadavers werden tevens toxische hoeveelheden aangetroffen van pesticiden zoals DDT en organische milieuvervuilers zoals PCB. Enkele kadavers bevatten ook hoge doses kwikzilver. De milieuvervuiling is wijd verspreid en kan uit verschillende landen afkomstig zijn waar de Mekong doorstroomt. Deze giffen zijn volgens het WWF overigens ook gevaarlijk voor de mensen die water drinken van de rivier of eten van de vissen die erin hebben gezwommen.
L.V.

Cafeïnevrije Charrierkoffie

Coffea charrieriana (Foto: Piet Stoffelen)

Coffea charrieriana (Foto: François Anthony, IRD Montpellier)

Een nieuwe soort koffiestruik die twee jaar geleden ontdekt werd tijdens een expeditie in Kameroen en wetenschappelijk beschreven werd door een medewerker van de Nationale Plantentuin van Meise is door het International Institute for Species Exploration uit Arizona opgenomen in de lijst van tien meest belangwekkende nieuw ontdekte soorten van het afgelopen jaar.

De koffiestruik werd Charrierkoffie genoemd naar onderzoeker André Charrier van het Institut de Recherche pour le Développement uit Montpellier van waaruit de expeditie naar Kameroen ondernomen werd. Opmerkelijk is dat deze struik koffiebonen produceert die van nature geen cafeïne bevatten. Mogelijk is er voor deze plant een toekomst weggelegd als producent van natuurlijke cafeïnevrije koffie.

De nieuwe plant werd wetenschappelijk beschreven door Dr. Piet Stoffelen van de Nationale Plantentuin in Meise, een van taxonomische wereldexperts uit deze Plantentuin op gebied van de koffiefamilie. Het werk van taxonomen bestaat erin nieuw ontdekt materiaal te analyseren en te vergelijken met gekende collecties. De Plantentuin beheert een herbarium met 4 miljoen specimens en een collectieve levende planten met 18.000 soorten van over de hele wereld.

Een nieuw soort palmboom die in Madagaskar gevonden werd en de Charrierkoffie zijn de enige planten in de top-10 lijst van 2009. De andere acht zijn de spookslak, het pygmeezeepaardje, een reusachtige wandelende tak, een draadslangetje, een wormslak, de fossiele moedervis, een diepblauwe koraalvis en haarlakbacteriën. Het gaat om een fractie van de honderden nieuwe soorten die jaarlijks ontdekt worden en beschreven door onderzoekers.
L.V.

Opwarming bedreigt trekvogels

Europese Bijeneter (Merops apiaster) - Wikipedia commons

Europese Bijeneter (Merops apiaster) - Wikipedia commons

Trekvogels die in Noord-Europa broeden en in Afrika overwinteren zullen als gevolg van de opwarming van de aarde tot 400 km verder moeten vliegen daar de broedgebieden naar het noorden zullen opschuiven, terwijl de overwinteringsgebieden op dezelfde plaats blijven. Voor soorten zoals de grasmus is dit levensbedreigend. Dat stelt Stephen Willis van de universiteit van Durham in het vakblad Journal of Biogeography.

Zo’n 500 miljoen trekvogels, waarvan sommige niet meer dan 9 gram wegen, leggen jaarlijks duizenden kilometers af tussen Afrika en Europa. Negen van de zeventien onderzochte vogelsoorten zullen tegen 2071-2100 het verschil merken. Sommige vogelsoorten zoals de zwartkop zijn al bezig zich aan te passen. Ze gaan niet meer op reis en blijven de hele winter in Engeland hangen, maar dit is volgens de onderzoekers echter een uitzondering.

Dit is niet het eerste onderzoek dat aan de alarmbel trekt. Wetenschappers uit Cambridge en Durham schreven vorig jaar in de Klimaatatlas van BirdLife Internationaal dat een opwarming met 3 procent het leefgebied voor een gemiddelde Europese vogelsoort ongeveer 550 km naar het noordoosten zal verplaatsen en ongeveer 20 procent kleiner zal maken. Voor Europese soorten met een beperkt aanpassingsvermogen is de kans op uitsterven hierdoor groot omdat ze zullen terechtkomen in een totaal verschillende regio.

De Vlaamse natuurbeschermingsorganisatie Natuurpunt wees er toen op dat de gevolgen van de opwarming in Vlaanderen nu al merkbaar zijn bij een groot aantal vogelsoorten. De graspieper bijvoorbeeld gaat nu al sterk in aantal achteruit. 20 tot 30 procent van de in België voorkomende broedvogels zullen hun leefgebied elders moeten zoeken. Voor de Graspieper, kievit en blauwborst zal er op het einde van deze eeuw geen geschikt broedgebied meer zijn in Vlaanderen. Anderzijds duiken nu al typisch zuiderse vogels op in onze contreien zoals de bijeneter.
L.V.

Volgende pagina →