Belgische jongeren naar Kopenhagen
Van 7 tot 18 december 2009 vindt in Kopenhagen de klimaattop plaats, die een vervolg moet breien aan het Kyoto protocol. De Jeugdbond voor Natuur en Milieu (JNM) wil dat niet zomaar laten voorbijgaan. “Als jeugdbeweging beseffen we dat de toekomst in onze handen ligt, én in die van de politici. Daarom willen we van ons laten horen voor, tijdens en zo nodig ook na de klimaattop in Kopenhagen”, aldus JNM.
Top in Kopenhagen is historische kans
Een ambitieus akkoord in Kopenhagen moet ervoor zorgen dat de opwarming van het klimaat onder de 2°C blijft. Lukt dat niet, dan zal het bijna onmogelijk worden om de onomkeerbare gevolgen van een ernstige klimaatverandering op te vangen.
“Beleidsmakers hebben maar eens in de tien jaar de mogelijkheid om de koers te veranderen. En de klimaatconferentie in Kopenhagen is zo’n historische gelegenheid. Die mogen we absoluut niet missen,” zegt Mathias Claeys-Bouuaert van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu, “Alleen samen kunnen we de kennis en kunde mobiliseren en de kracht ontwikkelen die nodig is om onomkeerbare klimaatverandering en onherstelbare schade aan ecosystemen te voorkomen.Vandaag bepalen landen hun posities en kiezen ze dus de route van een verwoestende klimaatverandering naar een eerlijk globaal klimaatakkoord!”
Sommigen hebben hun reis naar Kopenhagen al aangevat. Vele anderen vertrekken zéér binnenkort. Allen met één doel, van zich laten horen als jongere en als bewoner van deze planeet! In tegenstelling tot veel politieke partijen zien jonge mensen het gevecht tegen de klimaatverandering immers niet als een gevecht voor economische belangen, zij zien het als een gevecht voor hun toekomst. “Hoe moeten wij straks onze kinderen en kleinkinderen recht in de ogen durven kijken en hen uitleggen dat we er niets aan hebben proberen te doen?” vraagt Claeys-Bouuaert zich af.
Binnenkort trekken een 30-tal jongeren van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu (JNM) naar de klimaattop te Kopenhagen om er hun stem te laten horen.
Meer info op: www.jnm.be, www.motherearth.org, www.350.org
Smeltend ijs duur voor kuststeden

Deze vrouw worstelt met haar paraplu tijdens een felle sneeuwstorm in New York in maart 2009. Stormen als deze zullen in frequentie toenemen als aan de klimaatverandering geen halt wordt toegeroepen, aldus WWF (REUTERS/Chip East)
Om kuststeden te vrijwaren van de te verwachten overstromingen als gevolg van het smelten van het ijs zal tegen 2050 een kostenplaatje van liefst 28.000 miljard dollar (of 18.840 miljard euro) nodig zijn. Dat blijkt uit een studie van de milieuorganisatie WWF. De berekening werd gemaakt voor de 136 belangrijkste havensteden in de wereld.
De onderzoekers vertrokken van de hypothese dat een temperatuurstijging met een halve tot twee graden tegen 2050 gepaard zal gaan met een stijging van de zeespiegel tot een halve meter en grote financiële kosten noodzaken. De noordoostkust van de VS is een van de regio’s die het meest “buitenproportioneel” geraakt zal worden door de stijging van de zeespiegel. In New York bijvoorbeeld zou door een toename van het aantal en sterkte van stormen en orkanen de gevolgen nog dramatischer uitvallen.
Het WWF herhaalt haar eis dat de industrielanden hun CO2-uitstoot met 40 procent afbouwen tegen 2020 om dergelijke rampen te voorkomen. Een ambitieus en bindend akkoord op de VN-klimaattop in Kopenhagen in december is dan ook een must.
LV
29 procent meer CO2-uitstoot
Ondanks alle maatregelen is de wereldwijde CO2-uitstoot door olie, kolen en andere fossiele brandstoffen dit decennium al met 29 procent gestegen. Dat meldt een internationaal onderzoeksteam in het vakblad Nature Geoscience. De onderzoekers hameren er nog eens op dat enkel een drastische vermindering van de CO2-uitstoot de dreigende klimaatsverandering kan tegengaan.
Zelfs in het crisisjaar 2008 was er een toename met 2 procent. In de periode 2000-2007 nam de wereldwijde CO2-uitstoot jaarlijks met ongeveer 3,6 procent toe. Dat is liefst drie keer meer dan in de jaren ‘90 toen dat jaarlijks stijgingspercentage beperkt bleef tot 1 procent. Deze evolutie is onder meer het gevolg van het de sterk gestegen uitstoot van broeikasgassen in ontwikkelingslanden. Opkomende landen als China en India hebben hun uitstoot sinds 1990 meer dan verdubbeld en alle ontwikkelingslanden samen hebben een ondertussen een hogere uitstoot dan de groep van industrielanden.
Verontrustend is eveneens dat de CO2-opnamecapaciteit van de natuur daalt, een proces dat al jarenlang aan de gang is. De natuur neemt nog steeds het merendeel van de menselijke CO2-uitstoot op, maar 50 jaar geleden bleef 40 procent van de jaarlijkse uitstoot in de atmosfeer, terwijl dat nu al 45 procent is.
L.V.
Zuurstof-ontdekker Priestley te boek
Historische films en boeken vertellen niet alleen over het verleden, maar ook en dikwijls vooral over de aandachtspunten van de eigen tijd. Toen Hendrik Conscience in 1838 De Leeuw van Vlaanderen publiceerde had dit nauwelijks wat met taalkwesties te maken, maar veel meer met de mogelijkheid dat Frankrijk het land (opnieuw) zou aanhechten.
Toen Errol Flynn honderd jaar later in de huid van Robin Hood kroop telde de wereld heel wat dictators, die sterk op militaire macht steunden. Spartacus, met Kirk Douglas, kwam uit in 1960, het piekjaar van de dekolonisatie en tevens een periode met talrijke staatsgrepen en actieve emancipatiebewegingen. In eigen land verdwenen Godfried van Bouillon, Jan Breydel en Karel Cogge stilaan uit de jeugdliteratuur en de schoolboeken. De nieuwe alombekende helden heten Daens of Damiaan.
In die evolutie is de recente verschijning, van The invention of air kenmerkend (Penguin, 275 blz., 13,80 €). En niet noodzakelijk omdat zuurstof, CO2 en klimaat nu hot items zijn. Maar bijvoorbeeld wel omdat het feit dat hoofdfiguur Priestley, die tijdens zijn overtocht naar Amerika de golfstroom bestudeert, hier ruim wordt uitgesmeerd. In een vroegere biografie zou dit hooguit een voetnoot hebben opgeleverd.
Auteur Steven Johnson reflecteert ook het huidige spanningsveld tussen wetenschappelijke feiten en de receptie daarvan bij het grote publiek en een deel van de politieke klasse.
Joseph Priestley (1733-1804) was één van de topfiguren van de Verlichting. Voor zijn tijd was het stilaan duidelijk geworden dat lucht geen homogeen materiaal was, maar een mengsel van verschillende gassen. Priestley slaagde er niet alleen in het element zuurstof te isoleren en te identificeren, hij ontdekte ook de betekenis ervan voor de menselijke bloedsomloop en merkte dat planten CO2 in de atmosfeer omzetten in zuurstof. Bovendien ontwikkelde hij een methode om CO2 op te lossen in water. Ontdekkingsreiziger James Cook nam op zijn schip een apparaat van Priestley mee om onderweg sodawater – in Nederland beter bekend als prik – te maken. Priestley, een pure wetenschapper, liet de kans liggen om commercieel voordeel te halen uit deze uitvinding. Enkele jaren later greep J.J. Schweppe haar wel.
Priestley, die op godsdienstig vlak tot een christelijke minderheidsgroep behoorde, sympathiseerde openlijk met de Amerikaanse en de Franse Revolutie en speelde ook een rol in de industrialisatie van zijn eigen land. Dat alles bekwam hem slecht. Stilaan werd hij de meest gehate man van Groot-Brittannië. In 1791 brandde een dolgedraaide menigte zijn huis nabij Birmingham plat. Uiteindelijk zat er niets anders op dan in 1794, op 61-jarige leeftijd, uit te wijken naar de Verenigde Staten. Terwijl de Samson hem over de Atlantische Oceaan naar zijn nieuwe land bracht, rolde in Parijs het hoofd van Antoine Lavoisier van de guillotine.
Priestley was de eerste Europese wetenschapper die om politieke redenen en voor zijn persoonlijke veiligheid naar Amerika uitweek, maar zeker niet de laatste.
KM
China niet eensgezind over klimaatstandpunt

Een vrouw fietst langs een energiecentrale in de buurt van Beijing (Foto: David Gray/Reuters)
PEKING, 08/11/2009 (IPS) - Chinese diplomaten blijven volhouden dat hun land zich op de klimaatconferentie in Kopenhagen niet tot uitstootbeperkingen kan verplichten. Die zouden de economische groei en daarmee ook de armoedebestrijding in China hypothekeren. Maar in China zelf argumenteert een belangrijke groep van academici dat net de klimaatverandering de armoede in China in de hand werkt.
China staat voor een dilemma. Moet het land, ’s wereld grootste producent van broeikasgassen, zijn groei inperken om de wereld te helpen de klimaatverandering onder controle te krijgen? Dat zou wel kunnen leiden tot meer werkloosheid, minder perspectieven voor de ruim 200 miljoen arme Chinezen en misschien zelfs tot sociale onrust. Anderzijds is het duidelijk dat verder groeien zonder voldoende acht te slaan op het milieu, de fundamenten van de toekomstige Chinese welvaart ondergraaft. China lijdt nu al onder de gevolgen van de klimaatverandering. Vier weken voor het begin van de klimaatconferentie in Kopenhagen (7 - 18 december) is China er nog niet uit.
Academisch schisma
Naar buiten toe hamert Peking erop dat China nog altijd een ontwikkelingsland is en dat de industrielanden niet kunnen eisen dat het zijn economische groei afremt om het klimaat te redden. Een deel van de academische wereld in China levert sterke argumenten voor dat standpunt.
Het Instituut voor Milieu-economie van de Renmin-universiteit in Peking voorspelde in september dat strenge uitstootbeperkingen China tegen 2050 zeven procent van zijn bruto binnenlands product kunnen kosten. Als China zich enkel aan doelstellingen moet houden die toegesneden zijn op zijn economische situatie, kan de kost beperkt blijven tot 2,3 procent. Voorlopig wil China zichzelf dan ook alleen verplichten tot doelstellingen om het aandeel van hernieuwbare energie in zijn energiemix op te trekken en de energie-efficiëntie van zijn industrie te verbeteren en maatregelen om exportproducten minder energie-intensief te maken.
Maar andere Chinese academici voeren aan dat dergelijke ingrepen niet volstaan en op termijn nadelig zullen uitdraaien voor China. Ze pleiten voor Chinese uitstootbeperkingen. Volgens Hu Angang, een prominente econoom en professor aan de Tsinghua-universiteit in Peking, is China een van de grootste slachtoffers van de klimaatverandering. China heeft de afgelopen jaren te maken gekregen met meer droogtes, stormen, en overstromingen. Als die trend zich doorzet, zullen steeds meer boeren in de armoede belanden, terwijl het moeilijker wordt andere plattelandsbewoners uit de armoede te halen.
Terugverdieneffect
Hu Angang was betrokken bij een rapport dat de hulporganisatie Oxfam en de milieuorganisatie Greenpeace deze zomer in China publiceerden. Daarin voeren academici en milieuactivisten aan dat de kost van maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, ten minste gedeeltelijk zal worden terugverdiend doordat China minder zal moeten uitgeven aan hulpverlening en heropbouw na milieurampen. “De klimaatverandering bestrijden is in het belang van China”, concludeert Hu.
Volgens de studie van Oxfam en Greenpeace dreigt de klimaatverandering de droogte in het noorden en westen van China te doen toenemen, terwijl het zuiden en oosten meer te maken zullen krijgen met overstromingen. Beide ontwikkeling kunnen de al ernstige erosie in China nog in de hand werken. Ook de publieke opinie in China maakt zich al ernstig zorgen over dat scenario.
Tegelijk staat China onder sterke buitenlandse druk om meer te doen. Met name de VS proberen China mee in het bad te trekken. De VS schatten dat de gemiddelde temperatuur op aarde met 2,7 graden Celsius zal stijgen als alle landen hun uitstoot van broeikasgassen met 80 procent verminderen maar het gebruik van steenkool en aardolie in China blijft doorgroeien zoals dat de voorbije jaren het geval was.
IPS(PD/)
Dans voor het klimaat!
Op 29 augustus dansten 12.000 mensen op het strand van Oostende. Een dansmanifestatie voor het klimaat, precies 100 dagen voor de levensbelangrijke top van Kopenhagen.
Kopenhagen loert ondertussen om de hoek. Om de politiek een zetje in de rug te geven lanceren Nic Balthazar en de Klimaatcoalitie de Big Ask again clip wereldwijd onder de titel ‘Dance for the Climate’. Het startschot wordt gegeven in België. Maar de clip werd ondertussen al vertaald in 20 talen. Van het Bulgaars tot het Hindi, van Portugees tot Chinees.
De lancering van de clip ‘The Big Ask again - Dance for the climate’ vormt terzelfder tijd het startschot van een wereldwijd online evenement.
Op www.dancefortheclimate.org kan iedereen - jong, oud, jeugdbewegingen, scholen, vrienden… - ook zijn dansclipje toevoegen.
Dus: dans!
Japanners winnen World Solar Challenge 2009

De leden van het winnende Tokai Challenger team in Adelaide op 28 oktober 2009. (REUTERS/Ho New -Global Green Challenge/Handout)
Studenten van de Japanse Tokai Universiteit hebben eind oktober met hun Tokai Challenger de tweejaarlijkse World Solar Challenge 2009 gewonnen, het wereldkampioenschap voor wagens die rijden op zonne-energie in Australië. De Japanse wagen, die ontworpen en getest werd door studenten van deze universiteit in samenwerking met verschillende bedrijven uit de Japanse auto-industrie legde de 3.021 kilometer van het noordelijke Darwin naar het zuidelijke Adelaïde af in 29 uur 49 minuten. De gemiddelde snelheid bedroeg dus 100,54 km. De Nederlanders van Technische Universiteit van Delft, die de vorige vier edities wonnen, eindigden tweede met hun Nuna5. De Infinium van de Amerikaanse studenten van de Universiteit van Michigan finishten derde.
De Umicar Inspire van de ingenieursstudenten van de Leuvense hogeschool Groep T crashte reeds op de eerste dag. Het team was in Darwin op 9e plaats gestart en na enkele uren reeds opgeklommen tot de tweede plaats. Door een krachtige zijwind raakte de wagen echter van de weg en belandde tegen een obstakel. De piloot bleef ongedeerd, maar de wagen raakte zodanig beschadigd dat de wedstrijd diende gestaakt te worden. Het ongeval is een immense teleurstelling voor de 14 ingenieursstudenten twee jaar lang aan de wagen werkten. Bij de twee vorige deelnames haalden Leuvense studenten de 11e en 2e plaats. De naam voor de wagen - Umicar Inspire - verwijst naar het feit dat men mensen wil doen nadenken over de milieuproblematiek en aantonen dat er goede alternatieven zijn voor fossiele brandstoffen.
De Umicar Inspire, die gefinancierd werd door een 100-tal Belgische bedrijven, is een zonnewagen met 2 wielen vooraan en één wiel achteraan. De wagen is 4,3 meter lang, weegt 180 kilo, biedt plaats aan 1 passagier en haalt een topsnelheid van 140 km per uur. Er zijn 2.108 zonnecellen op gemonteerd met een totale oppervlakte van 6 m2. De ophanging vooraan in de wagen is van hetzelfde principe dat ook gebruikt wordt bij formule 1 wagens. Om de luchtweerstand zo beperkt mogelijk te houden werd de wagen ontworpen volgens het zogenaamde Morelli profiel. De elektrische motor is een in-wheel motor en bestaat uit een spoel die vast op de as is gemonteerd met daaromheen draaiende magneten. De draagstructuur van de wagen werd vervaardigd uit het uiterste lichte en ultrasterke carbon.
LV
IJs smelt op Kilimanjaro

De Kilimanjaro, Noord Tanzania, 22 november 2007 (REUTERS/Finbarr O'Reilly)
BRUSSEL: Het laatste ijs op de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika, smelt razendsnel, hebben wetenschappers vastgesteld. Over twintig jaar kan alle ijs weg zijn.
Dat de 5892 meter hoge berg in Tanzania snel zijn ijskap aan het verliezen is, was al met het blote oog te zien. Wetenschappers hebben dat ook nu bevestigd aan de hand van de exacte metingen van het krimpende ijsvolume.
Van 1912 tot 2007 verloor de Kilimanjaro 85 procent van zijn ijs. De laatste jaren gaat het bijzonder snel: van 2000 tot 2007 verloor de berg een kwart van zijn ijs, zegt paleoklimatoloog Lonnie Thompson van de Ohio State University, wiens team in 2000 al boringen deed in het ijs van de Kilimanjaro. Thompson, een internationaal gerenommeerd gletsjersexpert, vond in het ijs geen bewijzen van aanhoudende smeltperiodes gedurende de laatste 11.000 jaar. Zelfs de grote droogte die 4200 jaar geleden plaatsvond in die regio en 300 jaar duurde, bracht het ijs op de Kilimanjaro niet aan het smelten.
Niet alleen worden de ijsvelden kleiner in oppervlakte, ze worden ook dunner. Het Zuidelijke IJsveld op de top van de Kilimanjaro bijvoorbeeld is vijf meter dunner geworden sinds 2000. De Furtwangler-gletsjer is in die tijd de helft dunner geworden.
Andes en Himalaya
Lonnie Thompson ziet overeenkomsten met de smeltende gletsjers op de Andes in Zuid-Amerika en op de Himalaya in Azië. “Dat zoveel gletsjers in de tropen en subtropen gelijkaardige reacties vertonen, suggereert een onderliggende gemeenschappelijke oorzaak”, zegt hij. “De stijging van de temperatuur aan het aardoppervlak, gekoppeld aan nog grotere stijgingen in het midden- en hoge deel van de troposfeer, zoals in recente decennia gedocumenteerd is, zou op zijn minst gedeeltelijk de geobserveerde wijdverspreide gelijkenissen in gletsjergedrag verklaren.” Thompsons onderzoeken komen onder meer aan bod in de film ‘An Inconventient Truth’ van Al Gore.
De recente conclusies over de Kilimanjaro staan in de Proceedings of the National Academy of Sciences.
Vorig jaar publiceerde het VN-Milieuprogramma (Unep) een atlas die oude satellietbeelden van Afrika met recente opnames vergeleek. Ze toonden dat niet alleen de Kilimanjaro in de problemen kwam. Ook de gletsjers van Rwenzori, een bergketen op de grens tussen Oeganda en Congo, zijn tussen 1987 en 2003 met de helft gekrompen.
RP/IPS
“The time is now”

Jeff Immelt (foto: Climate Council)
Een akkoord in Kopenhagen in december dit jaar zou wel eens miljoenen nieuwe groene jobs kunnen creëren. Het zou de weg effenen voor een enorme nieuwe golf van investeringen in nieuwe, koolstofarme markten. Daardoor zou de economische groei een nieuwe impuls krijgen. Die boodschap bracht Jeff Immelt, Voorzitter en CEO van General Electric, een van de grootste bedrijven ter wereld. Immelt bracht op 28 oktober 2009 een bezoek aan Kopenhagen. Daar gaat binnen zo’n 40 dagen de VN klimaatconferentie COP15 van start.
De Copenhagen Climate Council, die Jeff Immelt had uitgenodigd, schaarde zich volledig achter Immelt’s verklaring. Ook een groep van toonaangevende zakenmensen uit vijf continenten deed dit. Onder hen Li Xiaolin, CEO en voorzitter van China Power Development (China), en Ratan Tata, CEO van Tata Group (India).
Deze leiders uit de industriële wereld onderstreepten bovendien dat de kostprijs van een mislukking in Kopenhagen hoog zal zijn. Sterke keuzes nu zijn ook economisch slim, luidde het. Nu de energiediversiteit aanpakken en een koolstofarme strategie implementeren zal op langere termijn veel goedkoper zijn dan wanneer we er nog jaren mee zouden wachten.
Immelt verwoordde het als volgt: “In de zakenwereld moet je je altijd afvragen wanneer het juiste moment is aangebroken. Wel, volgens ons is dat nu. Bij hoge werkloosheidscijfers is dit een van de manieren om jobs te creëren. En iedereen wil nu eenmaal het voortouw nemen in groene technologie, iedere eerste minister, iedere president.”
“Er staat veel in de steigers. Er is een sterke ondernemingszin. Het engagement in bedrijven is groot. We moeten technologie hierbij niet als barrière, maar als facilitator moeten zien. De investeringen die we doen zullen er nog lang na ons zijn. Dergelijke investeringen zullen veel moeilijker te maken zijn zonder een geschikt kader. Het is nu dus aan de landen van de wereld om te beslissen of ze leiders willen zijn of volgers.”
Daar voegde hij nog aan toe: “Volgens ons moet koolstof een prijs krijgen. Eens er een prijs is, beslist de technologie. GE en andere grote bedrijven hebben de US al aangemaand om meer vaart te zetten achter oplossingen voor de klimaatverandering.”
De Deense Minister voor klimaat en energie, Connie Hedegaard, trad deze uitspraken volledig bij: “Als we deze gelegenheid missen, dan krijgen we geen tweede kans meer. Dan verliezen we het mondiaal momentum dat zich nu al verschillende jaren opbouwt. In het geval van een mislukking zal de bedrijfswereld de grootste verliezer zijn. Ik ben dan ook zeer blij met de boodschap die de bedrijfswereld vandaag uitdraagt. Kijk maar even naar de namen op dit lijstje: dit is niet zomaar een groepje van CEO’s. Deze CEO’s staan aan het hoofd van de grootste bedrijven ter wereld. Ik hoop echt dat hun stem over de ganse wereld wordt gehoord. En ik sta volledig achter hun boodschap: de wereld moet hierin doorzetten!”
Erik Rasmussen, stichter van de Copenhagen Climate Council, voegde daar volgende bedenkingen aan toe: “Ik zie deze verklaringen als een krachtige respons op de lobby tegen een nieuw klimaatverdag. Die lobby heeft tot nog toe teveel zijn slag thuisgehaald. Bedrijfsleiders moeten nu - zoals deze impressionante groep vandaag doet - luid en duidelijk uitdragen dat dat het bestrijden van de opwarming van de aarde een manier is om opnieuw groei en welvaart te creëren en dat de kostprijs van inactie te hoog is. Het is nodig dat we deze stemmen horen om het noodzakelijke politieke draagvlak te creëren.”
Meer info en de gezamenlijke verklaring van de bedrijfsleiders op http://www.copenhagenclimatecouncil.com
Pessimisme over Kopenhagen

Hans Bruyninckx (Foto: Erwin Donvil, ARGUS)
Hans Bruyninckx, specialist internationaal klimaatbeleid van het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid van de K.U.Leuven en voorzitter van de Bond Beter Leefmilieu, toont zich in een vrije tribune vorige week in De Morgen pessimistisch over de VN-klimaatconferentie van Kopenhagen die begin december 2009 plaatsvindt. Bruyninckx verwijst hierbij naar het bedroevende resultaat van de opeenvolgende internationale topontmoetingen van de voorbije weken ter voorbereiding van deze conferentie. Ook in Londen werd de voorbije dagen geen noemenswaardige vooruitgang geboekt.
De sleutel tot de verdere onderhandelingen ligt volgens Bruyninckx bij de VS. “Obama wil weliswaar een andere koers varen dan zijn voorganger maar slaagt er voorlopig niet in om het eigen huis op orde te krijgen. De VS zijn het enige industrieland waarop nationaal geen enkel norm geldt voor de vermindering van de CO2-uitstoot. Meer dan een afgezwakt wetsvoorstel, dat nog lang niet goedgekeurd is door de senaat, is er niet”, aldus Bruyninckx. De positie van de VS is cruciaal want China, India, een groot aantal ontwikkelingslanden en ook landen als Australië en Japan zijn pas bereid iets te doen als ook de VS dat doet.
Omdat het overgrote deel van de toename in uitstoot van broeikasgassen de volgende decennia van ontwikkelingslanden zal komen moeten zij volgens de VS in eerste instantie bindende engagementen aangaan. Pas dan zijn de VS bereid om zelf over de brug te komen. China, India en andere ontwikkelingslanden eisen niet alleen bindende en verregaande engagementen van de VS, maar ook een Klimaatfonds dat hen moet in staat stellen te investeren in nieuwe technologieën om hun uitstoot te verminderen. Wat thans geboden wordt omschrijft Bruyninckx als “een druppel op een hete plaat”.
Lees ook het interview met Hans Bruyninckx in ARGUSmilieumagazine jg. 2 nr. 3
L.V.
Driejarige onderzoeksmissie op zee (2)

Eric Karsenti (Foto: Koen Mortelmans)
Op zijn driejarige tocht over de wereldzeeën zal het het Europese onderzoeksschip Tara vooral onderzoek doen naar plankton. “Sommige planktonsoorten zijn onzichtbaar voor het menselijk oog, maar ze vormen de basis van de oceanische ecosystemen. En de kleine organismen zijn zo talrijk dat ze door hun aantal het klimaat beïnvloeden, net zoals de zes miljard mensen dit doen,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). Ondanks hun ecologisch belang en hun diversiteit zijn heel wat planktonsoorten nog vrij onbekend. De huidige kennis betreft – dank zij satellietonderzoek – vooral soorten die vlakbij de oppervlakte van het water voorkomen. Over dieper levende organismen is de wetenschappelijke kennis in verhouding klein.
De Tara tracht de spreiding van talrijke organismen op verschillende diepten in kaart te brengen, van virussen en bacteriën tot vislarven. Het onderzoek betreft ook de verzuring van het water en de gevolgen hiervan voor de koraalriffen. De bevindingen worden niet alleen ondergebracht in databestanden en kaarten, maar ook gepubliceerd als 3D-tekeningen van de onderzochte organismen. De sondes, die de varende onderzoekers gebruiken, kunnen tot op een diepte van 3.000 m stalen nemen. Naargelang het gebruikte filtermateriaal kunnen ze organismen met een bepaalde omvang selecteren. Heel wat kleine mariene organismen nemen CO2 op en geven zuurstof af. Het Tara-onderzoek kan de kennis over eencellige organismen flink vergroten. Momenteel zijn er minder dan 100.000 soorten beschreven, maar wetenschappelijk coördinator Colomban de Vargas schat dat hun aantal 1.000 tot 100.000 keer groter kan zijn.
De tijdens de Tara-expeditie verzamelde gegevens zijn niet het exclusieve domein van een select groepje onderzoekers, maar zullen ter beschikking gesteld worden van de hele wetenschappelijke wereld. De initiatiefnemers zien niet alleen de Beaglereis van Charles Darwin als hun grote voorbeeld, maar ook de Challengerexpeditie (1872-1876) en de reizen van de Fram, het schip van de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen.
K.M.
Amerikaanse bevolking geeft minder om klimaat
WASHINGTON: Amper twee maanden voor de cruciale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen blijkt uit een enquête dat de Amerikaanse bevolking minder bezorgd is om de opwarming van de aarde dan enkele maanden geleden.
Volgens het Pew Research Centre for the People & the Press vindt nog maar 65 percent van de Amerikanen dat de klimaatverandering een “zeer ernstig” (35 procent) of “eerder ernstig” (30 procent) probleem is. Dat is een pak minder dan de 79 procent in 2006 of de 73 procent anderhalf jaar geleden nog.Uit het onderzoek blijkt ook dat minder Amerikanen geloven dat er “stevig bewijsmateriaal is dat de aarde opwarmt”. Het percentage daalde van 71 procent in april 2008 tot 57 procent. Amper 36 procent van de Amerikanen gelooft dat de klimaatverandering vooral het gevolg is van menselijke activiteit - een daling met 11 procent tegenover 2008.
Kopenhagen
Het onderzoek komt er amper zes weken voor de cruciale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen, waar de VN-lidstaten op zoek gaan naar een opvolger voor het Kyoto-protocol. De Amerikaanse president Barack Obama wil nog voor de vergadering in december nieuwe wetgeving doordrukken om de uitstoot van broeikasgassen met 80 procent te verminderen tegen 2050.
Uit het onderzoek blijkt wel dat 56 procent van de ondervraagden vinden dat de VS zich moet aansluiten bij andere landen in de strijd tegen de klimaatverandering, terwijl een minderheid van 32 procent vindt dat ze het op eigen houtje moeten doen. Volgens Michael Dimock van het Pew Research Centre for the People & the Press is de dalende interesse voor het klimaatvraagstuk te verklaren door de dominantie van andere thema’s in de media, zoals de hervorming van de gezondheidszorg en de economische malaise. “Mensen denken gewoon niet aan de klimaatverandering: ze zijn geconcentreerd op hun economische zorgen en het debat rond de gezondheidszorg”, zegt hij. Dat overkomt niet enkel de het klimaatvraagstuk, maar ook andere thema’s die mensen twee jaar geleden nog erg belangrijk vonden, zoals immigratie of abortus, aldus Dimock.
Zie ook http://pewresearch.org/pubs/1386/cap-and-trade-global-warming-opinion
JG/IPS
Driejarige onderzoeksmissie op zee

Tara met volle zeilen (Foto: F. Latreille)
Na een tussenstop in Barcelona is het Europese onderzoeksschip Tara vertrokken op zijn driejarige missie over de wereldzeeën. Tijdens die periode zal de veertienkoppige bemanning 150.000 kilometer afleggen en onderzoek uitvoeren naar mariene ecosystemen. De onderzoeken betreffen vooral plankton en andere micro-organismen. De Tara, die al een Arctische expeditie (2006-2008) achter de rug heeft, zal deze keer zowat zestig keer aanleggen in vijftig verschillende landen. Na het doorkruisen van de Middellandse Zee zet het schip via het Suezkanaal koers naar de Indische Oceaan om dan via Kaap de Goede Hoop de Atlantische Oceaan te bereiken. Via Antarctica en de Galapagos-Eilanden – een eerbetoon aan Darwin? – gaat het naar Australië, China en Japan. Het wordt geen reis rond de wereld, want het onderzoeksschip keert in de nazomer van 2012 naar Europa terug langs de ‘noordwestelijke’’ doorvaart, ten noorden van Alaska en Canada. Voor de wetenschappelijke ruggengraat staan meer dan vijftig laboratoria uit vijftien landen in. Een van de vastelandmedewerkers is Jeroen Raes van de Vrije Universiteit Brussel.
De Tara is een aluminium zeilschip van 120 ton met een lengte van 36 m. De Europese Unie is steunt het project in communicatie. Maar het nodige geld is toch vooral afkomstig uit de privésector, onder meer van Electricité de France en Veolia. Het schip zelf wordt ter beschikking gesteld door de Franse modeontwerpster Agnès Troublé, alias agnès b. “De expeditie kost ongeveer 3 miljoen euro per jaar,” zegt co-directeur Eric Karsenti (Tara Oceans). De kostprijs van de verdere analyse van de ingezamelde gegevens is daarbij niet inbegrepen.” Een aantal gegevens zou ook ingezameld kunnen worden door het uitrusten van vrachtschepen met allerlei apparatuur. Die aanpak biedt andere mogelijkheden dan werken met één schip, dat niet op een vaste lijn vaart. “Maar het Tara-project gaat niet alleen om het verzamelen van wetenschappelijke data,” repliceren de organisatoren. “Het is ook een sensibiliseringsproject en een platform voor diverse onderzoekprojecten op lange termijn.”
K.M.
Meer info: http://ec.europa.eu/research/transport/news/article_9686_en.html en http://oceans.taraexpeditions.org/
Luchtvaartindustrie wil milieuvriendelijker worden
De luchtvaartindustrie belooft haar CO2-uitstoot met de helft verminderen tegen 2050 en elk jaar 1,5 procent efficiënter om te gaan met brandstof. De milieubeweging is echter niet bepaald onder de indruk.
Volgens Giovanni Bisignani, hoofd van de International Air Transport Association (IATA), is “geen enkele andere industrie zo verenigd, ambitieus en vastberaden” in de strijd tegen de klimaatverandering. “We hebben alle spelers bijeengebracht met een duidelijke strategie en doelwitten die ambitieuzer zijn dan wat ons opgelegd zou worden”, zegt hij. De IATA-strategie is gebaseerd op vier pijlers: technologie, operaties, infrastructuur en economische maatregelen. Volgens Bisignani heeft de hele sector zich achter die strategie geschaard, van luchthavens over vliegmaatschappijen tot vliegtuigfabrikanten.
VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon is blij met de beloftes van de sector, maar riep ook meteen op tot concrete acties. Hij benadrukte dat emissiereducties in de transportsector onmisbaar zijn om een gevaarlijke klimaatverandering af te wenden. Het IPCC, het intergouvernementeel klimaatpanel van de VN, schatte in 2007 dat brandstof voor de luchtvaart voor 2 tot 3 procent van het wereldwijde verbruik van fossiele brandstoffen verantwoordelijk was. Volgens een recenter rapport van onder meer het Amerikaanse ministerie voor Transport zou het aandeel van de sector echter een vijfde hoger liggen dan die schatting. Bovendien is de luchtvaart een sector die jaarlijks sterk blijft groeien.
Milieubeweging sceptisch
De milieubeweging wordt warm noch koud van de beloften van de luchtvaartsector. “Deze belofte komt niet toevallig op minder dan twee maanden van de VN-top in Kopenhagen, waar over het vervolg van het Kyotoakkoord moet worden beslist”, zegt Joeri Thijs, transportspecialist van de milieuorganisatie Greenpeace. “Emissies van de luchtvaartindustrie vielen buiten dat Kyotoprotocol, en de sector wil duidelijk van die beschermde status blijven genieten.”
Thijs vindt dan ook dat de mooie beloftes met een korrel zout genomen moeten worden. “Denk maar aan de beloftes van de auto-industrie in de jaren 90″, zegt Thijs. “Die slaagde er toen in om bindende wetgeving meer dan tien jaar uit te stellen door een vrijwillig akkoord te tekenen met de Europese Commissie. Het resultaat: er is de voorbije vijftien jaar nauwelijks vooruitgang geboekt op het vlak van zuiniger auto’s.”
De luchtvaartsector mag dan ook geen voorkeursbehandeling krijgen, zegt Thijs. “Luchtvaartemissies moeten zonder pardon deel uitmaken van een klimaatakkoord in Kopenhagen en moeten drastisch naar beneden. Bovendien moet alle plannen voor luchtvaartexpansie van de baan, zoals het Vlaamse Start-plan om de luchthaven van Zaventem in capaciteit te verdubbelen tegen 2025.”
JG/IPS
India plant miljardeninvesteringen in zonne-energie

Reiniging van een zonnepaneel op een woningcomplex in de Oost-Indische stad Kolkata, July 2008 (Foto: REUTERS/Parth Sanyal)
De Indiase regering legt de laatste hand aan een gedetailleerd plan om tegen 2020 zonnepanelen en andere fotovoltaïsche installaties met een totaal vermogen van 20.000 Megawatt in gebruik te nemen. Tegen 2050 moet dat cijfer oplopen tot 200.000 Megawatt. Dat zou van India de wereldleider voor die hernieuwbare energiebron maken. De komende dertig jaar wil India 12 tot 15 miljard euro investeren in zijn “solar mission”.
Het plan, waarvan voorlopige ontwerpen al eerder circuleerden, zal volgens de Indiase nieuwssite DNA bekend gemaakt worden op 14 november. India kan er dan mee uitpakken op de internationale klimaatconferentie van begin december in Kopenhagen.
De doelstellingen zijn ambitieus. Alle fotovaltaïsche instalaties wereldwijd hadden eind 2008 een gezamenlijk vermogen van ongeveer 15.000 Megawatt, en India behoort niet bepaald tot de koplopers. India rekent er ook op dat de massale investeringen in onderzoek en productie de kost van zonnestroom tegen 2030 vergelijkbaar zullen maken met de kost van elektriciteit uit conventionele centrales. De productie en installatie van zonnepanelen zou ook 100.000 arbeidsplaatsen scheppen.
Microleningen en megainvesteringen
Volgens een ontwerpversie van het plan moeten tegen 2020 twintig miljoen gezinnen in India over verlichting beschikken die op zonnestroom werkt. Microleningen moeten hen helpen de aanschaf daarvan te financieren. Bestaande thermische centrales zullen minstens 5 procent van hun productie uit zonne-energie moeten halen. Op alle openbare gebouwen moeten zonnepanelen komen. Er komen belastingvoordelen en voordelige kredietvoorwaarden voor producenten van zonnepanelen en investeerders in zonneprojecten, terwijl bedrijven en gezinnen die meer zonnestroom produceren dan ze verbruiken, het overschot aan de elektriciteitsmaatschappijen zullen kunnen verkopen.
Om de forse investeringen mogelijk te maken, wil de Indiase regering een speciaal fonds opzetten. De overheid zorgt voor een startkapitaal van 750 miljoen euro, en het fonds zal verder worden aangevuld met belastingen op het gebruik van fossiele brandstoffen.
Critici oordelen dat de Indiase regering haar wensen voor werkelijkheid neemt. “In 11 jaar tijd stijgen van 5 Megawat tot 20.000 Megawatt klinkt als science fiction”, kreeg een auteur van het wetenschappelijk tijdschrift Nature te horen van Manu Sharma, een medewerker van het Centre for Social Markets, een niet-gouvernementele organisatie in New Delhi. Volgens Sharma, die campagne voert rond de klimaatconferentie in Kopenhagen, bedraagt het gezamenlijke vermogen van alle zonnepanelen die India momenteel per jaar produceert niet meer dan 80 Megawatt.
PD /IPS
ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland