Florida

Een uitdaging is het zonder twijfel, even toeven in Florida. Als je kan kiezen, ontwijk dan de zomermaanden. Locals vertellen je spoedig verhalen over zwermen muggen, zo intens dat als je je hand voor je uitsteekt, dat je ze niet meer ziet. Tja, wellicht is het vissersjargon, maar, als je ziet dat bijna alle veranda’s voorzien zijn van “vliegengaaskooien”, dan voel je aan dat de combinatie van hitte en ongewenste vliegende insecten behoorlijk vervelend kan zijn.
Amerikanen worden in Europa gemakkelijkheidshalve snel geassocieerd met groot (té groot), oppervlakkig (té oppervlakkig), vrijblijvend (té vrijblijvend). Een weinig vriendelijk beeld. Of nog, leer steevast aan elke nobele onbekende schijnbaar spontaan te vragen “how are you (today)” en zeg veelvuldig een langgerekt “yeaaah” en je bent geïntegreerd. Het is er uiteraard, maar het heeft veel weg van de kraslaag van een loterijbiljet. Even krassen en met wat geluk vind je een aangenaam verhaal of een boeiend persoon.
Florida is geen uitzondering in de USA. Gekke mensen wonen er, die van anderen zeggen dat ze in een ontwikkelingsland wonen, maar zelf niet tot 10 kunnen tellen. Afstanden drukken ze uit in feet tot miles, oppervlakten in acres, volumes in gallon en gewichten in pond. De Arabieren en de Aziaten zijn wellicht niet ongelukkig dat de Amerikanen voor hun centjes wel met het 10-delig stelsel werken, veel handiger als je regelmatig een bank, een bedrijf of een raffinaderij overneemt.
Florida profileert zich graag als “sunshine state”. Voor de twijfelaars, stap gewoon uit je auto en lees grondig het kenteken, of, nog eenvoudiger, kijk naar het kenteken van de auto net voor je. Op allemaal staat immers dezelfde tekst. De begeleidende fruitsoort kan verschillen, aardbei, sinaasappel, …
En er is zon, in overvloed. Gevolg, huizen worden gebouwd rekening houdend met onder meer de zon. De angst voor stormen stimuleert om niet te hoog te bouwen, de schijnbaar onuitputtelijke voorraad ruimte om ze op te souperen en dus te kiezen voor een uitgebreid gelijkvloers. De talrijke kustdorpen maken het bouwen van kelders niet voor de hand liggend, de zomerse hitte zet aan tot het bouwen van cages.
En de zon, o, die schijnt te intens, dus, moeten al die gebouwen worden voorzien van uit de kluiten gewassen airco’s. Lente, en 26 graden celsius? De airco lost het op en zorgt voor een binnenklimaat van ongeveer 22 graden. Op zich niet onbegrijpelijk, want de zomers zijn loodzwaar en als je die airco dan hebt, ok, gebruik hem dan.
Dat het land veelvuldig bereden wordt door 4×4’s die liters benzine lusten, tja. Maar dat een staat die zichzelf de sunshine state noemt maar geen zonne-energie gebruikt onder de vorm van pv of zonneboilers, dat is niet enkel onbegrijpelijk, maar onverantwoord. Als ze nu maar eens tot tien konden tellen …
Johan Van den Broek
ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland