Satellieten brengen gevolgen Seveso-ongevallen in kaart

SEVESEO IS in actie (beeld: www.seveso.eu)
Een internationaal consortium onder leiding van het VITO heeft het SEVESO Informatie Systeem (SEVESEO IS) ontwikkeld. Het systeem brengt op basis van satellietgegevens de impact van ongevallen in Seveso-II-bedrijven op mens en milieu in kaart. De resultaten hiervan leveren een duidelijk overzicht op van de potentiële risico’s van deze Seveso-bedrijven voor het hele gebied hetgeen de bevoegde overheden beter in staat moet stellen een risico-analyse te maken en de nodige preventieve maatregelen te nemen.
De productie, opslag, verwerking en transport van chemische producten die gevaarlijk zijn voor mens en milieu houden risico’s in. In het verleden deden zich al diverse ongevallen voor zoals in Enschede in Nederland (2000), Toulouse in Frankrijk (2001), ICL Plastics in Schotland (2004) en Buncefield in Engeland (2005). Ook in Vlaanderen is de chemische industrie duidelijk aanwezig in de havengebieden van Antwerpen en Gent en andere locaties zoals langs het Albertkanaal. Het SEVESEO IS-systeem moet overheden helpen bij het uitstippelen van een beleid dat ongevallen vermijdt en mogelijke gevolgen ervan beperkt, meer bepaald bij het maken van risicoanalyses, veiligheidsrapporten en noodplanoefeningen.
LV
Op 1/12 organiseert VITO hierover een studiedag in het Antwerp Learning & Meeting Point te Berchem.
Meer info: http://www.seveseo.eu
Garnalen kunnen mensenlevens redden

Bruno Moersbacher (foto: Koen Mortelmans)
Chitosan is al sinds 1859 bekend. Deze polysacharide komt in de natuur voor in de exoskeletten van geleedpotigen. Hij wordt gebruikt in de landbouw, voor waterzuivering, voor het onderdrukken van zweetgeur in cosmetica en textiel. Een belangrijke eigenschap is dat het proteïnes kan binden. Het Amerikaanse leger gebruikt chitosan al voor de antibacteriële afscherming van wonden. Franse ziekenhuizen passen het al toe bij de behandeling van brandwonden.
“Soms met gunstig effect voor het genezen van die wonden, soms niet,” zegt Bruno Moersbacher van de universiteit van Münster. “Waarom het in sommige gevallen wel werkt en in andere niet weten we nog niet.” In het Europese onderzoeksproject PolyModeE coördineert hij de activiteiten van diverse wetenschappelijke, commerciële – waaronder Danisco en Sanofi-Aventis – en overheidspartners, die de handen in elkaar geslagen hebben om een economisch zinvolle manier te vinden om de chitosan van garnalenskeletten op te waarderen tot chemisch en biologisch goed begrepen en bruikbare variëteiten.
“De voor ons doel meest geschikte skeletten, naast die van garnalen, zijn die van octopussen. In de praktijk werken we vooral met garnalen, omdat hun skeletmateriaal beschikbaar als afvalmateriaal uit de garnalenvisserij beschikbaar is en indien we een toepassing vinden ook gecommercialiseerd zal kunnen worden.” In landen waar de garnalen op ambachtelijk-industriële wijze gepeld worden, zoals India, zijn in de loop der jaren grote concentraties van dergelijk afval tot stand gekomen. “Chitosan is geen uniform materiaal. De eigenschappen ervan hangen onder meer af van het niveau van polymerisatie dat het onderging. Een deel van het onderzoek richt zich op de levensvormen die op dergelijke afvalplaatsen gedijen en op één of andere manier het chitosan verwerken. We zoeken specifieke enzymen, die we kunnen inzetten, niet alleen voor wondafscherming, maar ook om bijvoorbeeld planten te beschermen tegen ziekten. Hiervoor moeten we nog een aantal moleculaire codes in de ‘taal van de suikers’ verder kraken.” Een groot nadeel van chitosan is de huidige kostprijs om het geschikt te maken voor gebruik. “Wat het aantrekkelijk maakt is dat het onderzoek kan leiden tot een medisch en economisch interessant gebruik van wat nu een afvalmateriaal is, dat het een volledig natuurlijk en bio-afbreekbaar product is, niet giftig is, geen allergieën uitlokt en veilig in gebruik is.”
K.M.
Laatste klimaatsverandering ging razendsnel
Tot nu toe dachten wetenschappers dat het zeker tien jaar duurde voordat het noordelijk halfrond bevroor tijdens de meest recente klimaatsverandering 12.800 jaar geleden.Volgens Prof. William Patterson, die geologie doceert aan de Canadese universiteit van Saskatchewan, gebeurde het hele proces in minder dan een jaar tijd. Dit sluit aan bij andere waarschuwingen dat ons klimaat zeer wisselvallig is en onder bepaalde omstandigheden in zeer korte tijd van warm naar koud kan evolueren of omgekeerd.
De laatste ijstijd kwam tot stand door een plotse vertraging van de Golfstroom waardoor een ijslaag zich vanaf de Noordpool honderden kilometers zuidwaarts verplaatste met een drastische afkoeling tot gevolg. Uit eerdere boringen in Groenlands ijs blijkt dat dit 12.800 jaar geleden gebeurde. Aan de hand van de analyse van modderbezinkels in Laough Monreagh, een meer in het westen van Ierland, berekenden Patterson en zijn medewerkers hoe snel dit in zijn werk gegaan is.
Volgens Patterson moet minder dan een jaar verstoring van het normale Golfstroompatroon voldoende geweest zijn om ijs te laten ontstaan in gebieden waar nooit eerder ijs lag. Hierdoor kon de Golfstroom zijn normale route niet terugvinden waardoor de meest recente koudegolf circa 1.300 jaar duurde. Veel wetenschappers vrezen dat het smelten van de ijskap op de Noordpool een vergelijkbaar effect zal hebben op de stromingen in de oceanen.
L.V.
Zuurstof-ontdekker Priestley te boek
Historische films en boeken vertellen niet alleen over het verleden, maar ook en dikwijls vooral over de aandachtspunten van de eigen tijd. Toen Hendrik Conscience in 1838 De Leeuw van Vlaanderen publiceerde had dit nauwelijks wat met taalkwesties te maken, maar veel meer met de mogelijkheid dat Frankrijk het land (opnieuw) zou aanhechten.
Toen Errol Flynn honderd jaar later in de huid van Robin Hood kroop telde de wereld heel wat dictators, die sterk op militaire macht steunden. Spartacus, met Kirk Douglas, kwam uit in 1960, het piekjaar van de dekolonisatie en tevens een periode met talrijke staatsgrepen en actieve emancipatiebewegingen. In eigen land verdwenen Godfried van Bouillon, Jan Breydel en Karel Cogge stilaan uit de jeugdliteratuur en de schoolboeken. De nieuwe alombekende helden heten Daens of Damiaan.
In die evolutie is de recente verschijning, van The invention of air kenmerkend (Penguin, 275 blz., 13,80 €). En niet noodzakelijk omdat zuurstof, CO2 en klimaat nu hot items zijn. Maar bijvoorbeeld wel omdat het feit dat hoofdfiguur Priestley, die tijdens zijn overtocht naar Amerika de golfstroom bestudeert, hier ruim wordt uitgesmeerd. In een vroegere biografie zou dit hooguit een voetnoot hebben opgeleverd.
Auteur Steven Johnson reflecteert ook het huidige spanningsveld tussen wetenschappelijke feiten en de receptie daarvan bij het grote publiek en een deel van de politieke klasse.
Joseph Priestley (1733-1804) was één van de topfiguren van de Verlichting. Voor zijn tijd was het stilaan duidelijk geworden dat lucht geen homogeen materiaal was, maar een mengsel van verschillende gassen. Priestley slaagde er niet alleen in het element zuurstof te isoleren en te identificeren, hij ontdekte ook de betekenis ervan voor de menselijke bloedsomloop en merkte dat planten CO2 in de atmosfeer omzetten in zuurstof. Bovendien ontwikkelde hij een methode om CO2 op te lossen in water. Ontdekkingsreiziger James Cook nam op zijn schip een apparaat van Priestley mee om onderweg sodawater – in Nederland beter bekend als prik – te maken. Priestley, een pure wetenschapper, liet de kans liggen om commercieel voordeel te halen uit deze uitvinding. Enkele jaren later greep J.J. Schweppe haar wel.
Priestley, die op godsdienstig vlak tot een christelijke minderheidsgroep behoorde, sympathiseerde openlijk met de Amerikaanse en de Franse Revolutie en speelde ook een rol in de industrialisatie van zijn eigen land. Dat alles bekwam hem slecht. Stilaan werd hij de meest gehate man van Groot-Brittannië. In 1791 brandde een dolgedraaide menigte zijn huis nabij Birmingham plat. Uiteindelijk zat er niets anders op dan in 1794, op 61-jarige leeftijd, uit te wijken naar de Verenigde Staten. Terwijl de Samson hem over de Atlantische Oceaan naar zijn nieuwe land bracht, rolde in Parijs het hoofd van Antoine Lavoisier van de guillotine.
Priestley was de eerste Europese wetenschapper die om politieke redenen en voor zijn persoonlijke veiligheid naar Amerika uitweek, maar zeker niet de laatste.
KM
29 procent meer CO2-uitstoot
Ondanks alle maatregelen is de wereldwijde CO2-uitstoot door olie, kolen en andere fossiele brandstoffen dit decennium al met 29 procent gestegen. Dat meldt een internationaal onderzoeksteam in het vakblad Nature Geoscience. De onderzoekers hameren er nog eens op dat enkel een drastische vermindering van de CO2-uitstoot de dreigende klimaatsverandering kan tegengaan.
Zelfs in het crisisjaar 2008 was er een toename met 2 procent. In de periode 2000-2007 nam de wereldwijde CO2-uitstoot jaarlijks met ongeveer 3,6 procent toe. Dat is liefst drie keer meer dan in de jaren ‘90 toen dat jaarlijks stijgingspercentage beperkt bleef tot 1 procent. Deze evolutie is onder meer het gevolg van het de sterk gestegen uitstoot van broeikasgassen in ontwikkelingslanden. Opkomende landen als China en India hebben hun uitstoot sinds 1990 meer dan verdubbeld en alle ontwikkelingslanden samen hebben een ondertussen een hogere uitstoot dan de groep van industrielanden.
Verontrustend is eveneens dat de CO2-opnamecapaciteit van de natuur daalt, een proces dat al jarenlang aan de gang is. De natuur neemt nog steeds het merendeel van de menselijke CO2-uitstoot op, maar 50 jaar geleden bleef 40 procent van de jaarlijkse uitstoot in de atmosfeer, terwijl dat nu al 45 procent is.
LV
Strijd tegen honger kan opwarming indammen

- Landbouwersvrouw in India (Foto G. Bizzarri, FAO)
De wereld heeft steeds meer voedsel nodig, maar dat moet niet ten koste gaan van het milieu. Experts pleiten voor een nieuwe groene revolutie die de stijgende productie verzoent met de strijd tegen de klimaatverandering. De eerste groene revolutie deed de honger in landen als Mexico en India teruglopen door de introductie van kunstmest, verbeterde gewassen en irrigatie. Voor de productiestijging werd wel een ecologische en sociale prijs betaald - monocultuur en de massale inzet van chemicaliën doet het natuurlijk evenwicht wankelen en op sommige plaatsen verdringt de grootschalige landbouw kleine boeren van het platteland.
Nu staat de wereldlandbouw voor een nog grotere uitdaging. De vraag naar voedsel neemt almaar toe. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) moet de wereldvoedselproductie tegen 2050 met 70 procent toenemen. Dan leven er immers waarschijnlijk 9 miljard mensen op aarde, terwijl er in veel landen ook steeds meer voedsel wordt verbruikt.
Broeikasgassen van het platteland
Tegelijk blijkt de landbouw een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde. De landbouw is volgens de FAO goed voor 14 procent van de totale uitstoot aan broeikasgassen in de wereld. Dat aandeel stijgt tot meer dan 30 procent als ook de ontbossing voor de aanleg van nieuwe akkers, weidegronden en plantages in rekening wordt gebracht.
“De nieuwe Groene Revolutie moet echt groen zijn”, zegt Marco Contiero van de Europese afdeling van Greenpeace in Brussel. “Het dominante systeem van industriële landbouw is gebaseerd op fossiele brandstoffen. We gieten stikstofhoudende kunstmest in de bodem, gebruiken bestrijdingsmiddelen die uit olie gemaakt worden en transporteren voedsel van de ene kant van de wereld naar de andere.”
“Het hele system leidt tot een massale uitstoot van broeikasgassen. We moeten op een heel andere manier voedsel gaan produceren, vervoeren en verbruiken”.
Ommezwaai is mogelijk
Sommige experts zijn ondanks alles voorzichtig optimistisch. “We kunnen 70 procent meer produceren”, zegt Jean-Luc Chotte van het Franse Institut de Recherche pour le Développement (IRD). “Maar we moeten het roer omgooien om voedsel van een hoge kwaliteit voort te brengen en het milieu te ontzien. We moeten bijvoorbeeld het gebruik van kunstmest terugdringen.”
Volgens Chotte is het mogelijk tegelijk de landbouwproductie te verhogen en het milieu erop vooruit te helpen. Daarvoor zijn technieken en maatregelen nodig die vooral afgestemd zijn op de kleinschalige landbouw, en die de zonden van de traditionele landbouw wegwerken.
De FAO schat dat de landbouw per jaar tot 6 gigaton minder CO2 kan uitstoten, vooral door technieken die boeren in ontwikkelingslanden helpen meer koolstof in de bodem vast te houden. Boeren kunnen bijvoorbeeld hun akkers minder intensief bewerken, zodat er meer koolstofhoudende oogstresten in de bodem achterblijven. Dat verbetert bovendien de bodemkwaliteit.
Lange termijn
Volgens Contiero komt het er vooral op aan op lange termijn te denken. “Nu kijken we vooral hoeveel we met een bepaalde techniek per seizoen op een hectare kunnen produceren. Maar de echte vraag is hoeveel we op die manier de komende honderd jaar kunnen produceren.”
De landbouwtechnieken van de toekomst zullen voldoende flexibel moeten zijn om in te spelen op de klimaatverandering. Volgens Teresa Cavero, het hoofd van de afdeling onderzoek van Oxfam Spanje, kan de opwarming van de aarde de opbrengsten per hectare in de hardst getroffen delen van Afrika halveren. Zuid-Azië moet tegen 2050 misschien met een achteruitgang van 30 procent rekenen.
Oplossingen zijn onder meer de graanverslindende vleesproductie beteugelen, technieken ontwikkelen die beter aangepast zijn aan tropische omstandigheden en meer inzetten op de flexibiliteit en verscheidenheid van kleinschalige productie.
IPS (PD, RP)
OVAM gaat voor groene kringloopeconomie
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) lanceert vandaag 20 oktober haar nieuw strategisch plan 2010-2015. De bekendmaking van het plan gaat gepaard met een opvallende advertentiecampagne in de Vlaamse dagbladen. Met de campagne wil de OVAM alle Vlaamse burgers en bedrijven uitnodigen om er samen voor te zorgen dat we ook in de toekomst onze Europese toppositie op het vlak van afval- en bodembeheer blijven behouden. Maar het strategisch plan blikt ook verder. Zoals in het verleden pionierswerk verricht werd op het vlak van afval- en bodembeheer, zo wil de organisatie zich vandaag inspannen om duurzaam gebruik van materialen en ruimte en een groene kringloopeconomie in Vlaanderen te realiseren.
Een nieuwe visie
Vlaanderen heeft de afgelopen decennia mooie resultaten behaald op het gebied van selectieve inzameling, recyclage, bodemsanering, … Die resultaten wil de OVAM de komende jaren consolideren maar we willen ook verder denken. Grondstoffen, materialen en ruimte zijn namelijk een schaars en kostbaar goed. Ons doel is om van Vlaanderen een efficiënt draaiende kringloopeconomie te maken met een zo laag mogelijk grondstof- en materiaalgebruik.
Door kringlopen te sluiten -of cradle to cradle te produceren- kunnen we een oplossing bieden voor het afval en vermijden we bovendien het gebruik van nieuwe en kostbare grondstoffen en materialen. Verontreinigde sites saneren en herontwikkelen schept dan weer de nodige ruimte voor nieuwe (economische) activiteiten.
Naast het milieu vaart ook de economie wel bij deze nieuwe aanpak. Investeren in milieu-innovatie, eco-efficiëntie, ecodesign, brownfieldsanering, … kan onze economie nieuwe impulsen geven en van Vlaanderen een koploper maken in deze nieuwe markt.
Het plan in 10 belangrijke doelstellingen
Het strategisch plan is een mix van nieuwe uitdagingen en oude succesrecepten. Het focust op innovatie en cradle to cradle-praktijken maar evenzeer op efficiënt afval- en bodembeheer. We vatten de belangrijkst doelstellingen even samen in tien punten.
1. Nieuwe bodemverontreiniging voorkomen
Voorkomen is beter dan genezen, dat geldt ook voor bodemverontreiniging. De OVAM voorkomt ernstige schade en oplopende kosten: door bij ongevallen samen met de gemeenten kort op de bal te spelen, door verspreiding van nieuwe verontreiniging te voorkomen en strikt te handhaven.
2. Ruimte efficiënt gebruiken
De OVAM ondersteunt economische ontwikkelingen door bodems te saneren. Om te voorkomen dat de druk op de open ruimte nog groeit, moet ook voor potentieel verontreinigde gronden een snelle overdracht mogelijk zijn. In afwachting van een sanering moeten bouwprojecten kunnen doorgaan. Dat kan door de sanering zo goed mogelijk te integreren in de bouwwerken.
3. Alternatief financieren
Om vrijwillige bodemsanering te stimuleren, onderzoekt de OVAM verschillende systemen die de saneringskost dragelijk maken voor de saneringsplichtige: draagkrachtregeling, bijkomende sectorfondsen en cofinancieringssystemen.
4. Brownfields herontwikkelen
Het herontwikkelen van brownfields geeft belangrijke economische stimulansen aan de omgeving. De OVAM werkt samen met projectontwikkelaars oplossingen op maat uit voor de bodemverontreiniging. Soms zijn gronden zo zwaar verontreinigd, dat de saneringskost de ontwikkeling blokkeert. Binnen de budgettaire mogelijkheden koopt de OVAM deze terreinen aan, saneert ze in functie van hun herontwikkeling en brengt ze opnieuw op de markt.
5. Focus op kwetsbare gebieden
Voor historische verontreinigingen geeft de OVAM voorrang aan de gronden met een kwetsbaar bodemgebruik (zoals woonzones, drinkwatergebieden, scholen, ziekenhuizen, rusthuizen, …) en verontreinigingen met hoge risico’s.
6. Materiaalkringlopen sluiten
Het efficiënt sluiten en het grondig hertekenen van materiaalkringlopen zijn de twee pijlers van het duurzaam omgaan met grondstoffen. Afvalstoffen moeten, meer nog dan vandaag, als grondstof in de economische kringloop gehouden worden.
7. Eco-efficiënt produceren
Door in te zetten op eco-efficiëntie en ecodesign helpt de OVAM bedrijven om de kosten te drukken en de milieu-impact te doen dalen. Tegelijk wil ze de bedrijfsleiders en ontwerpers ervan overtuigen dat ecologisch verantwoorde product- en procesontwerpen ook economisch rendabel zijn.
8. Innoveren
De OVAM zet in op innovatie. Ze stimuleert systeeminnovatie via het Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer (Plan C). Via ketenbeheerprojecten ondersteunt de OVAM innovatieve bedrijven. Ze neemt hierbij zelf het initiatief in een aantal prioritaire sectoren en sluit aan bij initiatieven van derden.
9. Focussen op bedrijfsafval
De OVAM zorgt ervoor dat de productie van bedrijfsafval daalt en de recyclagegraad van bedrijfsafval toeneemt. Speerpunten zijn: het stimuleren van samenwerking op (nieuwe) bedrijventerreinen en het creëren van een faciliterend wettelijk kader dat het gebruik van afval als grondstof bevordert. De OVAM zet haar beleid op het gebied van huishoudelijk afval voort.
10. Milieuverantwoord consumeren
Door in te spelen op het aanbod van milieuverantwoorde producten, de milieuvoordelen te benadrukken en zelf het goede voorbeeld te geven, wil de OVAM de consument sturen in de richting van een meer milieuverantwoorde consumptie.
Meer info: www.ovam.be
Zeevissen passen zich aan

Kabeljauw in Belgische kustwateren (Foto: Hans Hillewaert, Wikimedia Commons)
Maarten Larmuseau en collega’s van het departement Biologie van de K.U.Leuven hebben voor het eerst aangetoond dat ook zeevissen onderhevig zijn aan de “Darwiniaanse evolutie” en zich genetisch aanpassen aan de evolutie van de mariene organismen waar zij leven. Tot voor kort werd ervan uitgegaan dat deze organismen dit amper doen omwille van migratiekansen die de open zee biedt.Larmuseau toonde aan dat het gezichtsvermogen van vissen zich aanpast aan de evolutie van specifieke lichtomgevingen. Goed zicht is belangrijk voor het vinden van voedsel en partners voor voortplanting en het ontwijken van roofdieren. De Leuvense onderzoeker kon aantonen dat het rodopsine-gen bij dikkopjes - dit gen regelt het schemerzicht - zich had aangepast aan de aard van de regio waarin ze leven. Ook voor andere vissoorten zoals kabeljauw en haring zijn er aanwijzingen dat zij zich aanpassen aan lokale lichtomstandigheden.
De ontdekking heeft volgens de onderzoeker belangrijke gevolgen voor visserij en natuurbeheer in zee. Als vissen aangepast zijn aan hun locatie kan een leeggeviste regio niet zomaar herbevolkt worden met gelijkaardige vissen uit naburige populaties en kan het heel lang duren vooraleer er zich opnieuw vissen gaan vestigen. Het gevaar bestaat bovendien ook dat zeevissen zich moeilijk of zelfs helemaal niet kunnen aanpassen aan sterke vervuiling en snelle temperatuursveranderingen.
L.V.
Google investeert in zonne-energie
Internetbedrijf Google wil over twee à drie jaar uitpakken met een manier om goedkope zonne-energie op te wekken. Bill Weihl, hoofdverantwoordelijke voor groene energie bij Google, kondigde dat aan op de Global Climate and Alternative Energy Summit in San Francisco vorige week woensdag. Opmerkelijk is dat Google niet zal inzetten op fotovoltaïsche maar op thermische zonne-energie, opgewekt met zonnespiegels. Spiegels concentreren daarbij de zonnewarmte op een punt waardoor een stof stroomt die verhit wordt en gebruikt wordt om een turbine aan te drijven. Weihl denkt dat er met nieuwe technologie een mogelijkheid bestaat om de kostprijs van de spiegels met de helft of zelfs meer te doen zakken. De kostprijs van elektriciteit opgewekt door een dergelijke installatie met heliostaatvelden (zonnespiegelvelden) schommelt volgens Weihl tegenwoordig rond de 12 à 18 dollarcent per kWh (8 à 12 eurocent). Een andere technologie waarop Google inzet, is werken met gasturbines die draaien op zonne-energie. De plannen van Google zijn ambitieus. ‘Wij willen binnen de twee tot drie jaar een grootschalig pilootproject kunnen tonen dat veel energie kan opwekken en geschikt is voor massaproductie. Elektriciteit uit zo’n installatie zal 5 dollarcent [3,4 eurocent] of minder kosten per kwh’, zegt Weihl.
Google kan zo zijn milieu-imago oppoetsen, dat een deuk kreeg nadat The Sunday Times begin dit jaar berekende dat een enkele zoekopdracht op Google 0,2 g CO2 produceert en een langere zoektocht 1 tot 10g CO2, naargelang de zoektijd en de gebruikte pc of laptop.
Zonne-energie moet goedkoper
De energiebedrijven Total en GDF-Suez en zonnecelfabrikant Photovoltech gaan samen met het onderzoekscentrum IMEC uit Heverlee onderzoek verrichten om de kost van elektriciteitsproductie uit zonne-energie te verminderen. Bedoeling is het verbruik van de basisgrondstof van zonnecellen, met name silicium, te verminderen en de efficiëntie van siliciumzonnecellen te verhogen.
Het onderzoek kadert in IMEC’s industrieel onderzoeksprogramma rond nieuwe generaties van kristallijn siliciumzonnecellen bedoeld om de kost van zonne-energie te verminderen. De betrokken bedrijven werken in het kader van dit programma samen met onderzoekers van andere energiebedrijven, zonnecelproducenten en materiaal en toestelleveranciers om meer geavanceerde fabricatieprocessen te ontwikkelen en te testen.
In een mededeling wijst IMEC-directeur Luc Van den Hove op het belang van dit onderzoek voor de globale energiemarkt. “Tegen 2025 moet immers minimum 20 procent van de wereldwijde energieproductie komen van hernieuwbare bronnen. Zonne-energie zal voor minimum 10 procent van de totale elektriciteitsproductie instaan. Om dat te bereiken moeten we de krachten bundelen”, aldus Van den Hove.
LV
Apenexperimenten deel 2
De K.U.Leuven staat achter het feit dat haar eigen neurofysiologische onderzoekers apen als proefdieren gebruiken bij experimenten. De Anti Dierproeven Coalitie (ADC) voerde de afgelopen maanden hiertegen herhaaldelijk actie en legde maandag ook klacht neer bij het Leuvens gerecht. Volgens het ADC bestaan er alternatieven voor het gebruik van de apen en verlopen de experimenten “wreedaardig” voor deze dieren.
“De apen worden gebruikt bij onderzoek van de hersenen daar ze voor een aantal waarnemingsvermogens of waarnemingen zeer dicht bij de mens staan. Bedoeling is onder meer na te gaan welke zones in de hersenen verantwoordelijk zijn voor het waarnemen en uitvoeren van taken en welke bij ziektes worden aangetast. Dit moet leiden tot een betere diagnose en behandeling van aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson, hersenbloeding of trauma’s in bepaalde hersenzones. Het gebruik van apen is noodzakelijk om in dit domein vooruitgang te boeken. Er is geen alternatief”, aldus vicerector biomedische wetenschappen Minne Casteels.
“Elk experiment met dieren moet vooraf voorgelegd worden aan een ethische commissie die nagaat of zoals wettelijk voorzien deze proef niet kan uitgevoerd worden zonder of met minder proefdieren of met minder lijden. Deze toetsing gebeurt ook op andere momenten zoals bij de aanvraag van externe onderzoeksfondsen of publicatie van de resultaten in vakbladen. Wij volgen zowel de Belgische wetten als EU-richtlijnen”, aldus Prof. Casteels. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van alternatieven zoals beeldvormingstechnieken op mensen. Deze geven echter onvoldoende informatie over kleine hersenzones.
Daarnaast wordt ook alles in het werk gesteld om het lijden van deze dieren te vermijden. “De experimenten op zich genereren slechts in beperkte mate pijn bij deze dieren. Dat is ook het geval bij het plaatsen van de elektroden in hun hersenen. Een even groot aandachtspunt voor welzijn van de proefdieren is de sociale context. Daarom wordt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat ze tussen de proeven door zoveel mogelijk in groep kunnen leven. Ook hiervoor heeft de overheid een strikte reglementering uitgewerkt. De onderzoekers hebben er bovendien alle belang bij dat deze dieren zich goed voelen en zich zo normaal mogelijk gedragen tijdens de experimenten”, aldus Casteels.
L.V.
China geeft positief signaal
Op de VN-Klimaattop in New York kwam het goede nieuws dinsdag van China. De Chinese president Hu Jintao gaf als enige grootmacht een nieuw positief signaal in de strijd tegen de klimaatopwarming. China, in absolute cijfers de grootste CO2-vervuiler ter wereld, zal volgens Hu tegen 2020 de uitstoot van CO2 verminderen a rato van de economische groei. China zal meer gebruik maken van duurzame energie en kernenergie. Hun aandeel in het totale energieverbruik moet tegen 2020 met 15 procent stijgen. Rijke landen moeten volgens Hu de armere bijstaan om zich aan te passen zonder dat hun economie daaronder lijdt.
De nieuwe Japanse premier Yukio Hatoyama herhaalde dat zijn regering de uitstoot van broeikasgassen tegen 2020 een kwart lager wil dan in 1990. Voorwaarde is wel dat alle belangrijke landen de komende maanden bereid zijn een gelijkaardige inspanning te doen. VS-President Barack Obama riep de wereldleiders op de bedreiging voor de mensheid die van de klimaatverandering uitgaat ernstig te nemen en een onherroepelijke catastrofe te vermijden. Hij kondigde echter geen bijkomende VS-inspanningen aan. Tegen 2020 wil de VS de CO2-uitstoot 14 procent verminderen in vergelijking met 2007 wat een stabilisering is ten opzichte van 1990.
VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon deed opnieuw een nadrukkelijke oproep om maatregelen te nemen tegen de klimaatopwarming. “De geschiedenis zal ons geen betere kans meer bieden. Gezien het alsmaar stijgend niveau van broeikasgassen zullen wij weldra de kritische grenswaarde hebben bereikt”. Op minder dan 100 dagen voor de beslissende klimaatconferentie van Kopenhagen moet er dus nog heel wat vooruitgang worden geboekt. Als er thans geen ingrijpende maatregelen genomen worden hebben we volgens experten binnen minder dan 10 jaar het slechtst denkbare scenario bereikt.
LV
Protest tegen apenexperimenten KUL
De Anti Dierproeven Coalitie (ADC) diende maandag tegen de K.U.Leuven en zijn rector Mark Waer een klacht in omdat het departement neurofysiologie aan de Leuvense universiteit apen gebruikt voor wetenschappelijke proeven. De dierenrechtenorganisatie is van oordeel dat deze experimenten een inbreuk zijn op artikel 24 van de Dierenwelzijnswet. Volgens ADC zijn er bovendien alternatieven voorhanden voor deze experimenten.
“Bij deze experimenten worden de apen eerst water en eten ontzegd tot ze doen wat van hen verwacht wordt. Na ongeveer een maand, gehoorzamen de aapjes de onderzoekers en kan het onderzoek aangevat worden. De apen worden in een speciale stoel vastgeketend. In de hersenen worden elektroden aangebracht. In een Koppen-reportage in 2008 was op de VRT duidelijk te zien dat de omstandigheden waarin de dieren leven en proeven ondergaan wreedaardig zijn”, aldus ADC.
De Belgische wet stelt volgens ADC bovendein duidelijk dat dierproeven niet kunnen als er alternatieven voor bestaan. Dit voorjaar lieten vijf Leuvense onderzoekers in een opiniestuk echter weten dat het gebruik van apen bij deze proeven noodzakelijk is om inzicht te verwerven in een complex systeem als menselijke hersenen en voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen tegen hersenaandoeningen. Er zijn volgens hen geen alternatieven voor het gebruik van apen bij deze studies daar celculturen en computermodellen tekort schieten.
ADC heeft haar klacht symbolisch op 21 september ingediend aan de start van het nieuwe academiejaar. De dierenrechtenorganisatie zal in de marge van de opening opnieuw actie voeren voor het stopzetten van deze apenexperimenten die de K.U.Leuven met de instemming van de ethische commissie van de universiteit al een tiental jaren uitvoert. Ook andere dierenrechtenorganisaties zoals Animaux en Peril en Apma onderschrijven de klacht.
LV
Drinkfonteintjes voor fietsers

Drinkwaterfontein in Boom wordt ingehulidgd (Foto:Pidpa)
Het knooppuntennetwerk in de provincie Antwerpen – goed voor 2.750 km fietsplezier en 3,6 miljoen fietstochten per jaar - is al enkele jaren afgerond. Toch blijft de provincie investeren in het comfort van de recreant. Zo plaatste Toerisme Provincie Antwerpen al honderden overzichtsborden, rustbanken en picknicktafels langs de trajecten. Het provinciebestuur gaat nu ook twintig drinkwaterfonteinen plaatsen langs het provinciale fietsroutenetwerk en in haar provinciale domeinen.
Pidpa, de provinciale intercommunale drinkwatermaatschappij van de provincie Antwerpen, fungeert als partner in dit project. Het initiatief kadert in haar campagne ‘DrinkWater’, die leidingwater promoot als een perfecte frisdrank. Pidpa plaatst en onderhoudt de fonteinen.
De allereerste fontein kreeg alvast een plaats op een niet- of toch minder uitgesproken toeristische route. Deze zomer is het nieuwe fietspad langs spoorlijn 52 in Boom feestelijk ingereden. Het is één van de eerste functionele fietspaden in de provincie Antwerpen, gesubsidieerd in het kader van het Fietsfonds. Pipdpa en het provinciebestuur hebben er een eerste drinkwaterfontein in gebruik genomen.
Sinds 2007 kunnen gemeenten via het Fietsfonds fietspaden aanleggen met 80% subsidie (40% van de Vlaamse overheid en 40% van de provincie). Boom is een van de eerste gemeenten die een subsidieaanvraag deed er een fietspadproject mee afwerkte. Het sluit aan op de bestaande fietsroute langs de spoorweg in Niel. In totaal, na afwerking van een extra strook, zal deze fietsroute 3,5 km veilige en kwaliteitsvolle fietspaden.
Het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk is uitgetekend voor fietsen naar het werk, naar school, naar de winkel. Dit betekent dat veiligheid, afstand en comfort de belangrijkste criteria zijn voor de aanleg van fietspaden op deze routes.
KM
(foto Pidpa)

ARGUS brengt voortaan dagelijks nieuws uit binnen- en buitenland